Ministerie van VWS


Uranium in hangar schiphol niet gevaarlijk voor volksgezondheid

Woensdag 10 februari 1999, persbericht nummer 11

Op 17 december 1998 heeft de Parlementaire Enquêtecommissie vliegramp Bijlmermeer minister Borst van Volksgezondheid, Welzijn en Sport per brief meegedeeld dat veegmonsters in hangar 8 op Schiphol hebben uitgewezen dat er verarmd uranium en cesium 137 aanwezig was. Het cesium 137 is een overblijfsel van de kernramp in Tsjernobyl in 1986. Dit is destijds in heel Nederland neergekomen. De commissie constateert dat er geen sprake is van risicos, maar vraagt aan de minister of er aanleiding is voor het nemen van maatregelen.

Minister Borst heeft vervolgens het RIVM geraadpleegd, dat constateerde dat de gezondheidsrisicos in hangar 8 verwaarloosbaar waren, ondanks de aanwezigheid van uranium en cesium. Om aan alle resterende onzekerheid een einde te maken achtte de minister een nieuwe schoonmaakactie gewettigd. Dit heeft minister Borst, mede namens minister Pronk (VROM) en staatssecretaris Hoogervorst (SZW), op 22 december 1998 aan de Parlementaire Enquêtecommissie laten weten.

Op 15 januari 1999 heeft minister Borst haar collega Pronk (VROM) om aandacht gevraagd voor schoonmaak van de hangar, alvorens deze te slopen, zoals zij op 22 december 1998 aan de enquêtecommissie hebben geschreven.

Deel: ' Uranium in hangar Schiphol niet gevaarlijk '




Lees ook