Provincie Utrecht


Persbericht
29 juli 1999

Provincie wil meer samenhang brengen in behoud cultureel erfgoed UTRECHTSE CULTUURHISTORISCHE 'PARELS' AAN ÉÉN SNOER

Bijzondere monumenten en archeologische vindplaatsen zijn ook voor de generaties na ons interessant als deze objecten een herkenbare plek krijgen in de directe omgeving. Het historische verhaal over het ontstaan van bijvoorbeeld een grafheuvel blijft op die manier een levend verhaal. Een dergelijke gebiedsgerichte aanpak, waarbij cultuurhistorie wordt gentegreerd in meerdere beleidsterreinen, is het centrale thema in deel III van de provinciale Cultuurnota. Dit deel van de nota is tot medio september onderwerp van gesprek in een inspraakronde.

Een goed voorbeeld van deze integrale provinciale aanpak is de Nieuwe Hollandse Waterlinie, een unieke 19deeeuwse verdedigingslinie die voor het merendeel de provincie Utrecht doorkruist en op de kandidatenlijst van de UNESCO staat om te worden beschermd als een monument van wereldformaat. Op deze befaamde lijst staan al toppers als de Chinese Muur en de piramide van Gizeh. De linie is een monument dat zich goed leent voor een gebiedsgericht project, waar veel beleidsdisciplines mee te maken krijgen. Ruimtelijke ordening, waterhuishouding en toerisme zijn immers belangrijke aanpalende sectoren. Gedeputeerde Staten laten daarom samen met het rijk de beheersmogelijkheden van dit gebied onderzoeken en willen met het Bestuur Regio Utrecht een gebiedsverkenning uitvoeren naar het Utrechtse deel van de fortenlinie. De verkenning kan uitgroeien tot het fundament, waarmee de ruimtelijke samenhang van deze bijzondere omgeving hersteld wordt. De afzonderlijke forten (de 'parels') worden zo aan één cultuurhistorisch snoer geregen: de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Vergelijkbare gebiedsgerichte studies wil het college laten uitvoeren naar de Grebbelinie en de Romeinse Limes, twee andere verdedigingswerken die minstens zo bepalend zijn voor het cultuurhistorische gezicht van de provincie Utrecht.

CHS: nieuwe staalkaart voor cultuur
Om de Utrechtse cultuurschatten goed in te bedden in een integraal beleid werkt de provincie momenteel aan een nieuwe staalkaart, het Cultuurhistorisch Informatiesysteem. Deze digitale databank bevat een opsomming van archeologische, bouwhistorische en historisch-geografische gegevens. Omdat het gaat om een geografisch informatiesysteem kunnen in de computer allerlei verbanden gelegd worden met gegevens over een bepaald gebied. Zoals de gesteldheid van de bodem - handig bij archeologisch onderzoek - en de infrastructuur. Het systeem zal in 2001 uitmonden in de Cultuurhistorische Hoofdstructuur (CHS), een beleidskaart die de cultuurhistorische toplocaties in Utrecht laat zien. In het nieuwe Streekplan van de provincie willen GS de CHS laten terugkomen als een toetsingscriterium, waarmee bijvoorbeeld gemeentelijke bestemmingsplannen worden beoordeeld. Dat de CHS een belangrijk nieuw uitgangspunt wordt, blijkt ook elders uit de Cultuurnota. Zo wil het college, bij het verstrekken van provinciale subsidie uit het Monumentenkrediet voor projecten die inhoudelijk gelijkwaardig zijn, voorrang verlenen aan objecten die gesitueerd zijn in de CHS. Ook op het onderdeel 'archeologie' wil het college zich in de nabije toekomst concentreren op de waardevolle gebieden in deze nieuwe cultuurhistorische staalkaart, zodat vooral d'r wordt gewerkt aan meer samenhang tussen de vindplaatsen en het omringende landschap. Voor een brede betrokkenheid bij de CHS van o.a. de Utrechtse gemeenten moet het informatiesysteem regelmatig worden bijgewerkt en beschikbaar zijn via moderne media als internet en cd-rom. Op de financile wensenlijst van GS staat daarom een bedrag van 200.000 gulden, waarmee tevens extra formatie kan worden aangetrokken. Om gemeenten behulpzaam te zijn bij het opstellen van Cultuurhistorische Effectrapportages wil het college bovendien 60.000 gulden reserveren.

Monumenten: niet onder een glazen stolp
Dat het cultureel erfgoed niet onder een glazen stolp mag verdwijnen maar onderdeel is van een dynamische leefomgeving blijkt ook het restauratieproject van de Piramide van Austerlitz. Hier wil men niet alleen de piramide gaan opknappen, ook de directe omgeving moet een face lift krijgen. GS willen samen met de eigenaar, de gemeente en Staatsbosbeheer daarvoor een inrichtingsplan uitwerken. Het stimuleringsbeleid voor de provinciale monumentenzorg wil het college grotendeels handhaven. Wel is het idee dat met bepaalde subsidiepotten wordt geschoven, zoals het budget dat is bedoeld voor de voorfinanciering bij calamiteiten. Deze middelen kunnen door de provincie worden besteed om bij de restauratie van rijksmonumenten voorfinanciering mogelijk te maken. Voor het opknappen van een gemeentelijk monument is het voorstel dat de provincie in gelijke mate bijdraagt als de gemeente, tot maximum 20.000 gulden per project. Voor incidentele subsidiering van landschapselementen als vijvers en tuinen willen GS het Monumentenkrediet ophogen met jaarlijks 50.000 gulden. En om het particulier initiatief voor de monumentenzorg te versterken, bepleit het college dat de Utrechtse Stichting voor Industrieel Erfgoed (USINE) en de Fortenstichting Utrecht zich aansluit bij de Federatie Stichts Cultureel Erfgoed. Ook hiervoor zijn GS bereid extra geld te reserveren.

Archeologie: wie beslist?
De provinciale archeologie is sinds het Verdrag van Malta (1992) in een stroomversnelling gekomen. Het internationale verdrag bepaalt dat archeologische belangen in ruimtelijke plannen moeten worden opgenomen. Verder geldt het principe: de verstoorder betaalt voor het onderzoek. Vooralsnog wordt 'Malta' eerst van toepassing op wettelijk beschermde archeologische monumenten en gebieden met een verplichte milieueffectrapportage. Vraag blijft echter: wie beslist uiteindelijk over het beschermen of opgraven van waardevolle vindplaatsen binnen de provinciegrenzen? Het college wil de provincie voor deze toekomstige taak toerusten, zodat duidelijk is aan welke kwaliteitseisen archeologisch onderzoek moet voldoen. Het contact met de Utrechtse gemeenten wordt ook om deze reden gentensiveerd De archeologische informatie die wordt geleverd voor de nieuwe CHS zal bij dit nieuwe selectiebeleid worden benut. Een extra investering van 2 miljoen gulden is verder gemoeid met de bouw van een nieuw depot voor bodemvondsten. Dit depot, dat nodig is om de toenemende stroom van vondsten op een adequate wijze te beheren, kan in de toekomst wellicht uitgroeien tot een Provinciaal Archeologisch Centrum, met daarin een museum voor het brede publiek en een documentatiedienst. Een kandidaat voor dit centrum is Fort Vechten, waar aan het begin van onze jaartelling een Romeins legerkamp, Fectio, lag. Een studie moet overigens nog uitwijzen of dit multifunctionele archeologisch centrum een haalbare kaart is. Een ruimer depot voor de bodemvondsten staat echter nu al op de financiële lijst van GS; de huidige bewaarplaatsen zijn te krap bemeten en voldoen niet aan de ARBO-eisen en voorwaarden die worden gesteld aan klimaatbeheersing.

Musea: samenhang in collectie Utrecht
'Meer dwarsverband' is ook de rode draad in de collegeplannen voor het toekomstig museumbeleid. De provincie Utrecht was in 1996 koploper met het Museum Inventarisatieproject, dat erop mikt alle museumcollecties in kaart te brengen zodat helder wordt wat de samenhang is in de totale collectie Utrecht. Inmiddels is er een schat aan informatie voorhanden; de bestanden kunnen het best ontsloten worden als onderdeel van een omvangrijk computernetwerk, aldus GS. Voor de financiering van dit ICT-plan en de aanmelding van Utrechtse musea bij een landelijk register voor kwaliteitswaarborging wil het college prestatieafspraken maken met de Stichting Ondersteuning Musea, die deze projecten begeleidt. De vaste subsidiering van de kasteelmusea Amerongen, Sypesteyn en Zuylen zal met ingang van 2003 worden stopgezet, is het collegevoorstel. Voor bijdragen in de vaste exploitatie van musea zijn normaal gesproken de gemeenten verantwoordelijk. De kastelen kunnen dan overigens nog steeds wel bij de provincie terecht voor een bijdrage uit het Museumkrediet. Daarmee kan bijvoorbeeld worden genvesteerd in het beheer en onderhoud van de collectie.

Erfgoed: voor scholieren én het brede publiek

Vanaf 1997 heeft het provinciaal beleid voor erfgoededucatie op scholen een flinke omslag gemaakt. Uitgegaan is voortaan van de vraag van het onderwijs: hoe kan erfgoededucatie zo goed mogelijk in de lessen binnen en buiten de school worden ingepast? De provincie wees bij die gelegenheid de Federatie Stichts Cultureel Erfgoed aan als projectuitvoerder. Ondanks landelijke initiatieven als het project Cultuur en School is er nog veel achterstallig werk. Zo ontbreekt het nog op veel Utrechtse scholen aan een vaste plek voor het culturele erfgoed, binnen vakken als geschiedenis en aardrijkskunde. De scholen worden soms bedolven onder allerlei lesbrieven, maar vaak komen die niet overeen met de wensen van de leerlingen en docenten. GS willen daarom de komende vier jaar 160.000 gulden extra inzetten voor uitbreiding van cultuurhistorische projecten door de Federatie Stichts Cultureel Erfgoed.

Voor het brede publiek wil het college als eerste een goed voorbeeld stellen, door ervoor te zorgen dat provinciale informatie over archeologie, historische geografie en stedenbouw wordt verspreid met behulp van moderne media als cd-rom. Onderzocht wordt of over het Utrechtse culturele erfgoed een gezamenlijk loket op internet gebouwd moet worden. Incidentele subsidies voor historische publicaties blijven mogelijk; wel dringt het college aan op bundeling van een aantal uitgaven. Ook voor toeristen die Utrecht bezoeken, is het cultuurhistorische verleden interessant en de moeite van het promoten waard. Thema-activiteiten rondom het motto 'Utrecht, historisch hart van Nederland' waren daarvan de afgelopen jaren het bewijs. Vooruitlopend op een nieuw Cultuurhistorisch Masterplan willen GS een budget van 70.000 gulden beschikbaar stellen, waarmee bijzondere trekpleisters over het Utrechtse verleden onder de aandacht gebracht worden. Integratie is trouwens ook hier het wachtwoord, want bij het presenteren van een toeristische attractie gaat het bij voorkeur om de streek als geheel en niet zozeer het afzonderlijke object.

De toekomst: een nieuwe Federatie Stichts Cultureel Erfgoed Een bijzondere eigenschap - zelfs uniek voor Nederlandse begrippen
- van de Utrechtse cultuurhistorische wereld is de rol die wordt gespeeld door de Federatie Stichts Cultureel Erfgoed. Voor een aanzienlijk deel is deze federatie verantwoordelijk voor het uitvoeren van provinciaal cultuurbeleid. Als samenwerkingsplatform, vraagbaak en ondersteuner voor tal van lokale (historische) verenigingen heeft de federatie nu al zo'n tien jaar een waardevolle functie. Complicatie daarbij is dat de in de federatie deelnemende stichtingen nogal los van elkaar staan. Het college wil daarom bevorderen dat de federatie binnen twee jaar een nieuwe organisatieopzet krijgt, waardoor het een duidelijker aanspreekpunt voor de provincie wordt. Dit zal naar verwachting ook de uitvoering van het provinciale beleid ten goede komen.

Procedure
Op 24 juni heeft de statencommissie Cultuur en Economie gesproken over deel III van de Cultuurnota. Geconcludeerd werd dat de collegevoorstellen rijp zijn voor inspraak. De provincie organiseert daarom op 8 september a.s. voor alle direct betrokkenen een bijeenkomst in de Statenzaal van het Provinciehuis. De definitieve besluiten over dit deel van de Cultuurnota worden trouwens in november 1999 verwacht, wanneer Provinciale Staten zich over de voorstellen van GS buigen. Tussentijds zal de statencommissie Cultuur en Economie in oktober een advies geven over de voorstellen.
(Voor informatie: Ron van Dopperen, actueel@prvutr.nl 030 - 258 31 96)

Deel: ' Utrecht wil meer samenhang in behoud cultureel erfgoed '




Lees ook