Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen

Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, directie Voorlichting
Datum: 25-02-1999

Persbericht
Nummer: 17

verzoek om advies over collectiemobiliteit
VAN DER PLOEG WIL MEER ZICHTBAARHEID EN 'OPWAARDERING' VAN MUSEUMCOLLECTIES

Staatssecretaris Rick van der Ploeg van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen heeft de Raad voor Cultuur advies gevraagd over zijn voornemen om de collectiemobiliteit te bevorderen. Dit moet leiden tot een grotere zichtbaarheid, een breder publieksbereik en opwaardering van de museumcollecties. De staatssecretaris heeft dit vandaag bekend gemaakt in het Haagse Gemeentemuseum ter gelegenheid van een studiebijeenkomst van de Nederlandse Museumvereniging.

Staatssecretaris Van der Ploeg vraagt de Raad voor Cultuur advies te geven over welke (semi-) commerciële vormen van collectiemobiliteit zich lenen voor toepassing. Als voorbeeld noemt hij plaatsing van museumobjecten in openbare ruimten zoals stations, ziekenhuizen en postkantoren. Een ander voorbeeld is plaatsing tegen vergoeding bij kunstuitlenen en vormen van uitlening of verhuur aan bedrijven en instellingen. Ook vraagt de staatssecretaris de Raad om na te gaan of kostenvergoeding mogelijk is voor het intermuseale bruikleenverkeer en voor bruiklening aan particulieren en instellingen. Van der Ploeg wil eveneens weten of het wenselijk is om aankoopsubsidies te koppelen aan de verplichting tot mobiliteit.

Verder vraagt de staatssecretaris welke voorwaarden aan verkoop van museumobjecten zowel binnen als buiten het museale circuit gesteld kunnen worden. Hierbij denkt hij met name aan de situatie waarin een museum een bepaald voorwerp verkoopt om een soortgelijk exemplaar van betere kwaliteit aan te kunnen kopen. De gedragscode die het Instituut Collectie Nederland ontwikkelt moet hierbij in beschouwing worden genomen.

De staatssecretaris zei in zijn speech dat collectiemobiliteit geen middel maar doel is voor het selecteren en afstoten van museale objecten ten behoeve van een grotere zichtbaarheid en 'upgrading' van de collectie. Hij heeft inmiddels aan zijn Instituut Collectie Nederland de opdracht gegeven om hiervoor een gedragscode te ontwikkelen.

In zijn adviesaanvraag aan de Raad voor Cultuur vraagt de staatssecretaris verder aandacht voor de volgende onderwerpen.
* Zijn andere dan de klassieke openingstijden mogelijk en wenselijk?
* Kunnen er andere dan de bestaande Delta-plan criteria ontwikkeld worden voor selectie en een praktijk van vlotte collectiemobiliteit?

* Wat vindt de Raad van de gedachte om aan de subsidieverlening aan musea de voorwaarde te verbinden dat jaarlijks door hen in een 'depotplan' wordt medegedeeld hoe en in welke mate zij werken uit hun depot het afgelopen jaar hebben tentoongesteld, uitgeleend verhuurd dan wel te gelde hebben gemaakt en hoe dat voor de komende jaren zal zijn.

* Het ministerie van OCenW legt de laatste hand aan een model-kaderovereenkomst om het bruikleenverkeer tussen musea te vergemakkelijken. De kern van deze overeenkomst is de afspraak dat bruiklenen tussen musea niet verzekerd hoeven te worden. Het veld heeft hier al positief op gereageerd. Wat vindt de Raad hiervan?
* De mobiliteit van objecten en collecties kan worden gehinderd door bepalingen in schenkingen en legaten. Als zou blijken dat collectiemobiliteit een maatschappelijk belang is zou dat reden kunnen zijn te komen tot een flexibilisering van lasten in schenkingen en legaten?

* De Raad voor Cultuur wordt ook verzocht om te bezien of er verzekerings- en vervoerstechnische belemmeringen zijn voor collectiemobiliteit en welke oplossingen hiervoor zijn aan te dragen.

* De staatssecretaris vraagt aan de Raad aandacht te besteden aan initiatieven om de zichtbaarheid van collecties te vergroten. Dat kan onder andere via een snellere roulatie van de vaste opstelling, meer wisselexposities uit de eigen collectie en het inrichten van collectie-filialen van grotere musea in het land. De mobiliteit van collecties is ermee gediend en het cultuurtoerisme krijgt een aardige stimulans. Er kunnen in het kader van de cultuurconvenanten afspraken over worden gemaakt.
* Tenslotte vraagt de staatssecretaris aan de Raad om de relatie van de digitalisering met de collectiemobiliteit en de digitale ontsluiting en informatievoorziening voor het grote publiek in het advies te betrekken.

Staatssecretaris Van der Ploeg schrijft aan de Raad voor Cultuur dat hij de belangrijkste beleidsaspecten en instrumenten van de collectiemobiliteit nog in zijn uitgangspuntenbrief van de cultuurnota wil opnemen. In verband daarmee verzoekt hij de Raad om hem uiterlijk 15 mei aanstaande zijn advies te doen toekomen.

Deel: ' Van der Ploeg wil 'opwaardering' van museumcollecties '




Lees ook