Universiteit Twente


9/2/2000 2000/011

Pleidooi Verhagen in oratie:

Leerling-meester-gezel model als voorbereiding op carrière

"Door studenten vanaf het eerste jaar met een leerling-meester-gezel model in te wijden in de professionele werkwijzen en de netwerken van de wetenschappelijke staf, ontstaat een vorm van academische vorming die universitaire studenten optimaal voorbereidt op een maatschappelijke carrière." Dat zegt prof. dr. ir. P.W. (Pløn) Verhagen in zijn rede ter aanvaarding van het ambt van hoogleraar Opleidingsdirecteur Toegepaste Onderwijskunde.

Met ingang van het studiejaar 1999-2000 is de faculteit Toegepaste Onderwijskunde begonnen met het invoeren van het in 1998 voorgestelde onderwijsconcept 'initiatie in de academische professie'. Dit houdt in dat TO-studenten hun kennis en vaardigheden verwerven via taken en werkvormen die een afspiegeling zijn van de beroepscultuur. In een samenwerkingsmodel verhouden jongerejaars, ouderejaars en docenten zich tot elkaar als leerlingen, gezellen en meesters. Het in vier jaar inslijpen van algemene vaardigheden en professionele procedures helpt de student om in de maatschappelijke carrière een vliegende start te maken.

Mentorgroep

In het onderwijsconcept speelt de docent een centrale rol als de expert die de studenten de weg wijst in het vakgebied. Het nieuwe onderwijsconcept vraagt om een benadering waarin de student wordt begeleid van aspirantcollega tot jonge collega. Daarbij krijgt hij of zij de ruimte om zinvolle bijdragen te leveren en zich te profileren als onderwijskundig ontwerper, adviseur of onderzoeker. Het onderwijs is gericht op het ontwikkelen van academische competenties. Studenten moeten zowel tijdens de studie als in de toekomstige werksituatie leren om met bestaande kennis en vaardigheden nieuwe problemen te herkennen en op te lossen. Verhagen: 'In de mentorgroepen wordt het leerling-gezel-meester-idee van meet af aan in praktijk gebracht. De mentorgroep vormt een samenwerkingsverband waarin ouderejaars jongerejaars begeleiden terwijl jongerejaars een aantal realistische taken uitvoeren voor de ouderejaars of voor de mentor. In de mentorgroep ontwikkelen studenten hun eigen professionele netwerken uit de contacten die ze via de docenten opdoen.'

Je werk laten zien

Volgens Verhagen zijn tentamencijfers te mager om de professionele groei van studenten in de toekomst te volgen. Vanaf dit cursusjaar is het bijhouden van individuele portfolio's ingevoerd voor iedere student Toegepaste Onderwijskunde. Portfolio's zijn een modern middel met een drieledig doel: ten eerste als archivering van de bewijsstukken voor de professionele ontwikkeling van de student, zoals resultaten van opdrachten in de vorm van rapportages en werkstukken; ten tweede als stimulering tijdens de studie tot zelfreflectie over de eigen ontwikkeling; ten derde als presentatie van het beste werk en de professionele interesses van de student/afgestudeerde aan toekomstige werkgevers, opdrachtgevers, collega's en relevante derden. Met de portfolio's kunnen afgestudeerden laten zien wat ze tijdens hun studie werkelijk hebben gedaan. Een element dat voor de start van een maatschappelijke carrière van steeds groter belang is.

Het vergroten van de campus

De invoering van de nieuwe aanpak bij TO is dit jaar gestart volgens het C@mpus+ concept. Met C@mpus+ wordt de hele studie-omgeving van de student bedoeld: de campus, de onderwijsruimten en -voorzieningen, het studiemateriaal, de docenten en de medestudenten. De "@" symboliseert dat teleleren-technologie wordt ingezet als organisatie-, ondersteunings- en communicatiemiddel. De "+" refereert aan het vergroten van de campus via computernetwerken. Belangrijk bij de implementatie is TeleTOP®: een binnen TO ontwikkeld WWW-gebaseerd onderwijsmanagement- en ondersteuningssysteem.

De invoering van het nieuwe onderwijsconcept loopt in de pas met de invoering van het major-minor-systeem waarop de gehele Universiteit Twente overschakelt. Voor Toegepaste Onderwijskunde betreft dat een vierjarig studieprogramma met een major van 63 studiepunten en een minor van 21 studiepunten. Verhagen: 'De vernieuwingen hebben een hoog ambitieniveau en vergen een grote initiële inspanning. Alle vakken zullen nieuw zijn of vernieuwd worden.'

Bachelor-mastersysteem

Verhagen vraagt in zijn oratie speciaal aandacht voor de Bolognaverklaring waarin ministers uit 29 Europese landen de algemene principes van de Sorbonne-verklaring (25 mei 1998) onderschreven. Binnen tien jaar zal in ieder land het hoger onderwijssysteem gebaseerd zijn op twee cycli: undergraduate en graduate. Volgens Verhagen moet de waarde van een Bachelor- of Masterdiploma dan niet, volgens Nederlandse traditie, bij wet landelijk gelijk worden getrokken, maar worden gekoppeld aan de status van het diplomerende instituut. "Een Master of Science diploma van Harvard is nu eenmaal meer waard dan een Master of Science diploma van Johnson County Community College."

Prof.dr.ir. P.W. Verhagen spreekt zijn rede 'Over het ontwerpen van onderwijskundig ontwerpers' uit bij de aanvaarding van het ambt van hoogleraar Opleidingsdirecteur Toegepaste Onderwijskunde aan de Universiteit Twente op 10 februari 2000, om 16.00 uur in het gebouw Bestuur en Beheer op de universiteitscampus.

Contactpersonen Voorlichting: M.A.M. van Zaalen, tel. 053 4892214, email M.A.M.vanZaalen@veb.utwente.nl; of ir. W.R. van der Veen, 053 4894244, W.R.vanderVeen@veb.utwente.nl.

© Universiteit Twente 1999

Deel: ' UT-Oratie 'Leerling-meester-gezel model voor carrière' '




Lees ook