Ministerie van Buitenlandse Zaken


Uitspraak van de Minister van Ontwikkelingssamenwerking 09-03-1999

UITSPRAKEN MINISTER HERFKENS TIJDENS EEN DEBAT VAN DE EVERT VERMEER STICHTING

Bericht van Ministerie van Ontwikkelingssamenwerking

Landenbeleid Herfkens: regeringen moeten zichzelf runnen.

"De bijstandsmoeder moet niet belasting betalen om de elite in ontwikkelingslanden rijk te houden."

Uitspraken minister Herfkens voor Ontwikkelingssamenwerking over haar nieuwe beleid, tijdens een debat van de Evert Vermeer Stichting met Michel van Hulten, Beurs van Berlage, Amsterdam, 9 maart 1999.

De vernieuwingen in het beleid gaan om de selectie van landen waarmee Nederland in de toekomst een bilaterale (van regering tot regering) structurele (langdurige) ontwikkelingsrelatie aangaat. Van de begroting van Ontwikkelingssamenwerking (6,8 miljard gulden)

De lijst met namen van de landen en een toelichting op de criteria die zijn gebruikt om de landen te selecteren vindt u elders op deze site, onder:

Actualiteit, Parlementaire Brieven (brief van 26 februari 1999) en Persberichten (nummer 3, 26 februari 1999).

Over het waarom van het selecteren van minder landen waarmee Nederland een ontwikkelingsrelatie van regering tot regering wil onderhouden:

Herfkens: "Het Regeeraccoord heeft niet goed uitgepakt voor Ontwikkelingssamenwerking. Door de bezuiniging en de efficiencykorting op de overheid moet ik het doen met minder menskracht. En bij de afnemende internationale hulpstromen moet je met Ontwikkelingssamenwerking ook doelmatiger worden. Het PvdA-verkiezingsprogramma zei hierover dat Ontwikkelingssamenwerking effectief dient te zijn. We moeten lessen trekken uit het verleden over de kwaliteit van de hulp."

Ontwikkelingslanden moeten aan het criterium van goed beleid voldoen willen ze in aanmerking komen voor plaatsing op de lijst van landen waarmee Nederland een regering-tot-regering ontwikkelingsrelatie onderhoudt:

Herfkens: "De belangrijkste les uit de hulp van regering tot regering, waar we het vanavond hier over hebben, is: goed beleid van een ontwikkelingsland kun je niet kopen met hulp. Als de regering geen prioriteit aan armoedebestrijding geeft, dan heeft hulp bij armoedebestrijding geen zin.

Goed beleid houdt in een degelijk macro-economisch beleid en een goed sociaal-economisch beleid, gerichte steun aan armoedebestrijding.

Als een regering al jarenlang niet doet met het geld wat je hebt afgesproken te doen, armoedebestrijding, dan moet dat op een dag consequenties hebben. Dan is het tijd om te zeggen 'het spijt me, maar zo zijn we niet getrouwd.'

De bijstandsmoeder moet niet belasting betalen om de elite in ontwikkelingslanden rijk te houden."

Landen moeten ook voldoen aan het criterium van goed bestuur:

Herfkens: "Dit is een lastig criterium. Geen corruptie, participatie door mensen in de besluitvorming die over die mensen gaat, democratie, mensenrechten, dat zijn dus mannen- en vrouwenrechten, milieubeleid, enzovoort. Beleid en bestuur is nergens perfect. Ambtenaren zijn bijvoorbeeld makkelijk om te kopen als ze hun kinderen niet kunnen voeden.

Het gaat me dan ook niet om de foto, maar om de film, de trend. Is er de politieke wil om het beter te doen?

Jemen bijvoorbeeld is het slechtste land om als vrouw geboren te worden. De kans dat je daar als twaalfjarig meisje een kind krijgt is er het grootst, dat je na het eerste jaar na je geboorte nog leeft het kleinst, dat je niet kunt lezen het grootst. Onze bijdrage draagt eraan bij dat er meer meisjes naar school gaan."

Volgens Michel van Hulten komt haar keuze niet overeen met de lijst van minst corrupte landen van Transparancy International:

Herfkens: "Dan moet je je geld dus aan Denemarken geven. Moçambique heeft de corrupte douane drastisch gesaneerd. Dat geeft meer inkomsten dan de gehele Nederlandse hulp bij elkaar. Regeringen die dat willen doen, daar wil ik mee samenwerken."

Landen moeten zelf zoveel mogelijk de besteding van de hulpgelden in handen kunnen hebben.

Herfkens: "Regeringen moeten zichzelf runnen. Ownership (eigen zeggenschap, red.) matters. Ontwikkelingssamenwerking werkt zo veel beter op basis van de behoefte van de ontvanger. Je moet ontwikkelingslanden niet teveel voor de voeten lopen met je eigen hobby's. Je moet naar de regeringen luisteren.

Idealiter betekent dat dat je een 'blanco cheque' geeft aan de ontvangende regering. Idealiter wel. Maar er is een aantal voorwaarden die eerst moeten worden vervuld: ten eerste moet je het eens worden over de prioriteiten. Je steunt de regeringen in bepaalde sectoren, maar armoedebestrijding blijft de voorwaarde voor hulp uit ontwikkelingssamenwerking. Wordt het geld daarvoor aangewend? Ten tweede moet de cheque niet terechtkomen bij de minister van Defensie van het land. Dat vraagt om transparantie in de financiën van de overheid. Ten derde is het belangrijk dat je niet alleen de regering in de hoofdsteden steunt. Het is belangrijk dat het zo dicht mogelijk bij de mensen terechtkomt. Zoveel mogelijk decentralisatie dus, waarbij ontwikkelingssamenwerking kan worden ingezet voor de versterking van lokaal bestuur.

Negentien landen krijgen van mij de voordeel van de twijfel. Daar gaan we samenwerken in sectoren met de ministeries, op basis van hun beleid."

Michel van Hulten: "Als de cheque niet terecht moet komen bij de minister van defensie van het land, hoe kan de minister dan India steunen, terwijl het een defensiebegroting heeft van 11 miljard dollars?"

Herfkens: "India is lastig. Het heeft tegelijkertijd het grootste aantal armen, de samenwerking van donoren onderling en met de overheid loopt er goed, en je weet dat het wel of niet geven van hulp geen effect heeft op de kernwapenwedloop van de regering van India. Ontwikkelingssamenwerking heeft er effect. Dit is dus een afweging die je maakt. Als de Tweede Kamer het anders wil, dan is dat ook oké."

Landen moeten ook een uitgesproken behoefte hebben aan hulp:

Herfkens: "Dat betekent vooral landen in sub-Sahara Afrika, de minst ontwikkelde landen. De Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties heeft aangegeven dat minstens 50 procent van de ontwikkelingsgelden daar naartoe zou moeten gaan.

Wat is het punt van Ontwikkelingssamenwerking als al het geld naar de Costa Rica's gaat? Costa Rica behoort bij lange na niet tot de armste landen.

Onze gulden moet alleen wel een toegevoegde waarde hebben. Daarom gaan we bijvoorbeeld niet verder in Kaap Verdië, Nepal, Guinnée bissau, en Ivoorkust. Daar zitten al zoveel donoren...."

Er wordt niet alleen maar gekeken naar het BNP per capita inkomen:

Herfkens: "We kijken of een land in aanmerking komt voor een zachte lening bij de Wereldbank. Dat zijn namelijk de landen die geen andere financieringsbronnen hebben, die niet kunnen lenen op de internationale kapitaalmarkt. Zij nemen internationale kredietwaardigheid maar ook goed beleid en goed bestuur in hun voorwaarden mee.

Als internationale hulpstromen afnemen, de middelen schaarser worden, dan moet je die landen nemen die geen andere keuze hebben, die van de hulp afhankelijk zijn, die niet op de kapitaalmarkt kunnen lenen, die het het hardst nodig hebben."

De landenlijst is niet statisch:

Herfkens: "De lijst is niet in marmer gebeiteld. Ethiopië en Eritrea bijvoorbeeld, daar gaan we eerst eens zien hoe het conflict afloopt. Je kijkt dus ook naar de politieke ontwikkelingen in het land."

Niet alleen de regering-tot-regering, brede ontwikkelingsrelatie wordt geconcentreerd in een aantal landen. Ook op de specifieke deelterreinen van het bedrijfslevenprogramma van ontwikkelingssamenwerking, het milieu, en op het gebied van mensenrechten, vredesopbouw en goed bestuur gaat Herfkens nog met een beperkt aantal overheden samenwerken:

Herfkens: "In het bedrijfslevenprogramma heb ik het aantal landen tot eenderde teruggebracht en vind ik bovendien dat meer geld beter naar de armste landen kan gaan. Verder ga ik de exportbevordering die vooral een effect op de korte termijn heeft ombuigen naar de subsidiëring van lange termijn investeringen.

Het milieuprogramma is er bijvoorbeeld op gericht om in die landen een goed milieubeleid helpen op touw te zetten. In 19 landen alleen halen we niet de afspraak om 0,1 procent van de begroting van Ontwikkelingssamenwerking aan milieu te besteden. Maar bijvoorbeeld het tropisch regenwoud komt buiten die landen voor en daar willen weveel aan blijven doen. Op het terrein van mensenrechten, vredesopbouw en goed bestuur ga ik het beleid van Jan Pronk voortzetten, die met name internationaal ook vooruitliep met de benadering van de vraag hoe je met conflicten omgaat. We werken daarom samen met regeringen van Rwanda, Cambodja en Bosnië, regeringen die moeite doen om tot verzoening en wederopbouw te komen, en dus niet met Liberia en Sudan. Daar werken uitsluitend niet-gouvernementele organisaties, maar doen wij niets via de regeringen."

Maar is het opleggen van criteria van onze kant niet gelijk aan het opleggen van onze waarden en normen?, vroeg iemand uit het publiek.

Herfkens: "Mensenrechten respecteren, participatie van mensen in beslissingen die hen treffen, vrije media, een onafhankelijke rechtspraak, dit zijn dermate basale zaken dat ze als voorwaarde stellen niets van doen heeft met het opleggen van ons eigen systeem."

Waarom krijgt China dan steun?

Herfkens: "Voor China ligt er een pakket Kok (de minister-president heeft bij zijn bezoek het land steun toegezegd in de vorm van het ondersteunen van ontwikkelingsrelevante exporttransacties, oret, red.). De naam geeft al aan dat het een zeker onomkeerbaar karakter draagt. Dat pakket loopt tot 2002. Daar houden we ons aan."

Als alle landen deze exercitie gaan doen, krijg je dan niet weer die situatie waar de minister bang voor is, dat alle donoren maar in een paar landen werken?

Herfkens: "Ik ben niet bang voor het ontstaan van donordarlings. Want tegelijkertijd is er goed nieuws: Ontwikkelingslanden moeten bij de besten behoren. Bovendien heeft sub-Sahara Afrika een gigantische absorptiecapaciteit."

Waarom wil de minister minder doen aan het uitzenden van deskundigen, terwijl dit volgens Van Hulten juist een belangrijke vorm van samenwerking van mensen hier en mensen daar is?

Herfkens: "Uitzenden van deskundigen is een ouderwetse manier van aan ontwikkelingssamenwerking doen. Donoren runnen in vele landen hele regio's. Dat gaat me echt te ver. Een professor die ik in Moçambique sprak werkt nu onder de leiding van een witte, die student bij hem was, omdat die uit een donorland komt. Deze werkwijze schaadt mensen daar in hun waardigheid. Donoren die alles runnen maken de lokale institutionele capaciteit kapot. Eigenlijk zouden deskundigen ergens een paar jaar assistentie moeten verlenen, kennis overdragen, en dan weg."Minister Herfkens over Medefinancieringsorganisaties en de landenselectie

© 1998 minbuza@minbuza.nl

Deel: ' Uitspraken Herfkens over beleid Ontwikkelingssamenwerking '




Lees ook