Tweede Kamer der Staten Generaal


22343000.046 vao milieuwethandhaving

Gemaakt: 22-12-1999 tijd: 13:43


22343 Handhaving milieuwetgeving

nr. 46 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 14 december 1999

De vaste commissie voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer<1> en de vaste commissie voor Justitie<2> hebben op 24 november 1999 overleg gevoerd met minister Pronk van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en minister Korthals van Justitie over de halfjaarlijkse voortgangsrapportage milieuwethandhaving 1999 (22343, nr. 44).

Van dit overleg brengen de commissies bijgaand beknopt verslag uit.

Vragen en opmerkingen uit de commissies

De heer Klein Molekamp (VVD) herinnerde aan zijn oude thema dat regelgeving alleen werkt als de handhaving verzekerd is. Zijn fractie is altijd tegen niet handhaafbare regelgeving. Hij waardeerde het dat er samenwerkingsafspraken tot stand zijn gekomen tussen provincie, gemeente, politie en openbaar ministerie. Hij achtte het belangrijk dat men nadat veel tijd is gespendeerd aan het opstellen van convenanten niet achterover gaat zitten. Hij vroeg of al iets meegedeeld kon worden over ervaringen die inmiddels met samenwerkingsovereenkomsten zijn opgedaan, over de training van de handhavers en over de besteding van de NMP-gelden. Ook vroeg hij of nu duidelijk is of voor de buitengebieden een groenpolitie moet worden ingesteld of dat bestaande korpsen moeten worden ingezet. Hij vond het positief dat minister Pronk heeft besloten tot de oprichting van een milieu-inlichtingen en opsporingsteam (MIOT). Hij vroeg of de accountancykennis in dat team structureel wordt of op ad-hocbasis wordt aangetrokken. Hoe is de verhouding tussen de minister van VROM en de minister van Justitie bij opsporingsactiviteiten in de criminele sfeer door het MIOT? Hij nam aan dat de handhaving gewoon bleef berusten waar zij nu berust.

Het was de heer Klein Molekamp opgevallen dat hij de handhaving van de milieuwetgeving nauwelijks tegenkwam op de Europese agenda. Hij maakte zich er zorgen over dat de handhaving steeds moeilijker wordt door het toenemen van de regelgeving. Hij pleitte voor een handhaafbaarheidstoets voor nieuwe regelgeving. Eigenlijk zou de hele Afvalstoffenwet aan een handhaafbaarheidstest moeten worden onderworpen. Er zijn heel wat regels waarvan bekend is dat zij in de praktijk niet handhaafbaar zijn. Hij had geconstateerd dat de nieuwe voorstellen voor afvalstoffenwetgeving toch weer enigszins afwijken van Europese regelgeving. Met een goede advocaat kan men bijna niet veroordeeld worden voor overtreding van de milieuwetgeving. Veroordelingen in de TCR-affaire vonden goeddeels plaats op basis van de fiscale wetgeving en veel minder op basis van de milieuwetgeving.

De heer Klein Molekamp informeerde welke provincies nalatig waren wat betreft de rapportages inzake de Wet milieubeheer. De minister verwijst naar de commissie administratieve lasten voor het terugdringen van die lasten, maar niet duidelijk is wat de minister er zelf aan doet.

De brief van 9 november was in zoverre teleurstellend voor de heer Klein Molekamp dat geen principiële scheiding is aangebracht tussen vergunningverlening en handhaving. Provincies kunnen een financieel belang hebben, maar ook de handhavingstaak hebben. Hij had de indruk dat Zuid-Holland het beleid inmiddels aanzienlijk had aangescherpt. Hij meende dat de minister van VROM een grotere verantwoordelijkheid heeft voor dergelijke zaken, omdat hij heel bewust geen principiële keuze heeft gemaakt. In het overleg van juni had de heer Klein Molekamp gewezen op de mededeling van de provincie Zuid-Holland dat
80% tot 90% van de bedrijven de milieuwetgeving overtreedt. De provincie achtte handhaving ook niet goed mogelijk. Hij vroeg wat daar sindsdien aan is gedaan.

De heer Klein Molekamp herinnerde eraan dat de gemeenten enkele jaren geleden extra geld hebben gekregen voor de milieuhandhavingstaak. Later is dat in de algemene middelen van het Gemeentefonds verwerkt. Hij zou het raar vinden als nu opnieuw extra geld voor milieuwethandhaving naar de gemeenten ging.

Mevrouw Schreijer-Pierik (CDA) sprak een woord van waardering voor alle handhavingspartners voor het werk dat is gedaan. Op een aantal terreinen wordt duidelijk vooruitgang geboekt. De voortgangsrapportage is bondiger dan de voorgaande, hetgeen de inzichtelijkheid niet ten goede komt. Er wordt minder en minder volledige statistische informatie verstrekt. Informatie over de zogenaamde groene wetten ontbreekt nagenoeg. De informatie over de milieuhandhavingstaak van de politie is evenzeer uiterst summier. De voorbeelden uit de handhavingspraktijk zijn interessant, maar bieden geen macrobeeld. De vraag dringt zich op waarom veel constateringen van overtredingen niet tot een concreet vervolg leiden. Alle parketten bleven beneden de doelstelling van 70% lik-op-stukafdoening bij de vrijevelddelicten. Zij vroeg waarom nu heroverweging van het percentage overwogen wordt. Zij was benieuwd naar de rapportages over 1998 over de provincies en waterschappen. Blijkt daar al een trend uit?

De gemeenten hebben een lastige en zeer brede handhavingstaak. Mevrouw Schreijer-Pierik maakte zich zorgen over de gevolgen van de overheveling van middelen van de vervolgbijdrageregeling ontwikkeling gemeentelijk milieubeleid (VOGM) naar de algemene middelen van het Gemeentefonds. Met betrekking tot een aantal milieutaken heeft minder dan de helft van de gemeenten het adequate niveau bereikt. Het is zeer de vraag of de kleinere gemeenten de ontwikkelingen kunnen volgen, of het bereikte niveau kan worden vastgehouden en of de intergemeentelijke samenwerking beklijft.

In heel wat stukken van landbouworganisaties wordt gepleit voor gebiedsgerichte milieuvergunningen bij reconstructieprojecten. Mevrouw Schreijer-Pierik vroeg hoe de regering hierover denkt. Zij beschouwde de contractbasis met handhavingspartners als een uiterst belangrijk instrument voor het bereiken van een hoger handhavingsniveau. In de praktijk blijken verschillen in ambitieniveau, inhoud en vormgeving te ontstaan. Zij vreesde voor een lappendeken van lokale, regionale, provinciale en koepelconvenanten. Zij hechtte eraan dat de afspraken tussen bestuurlijke handhavers in een provincie zo nodig in rechte afdwingbaar worden. Zij zag zeer goede aanknopingspunten in de ideeën over integrale rechtshandhaving van mr. Biezeveld, milieuofficier van justitie in Den Haag.

Mevrouw Schreijer-Pierik vroeg of de financiering van de Landelijke milieugroep (LMG) toereikend is, of het MIOT per 1 januari 2000 operationeel zal zijn en hoe het MIOT zal functioneren in relatie tot de verschillende bestuursakkoorden, de bevoegdheden van andere overheden en het Korps landelijke politiediensten. Zij meende dat er wel degelijk draagvlak voor integrale milieuzorg is. Er zijn evidente voorbeelden. De bedrijven hebben echter ook voor 2 mld. aan administratieve lasten te dragen. De commissie administratieve lasten is van oordeel dat de kosten-batenverhouding nadrukkelijker dan tot nu toe in de afwegingen rond de milieuvergunning betrokken moet worden. Zij deelde die visie. Zij zou de minister een brief overhandigen van een agrariër die na vier jaar geharrewar nog geen milieuvergunning heeft, vanwege een klein verschil. De ontwikkeling van vergunningen op maat en vergunningen op hoofdzaken is een goede. Zij achtte het noodzakelijk dat handhavers betrokken worden bij vergunningen op hoofdzaken en dat een toezichtplan wordt opgesteld. Zij betwijfelde ten zeerste of de eenloketgedachte uit de verf zou kunnen komen. Zij riep de minister op om meer in sturende zin op te treden en initiatieven meer te faciliëren. Volgens mr. De Lange, landelijk milieuofficier, is de sociale controle binnen en tussen bedrijven en burgers en milieuorganisaties voor de handhaving van groot belang. Doordat de handhaving thans bijna alleen door de toezichthouders plaatsvindt, is zij zeer kwetsbaar. Zij vroeg welke beleidsinstrumenten kunnen worden ingezet om burgers meer bij de handhaving te betrekken.

Mevrouw Schreijer-Pierik achtte verdere aanscherping van de wetgeving voor afgewerkte olie nuttig. De inspanning moet nu vooral gericht worden op de totstandkoming van internationale wetgeving, want anders worden de milieuproblemen geëxporteerd. Zij vroeg in hoeverre er daadwerkelijk gemeld wordt bij het Landelijk meldpunt afvalstoffen (LMA). De gemeente Rotterdam blijkt bij de opzet van een centrale registratie voor gevaarlijke afvalstoffen op het punt van de melding aanzienlijke problemen te ondervinden. De uitbreiding van certificeringsystemen naar andere milieuonderwerpen verdient prioriteit.

Mevrouw Schreijer-Pierik riep de minister op het ontdoenersonderzoek van de Zuid-Hollandse milieufederatie en de stichting Natuur en milieu serieus in de afwegingen te betrekken. Zij drong aan op een verplichte certificering, net als bij de asbestbedrijven. De gemeenten moeten de milieuadviesbureaus ook kunnen controleren. Nagegaan moet worden of het probleem van belangenverstrengeling geen rol speelt. Zij vroeg wat gebeurt met adviesbureaus die over de schreef gaan.

Mevrouw Augusteijn-Esser (D66) constateerde dat de halfjaarlijkse rapportage eigenlijk betrekking had op veel meer ministeries. Het succes van de handhaving van de milieuwetgeving is blijkbaar van vele elementen afhankelijk. Zo las zij in een verslag van Rijkswaterstaat dat onderzoek bij een scheepswerf door een directeur werd belemmerd, maar na een directiewisseling veel beter kon plaatsvinden. Uit het staatje over de handhaving van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren blijkt dat in 1998 2301 overtredingen werden geconstateerd, waarvan 1178 ernstig. Slechts 143 gevallen leidden tot strafrechtelijke vervolging. In 900 gevallen zijn maatregelen genomen. Wat gebeurt er met de rest? Maar twee parketten slaagden erin het gestelde doel wat betreft het uitschrijven van processen-verbaal in het kader van de Wet economische delicten te halen. Slechts elf parketten haalden de doelstelling van het lik-op-stukbeleid. Het gestelde percentage zou heroverwogen moeten worden omdat het doel niet wordt gehaald. Zij vroeg zich daarom af of het echt wel zo goed gaat met het handhavingsbeleid dan wel of de ondernemers zich helemaal niet zo druk hoeven te maken over de risico's die zij lopen bij geconstateerde overtredingen.

De stichting Natuur en milieu en de milieufederaties hebben aan de wieg gestaan van het ontdoenersonderzoek. Zij hebben bij brief nu erg veel commentaar geleverd. Mevrouw Augusteijn-Esser betwijfelde een beetje of met het nu voorgestelde systeem, met een meldkamer, de meest milieuvriendelijke wijze van verwerking gerealiseerd is. Wie het doet is niet zo belangrijk, maar vooral hoe het gedaan wordt. Er zou een reactie bij de begrotingsbehandeling VROM komen, maar die heeft zij niet gezien. Zij zou graag alsnog een uitgebreide schriftelijke reactie krijgen.

Mevrouw Augusteijn-Esser vroeg of het waar is dat milieuonderzoekers worden gemanipuleerd, vooral volgens het systeem dat wie betaalt bepaalt. Het MIOT moet daarop een antwoord geven. Zij vroeg welke bevoegdheden het MIOT heeft als bepaalde overheden geen maatregelen nemen tegen bedrijven die de milieuwetgeving overtreden, hoe de regionale inspecties worden geregeld of de ambtenaren van het MIOT een opsporingsbevoegdheid krijgen en wat zij precies gaan doen. Wordt het MIOT een apart bureau met extra mensen of wordt aanwezige deskundigheid gebundeld?

In juni zei de minister dat de pompstations tot 1 juli de tijd kregen om aan de milieueisen te voldoen. Mevrouw Augusteijn-Esser had de informatie dat dit niet overal was gelukt. Zij vroeg of een nieuwe datum was vastgesteld.

Versterking en afstemming van de handhaving in het kader van de Europese Unie is gewenst. Zij had zorgen over de toenemende export van gevaarlijk afval voor nuttige toepassing. Zij was evenmin als de minister tevreden over de gang van zaken met de opslag in mijnen in Duitsland, maar de rechter heeft anders beslist. Wellicht zijn nuttige toepassing en definitieve verwijdering niet goed gedefinieerd in wet- en regelgeving. De minister heeft aangegeven dat hij storting daar beschouwt als definitieve verwijdering. Geïmpregneerd houtafval dat in Nederland niet verwerkt mag worden kan elders in Europa wel verwerkt worden.

De minister heeft de voor- en nadelen van het bestuur en bezit van afvalbedrijven door de provinciale overheid duidelijk uiteengezet. Hij heeft gekozen voor een systeem waarbij de verdeling van de wettelijke bevoegdheden hetzelfde blijft, waarbij de mechanismen waarmee belangenverstrengeling kan worden voorkomen worden aangescherpt. Mevrouw Augusteijn-Esser was van oordeel dat er thans een belangenverstrengeling is waaraan iets gedaan moet worden.

Convenanten zijn in de plaats gekomen van wet- en regelgeving, op basis van wederzijds vertrouwen. Mevrouw Augusteijn-Esser meende echter dat zo nodig altijd wet- en regelgeving kan worden gemaakt.

De heer Poppe (SP) herinnerde zich dat er bij VROM in de tijd van minister Alders al eens een inlichtingen- en handhavingsteam voor milieuwetgeving is geweest. Hij vroeg wat er van dat systeem nog restte en wat ervan gebruikt kan worden bij de opzet van het MIOT. Als het zwakke punt van het beleid zag hij dat nog steeds sprake is van handhaving achteraf. Hij vroeg of het MIOT ingezet kan worden bij gemeentelijke activiteiten. Vergunningverlening, handhaving en uitvoering kunnen dan worden gescheiden. Hij denkt aan gevallen als de bodemsanering in Nijmegen en aan de Derde Merwedehaven. Dergelijke gevallen moeten niet toevallig ontdekt worden, maar er moet structureel op worden toegezien.

De heer Poppe verwachtte door de verschillen in wet- en regelgeving en de handhavingspraktijk in de verschillende landen weinig van de Green Interpol. Hij zou het beleid vooral willen richten op de verwerking van gevaarlijk afval in eigen land. Hij had de minister en zijn collega-Kamerleden een brief geschreven over de export van oud lood naar Frankrijk. Hij vroeg om meer inzicht in de genoemde Europese projecten voor grensoverschrijdend vervoer van afval. Hij zou willen weten welke handhavingstrajecten er zijn, om welke bedrijven en welke stoffen het gaat en welke resultaten er zijn.

In 1997 zijn 90 onderzoeken gestart naar middelzware milieucriminaliteit, maar in 1998 maar 53. Is er sprake van minder milieucriminaliteit of zijn de onderzoeken verschoven naar andere vormen van milieucriminaliteit?

Er wordt een afgifteplicht voor afvalstoffen van zeeschepen geïntroduceerd, hetgeen hard nodig is. Het spoelwater dat vrijkomt bij het reinigen van tanks kan nog steeds op zee worden geloosd. Ook wordt er soms midden op de oceaan schoongemaakt en gespoeld. Het reinigen van tanks en opvangen van spoelwater zou naar het oordeel van de heer Poppe uitsluitend bij de havenontvangstinstallaties mogen gebeuren.

De heer Poppe herinnerde aan zijn motie van 29 oktober 1998, ertoe strekkende om het ontstaan van gevaarlijk afval te voorkomen of, als voorkomen technisch niet mogelijk is, het zoveel mogelijk bedrijfsintern te hergebruiken, tot samenwerking met nabijgelegen bedrijven te komen of het naar een eindverwerker te brengen, bijvoorbeeld voor energieopwekking, zodat sprake is van nuttige toepassing. Het voorgestelde ontdoenersonderzoek sluit daar een beetje op aan. Tot zijn verbazing schijnt VROM zich voor dit onderzoek in een brief aan de Zuid-Hollandse milieufederatie achter hem te hebben verscholen. Hij vroeg wanneer hij meer zou horen over het onderzoek en over zijn motie, die op verzoek van de minister is aangehouden. Zijns inziens dient de ontdoener altijd verantwoordelijk te blijven voor het afval, ook bij afgifte aan derden. Aan de hand van het antwoord zou hij overwegen of hij de motie opnieuw moest indienen.

De heer Van der Staaij (SGP) vroeg zich af of het probleem van de streefpercentages die door het openbaar ministerie niet worden gehaald niet verkeerd aangepakt wordt als die percentages naar beneden worden gebracht. Zijn er oorzaken van de tegenvallende resultaten bekend?

De heer Van der Staaij vroeg wat precies wordt gedaan met de informatie die verzameld wordt door het LMA. Kan die informatie worden ingezet voor de handhaving? Het was hem opgevallen dat het MIOT bij handhavingsinitiatieven zou worden aangestuurd door de politiek. Zijn er duidelijke afspraken gemaakt met het openbaar ministerie? Bijvoorbeeld op het terrein van de sociale zekerheid blijkt nog wel eens dat de afstemming met het OM ontbreekt. Met de oprichting van het MIOT wordt niet vooruitgelopen op het nog te formuleren kabinetsstandpunt over de herpositionering van de bijzondere opsporingsdiensten. Kan dit ertoe leiden dat alsnog wijzigingen moeten worden aangebracht in de nu gekozen structuur? Zal de LMG een rol krijgen in de advisering over de handhaafbaarheid en uitvoerbaarheid van de milieuregelgeving? De terugkoppeling van opgedane ervaringen lijkt een belangrijk punt. Zijn inmiddels expertisecentra milieubeheer opgericht?

De heer Van der Staaij dankte de minister voor de reactie op de aangenomen motie over de verbetering van de handhaving van de milieuregelgeving op het water door die bij een zo beperkt mogelijk aantal overheidsdiensten te concentreren. Hij vroeg op welke wijze dit daadwerkelijk wordt betrokken bij het onderzoek naar strafrechtelijke handhaving binnen het ministerie van Justitie en de komende evaluatie inzake bestuursovereenkomsten handhaving milieuwetgeving. Hij vond het positief dat de noodzaak van het storten van brandbaar afval, bijvoorbeeld op de locatie Derde Merwedehaven, kritisch wordt bezien. Hij verzocht de minister de ontwikkelingen rond deze stortplaats in de gaten te houden. De problematiek van de belangenverstrengeling is hier duidelijk gebleken. Het is positief dat de PROAV als voorbeeld is genoemd van allerlei voorzieningen om belangenverstrengeling tegen te gaan. Zijns inziens dient belangenverstrengeling structureel aandacht te krijgen van de inspectie.

De vraag dringt zich op of de handhaving bij genetische modificatie afdoende is. De heer Van der Staaij vroeg de minister na te gaan of die handhaving impulsen behoeft. Bij de verwijdering van slib speelt de vrije marktwerking een steeds grotere rol. Zijn daar nog aanvullende maatregelen nodig om te voorkomen dat de handhaving in de knel raakt?

De heer Feenstra (PvdA) memoreerde dat in september 1998 werd gesproken over tien afzonderlijke agendapunten, in juni 1999 over vier agendapunten en nu over één geïntegreerde rapportage, mede ondertekend door Justitie, LNV en Verkeer en Waterstaat. Meestal komt beleid heel langzaam op gang, maar hier is bijkans een olympische prestatie geleverd. Hij meende dat de systematiek van halfjaarlijkse rapportages nog even moest worden voortgezet. Misschien kan op termijn ooit worden volstaan met een hoofdstuk in de begroting. Hij pleitte ervoor dat in een volgende rapportage niet alleen kwalitatieve beschrijvingen van de acties van medeoverheden werden gegeven, maar dat ook kwantitatieve gegevens werden vermeld. Hij zou vooral willen weten tegen welke zware gevallen provincies en gemeenten aanlopen en hoe zij dan optreden.

De heer Feenstra beaamde dat ketenonderzoek, waarvoor de minister aandacht vraagt, belangrijk is. Hij zag de servicepunten handhaving als ruggengraat voor dit beleid. Hij vroeg of alleen VROM betaalde of dat de andere departementen ook meedoen. Hij hoopte dat de bestuursakkoorden zouden leiden tot een gerichte handhavingsinspanning, op basis van een gedegen risicoanalyse van regio tot regio. De evaluatie door de Landelijke coördinatiecommissie milieuwethandhaving (LCCM) in 2000 leek hem een tikkeltje te vroeg. Hij was enthousiast over bestuursakkoorden, maar vreesde dat er in sommige regio's wel wat veel komen. Als er nieuw geld naar lagere overheden gaat, gaat hopelijk het beginsel "wie betaalt bepaalt" ook op.

In het vorige overleg had de heer Feenstra de BOVAG geprezen voor zijn professionele opstelling, maar die heeft er helaas niet toe geleid dat de benzinestations nu alle aan de milieueisen voldoen. Hij was van mening dat als een lik-op-stukbeleid was afgesproken dat nu moet worden uitgevoerd. Wie zich nog steeds niet houdt aan het overeengekomen convenant pleegt feitelijk concurrentievervalsing en zou moeten worden geconfronteerd met een financiële sanctie die proportioneel is met de investering die verlangd was.

De heer Feenstra vernam gaarne wat de regering denkt te gaan doen aan de kwaliteit van de milieuonderzoeksbureaus. Hij kon zich een beroepscode voor integriteit voorstellen en dacht verder aan zwarte lijsten, certificering, aansprakelijkheid, het stellen van eisen aan bureaus, gerichte doorlichting enz. Hij constateerde dat er een gespannen markt was, die leidde tot zware concurrentie en tariefstelling naar beneden.

De heer Feenstra hoopte dat het MIOT in staat zal worden gesteld om aanbevelingen te doen over leemten in de wetgeving. Voorts hoopte hij dat er een integratie zou komen tussen wat IMPEL(implementatie en handhaving van milieuwetgeving) wil en Green Interpol mogelijk maakt. Hij zag een goede kans om met het ontdoenersonderzoek aan te sluiten bij een aantal actuele discussies, over een afvalpreventietoets bij de vergunningverlening, onder andere doordat het LMA steeds aangeeft wat op basis van de laatste stand der techniek de beste wijze van verwerking is en over menging in dezelfde verwerkingscategorieën. Hij signaleerde eerder een tamelijk breed draagvlak voor een aanpak van menging waarbij illegaal vermengen voorkomen kan worden.

Vooralsnog blijkt dat bij het aflopen van de VOGM de gemeenten hun beleid toch op een adequaat niveau voortzetten. Voorkomen moet worden dat het afglijdt, maar dat moeten de gemeenten bovenal zelf doen. Het doorvoeren van wijzigingen in de verantwoordelijkheidstoedeling tussen overheden op het gebied van afval heeft een aantal, ook negatieve, consequenties. De verantwoordelijkheden moeten zeker transparanter worden. Raden en staten moeten voluit gebruikmaken van hun democratische controlemogelijkheden.

De heer Van der Steenhoven (GroenLinks) had veel waardering voor de halfjaarlijkse rapportages. Het leek hem beter dat de Kamer wat sneller na het verschijnen van de rapportage erover spreekt.

Tankstations die aan de milieueisen hebben voldaan hebben behoorlijk moeten investeren. Het verbaasde de heer Van de Steenhoven dat de minister nu weinig meer over dit beleid meldde, terwijl duidelijk lang niet alle stations eraan hebben voldaan. Per 1 juli had de regering hard en doortastend kunnen optreden. Hij vroeg wat er is gebeurd, of inmiddels inzicht in het aantal overtreders bestaat en wanneer alle bedrijven zullen voldoen aan de milieueisen, die al zo'n acht jaar geleden met de sector zijn overeengekomen. Het maakte hem wat achterdochtig dat hij de BOVAG er het afgelopen halfjaar ook niet meer over heeft gehoord. Hij had de indruk dat het ministerie wat overvallen is.

Het MIOT kan naar het oordeel van de heer Van de Steenhoven een rol spelen in het ketenonderzoek. Hij zou graag nog het een en ander horen over het takenpakket. Hij bleef nog steeds zitten met vragen over de financiële armslag voor kleine bedrijven die te maken hebben met radioactief schroot. Zij mogen niet opgezadeld worden met een probleem waarvoor zij eigenlijk maar ten dele of zelfs helemaal niet verantwoordelijk zijn. Hij maakte zich er wat zorgen over dat het ontdoenersonderzoek kennelijk maar moeilijk van de grond komt. Het voorstel van de minister bevat heel goede elementen. Op hoofdlijnen achtte hij het zeer acceptabel.

In het geval van Dapemo is kennelijk nog steeds geen definitieve vergunning verstrekt, hetgeen de heer Van de Steenhoven verbaasde. Hij was absoluut niet tevreden met de mededeling dat er ook zonder vergunning beleid is. Hij hoopte dat het Europees parlement de oorspronkelijke regelingen voor de havenontvangstinstallaties zal opleggen. De ministers zijn er niet uit gekomen. Hij memoreerde dat het ministerie van Verkeer en Waterstaat al in 1994 een heel goede inspectieregeling heeft ontworpen, die om financiële redenen nooit is geëffectueerd. Die regeling zou kunnen worden gebruikt zolang er op Europees niveau geen overeenstemming is.

Tot slot vroeg de heer Van de Steenhoven of er inmiddels meer duidelijkheid is over PCB's in transformatorhuisjes en wat de energiesector eraan doet.

De heer Van Middelkoop (GPV) vroeg zich af of de aanstaande ingrijpende herziening van de Wet milieubeheer repercussies zal hebben op het handhavingsregime. Hetzelfde geldt voor de aanvaarde motie-Feenstra waarin wordt gevraagd om een decentralisatie van milieutaken naar provincies en gemeenten.

In hoofdstuk 18 van de Wet milieubeheer is sprake van een handhavingstaak. In Europa wordt een ander handhavingsregime gehanteerd. Daar wordt gewerkt met handhavingsplichten. De heer Van Middelkoop zag daarin een mogelijke bron van spanningen. Hij verzocht de minister van Justitie daar aandacht aan te schenken, in een aparte notitie of in een volgende voortgangsrapportage. Als er niets aan de hand is, kan de minister dat meteen zeggen.

Dat het streefpercentage voor het lik-op-stukbeleid wordt heroverwogen door het openbaar ministerie zou ertoe kunnen leiden dat het wordt verhoogd, maar de heer Van Middelkoop was bang dat het zou worden verlaagd. Hij vroeg welke argumenten er zijn. Hij vreesde voor een te snelle capitulatie voor een te beperkte inzet van het openbaar ministerie. Hij vernam gaarne waaruit de betere samenwerking c.q. aansturing uit hoofde van het nieuwe convenant tussen VROM en douane gaat bestaan en of daarmee financiële middelen gemoeid zijn.

Volgens de bestuursovereenkomst handhaving milieuwetgeving komen er door VROM gefinancierde servicepunten handhaving. De heer Van Middelkoop vatte het daarover vermelde zo op dat er een startsubsidie voor een jaar of drie komt, waarna de servicepunten een normaal onderdeel van het provinciale apparaat worden. Kunnen bedrijfsleven en burgers een beroep doen op de servicepunten?

De financiering van de Landelijke milieugroep zal worden gerealiseerd vanuit de korpsen. Is daarvoor voldoende geld beschikbaar? Het element inlichtingen van het MIOT zal meer bij VROM thuishoren en het element opsporingen meer bij het openbaar ministerie. Het MIOT gaat zich bezighouden met zwaar strafrechtelijk onderzoek. De heer Van Middelkoop vroeg om verduidelijking over de verdeling van bevoegdheden en de bestuurlijke positionering. Wie stuurt er aan? Kan de minister van VROM het initiatief nemen voor strafrechtelijk onderzoek?

Er leek de heer Van Middelkoop een evident overheidsbelang gemoeid met het snel uit de wereld helpen van het ontstane gebrek aan vertrouwen in milieutechnisch onderzoek. Daarop worden belangrijke beslissingen gebaseerd. Wellicht kan het RIVM een zeker toezicht uitoefenen of keurmerken verstrekken. In het opstellen van zwarte lijsten zag hij niet veel, omdat de rechtszekerheid een heel zorgvuldige manier van werken zou vergen, die te gecompliceerd wordt.

Het antwoord van de regering

De minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer achtte het nuttig om de rapportages halfjaarlijks te blijven uitbrengen. Na deze kabinetsperiode kan de Kamer zelf bezien of een andere frequentie wellicht gewenst is. In de rapportage is ook informatie te vinden over milieuhandhavingsactiviteiten van andere departementen. Vragen daarover kon hij niet direct beantwoorden. Zij komen aan de orde in de volgende halfjaarlijkse rapportage.

De servicepunten handhaving bij de provincies worden voorlopig door de nationale overheid betaald. Eigenlijk leek dit de minister een normale taak voor de provincies, maar tegenwoordig krijgt de nationale overheid bij provincies en gemeenten niets meer van de grond, ook niet als dat eigenlijk een accentuering van een bestaande taak is, als zij er geen extra geld als een soort smeergeld bij legt om iets wat stroef loopt weer op gang te brengen. De financiering van de servicepunten moet maar worden opgevat als een startkapitaal. Het is een algemeen verschijnsel bij decentralisatie. Als na een aantal jaren zich een nieuwe probleem op het gedecentraliseerde terrein voordoet, is dat een financieel probleem, doordat er onvoldoende dynamisch is geprioriteerd. Op een gegeven moment zal het servicepunt een normaal onderdeel van het provinciale apparaat worden. De verslagen over milieuhandhaving van de provincies zullen de Kamer straks via de minister gaan bereiken. Zij zal zo inzicht krijgen in de totale handhavingspraktijk en de effecten daarvan.

De minister erkende dat er langzamerhand wel veel convenanten waren. Hij vond dat ook een ingewikkelde bestuursvorm. De samenhang moet goed bewaakt worden. Het is een uitvloeisel van de algemene wens om zoveel mogelijk te decentraliseren. Hij hoopte aandacht aan de decentralisatie en aan convenanten te geven in de nota over de herziening van de Wet milieubeheer.

Het MIOT wordt een toevoeging aan de bestaande structuur, zonder de bestaande structuur geweld aan te doen. Er is een heel goede afstemming nodig, niet alleen in financiële en personele zin, maar ook van bevoegdheden. Het MIOT wordt een team binnen VROM, dat per 1 januari operationeel wordt. De minister van VROM wilde geen enkele strafrechtelijke opsporingsbevoegdheid die momenteel toebehoort aan zijn collega van Justitie. De bedoeling is dat vanuit de bij VROM aanwezige milieudeskundigheid goede, harde onderzoeken worden gepleegd, niet alleen achter het bureau, maar ook feitenonderzoek in het veld. De collega van Justitie moet dan beslissen wat met de resultaten gebeurt. Voor de rest is het een beetje een sprong in het diepe. Het MIOT kan bijvoorbeeld ook gemeentelijke bodemsaneringen onderzoeken. Prioriteiten kunnen in gezamenlijk overleg worden gesteld. De Kamer zal worden gerapporteerd, bijvoorbeeld na een jaar, in een zo goed mogelijke afstemming met de bestaande instellingen. Accountancykennis wordt geleverd door VROM, want die is al beschikbaar. De ambtenaren zijn opsporingsambtenaren binnen het departement. De regionale inspecties verlenen bijstand. Voorlopig worden geen extra mensen aangetrokken, maar vindt een herallocatie van deskundigheden binnen het departement plaats, waarvoor mensen worden vrijgemaakt. Zij gaan een aparte afdeling vormen. Het team is direct verantwoording verschuldigd aan de minister, die direct kan aansturen. Er wordt een zo goed mogelijk overleg georganiseerd tussen het MIOT en de LMG bij Justitie. De LMG gaat verkennen en het MIOT gaat uitvoeren. De minister kon zich voorstellen dat hij na overeenstemming met zijn collega Korthals een werkprogramma en taakomschrijving zou tekenen. Die kan dan aan de Kamer worden gezonden. Alle rapportage aan hem gaat door naar zijn collega. Hij was niet van plan solistisch te opereren. In de praktijk zullen zich ongetwijfeld afstemmingsproblemen voordoen, die werkende weg moeten worden opgelost. De Kamer krijgt daarover informatie. Periodiek zou hij met zijn collega Korthals over de voortgang van het werk kunnen spreken. Het MIOT valt niet onder de rijksinspectie voor de milieuhygiëne, maar werkt ermee samen. Het hoofd van het MIOT heeft direct toegang tot de minister. In bepaalde gevallen is dat directe contact er al geweest, zodat de minister op bepaalde issues direct kon reageren.

De minister had de antwoorden op de schriftelijke vragen over het rapport Wie betaalt bepaalt al getekend. Daarin is aangegeven wat het afgelopen jaar al is gedaan. Verder zijn er aanscherpingen in te vinden. Naar zijn inzicht kunnen de bureaus die zich schuldig maken aan activiteiten die niet door de beugel kunnen niet in aanmerking komen voor onderzoeken op grond waarvan beleidsbeslissingen worden genomen. Er komen steeds nieuwe lijsten van instellingen die min of meer gecertificeerd zijn voor bepaalde activiteiten, bijvoorbeeld bodemonderzoek, het bouwstoffenbesluit enz. Die lijsten worden gepubliceerd in de Staatscourant. Er zullen voorwaarden geformuleerd worden die bij die lijsten worden gepubliceerd. Die houden in dat zodra die bedrijven activiteiten blijken te plegen die niet in overeenstemming zijn met wat van hen verwacht mag worden zij weer van de lijst worden verwijderd. Ook dat wordt dan gepubliceerd in de Staatscourant. Gemeenten weten dan dat zij voor bepaalde onderzoeken niet meer terecht kunnen bij die bureaus. Er zijn thans geen lijsten van bedrijven waarvan gesteld moet worden dat zij zich schuldig hebben gemaakt aan activiteiten in strijd met de goede trouw. Het onderzoek Wie betaalt bepaalt is een goed, wetenschappelijk verantwoord onderzoek naar de praktijken in het algemeen. Indien er met onderzoeken wordt gesjoemeld, leidt dat tot verkeerde beslissingen en tot een algemeen wantrouwen in de uitgangspunten van het beleid. Uit het onderzoek zelf kunnen geen aanwijzingen worden gedistilleerd omtrent individuele bedrijven. Geconcludeerd is dat het geen aanleiding geeft tot strafrechtelijke onderzoeken of om bedrijven van de lijsten te schrappen. Men is echter gewaarschuwd. Het onderzoek is wel reden om te komen tot aanscherping van het beleid in het algemeen en in specifieke gevallen. Voor het schrappen van bedrijven dienen er uiteraard goede aanwijzingen te zijn, bijvoorbeeld afkomstig van het MIOT of de inspectie milieuhygiëne. Het desbetreffende bedrijf moet ertegen in beroep kunnen gaan. Er komen geen zwarte lijsten, want schrappen van de lijst en de publicatie daarvan is voldoende. Een overspannen marktsituatie mag voor een bedrijf geen reden zijn om te sjoemelen.

In de brief van de Zuid-Hollandse milieufederatie over het ontdoenersonderzoek worden heel onaangename dingen gezegd over de medewerkers van de minister. Hij wilde daar afstand van nemen. Hij deed echter geen tittel of jota af van zijn toezegging om een serieus onderzoek te doen starten. Hij zou de terms of reference van dit onderzoek, dat wordt uitbesteed, zo spoedig mogelijk zelf vaststellen, in de geest van wat in de commissie is gezegd. Het zal om meer gaan dan louter om melden. De Kamer krijgt de resultaten zo spoedig mogelijk. Hij omhelsde niet alles dat de heer Poppe in diens motie van
29 oktober naar voren heeft gebracht, maar hij betrok de motie zeker ook bij zijn activiteiten. Hij verzekerde dat wat vanuit de commissie naar het departement komt als uitermate relevant wordt beschouwd, zeker als hij er al eens positief op had gereageerd.

Het overbrengen van afval naar mijnen in Duitsland werd door de minister niet gezien als nuttige toepassing maar als definitieve verwijdering. Hij was er dan ook tegen. Hij was daarover echter in conflict met de Raad van State. Beroepen tegen zijn beschikkingen dienaangaande worden daar schriftelijk afgedaan, ook al schrijven zijn medewerkers iedere keer een uitvoerig verweer. Hij had besloten een bodemprocedure te beginnen, maar dat kost tijd. Daarna moet maar blijken of aanpassing van wet- en regelgeving nodig is.

De tankstations vormen een van de drie prioriteiten van de LCCM. Inmiddels zijn alle provincies en gemeenten aangeschreven. De actie zal ongeveer zes maanden duren. Sluiting van stations die in gebreke blijven is niet uitgesloten. Het moet correct gebeuren overeenkomstig de regelgeving, dus het is moeilijk te zeggen wanneer sancties kunnen worden getroffen. De Kamer zal worden gerapporteerd in het halfjaarlijkse overzicht dat in de zomer uitkomt.

Staatssecretaris De Vries heeft aangegeven waarom zij niet wil en kan vooruitlopen op internationale regelgeving omtrent de havenontvangstinstallaties. De heer Poppe kan in de plenaire vergadering de Kamer om een uitspraak vragen als hij daar niet op wil wachten.

Met de heer Klein Molekamp maakte de minister zich zorgen over de handhaafbaarheid van de toenemende regelgeving. Hij was voornemens om prioriteiten te gaan stellen. Dat leidde ertoe dat hij ingestemd had met de motie van de heer Feenstra om meer te decentraliseren. Het vraagstuk komt voorts uitgebreid aan de orde in de discussienota over de Wet milieubeheer. Over gebiedsgerichte milieuvergunningen is hij niet meer zo negatief als hij in het verleden wellicht was.

De minister had contact met Zuid-Holland en de andere provincies over de handhaving door de afzonderlijke provincies. Hij zou de Kamer uitgebreide informatie over de handhavingspraktijk van de provincies doen toekomen. Een als onrustbarend te beschouwen percentage van niet handhaafbare regelgeving moet consequenties hebben voor die regelgeving, eventueel door uitdunning.

De minister van Justitie was de leden die hun erkentelijkheid voor de in de afgelopen tijd geleverde prestaties uitten dankbaar. De betrokken partners zijn op het ogenblik zeer on speaking terms. In het verleden werkte men nog wel eens langs elkaar heen. In het kader van de juridisering en de MDW-operatie wordt bijzondere opsporingsdiensten en ook de politie steeds gevraagd op welke concrete punten in de wetgeving zich moeilijkheden voordoen. Aan de hand daarvan wordt gestreefd naar verheldering en verbetering van de wetgeving. Hoewel Justitie bij uitstek het ministerie is dat een repressief beleid voert, dient zeker in eerste instantie preventief milieubeleid te worden gevoerd, zodat repressief optreden niet nodig is.

Indien overheden of partners zich niet aan convenanten houden, kan er niet gehandhaafd worden, want dan is er geen wettelijk voorschrift overschreden. In de nieuwe Wet milieubeheer zal het verplichtend karakter van de convenanten aan de orde komen. Ook kan indien convenanten niet voldoen wet- en regelgeving plaatsvinden. Indien iemand zich niet aan een convenant houdt, kan hij er natuurlijk wel moreel op aangesproken worden. Civielrechtelijke aansprakelijkheden kunnen wel worden afgedwongen, maar voorkomen zou moeten worden dat overheden voortdurend met elkaar in civielrechtelijke procedures verwikkeld raken.

De raad van hoofdcommissarissen heeft het voorgenomen besluit over de LMG inmiddels goedgekeurd. De raad van korpsbeheerders moet dat besluit nog bevestigen. Het MIOT zal verzoeken om brede informatievoorziening aan de LMG richten. Als het MIOT als opsporingsinstantie optreedt, valt dat optreden onder het gezag van het openbaar ministerie. Overigens moeten Justitie en VROM nog nadere afspraken maken over de taken van het MIOT.

Mr. Biezeveld heeft zijn ideeën over integrale handhaving gebaseerd op het strategiedocument milieu van het college van PG's. De minister onderschreef dat document, waarin samenwerking bij bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhaving uitgangspunt is. Elke milieuofficier gaat met dit document in de hand het lokaal overleg in.

De minister betreurde het dat streefcijfers niet worden gehaald. Eén verklaring is dat er schikkingen worden getroffen, die niet terug te vinden zijn in de CRI-statistieken. De uitgangspunten bij schikkingen zijn dat de zaak bewezen moet worden geacht en relatief ernstig is. Veelal wordt aan de schikking de voorwaarde verbonden dat de zaak wordt hersteld. Het treffen van dergelijke transacties leek de minister een heel nuttig instrument in de handhaving. Een probleem bij transacties is dat die gemakkelijker te dragen zijn voor draagkrachtigen, al zal voor hen het bedrag van de schikking ook wel hoger zijn. In het beleidsplan van de politie heeft de aanpak van de milieucriminaliteit een belangrijke plaats. Die behoort tot de basiszorg van de politie en moet dus binnen het budget van de politie geregeld worden.

Een lik-op-stukbeleid blijkt moeilijk omdat de milieuwetgeving over het algemeen vrij ingewikkeld is. Veel zaken komen daardoor in een gewone procedure. Technisch gesproken is er dan geen sprak meer van lik op stuk. De minister wilde het streefpercentage handhaven. Hij zou dat met het openbaar ministerie bespreken. Getracht kan worden de regelgeving te vereenvoudigen. Voorts zijn er prioriteiten gesteld in het beleidsplan Nederlandse politie.

Er is heel bewust voor gekozen met het MIOT niet vooruit te lopen op de nieuwe positie voor bijzondere opsporingsdiensten. Een conceptrapport over de BOD's kan binnenkort in de ministerraad worden besproken, waarna het naar de Tweede Kamer gaat. Daarna wordt er ook over het MIOT verder besloten.

Voorzover de minister nu kon nagaan voldoet Nederland aan zijn Europese verplichtingen op milieuhandhavingsgebied. De Europese regelgeving omvat geen normen voor de Nederlandse opsporingsinspanning op milieugebied.

De voorzitter stelde vast dat een nieuwe procedure voor het opstellen van de lijsten van toegelaten milieubureaus nog wordt geformaliseerd. Als dat is gebeurd, kan de commissie bezien of zij daarover een debat wil. Hij constateerde vervolgens dat op een aantal feitelijke vragen nog antwoord wordt gegeven, in de volgende voortgangsrapportage, die in januari uitkomt.

De voorzitter van de vaste commissie voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Reitsma

De voorzitter van de vaste commissie voor Justitie,

Van Heemst

De griffier van de vaste commissie voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

De Gier


1 Samenstelling:

Leden: Reitsma (CDA), voorzitter, Van Middelkoop (GPV), Witteveen-Hevinga (PvdA), Feenstra (PvdA), Verbugt (VVD), Poppe (SP), Duivesteijn (PvdA), Crone (PvdA), Augusteijn-Esser (D66), Klein Molekamp (VVD), Hofstra (VVD), ondervoorzitter, Eisses-Timmerman (CDA), Th.A.M. Meijer (CDA), Luchtenveld (VVD), Van Wijmen (CDA), Kortram (PvdA), Van der Knaap (CDA), Ravestein (D66), Van der Steenhoven (GroenLinks), Van Gent (GroenLinks), Oplaat (VVD), Van der Staaij (SGP), Schoenmakers (PvdA), Waalkens (PvdA), Udo (VVD)

Plv. leden: Leers (CDA), Stellingwerf (RPF), Dijksma (PvdA), Valk (PvdA), Essers (VVD), De Wit (SP), Van Heemst (PvdA), De Boer (PvdA), Scheltema-de Nie (D66), Van Beek (VVD), Geluk (VVD), Visser-van Doorn (CDA), Schreijer-Pierik (CDA), Blok (VVD), Biesheuvel (CDA), Bos (PvdA), Van den Akker (CDA), Giskes (D66), M.B. Vos (GroenLinks), Halsema (GroenLinks), Niederer (VVD), Van 't Riet (D66), Spoelman (PvdA), Hindriks (PvdA)


2 Samenstelling:

Leden: Van de Camp (CDA), Biesheuvel (CDA), Swildens-Rozendaal (PvdA), Kalsbeek (PvdA), Scheltema-de Nie (D66), Zijlstra (PvdA), Apostolou (PvdA), Middel (PvdA), Van Heemst (PvdA), voorzitter, Dittrich (D66), ondervoorzitter, Rabbae (GroenLinks), Rouvoet (RPF), Van Oven (PvdA), O.P.G. Vos (VVD), Van Wijmen (CDA), Patijn (VVD), De Wit (SP), Ross-van Dorp (CDA), Niederer (VVD), Nicolaï (VVD), Halsema (GroenLinks), Weekers (VVD), Van der Staaij (SGP), Wijn (CDA), Brood (VVD)

Plv. leden: Balkenende (CDA), Verhagen (CDA), Wagenaar (PvdA), Arib (PvdA), Van Vliet (D66), Duijkers (PvdA), Kuijper (PvdA), Albayrak (PvdA), Barth (PvdA), Hoekema (D66), Karimi (GroenLinks), Schutte (GPV), Santi (PvdA), Van den Doel (VVD), Rietkerk (CDA), Rijpstra (VVD), Marijnissen (SP), Buijs (CDA), Van Baalen (VVD), Van Blerck-Woerdman (VVD), Oedayraj Singh Varma (GroenLinks), De Vries (VVD), Van Walsem (D66), Eurlings (CDA), Kamp (VVD)

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

Deel: ' Tweede Kamer verslag overleg milieuwethandhaving '




Lees ook