Ministerie van VWS

Uitbreiding kinderopvang met circa 71.000 plaatsen

Dinsdag 8 juni 1999, persbericht nummer 54

De kinderopvang wordt in de periode 1999-2002 uitgebreid met circa 71.000 plaatsen. Het merendeel van de plaatsen moet worden gerealiseerd in de buitenschoolse opvang voor 4 tot 12-jarigen: 43.000 plaatsen; de kinderopvang voor 0 tot 4-jarigen wordt uitgebreid met 28.000 plaatsen. Voor de uitbreiding is een bedrag beschikbaar dat oploopt tot 250 miljoen gulden in 2002.

Dit staat in de beleidsbrief kinderopvang die staatssecretaris Vliegenthart (VWS) met staatssecretaris Verstand (SZW) en staatssecretaris Vermeend (Financiën) dinsdag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Met verschillende maatregelen willen de bewindslieden de komende jaren een aanzienlijke uitbreiding van de huidige capaciteit realiseren, alsmede verbetering van de kwaliteit.

De uitbreiding van de capaciteit vindt - net als beginjaren negentig - plaats via een subsidieregeling voor gemeenten. Die wordt deze zomer van kracht. De budgetten voor kinderopvang zijn structureel beschikbaar. De capaciteit die de komende jaren wordt opgebouwd, kan dus ook daarna gefinancierd worden.

Naast de subsidieregeling, worden de fiscale regelingen voor ouders en voor werkgevers verbeterd. Ook komt er 10 miljoen gulden extra voor verdubbeling van het waarborgfonds ten behoeve van investeringen in kinderdagverblijven. In 2000 wordt een nieuwe Wet Basisvoorziening Kinderopvang bij de Tweede Kamer ingediend. De betrokken bewindslieden willen daarop vooruitlopend nog dit jaar een convenant sluiten met partijen betrokken bij de kinderopvang.

Uitbreiding middels subsidieregeling gemeenten

Steeds meer ouders combineren de zorg voor kinderen met betaalde arbeid of willen dat combineren. Dit leidt tot een toenemende vraag naar meer en betere kinderopvang, bijvoorbeeld ook bij sectoren met knelpunten op de arbeidsmarkt zoals zorg en onderwijs.

De kinderopvang in Nederland telde in 1997 ongeveer 89.000 plaatsen: 66.000 voor 0 tot 4-jarigen en 23.000 voor 4 tot 12-jarigen. Er bestaan grote wachtlijsten. Om die reden is in het huidige regeerakkoord 400 miljoen gulden extra uitgetrokken voor de kinderopvang, te weten 250 miljoen gulden extra voor subsidies en 150 miljoen voor fiscale faciliteiten. Het kabinet verwacht hiermee 32.000 gesubsidieerde plaatsen en 39.000 door bedrijven betaalde plaatsen te creëren.

Gemeenten krijgen een centrale rol bij de uitbreiding van de gesubsidieerde plaatsen. Hiervoor komt een subsidieregeling uitbreiding kinderopvang en buitenschoolse opvang op grond van de Welzijnswet. De bestaande, tijdelijke regeling voor buitenschoolse opvang uit 1997 wordt hierin opgenomen. Gemeenten krijgen een vast bedrag per plaats uitbreiding van de capaciteit; na afloop moeten gemeenten aantonen dat zij ook het afgesproken aantal plaatsen hebben gerealiseerd.

Fiscale maatregelen en ouderbijdrage

De fiscale voorzieningen voor kinderopvang worden zowel voor ouders als werkgevers verbeterd. Hiervoor is een bedrag beschikbaar, oplopend tot 150 miljoen gulden in 2002.

Werkgevers mogen op grond van de wet afdrachtvermindering kinderopvang (WVA) kosten voor kinderopvang aftrekken. Met ingang van 1999 is het percentage aan kosten voor kinderopvang dat werkgevers fiscaal mogen compenseren, verhoogd van 20 naar 30 procent. Dit percentage wordt met ingang van 2001 verder verhoogd; Het percentage moet nog nader bepaald worden. Hiermee worden werkgevers gestimuleerd meer kinderopvangfaciliteiten voor werknemers tot stand te brengen.

De aftrekmogelijkheden voor ouders worden in 2000 verruimd. Het plafond voor aftrekbare uitgaven wordt verhoogd van 11.000 naar 19.000 gulden, de feitelijke kostprijs van een kinderopvangplaats. Alleen het meerdere boven de geadviseerde inkomensafhankelijke ouderbijdrage is aftrekbaar. Van deze verruiming profiteren vooral zelfstandigen - die veelal alles zelf betalen - en ouders bij wie de werkgever niet of niet voldoende bijdraagt aan kosten voor kinderopvang.

Ouders dragen jaarlijks zo'n 600 miljoen bij aan de kinderopvang. Het kabinet wil de ouderbijdragen wettelijk regeling; op dit moment bestaat er slechts een vrijwlillige adviestabel van VWS. Er is onderzoek gestart naar het feitelijk functioneren van de ouderbijdragen, met name ook naar de hoogte van de kosten voor lagere en middeninkomens. Op grond hiervan zal het kabinet voorstellen doen voor nieuwe tarieven en een nieuw wettelijk systeem als onderdeel van de Wet Basisvoorziening Kinderopvang.

Wet Basisvoorziening Kinderopvang

De voorgenomen maatregelen zullen uiteindelijk neerslaan in een nieuwe Wet Basisvoorziening Kinderopvang waartoe in het regeerakkoord is besloten. Dit najaar worden de contouren van de nieuwe wet naar de Tweede Kamer gestuurd. De wet wordt in 2000 bij het parlement ingediend en moet in 2002 van kracht worden.

Ten behoeve van de nieuwe wet wordt onderzocht of een meer uniforme financiering van de kinderopvang mogelijk is, waarbij de rol van werkgevers en ouders wordt versterkt. Daarbij wordt ook gekeken of het mogelijk is de bijdrage van werkgevers in de kosten van kinderopvang niet meer afhankelijk te laten zijn van de ouderbijdrage die de werknemers betalen. Ouders betalen over het algemeen een eigen bijdrage die afhankelijk is van de hoogte van het inkomen. Daardoor is kinderopvang relatief duur voor werkgevers in sectoren met lager betaalde werknemers. Een mogelijkheid is dat naast de werkgever ook de fiscus ouders een inkomensafhankelijke compensatie geeft.

In de nieuwe wet worden ook regels opgenomen over de kwaliteit van de opvang en het toezicht op kinderdagverblijven. Op dit moment bestaat er een tijdelijke regeling op grond van de Welzijnswet, waarbij het toezicht ligt bij de gemeenten. Negentig procent van de gemeenten maakt daar ook werk van. In overleg met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten wordt de kwaliteit van het toezicht verder verbeterd.

Deel: ' Uitbreiding kinderopvang met circa 71.000 plaatsen '




Lees ook