Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen

Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, directie Voorlichting
Datum: 05-07-1999

Persbericht
Nummer: 93

Uitbreiding tegemoetkoming studiekosten: tweede fase Meer geld voor meer mensen

Vanaf het schooljaar 2001-2002 kunnen ook gezinnen met een belastbaar inkomen boven de 52.023 gulden een beroep doen op de Wet tegemoetkoming studiekosten. Tot een inkomen van 52.023 hebben de gezinnen recht op een volledige bijdrage en daarboven is er een glijdende schaal (hoe hoger het inkomen, hoe lager de bijdrage). Het aantal gezinnen dat recht heeft op een bijdrage in de studiekosten stijgt hierdoor met meer dan de helft. Voor gezinnen met meer schoolgaande kinderen is de vergoeding hoger (telkindersystematiek). Teruggave van het lesgeld tijdens het schooljaar wordt mogelijk. Het lesgeld wordt vanaf het schooljaar 2000-2001 jaarlijks geïndexeerd.

De ministerraad is vandaag met de nota 'Meer voor meer' van minister drs. L.M.L.H.A. Hermans (OCenW) akkoord gegaan. De minister beschrijft in deze nota zijn vervolgplannen hoe meer mensen een bijdrage in de studiekosten kunnen krijgen, waarbij de armoedeval wordt voorkomen. Dit is één van de doelstellingen uit het regeerakkoord. In oktober 1998 kwam de minister met de eerste fase; per 1 augustus 1999 de inkomensgrens voor een bijdrage in de studiekosten verhogen naar 52.023 gulden en de bijdrage zelf verhogen met 150 gulden. Door deze eerste fase komen ongeveer 77.000 ouders extra in aanmerking voor een bijdrage en bij de tweede fase nog eens 90.000 ouders. Met ingang van het schooljaar 2001-2002 zullen ongeveer 355.000 ouders (nu ongeveer 209.000) in aanmerking kunnen komen voor een (gedeeltelijke) vergoeding voor studiekosten en het lesgeld.

Ouders met kinderen van 12 tot en met 15 jaar in het voortgezet onderwijs krijgen met een belastbaar inkomen van 52.023 gulden een volledige bijdrage van 968 gulden per jaar. Vanaf het inkomen 52.023 wordt de bijdrage minder naarmate het inkomen hoger wordt. De grens waarop geen bijdrage meer wordt verstrekt, ligt voor de ouders met één kind bij 56.000 gulden, met twee kinderen bij 60.000 gulden en met drie kinderen bij 64.000 gulden. De inkomensgrenzen voor ouders van kinderen in het voortgezet onderwijs van 16 jaar en ouder liggen hoger. De ouders krijgen naast een (gedeeltelijke) bijdrage in de studiekosten ook een (gedeeltelijke) vergoeding voor het lesgeld. De grens waarop niets meer wordt verstrekt, ligt bij één kind op 63.000 gulden, bij twee kinderen op 74.000 gulden en bij drie kinderen op 85.000 gulden.

Voor ouders met kinderen in het middelbaar beroepsonderwijs tot 16 jaar geldt dat zij bij een belastbaar inkomen van 52.023 gulden een volledige bijdrage krijgen van 1449 gulden per jaar. De grens waarop niets meer wordt verstrekt, ligt bij één kind op 58.000 gulden, bij twee kinderen op 64.000 gulden en bij drie kinderen op 70.000 gulden. Is het kind tussen de 16 en 18 jaar dan krijgen de ouders naast een (gedeeltelijke) bijdrage in de studiekosten ook een (gedeeltelijke) vergoeding voor het lesgeld. De grens waarop niets meer wordt verstrekt, ligt bij één kind op 65.000 gulden, bij twee kinderen op 78.000 gulden en bij drie kinderen op 91.000 gulden. Leerlingen in het middelbaar beroepsonderwijs van 18 jaar en ouder krijgen studiefinanciering.

Verhoging tegemoetkoming
De tegemoetkoming in de studiekosten in het voortgezet onderwijs voor inkomens tot ongeveer 40.000 gulden wordt met 50 of 100 gulden verhoogd. De bijdrage gaat dan omhoog van 968 gulden per jaar naar 1018 gulden of 1068 gulden per jaar. Welk bedrag het wordt, hangt sterk af van de resultaten van een Nibud-onderzoek, waarbij wordt gekeken naar de kosten per schoolsoort, denominatie, laagste en hoogste leerjaren, e.d.. Voor de inkomensgroep tot 40.000 gulden zal de bijdrage dan bijna kostendekkend zijn. Voor dit doel wordt maximaal 16 miljoen gulden gereserveerd. Na de zomer komen de resultaten van het onderzoek beschikbaar. Voor het middelbaar beroepsonderwijs hoeft de bijdrage naar verwachting niet omhoog te gaan.

Lesgeld
Ouders betalen lesgeld voor schoolgaande kinderen die aan het begin van het schooljaar 16 jaar of ouder zijn. De huidige systematiek van drie jaarlijkse herijking van het lesgeld heeft ongelijkmatige, schoksgewijze (en daardoor forse) verhogingen tot gevolg. Voor het schooljaar 1999-2000 stijgt het lesgeld met 268 gulden naar 1775 gulden per jaar. Voorgesteld wordt het lesgeld jaarlijks te indexeren op een wijze die nauw aansluit bij de wijze waarop het collegegeld wordt geïndexeerd.
Melden ouders hun kind in de loop van het schooljaar aan, dan moeten zij toch het volledige lesgeld betalen. Ouders kunnen alleen in bijzondere gevallen (overlijden of ernstige ziekte) het lesgeld terug krijgen. Voorgesteld wordt om de teruggave regeling zoveel mogelijk aan te laten sluiten bij de regeling van het collegegeld. Een leerling die tussentijds de school met een diploma verlaat, krijgt een gedeelte van het lesgeld terug.

Peiljaar
Het belastbaar inkomen van de ouders in een bepaald jaar bepaalt of er een tegemoetkoming in de studiekosten wordt gegeven. Voorbeeld: bij een aanvraag voor een bijdrage in 1999 wordt gekeken naar het belastbaar inkomen van de ouders in 1996. Het peiljaar voor 1999 is dus 1996. Er wordt nu voorgesteld het peiljaar één jaar op te schuiven. Dat betekent dat bij een aanvraag in 1999 niet meer wordt gekeken naar het inkomen in 1996 maar naar het inkomen in 1997.

Financiën
Op dit moment wordt op jaarbasis ongeveer 425 miljoen gulden uitgegeven aan de Wet tegemoetkoming studiekosten. In het Regeerakkoord van 1998 is vastgelegd dat hiervoor vanaf 2002 het budget structureel met 250 miljoen gulden wordt verhoogd.

Deel: ' Uitbreiding tegemoetkoming studiekosten '




Lees ook