Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij

Persberichten

Adviezen van biologen over vangst schol, tong, wijting, kabeljauw en makreel

8 november 1999 -

De afgelopen week vergaderden in Kopenhagen de
visserijbiologen van de Internationale Raad voor Onderzoek der Zee (ICES) om vangstadviezen voor het jaar 2000 uit te brengen voor zeventig verschillende visbestanden in Europese wateren. Een aantal van die bestanden is voor de Nederlandse visserij van groot belang: schol, tong, kabeljauw, wijting, makreel, horsmakreel, en ook paling. Over haring werd al in mei geadviseerd. Voor Nederland namen biologen van het Rijksinstituut voor Visserij Onderzoek (RIVO) in IJmuiden aan de vergadering deel. De adviezen die nu zijn uitgebracht hebben een voorlopig karakter.

Evenals vorig jaar is bij het opstellen van de adviezen uitgegaan van het voorzorgsbeginsel, dat is vastgelegd in een aantal internationale verdragen. Door middel van zogenaamde 'biologische referentiepunten' wordt aangegeven naar welke minimale paaibestanden moet worden gestreefd, en welke exploitatiedruk maximaal kan worden uitgeoefend om een duurzame visserij te garanderen.

Schol en tong
Het paaibestand van tong is boven, dat van schol beneden het voorzorgsniveau. De visserijdruk op beide soorten is echter te hoog. Daarom wordt geadviseerd de visserijdruk te verlagen met plus minus 35%. Dit advies betekent dat volgend jaar ongeveer 95 duizend ton schol in de Noordzee gevangen zou mogen worden tegen 102 duizend ton dit jaar. Voor tong komt het advies overeen met een vangst van maximaal 19,8 duizend ton. Voor 1999 was dat 22 duizend ton. Beide vissoorten hebben geprofiteerd van een sterke jaarklas 1996, waardoor ondanks de geadviseerde vermindering van de visserijdruk het vangstniveau niet veel lager hoeft te zijn dan dit jaar.

Kabeljauw en wijting
Het gaat niet goed met de rondvisbestanden in de Noordzee. Sinds het begin van de jaren tachtig is de hoeveelheid volwassen kabeljauw afgenomen, tot een dieptepunt werd bereikt omstreeks 1993. Het bestand herstelt zich veel langzamer dan werd verwacht. Ook van kabeljauw is in 1996 een sterke jaarklas geboren. De jaarklassen 1997 en 1998 waarvan de visserij volgend jaar grotendeels afhankelijk zou moeten zijn, lijken echter de zwakste van de laatste 35 jaar. De vangst van kabeljauw bestaat in grote mate uit juveniele vissen. Om een verdere verlaging van het paaibestand tegen te gaan, adviseert ICES daarom een vermindering van de visserijdruk met ten minste 20%. Dit zou voor 2000 een vangst van minder dan 80 duizend ton betekenen, terwijl er in 1999 nog ruim 132 duizend ton gevangen mocht worden. De hoeveelheid volwassen wijting in de Noordzee is de afgelopen 40 jaar niet zo klein geweest als nu. Sinds 1980 bevinden de jaarklassen zich op een lager niveau dan voorheen. Om het bestand de kans te geven zich weer te herstellen adviseert ICES voor 2000 een zo laag mogelijke vangst. Wijting wordt echter samen met kabeljauw en schelvis, en in mindere mate met schol en tong gevangen. Bij het vaststellen van de vangsthoeveelheden van die soorten zal met het advies voor wijting rekening gehouden moeten worden.

Makreel en horsmakreel
Bij het bestand van makreel worden drie componenten onderscheiden, Noordzeemakreel, westelijke- en zuidelijke makreel. Voor de Nederlandse pelagische visserij is vooral de westelijke makreel van belang. Hoewel de hoeveelheid makreel boven het voorzorgsniveau is en de schatting van de omvang van het bestand zelfs groter is dan vorig jaar, is de visserijdruk nog steeds te groot. De EU en Noorwegen hebben afspraken gemaakt voor een verlaging van de visserijdruk tot een niveau dat in overeenstemming is met het voorzorgsbeginsel. De vangst voor 2000 zou voor het westelijk en noordelijk bestand niet groter moeten zijn dan 603 duizend ton. Voor 1999 was de TAC 485 duizend ton. De relatief hogere vangstmogelijkheid heeft te maken met de veronderstelde toename van het bestand.
Van horsmakreel is voor de Nederlandse visserij vooral het westelijke bestand van belang. Dit bestand heeft echter sinds 1982 geen sterke jaarklassen meer geproduceerd. Voor 2000 wordt net als vorig jaar geadviseerd om niet meer dan 200 duizend ton te vangen.

Paling
Vorig jaar constateerde ICES dat de europeese palingstand zich op een dieptepunt bevindt. Dit is nog steeds het geval. ICES adviseert dat een internationaal herstelplan voor de paling wordt opgesteld en dat de visserijdruk op paling gereduceerd moet worden. Dit geldt zowel voor de visserij op intrekkende glasaal als voor de visserij op paling in meren en rivieren.

Binnen enkele dagen beginnen de jaarlijkse onderhandelingen tussen de EU en Noorwegen over die bestanden waarvoor beide partijen gezamenlijk verantwoordelijk zijn. Eind december stellen de visserijministers van de landen van de EU in Brussel de definitieve vangsthoeveelheden vast.

Deel: ' Vangstadviezen biologen visserij '




Lees ook