gemeente hoorn

parkeergeschil

de belastingkamer van het gerechtshof te amsterdam heeft wederom een uitspraak gedaan in het langlopende geschil tussen de heer d.j. gouwetor (optredend namens een aantal bedrijven) en de gemeente hoorn over de rechtsgeldigheid van het systeem van parkeervergunningen. de uitspraak heeft betrekking op diens beroep tegen de belasting voor een bedrijfsparkeervergunning voor 1997.

de gemeente hoorn hanteert voor de binnenstad een stelsel, waarin aparte parkeervergunningen bestaan voor bewoners en voor bedrijven die kunnen aantonen dat het in het belang van de bedrijfsvoering noodzakelijk is een voertuig binnen handbereik te hebben. voor deze vergunningen gelden verschillende tarieven. met het onderscheid beoogt de gemeente wenselijke situaties (zoals in de nabijheid van de woning kunnen parkeren) te stimuleren en minder gewenst gedrag (zoals het overdag onnodig beschikbaar houden van bedrijfsvoertuigen in het betaald-parkerengebied) af te remmen. de heer gouwetor is van mening dat het de gemeente niet vrij staat om bewoners en lager tarief in rekening te brengen dan bedrijven. hij vindt het tarief voor bedrijven (in 1997 ƒ 519,- per jaar) te hoog in vergelijking met het tarief voor bewoners (in 1997 ƒ 32,40).

het gerechtshof geeft de gemeente hoorn gelijk en gaat akkoord met het heffen van een afzonderlijk, laag tarief voor bewoners en een hoger tarief voor ondernemers. het hof is van mening dat het hoorn vrij staat op deze wijze het parkeergedrag van verschillende groepen personen te beïnvloeden en daarmee het parkeren in de binnenstad effectief te reguleren.
bovendien is het hof van mening dat de tarieven in absolute bedragen niet zodanig verschillen, dat sprake is van willekeur; voor dit verschil bestaat een redelijke en objectieve rechtvaardiging.

Deel: ' Uitspraak in Hoorns parkeergeschil '




Lees ook