UNICEF roept noodtoestand uit: 13 miljoen aidswezen

Datum uitgave: 01-12-1999

Embargo tot 1 december, 15.30 uur

UNICEF: Aids-crisis vraagt om uitroepen wereldwijde noodtoestand Eind 2000 naar schatting 13 miljoen weeskinderen door aids

In veel ontwikkelingslanden worden steeds meer jonge kinderen het slachtoffer van de ingrijpende gevolgen van de aids-epidemie. Volgens een nieuw UNICEF/UNAIDS-rapport zullen eind 2000 naar schatting 13 miljoen kinderen hun moeder of beide ouders aan de ziekte verloren hebben. 10,4 miljoen van hen zijn op dat moment nog onder de 15 jaar. UNICEF vindt dat wereldwijd de noodtoestand moet worden uitgeroepen en dat regeringen uit zowel het Zuiden als het Westen ingrijpende maatregelen moeten nemen. Daarom roepen UNICEF en UNAIDS op 1 december, Wereldaidsdag, de internationale gemeenschap dringend op tot actie voor deze verborgen categorie aids-slachtoffers.

Tot nu toe is de meeste aandacht gegaan naar de cijfers voor HIV/Aids-gevallen, en is de schrijnende situatie van de aids-weeskinderen onderbelicht gebleven. De omvang van dit probleem is onvoorstelbaar, aldus UNICEF-directeur Carol Bellamy. Voor het begin van de aids-epidemie was zon 2% van alle kinderen in ontwikkelingslanden wees. In 1997 was dat cijfer in veel Afrikaanse landen gestegen naar 7% - in sommige landen is het zelfs al 11%. Vorige week nog bleek uit nieuwe cijfers van UNAIDS dat inmiddels 33,6 miljoen mensen met HIV zijn besmet. Zeventig procent daarvan woont in de Afrikaanse landen onder de Sahara. Het einde van de tragedie is dus nog lang niet in zicht en de schaal ervan zal alleen nog maar toenemen, met alle gevolgen voor jonge kinderen vandien.

Het UNICEF/UNAIDS-rapport 'Children orphaned by AIDS': Front-line responses from Eastern and Southern Africa beschrijft de situatie van aids-wezen in het algemeen en hoe er met deze problematiek wordt omgegaan in Botswana, Malawi, Zambia en Zimbabwe. Kille cijfers kunnen nooit recht doen aan de dramatische gevolgen voor kinderen als een of beide ouders aan aids overlijden. Om te beginnen is het getuige zijn van een langzame, pijnlijke dood van een ouder een ingrijpende, en in veel gevallen traumatische ervaring. De oudste kinderen krijgen de zorg voor zowel de zieke ouder als voor jongere broers en zusjes. Bovendien komt er geen of veel minder geld binnen, terwijl de uitgaven voor medicijnen en medische zorg juist toenemen.

Na de dood van hun ouders staan veel kinderen er totaal alleen voor. In Afrika werden wezen traditioneel opgevangen in de zogenaamde 'extended family', maar door aids worden hele familienetwerken weggevaagd. Degenen die overblijven, vaak de grootouders, hebben absoluut niet de middelen om de aidswezen op te vangen. Zo ontstaan in veel Afrikaanse landen kinderhuishoudens, waar het oudste kind verantwoordelijk is voor jongere broers en zusjes. Deze kinderhuishoudens leiden in veel gevallen een marginaal bestaan. Er is geen geld voor school, de kinderen krijgen te weinig te eten en leven bovendien vaak vanwege de algemene angst voor aids-besmetting in een sociaal isolement. Hierdoor zijn ze kwetsbaar voor uitbuiting en seksueel misbruik.

Hoewel er de nodige initiatieven zijn om aids-wezen te helpen, staan de inspanningen niet in verhouding tot de omvang van het probleem. Tot nu toe doen regeringen nog veel te weinig om de aids-wezen te helpen, maar ook om de aids-epidemie in te dammen. De totale uitgaven aan aids in heel Afrika voornamelijk op het gebied van preventie bedragen slechts zon 150 miljoen dollar per jaar. Daarom moeten regeringen in ontwikkelingslanden hun verantwoordelijkheid nemen en programmas opzetten om de aids-wezen structureel te helpen, en uiteraard ook om de verspreiding van de aids-epidemie te stoppen. Er moet bijvoorbeeld meer geld gaan naar aids-preventie, maar ook naar basisvoorzieningen als gezondheidszorg, onderwijs en voedselvoorziening. Bovendien moeten lokale gemeenschappen gesteund worden bij de opvang van aids-wezen.

Ook het Westen mag niet met de armen over elkaar blijven toekijken hoe hele generaties in ontwikkelingslanden worden uitgeroeid. Bestrijding van de aids-epidemie en opvang van weeskinderen moeten een centrale plaats krijgen binnen ontwikkelingssamenwerking. Ook moet er ernst worden gemaakt met de schuldenverlichting van de armste landen. Alleen dan kunnen de noodzakelijke grootschalige maatregelen worden genomen om de ramp te stoppen die nu miljoenen kinderen en volwassenen bedreigt.

Deel: ' UNICEF roept noodtoestand uit '13 miljoen aidswezen' '




Lees ook