Ministerie van Binnenlandse Zaken


Toespraak van minister Van Boxtel op de nieuwjaarsreceptie voor functionarissen op het terrein van openbare orde en veiligheid

Ik weet het, dit is een receptie om u allemaal een goed, gelukkig en vruchtbaar 1999 te wensen. Maar u begrijpt dat ik - gezien mijn verantwoordelijkheid voor de oplossing van het millenniumprobleem - u vooral ook een goede jaarwisseling naar 2000 wil toewensen. Het is er de afgelopen weken flink ingehamerd: we staan op de drempel van een nieuw millennium. En millennium betekent voor mij en hopelijk ook voor u: voorbereid zijn op de millenniumbug. Dit jaar, 1999 zal in belangrijke mate in het teken staan van het thema managing public confidence. Tijdig de juiste informatie verstrekken aan het publiek over de stand van zaken rond het millenniumprobleem; het voorkomen van paniek. Dat geldt niet alleen voor de rijksoverheid, maar ook voor de mede-overheden, voor het bedrijfsleven en voor u, de brandweer, de politie, de GGDs. Als overheid hebben we tenslotte een voorbeeldfunctie. Op nationaal niveau wordt, mede op verzoek van de Tweede Kamer, een publiekscampagne voorbereid. Hierbij worden ook uw behoeften en die van de mede-overheden betrokken.
Het komende halfjaar is bepalend voor het succes van de werkzaamheden. Er is nog veel werk te verzetten, ook in de sector OOV, maar we krijgen greep op het probleem. Ik doe een beroep op u om het millenniumprobleem in de eigen organisatie serieus aan te pakken. Tegelijkertijd moet u zich voor bereiden op mogelijke gevolgen van het millenniumprobleem op de taakuitvoering van uw organisatie.
Een week geleden heeft collega Gijs De Vries de Commissie Millennium OOV geïnstalleerd, een commissie die zich gaat buigen over het voorkomen van mogelijke rampen, die dus gaat kijken wat we moeten doen als er toch nog dingen mis gaan. Ik wil u met nadruk vragen om deze commissie uw volle medewerking te geven. Zij zijn van uw informatie en uw expertise afhankelijk voor het opstellen en testen van overgangsplannen, noodplannen en crisisbeheersing.
Ik heb al aangekondigd dat ik rond 1 mei zal komen met een publiek statement over de state of the bug. Ik ga er van uit dat ik dan kan vertellen dat we op orde zijn én klaarstaan. Het millennium is echter niet het enige wat voor ons voor dit jaar op de agenda staat. De veiligheid van ons land vraagt ook om onze aandacht en inzet.
"Nederland moet veiliger worden". Afgelopen zaterdag werd dat door tienduizenden mensen in stilte geroepen. Mensen die even stil waren, meeliepen in de stille tocht in Gorcum, de fakkeltocht in Roermond. Mensen die naar aanleiding van - weer - een trieste gebeurtenis, van - weer - een uiting van redenloos geweld, protesteerden tegen het geweld in onze samenleving, tegen het toegenomen gevoel van onveiligheid. Maar, de vraag is, tegen wie werd er geprotesteerd? Tegen de overheid omdat men vindt dat die meer moet doen om Nederland veiliger te maken, tegen de politie omdat die niet overal tegelijk is, niet overal tegelijk kan zijn? Of tegen zichzelf, omdat tolerantie verworden is tot gelatenheid? Tegen een maatschappij die ruimte geeft aan erosie en verslonzing? Ik ben er van overtuigd dat geweld en criminaliteit alleen maar kunnen worden teruggedrongen door een gezamenlijke inspanning, een integrale aanpak waarin alle partijen hun bijdrage gecoördineerd leveren. In dat proces is ook een belangrijke rol weggelegd voor de burgers, die ook zelf initiatieven moeten nemen om hun leefomgeving te verbeteren en de sociale samenhang in wijk, buurt en stad te bevorderen.
Er mag geen ruimte worden gegeven aan verslonzing van onze leefomgeving, aan de verloedering van waarden en normen. We moeten weer leren om ons af te vragen hoe we ons moeten gedragen, afvragen: wat mag wel en wat mag niet. Ik ben al beschuldigd van fatsoensrakkerij, maar is het niet juist heel normaal om je grenzen te kennen, om onze - zeer democratische - normen en waarden te verinnerlijken en er naar te leven? De ouders van Froukje Schuitmaker, één van de slachtoffers van de schietpartij in Gorcum, schreven in een open brief aan de landelijke dagbladen: "Wij leggen ons niet neer bij een samenleving waar geweld nu eenmaal bij hoort. De dood van Froukje is niet het einde, maar een hernieuwd begin van een beweging, die al begonnen is en mensen oproept op te staan uit de onverschilligheid." Einde citaat. Want door onverschilligheid krijgen geweld en criminaliteit de kans om het de stedelijke samenleving te ontwrichten. De broer van Froukje zei in een zeer helder moment: "Het gaat om een mentaliteitsverandering en die begint bij jezelf". Eén van u, korpschef Poelert van Gelderland-Zuid riep tijdens zijn nieuwjaarstoespraak dat mijn bezorgdheid over erosie en verloedering van de samenleving een karikatuur was. Marcel van Dam had het naar aanleiding van mijn uitspraken zelfs over geneuzel en gezeur. Maar ik ben niet de enige die zich zorgen maakt. Onder andere Henk Hofland stelde - zij het met wat veel woorden - dat ik het wel bij het rechte eind had.
De gebeurtenissen in Gorcum en een week later in Arnhem en Amsterdam, de toenemende ongerustheid van burgers over de veiligheid en leefbaarheid van stad en land, geven ons voldoende reden om met antwoorden, met maatregelen te komen. U zult mij niet horen pleiten voor eenvoudigklinkende oplossingen. Natuurlijk moet Nederland veiliger worden, natuurlijk willen we meer agenten, natuurlijk moeten we bestaande strafmaatregelen herijken, bijvoorbeeld voor illegaal wapenbezit. Maar daarmee zijn we er niet: objectieve veiligheid is niet hetzelfde als veiligheidsbeleving. Uit een recente enquête van Bureau Intomart is gebleken dat meer blauw op straat het gevoel van veiligheid niet vergroot. Het gaat ook om dingen als goede straatverlichting, betrokkenheid bij de eigen buurt. Het gaat in essentie om een mentaliteitsverandering, om een hernieuwde sociale appreciatie van wonen, werken en recreëren. Interessant is op welke manier politie en justitie hieraan een bijdrage kunnen leveren door burgers op hun eigen vaardigheden en verantwoordelijkheden te wijzen. De burgers dienen er vervolgens op te kunnen vertrouwen dat het stadsbestuur en professionele organisaties, als de politie en justitie, maar ook andere organisaties als scholen en maatschappelijk werk er alles aan doen om, ieder vanuit hun eigen expertise en mogelijkheden, de onveiligheid daadwerkelijk aan te pakken. Met andere woorden: een integrale, gezamenlijke aanpak. Dat is ook de insteek die we gekozen hebben in het grotestedenbeleid, waar de vergroting van de veiligheid én het versterken van het gevoel van veiligheid, hoog op de agenda staat. Bij het grotestedenbeleid gaat het om revitalisering van de steden, gaat het er om onze steden weer compleet te maken. Want een complete stad is een stad in balans, een stad waar je goed woont, waar mensen goed met elkaar omgaan, waar ze zich thuis en veilig voelen.
Iedereen hier aanwezig kent de veiligheidsproblemen waar de (grote) steden mee te kampen hebben. In het vóór de Kerst getekende doorstartconvenant zijn er drie uitgelicht: jeugdcriminaliteit, geweld en overlast. Drie zaken waar wij gezamenlijk vol op moeten inzetten. Aan de bestrijding en voorkoming van criminaliteit onder jongeren is in de achterliggende periode hard gewerkt. Door de zogenaamde Jeugd en Veiligheidgelden is een impuls gegeven die door de steden met kracht is opgepakt. Deze middelen zullen ook de komende convenantsperiode beschikbaar zijn. Zo kunnen de steden voortbouwen op het fundament wat er nu ligt.
We moeten in dit traject extra aandacht besteden aan de aanpak van jongeren uit etnische minderheidsgroepen. Deze groep jongeren kenmerkt zich door een hoog aandeel in de
criminaliteitsstatistieken en geeft problemen, maar tegelijkertijd heeft zij vaak problemen. Deze problematiek staat centraal in de CRIEM-nota.
Ook in de Kamer is aangedrongen op specifieke aandacht voor deze jongeren. Echter, uit een eerste evaluatie bleek dat bij deze groep de criminaliteit onverminderd hoog is gebleven. Hierdoor wordt de vraag opgeroepen of repressie en de nu lopende projecten voor preventie en integratie (brede scholen, communicatie met ouders) voldoende zijn, of dat er een andere, verdergaande aanpak nodig is, zoals kostscholen, Lubbers-kampen en trajectbegeleiding. Ik nodig u uit om met mij mee te denken, om met ideeën te komen voor een effectieve aanpak.
Maar het gaat in de steden zeker ook om onveiligheid door geweld, geweld in allerlei soorten en maten, thuis, op school, in de disco. Schoolkinderen die met messen en zelfs met vuurwapens rondlopen, agressie binnen gezinnen, niet zelden veroorzaakt door overmatig alcoholgebruik. En onveiligheid door overlast: onder andere door verslaafden met zware psychiatrische problemen. In het kader van het grotestedenbeleid zal de 24-uurs opvang voor deze groep mensen verder gestalte moeten krijgen.
Ook voor deze problemen geldt: de politie kan en mag er niet alleen voor staan. Ook scholen, maatschappelijke instellingen, huisartsen, ouders, werkgevers, bewoners en bestuurders moeten hun bijdrage leveren. Dan pas kunnen oplossingen vorm krijgen, kan er sprake zijn van een integraal veiligheidsbeleid. Het is aan de overheid om een voorzet te geven, kaders te scheppen. Daarom verschijnt in het voorjaar het Integraal Veiligheidsplan, een plan om samen Nederland veiliger te maken. We moeten voorkomen dat dit plan een papieren tijger wordt! Daarom moet het gebaseerd zijn op de meest recente ervaringen in de gebiedsgebonden aanpak, moeten we putten uit de eerste resultaten van de vernieuwde aanpakken (bijvoorbeeld Amsterdam).
We moeten geweld, overlast en criminaliteit met verstand en in gezamenlijkheid aanpakken. Als we in staat zijn om de veiligheid te verbeteren, kunnen we het vertrouwen van de burgers vasthouden en, waar nodig, versterken c.q. herwinnen.
Want:
"Aan het volk betaemt geen straf
noch toomeloos geweld
De misdaad moet beproefd,
daar wet en reden geldt."

Deel: ' Van Boxtel op nieuwjaarsreceptie over millenniumprobleem '




Lees ook