Ministerie van Buitenlandse Zaken


Uitspraak van de Minister van Ministerie van Buitenlandse Zaken 27-04-1999

MINISTER VAN AARTSEN OVER KOSOVO (RADIO 1 D.D. 23 APRIL 1999)

Bericht van Ministerie van Ministerie van Buitenlandse Zaken

JOURNALIST:

Wat klopt er van die berichten dat de Russische bemiddeling in de Kosovo crisis iets op zou leveren. Belgrado dat bereid zou zijn een internationale vredesmacht toe te staan in Kosovo onder toezicht van de VN. Of het nu gaat om troepen of om waarnemers dat is niet helemaal duidelijk. De Russische oud premier Tsjernomyrdin, speciaal gezant gemaakt, kwam met dat nieuws naar buiten na zijn bezoek aan de Joegoslavische president Milosevic. Onze correspondent Gert-Jan Dennekamp is in Washington voor het 50 jarig bestaan van de NAVO. En daar vroeg hij minister van Buitenlandse Zaken van Aartsen "Wat nu?".

VAN AARTSEN:

Ik denk dat wij als NAVO landen met elkaar verder kunnen komen

door nog eens scherper te omlijnen hoe die vijf punten nu precies ingevuld moeten worden, want we hebben die vijf punten nu opgeschreven. Dat zijn de hoofdlijnen waarlangs een oplossing gevonden moet worden, ondersteund door de Europese Unie, ondersteund door de Secretaris Generaal van de VN. Maar het is denk ik goed om ons ook rekenschap te geven van de vraag hoe nu precies, zowel het begin als het einde, zich moet ontrollen.

DENNEKAMP:

Die vijf punten komen erop neer dat Milosevic zijn troepen moet terugtrekken, dat de vluchtelingen moeten kunnen terugkeren en er een internationale troepenmacht moet kunnen toezien op het handhaven van het bestand, om het zo maar even te zeggen. Hoe ziet u daar dan een opening in, want het zijn toch vijf keiharde eisen?

VAN AARTSEN:

Het begin zal moeten zijn dat president Milosevic werkelijk een begin maakt met de terugtrekking van zijn leger en politie-eenheden uit Kosovo. Dat wij dat kunnen vaststellen dat dat gebeurt. Dat betekent dat waarschijnlijk vliegtuigen laag moeten kunnen vliegen, zonder dat ze beschoten worden, die kunnen vaststellen dat er inderdaad van een terugtrekking sprake is. En er zal dus een begin moeten zijn van waarnemers begeleid door troepen die Kosovo in kunnen. Als dat zou gebeuren, als Milosevic dat zou kunnen onderschrijven, dan heb je ook een moment waarop de NAVO kan zeggen, nu gaan we toe naar een opschorting van de luchtcampagne. Maar helaas, helaas, zijn wij daar nog steeds niet.

DENNEKAMP:

Maar als Milosevic zou zeggen "Ik ben bereid de troepen terug te trekken" dan is de consequentie van het verhaal wat u daarnet hield, dat de NAVO dan moet kunnen instemmen met een tijdelijk staakt het vuren, met een tijdelijk staken van bombardementen zodat inderdaad die verificatie kan plaatsvinden.

VAN AARTSEN:

Wij zullen moeten vaststellen dat hij inderdaad doet wat hij dan zou zeggen dat hij zou willen doen. We kunnen echt niet alleen op een stuk papier of een handtekening van Milosevic afgaan. Er zal werkelijk moeten kunnen worden vastgesteld dat hij een begin maakt met het terugtrekken van zijn troepen. Alleen dan kan er sprake zijn van voorlopige opschorting van de luchtcampagne. Maar voorlopig zitten we, helaas zeg ik, in de fase waarin we hier in Washington ook moeten spreken over het intensiveren van de luchtcampagne omdat Milosevic het vertikt om een begin te maken met het nakomen van de vijf punten van EU, NAVO en VN.

© 1998 minbuza@minbuza.nl

Deel: ' Uitspraak minister van Aartsen over Kosovo '




Lees ook