Tweede Kamer der Staten Generaal


25674000.067 brief min gsi rapportage inz de aanpak van het millennium probleem bij de overheid

Gemaakt: 13-12-1999 tijd: 15:48


8


25674 Millenniumvraagstuk

Nr. 67 Brief van de minister voor Grote Steden- en Integratiebeleid

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 7 december 1999

«Want wij Nederlanders zijn wel goed...., maar we zijn niet gek....» .

Dat is de boodschap van de lopende publiekscampagne. Eigenlijk is het een dubbele boodschap. We willen duidelijk vertellen dat we al het mogelijke aan het millenniumprobleem hebben gedaan, waardoor de kans op materiële verstoringen in de samenleving als gevolg van het millenniumprobleem niet groter is dan normaal. Dat geeft vertrouwen.

Maar iedereen moet weten dat we ook klaar staan als er onverhoopt en onverwacht toch nog een enkel probleem ontstaat. Dat is ook de verklaring voor al die voorzorgsmaatregelen en noodplannen. Dat verklaart ook waarom zoveel mensen tijdens de jaarwisseling op hun werkplek gestationeerd zijn in plaats van thuis gezellig in eigen kring de millenniumwisseling te vieren. Niet omdat we aan de voorbereiding twijfelen, maar omdat we zeker willen zijn. Want dat is wat de burgers in dit land van hun overheid verwachten. Dat vormt de basis voor het publieke vertrouwen.

Daarom zijn we dubbel voorbereid. Want we zijn wel goed, maar we zijn niet gek.

In essentie is dit ook de boodschap van deze laatste voortgangsrapportage, inmiddels al weer de negende. Deze heeft een wat gewijzigd karakter en een wat beperktere omvang.

Bij de eerdere rapportages heeft sterk het accent gelegen op de aanpak van de maatschappelijk vitale producten en diensten van de ministeries zelf en de daarbij behorende ZBO's, PBO's en maatschappelijke organisaties. Ten aanzien van de ministeries kon in juni de conclusie worden getrokken dat de continuïteit was gegarandeerd, hetzij door millenniumbestendigheid, hetzij door continuïteitsplannen. De rapportage van 5 oktober 1999 bevestigde dat beeld. Dat beeld is niet veranderd, zodat de rapportage van 5 oktober in dat opzicht als een afronding kan worden beschouwd. In de voorliggende brief zal daarom nog slechts aandacht worden gegeven aan de restrisico's en aan dat wat nog niet helemaal gereed is.

Geleidelijk aan is in de rapportages een accentverschuiving ontstaan in de richting van de maatschappelijk vitale sectoren. In de rapportage van 5 oktober is van elke sector een beschrijving gegeven van de stand van zaken, alsmede een statement vanuit die sector waarin vertrouwen werd uitgesproken ten aanzien van de continuïteit van de dienstverlening. In een flink aantal gevallen werd dit statement ondersteund door audits, reviews of inspectie-onderzoeken, die van de kant van het betrokken ministerie waren gehouden. De behandeling van de maatschappelijk vitale sectoren is in deze rapportage derhalve beperkt. In bijlage 2 zijn wel de meest actuele statements van alle vitale sectoren opgenomen.

Naast de resterende risico's en de daarvoor getroffen maatregelen wordt in deze brief kort ingegaan op de stand van zaken ten aanzien van de crisisvoorbereiding en de aktiviteiten in het kader van «managing public confidence». Verder zal aandacht worden gegeven aan de actuele situatie bij mede-overheden.

Bij deze brief zijn de volgende bijlagen gevoegd:1)

de rapportages van de ministeries;

statements maatschappelijk vitale sectoren;

de resultaten van de derde monitor bij de gemeenten;


4. de buitenlandse dimensie.

De stand van zaken bij de ministeries

Bij deze rapportage zijn de ministeries niet meer gevraagd om een totaal overzicht te geven van al hun maatschappelijk vitale producten en diensten. Deze zijn immers al twee maal gereed gemeld. Gevraagd is, zich te richten op de restrisico's, de producten en diensten die bij de vorige rapportage nog niet als millenniumbestendig zijn aangemerkt en de voorbereidingen die de ministeries treffen voor de eigenlijke millenniumwisseling.

Het algemene beeld dat uit de departementale rapportages naar buiten komt, is dat er in deze laatste maanden hard is doorgewerkt en dat de restrisico's goed in beeld zijn gebracht. Die zijn over het algemeen beperkt van aard. Ze worden onderkend en noodplannen zijn aanwezig en in de meeste gevallen ook getest.

Slechts een beperkt aantal producten en diensten worden in de thans voorliggende rapportages nog als niet-millenniumbestendig aangemerkt. Veelal heeft de aanpassing al plaatsgevonden, maar zijn ze om diverse redenen nog niet ingevoerd. In geen enkel geval is daarbij de continuïteit van de dienstverlening in gevaar. Het betreft de volgende zaken:


-Het ministerie van Economische Zaken geeft aan dat een informatiesysteem dat wordt gebruikt om enqutegegevens in te voeren in de systemen van het CBS pas op 15 december gereed is. Er is een noodplan opgesteld dat een alternatieve werkwijze beschrijft. EZ geeft aan dat de continuïteit van de dienstverlening van het CBS daardoor niet in gevaar zal komen.


-Het ministerie van Verkeer en Waterstaat geeft aan dat een tweetal objecten (van de 215) nog niet is ingevoerd. Een meteorologisch systeem bij het KNMI zal eind november worden ingevoerd. In een noodprocedure wordt voorzien. Het aanpassen van een systeem voor verkeerssignalering zal pas half december worden afgerond. Volgens V&W zijn er geen bijzondere risico's aan verbonden.


-Het ministerie van Defensie meldt dat thans alle essentiële systemen millenniumbestendig zijn en zijn voorzien van een contingencyplan. Een beperkt aantal niet vitale systemen is nog niet gereed, maar de minister van Defensie tekent daarbij aan dat op andere wijze in hun continuïteit is voorzien.


-Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties geeft in zijn rapportage nog aan dat de politieregio's, waarover in de vorige rapportage nog opmerkingen zijn gemaakt, volgens melding van de korpschefs half november alle gereed zullen zijn. Hiervan is inmiddels mondelinge bevestiging verkregen. De schriftelijke eindrapportage verschijnt begin december.


-Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid meldt dat een koppeling met het systeem van het Europees Sociaal Fonds nog niet gereed is. De aanpak hiervan ligt in Brussel. Inmiddels is vernomen dat de bedoelde koppeling nog dit jaar wordt gerealiseerd.

De rapportages laten verder zien dat ook na de vorige rapportage nog een groot aantal audits is uitgevoerd. Deze bevestigen het algemene beeld, maar leveren ook punten op die verbeterd kunnen worden. Aan die verbeteringen is gewerkt. Overigens naderen de ministeries thans het punt, waarbij men uit redenen van stabiliteit liever geen veranderingen in de systemen meer doorvoert.

Nagenoeg alle ministeries geven aan ver gevorderd te zijn met de voorbereidingen voor de millenniumwisseling zelf en hun eventuele rol in de crisisbeheersing. Departementale crisisteams zijn samengesteld. Vaak zijn aparte draaiboeken gemaakt, gebaseerd op het Handboek Crisisbeheersing. In al deze gevallen is of wordt dit in een departementale oefening getest. In enkele gevallen, zoals bij de oefening van het ministerie van VWS, zijn daar ook relevante delen van ZBO's of maatschappelijke organisaties bij betrokken. Middels departementale communicatieplannen wordt gezorgd dat allen die het aangaat volledig op de hoogte worden gehouden.

Op grond van de thans voorliggende rapportages kom ik dan ook tot de samenvattende conclusie dat al het mogelijke is gedaan en dat de ministeries goed op de restrisico's zijn voorbereid. De nog resterende tijd tot aan de jaarwisseling moeten de inspanningen wel op een hoog peil gehouden worden, om zodoende de laatste puntjes op de i te zetten. Het gegeven dat op grond van de voorbereidingen geen grote problemen meer verwacht worden, mag niet leiden tot een verslapping van de aandacht.

De stand van zaken bij de mede-overheden

De gemeenten

Het hoge niveau van activiteiten bij de gemeenten, waar de vorige rapportage over sprak, is in de onderhavige periode gehandhaafd. Begin november is een derde monitor uitgezonden omtrent de situatie bij de gemeenten. Deze monitor is direct ingestuurd door ongeveer 60% van de gemeenten. Nabellen, een actie die de vorige keer tot een respons van bijna 100% heeft geleid, heeft bij deze monitor geleid tot een respons van 84%.

Evenals vorige keren bestond de monitor uit een bestuurlijk deel en een inhoudelijk deel.

Uit de bestuurlijke monitor blijkt dat 98% van de respondenten de voortgang van de aanpak als voldoende beoordeelt; 99% is van mening dat de dienstverlening door de gemeenten na 1 januari 2000 van hetzelfde niveau zal zijn als daarvoor. Interessant in het kader van «Managing public confidence» is dat 99% van de respondenten het voornemen heeft de burgers binnen hun gemeente informatie te verschaffen over de bereikbaarheid van openbare diensten rond de jaarwisseling.

Ook de inhoudelijke monitor laat een forse vooruitgang zien. Inmiddels hebben tussen de 59% en 77% van de gemeenten hun software getest. Deze score is tot stand gekomen nog voordat in de maand november de VNG de laatste resultaten van de centrale testfaciliteit heeft verspreid. Uit die centrale testen zijn overigens geen millenniumfouten van enige betekenis tevoorschijn gekomen. Dat is waarschijnlijk ook de verklaring dat een aantal wat kleinere gemeenten niet zelf tot testen overgaat.

Opvallend is de toch nog lage score, tussen de 27 en 41%, die de gemeenten halen op de vraag of de noodplannen klaar zijn. Voor een deel is deze score te verklaren uit het feit dat dit keer expliciet gevraagd is of de noodplannen ook bestuurlijk zijn vastgesteld. In een aantal gemeenten loopt dat proces nog. Voor een ander deel moet de verklaring toch luiden dat een aantal gemeenten moeite heeft met deze voor hen nieuwe aktiviteit. Met het oog daarop heeft het PMO in november nog een zevental regionale bijeenkomsten georganiseerd, waarbij gemeenten ervaring konden uitwisselen met het opstellen ervan.

Ook in deze periode is een groot aantal activiteiten ten behoeve van de gemeenten uitgevoerd. Genoemd zijn al de afronding van de centrale testfaciliteit en het verspreiden van de testresultaten en de regionale bijeenkomsten over het opstellen van noodplannen. Daarnaast heeft nog een conferentie plaatsgevonden met de gemeentelijke voorlichters om het beleid op elkaar af te stemmen. Met de portefeuillehouders, coördinatoren en voorlichters van de «Grote 4» vindt regelmatig afzonderlijk overleg plaats. Op het niveau van coördinatoren geldt zulks ook voor de 100.000+ gemeenten.

Uit de terugmeldingen van de regionale activiteiten op het gebied van Openbare Orde en Veiligheid blijkt dat de gemeenten daar actief aan deelnemen. Bij alle bovengenoemde activiteiten blijft als uitgangspunt van kracht dat gemeenten in deze zelf verantwoordelijk zijn voor hun aanpak en eventuele gevolgen.

In de rapportage van het ministerie van SZW wordt aangegeven dat door het Kenniscentrum 2000 geen nieuwe monitor is afgenomen. In juni had reeds 95% van de GSD'en de renovatiefase afgerond of bijna afgerond. Ook dienden de gemeenten voor het verkrijgen van de subsidie voor 1 juli 1999 een noodplan ter toetsing in te dienen. Op grond van die ingediende plannen zijn in de nu achter ons liggende periode nog meerdere gemeenten actief benaderd die achter bleven of waarvan het noodplan als niet voldoende werd beoordeeld. De situatie op dit moment geeft geen aanleiding meer tot zorg. Van de kant van de voorzitter van het KC 2000 is een millenniumstatement in de bijlage opgenomen.

De provincies

Interne systemen en verkeer en vervoer

Van de interne vitale bedrijfssystemen is thans 99% millenniumbestendig; eind november 1999 is alles gereed. Voor een aantal zeer belangrijke interne vitale systemen zijn continuïteitsmaatregelen getroffen.

In alle provincies zijn de vitale producten en diensten op dit gebied (verkeersregelinstallaties, systemen voor gladheidsbestrijding, bruggen, sluizen, radarsystemen en dergelijke) millenniumbestendig. Mochten zich onverhoopt eventualiteiten voordoen dan heeft elke provincie noodplannen en procedures achter de hand om de continuïteit van de systemen e.d. veilig te stellen.

Openbare orde en veiligheid

De activiteiten die de provincies op het terrein van openbare orde en veiligheid ondernemen met betrekking tot het millenniumprobleem, vinden plaats binnen het referentiekader van de Commissie Alders. In alle provincies zijn de voorbereidingen, in overleg met externe partijen, nagenoeg afgerond. De Provinciale Coördinatiecentra zijn gereed voor de eeuwwisseling. In alle provincies zijn afspraken gemaakt met betrekking tot de operationaliteit van de Provinciale Coördinatiecentra.

De waterschappen

Volgens de voortgangsrapportage van de Unie van Waterschappen is in vergelijking met de vorige rapportage wederom aanzienlijke voortgang geboekt, een en ander geheel conform de vastgestelde planning. Van de
62 waterschappen (van in totaal 66) die over oktober hebben gerapporteerd, wordt in onderstaande tabel procentueel aangegeven welk stadium is bereikt.

Percentage waterschappen gereed met fase in millenniumproject

Projectfase

mei

augustus

oktober

Inventarisatie


98%


100%


100%

Afbakening


98%


100%


100%

Analyse(mee bezig of afgerond)


79%


100%


100%

Noodplannen beschikbaar


74%


91%


100%

Realisatie


20%


82%


97%

Project afgerond


0%


5%


52%

Wanneer we niet kijken naar de waterschappen als geheel, maar ons richten op de vitale objecten, dan blijkt uit de rapportage dat in oktober 1999 93% van de vitale objecten millenniumbestendig is. Het restrisico van 7% wordt in belangrijke mate ondervangen doordat alle waterschappen voor de vitale processen inmiddels noodplannen gereed hebben. Geen enkel waterschap meldt dat er onoverkomelijke restrisico's zijn die de dienstverlening rondom de millenniumwisseling in gevaar brengen.

Maatschappelijk vitale sectoren

Ten aanzien van de maatschappelijk vitale sectoren heeft de rapportage van 5 oktober een samenvattend totaalbeeld gegeven. In deze periode is daar niet veel verandering meer in opgetreden.

Kernpunt in die rapportage vormden de statements van de sectororganisaties of van belangrijke spelers in die sector en in een groot aantal gevallen de resultaten van audits, reviews of inspectierapporten die op basis daarvan door het betreffende vakministerie waren ingesteld. Dat proces heeft in deze periode zijn afronding gevonden.

In bijlage 2 zijn de statements opnieuw opgenomen, omdat in een flink aantal gevallen sprake is van aanpassingen en/of aanvullingen. In geen enkel geval is daarbij sprake van verslechteringen ten opzichte van de vorige rapportage.

Over de inhoud van de statements is al in de voorgaande rapportage opgemerkt dat deze niet uitsluiten dat er hier en daar incidenten van kleinere omvang kunnen plaatsvinden, maar dat ze wel het vertrouwen geven dat niet voor grootschalige of materiële verstoringen in de continuïteit van de Nederlandse samenleving hoeft te worden gevreesd.

Dit vertrouwen wordt gesterkt door wat er in de laatste rapportages van de ministeries over de maatschappelijk vitale sectoren wordt opgemerkt. Ook hier geldt dat voor zover sprake is van restrisico's, maatregelen zijn getroffen zowel om grootschalige of materiële verstoringen te voorkomen als om de gevolgen van onverhoopte verstoringen teniet te doen.

Buitenlandse dimensie

Evenals vorige keren is als bijlage bij deze brief een voortgangsrapportage opgenomen van het ministerie van Buitenlandse Zaken omtrent de internationale dimensie van het millenniumprobleem en de rol van Nederland daarbij.

Het algemene beeld dat daaruit naar voren komt, is dat wereldwijd in de afgelopen periode de inspanningen om het millenniumprobleem het hoofd te bieden enorm zijn toegenomen. Dat beeld is in overeenstemming met meerdere internationale onderzoeken. Op zich is dat een verheugende ontwikkeling, ook al komt menige activiteit rijkelijk laat. Het is niet mogelijk alle informatie op hardheid te onderzoeken. Wat dat betreft zullen belangrijke onzekerheden blijven bestaan. De Nederlandse ambassades zijn gevraagd hierop alert te blijven teneinde bepaalde berichtgeving te verifiëren.

De Nederlandse ambassades hebben hun continuïteitsplannen vrijwel gereed. De nadruk blijft liggen op continuïteit in functioneren van de posten zelf alsmede op de hulpverlening van Nederlanders ter plaatse die in moeilijkheden geraken. De ambassades zullen zoals gebruikelijk de ontwikkelingen met betrekking tot de millenniumovergang blijven monitoren.

In Europees verband blijft Nederland actief op vele relevante terreinen, onder andere in de speciaal ingestelde High Level Group. Het verslag van een aantal van die activiteiten, met name van de «European Infrastructure Providers Conference» zijn u toegestuurd. In de High Level Group probeert Nederland vooral de informatie over zaken als de luchtvaart, de nucleaire installaties en eventuele grensoverschrijdende gevolgen van het millenniumprobleem hard op tafel te krijgen. Daarin worden resultaten geboekt, maar het blijft een probleem om die duidelijkheid op tafel te krijgen, die we het liefst zouden willen hebben. Dat ligt aan de onderwerpen, aan de beperkte mogelijkheden die de EU ter zake heeft, aan de beperkte bereidheid van sommige landen om alle gewenste informatie te geven en dat ligt aan de relatief late start die de EU, ondanks aandringen van Nederland en het Verenigd Koninkrijk, ter zake heeft gemaakt.

Buitenlandse Zaken verstrekt sinds april 1999 een algemeen reisadvies, waarin de reizigers wordt gewezen op de risico's die het reizen rond de komende jaarwisseling met zich mee kan brengen.

Managing Public Confidence

Het beleid van de Rijksoverheid is er op gericht, het publieke vertrouwen in de aanpak van het millenniumprobleem te bestendigen. Belangrijk daarbij is dat elke week een onderzoek plaatsvindt naar de ontwikkeling van kennis, meningen, gevoelens en emoties rondom het millenniumvraagstuk. Deze activiteit zullen we tot het laatst in stand houden. Niet onmogelijk is immers dat toch nog op het laatste moment hierin veranderingen optreden. De gebeurtenissen rondom de eclips hebben dat recent nog laten zien. Bovendien: hoe goed we het in Nederland ook voor elkaar hebben, dit soort emoties kan ook worden gevoed door beelden die wij uit het buitenland ontvangen.

Met hetzelfde doel blijven we ook alle persuitingen actief volgen en waar nodig trachten we door aanvullende informatie onjuiste beeldvorming te corrigeren.

In het kader van «Managing public confidence» springt de publiekscampagne natuurlijk het meest in het oog. Deze is in enkele fasen verdeeld. De eerste fase liep van het voorjaar tot de vroege zomer en bestond uit tv- en radiospotjes, krantenadvertenties en de huis-aan-huis verspreide Nationale Millenniumkrant. In de vorige rapportage is daarvan een evaluatie in de bijlagen opgenomen.

Daarna volgde de periode september tot half november, waarbij het accent lag op de «statements» van de diverse sectoren en «free publicity», bijvoorbeeld rond werkbezoeken van de minister voor GSI. Ook werd aandacht besteed aan de millenniumaanpak in het eerste «live internetspreekuur» op www.rogervan boxtel.nl. Een samenvatting van de discussie is daarop nog steeds te vinden.

De laatste fase is begonnen op 22 november met televisie- en radiospotjes en krantenadvertenties. De spotjes worden tot 18 december uitgezonden. In de spotjes en advertenties wordt de vergevorderde stand van zaken in de aanpak nog eens belicht, maar tegelijkertijd wordt gemeld dat, om op alles voorbereid te zijn, er rond de jaarwisseling extra paraatheid is van overheidsdiensten. Deze boodschap heb ik in de aanhef van deze brief uitvoerig vermeld.

In de krantenadvertenties zal er nog eens nadrukkelijk op worden gewezen dat het landelijke alarmnummer 1-1-2 uitsluitend is bedoeld voor acute, levensbedreigende situaties en niet voor andere vragen. Tegelijk zullen in die advertenties de burgers worden gewezen op de lokale informatie van hun gemeente. Uit de monitor blijkt dat het overgrote deel van de gemeenten voornemens is deze informatievoorziening aktief op te pakken. Om de aanpak op elkaar af te stemmen is een aparte werkconferentie voor gemeentelijke voorlichters belegd. Veel grote gemeenten hebben eigen uitgaven over het millennium gepland, ook voor allochtonen.

Wij houden bij al deze voornemens nadrukkelijk de mogelijkheid open om op basis van grote veranderingen in de publieke opinie tot op het laatst bij te sturen.
Crisisbeheersing en rollover-scenario's In de vorige rapportage zijn de hoofdlijnen van de beslissings- en informatiestructuur rondom de millenniumwisseling besproken. Deze zijn inmiddels verder geoperationaliseerd. Zoals gemeld, is inmiddels ook op departementaal niveau daar verdere invulling aan gegeven. De commissie Alders heeft zich in deze periode nog tot de regionale crisiscoördinatiecentra en de gemeenten gewend met een overzicht van alle mogelijke buitengewone bevoegdheden. Tevens heeft de commissie het eerder verspreide referentiekader definitief verklaard, op grond van de meest recente stand van zaken. Daarbij is nogmaals benadrukt dat het feit dat we geen wezenlijke verstoringen verwachten, er niet toe mag leiden dat de voorbereidingen op een lager pitje worden gezet of men toch maar uitgaat van een gematigder scenario. Ook in de brief van de commissie Alders wordt de nadruk gelegd op de bereikbaarheid van hulpdiensten voor de burgers. In dat opzicht ondersteunt de commissie de brief die staatssecretaris de Vries en ik aan de burgemeesters hebben geschreven over het gebruik van het alarmnummer 1-1-2, het risico van mogelijke congesties op het telefoonnet en de wenselijkheid van het inrichten van noodmeldpunten in hun gemeenten. Tijdens het Algemeen Overleg in december zullen wij u een zo volledig mogelijk overzicht op dit punt trachten te bieden. De millenniumoefening van 8/9 september jl. jongstleden is bijzonder nuttig geweest en heeft tot een groot aantal verbeteringen geleid. Staatssecretaris de Vries heeft u daarvan tijdens het Algemeen Overleg van 3 november jl. uitvoerig op de hoogte gesteld. De uit de evaluatie voortvloeiende verbeteringen zijn inmiddels geïmplementeerd of men is daarmee volop doende (bijvoorbeeld de uitbreiding van het aantal aansluitingen op het noodnet). Nieuwe instructies voor het gebruik van het noodnet en geactualiseerde nummerlijsten worden op dit moment gedistribueerd. Speciaal ten behoeve van de grensoverschrijdende samenwerking bij rampen heeft BZK nog een aantal satelliet-communicatie uitrustingen aan de grensregio's ter beschikking gesteld. Slotopmerking Dit is de laatste rapportage voor de jaarwisseling. In de nu achter ons liggende jaren is enorm veel werk verzet. Toch kan, zoals al eerder is gezegd, met betrekking tot het millenniumprobleem nooit 100% zekerheid worden gegeven. Dat komt door de gecompliceerdheid van de automatisering, de ongekende afhankelijkheid van onze samenleving van die automatisering, het feit dat alles met alles samenhangt, waarbij Nederland geen eiland is, zo het dat, figuurlijk gesproken, ooit al is geweest. Een ander soort zekerheid moet echter wel worden gegeven. De zekerheid dat binnen de grenzen van wat redelijk is, alles is gedaan om mogelijke verstoringen te voorkomen en de gevolgen van onverwachte verstoringen zo klein mogelijk te doen zijn. Ik ben van oordeel dat we die zekerheid wel kunnen geven. Toen aan de oplossing van het probleem werd begonnen, was maar in beperkte mate helder hoe omvangrijk en hoe complex dit was. Verrassingen zijn dan ook niet uitgebleven en onverwachte problemen moesten worden overwonnen. Daaraan is met grote inzet en waar nodig met grote inventiviteit het hoofd geboden. Ik zie met enige spanning maar ook met vertrouwen de komende millenniumwisseling tegemoet. DE MINISTER VOOR GROTE STEDEN- EN INTEGRATIEBELEID R.H.L.M. van Boxtel 1) Ter inzage gelegd bij de afdeling Parlementaire Documentatie

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

Deel: ' Tweede Kamer rapportage over aanpak millenniumprobleem '




Lees ook