Tweede Kamer der Staten Generaal


26800v00.057 brief min os over mutaties begrotingsartikel 18.01
Gemaakt: 15-12-1999 tijd: 14:11


26800 v Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (V) voor het jaar 2000

nr. 57 Brief van de minister voor Ontwikkelingssamenwerking

Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 7 december 1999

Tijdens het wetgevingsoverleg van 1 december jongstleden heb ik naar aanleiding van een opmerking van de heer Hessing toegezegd zo spoedig mogelijk nadere uitleg te verstrekken over de mutaties die zijn doorgevoerd op artikel 18.01 Landenprogramma Economie en Werkgelegenheid. Het gaat hierbij met name om de aansluiting van de gegevens in de Ontwerp-begroting 2000, het antwoord op vraag 13 van Groen Links over de Novemberbrief en de Nota van Wijziging. Deze uitleg volgt hieronder.

In de ontwerp-begroting 2000 zijn de bedragen voor 2000 en volgende jaren bevroren op het niveau van de vermoedelijke uitkomsten voor 1999. Dit betekent voor 2000 een bedrag van 496 mln. De reden hiervoor is dat de uitkomsten van het overleg met de samenwerkingslanden moesten worden afgewacht voordat de nieuwe standen van de delegeerbare (thematische) begrotingsartikelen konden worden vastgesteld.

De uitkomsten van de besprekingen met de samenwerkingslanden zijn weergegeven in de Novemberbrief. Aan de ambassades wordt voor activiteiten vallende onder art. 18.01 een budget gedelegeerd van NLG 388 mln. Voor landenoverstijgende activiteiten blijft centraal, d.w.z. op het departement, een bedrag gereserveerd van NLG 32 mln. Het totaal benodigde bedrag voor art. 18.01 bedraagt derhalve NLG 420 mln. Dit bedrag, dat is opgenomen in de Novemberbrief en de Nota van Wijziging, betekent een neerwaartse bijstelling met NLG 75 mln van het budget voor 2000 ten opzichte van de ontwerp-begroting 2000, waar nog het bedrag van NLG 496 mln was opgenomen.

De daling van de middelen voor het landenprogramma economische ontwikkeling wordt in de eerste plaats verklaard door de in overleg met de Tweede Kamer gemaakte landenkeuze. In het kader van het nieuwe landenbeleid worden gedelegeerde budgetten voor het landenprogramma economische ontwikkeling beperkt tot de zogeheten 17+3 landen. De afbouw van het landenprogramma in de overige landen leidt tot een neerwaartse bijstelling van het budget met NLG 47 mln. Het restant van de geconstateerde daling (ca NLG 28 mln) wordt verklaard door de, in overleg met de lokale overheid in de 17+3 landen, gemaakte sectorkeuze. Deze sectorkeuze leidt tot een verlaging van het budget voor economische ontwikkeling in met name de volgende landen: . Bangladesh: terugtrekking uit de sector plattelandsontwikkeling en kleinbedrijf, . India: afronding activiteiten op het gebied van transport en havenontwikkeling, . Bolivia: terugtrekking uit de sectoren kleine industrie en financiële dienstverlening, . Zuid Afrika: beëindiging van twee programma's gericht op ondersteuning landhervorming en beëindiging van sectorale begrotingssteun aan het rurale ontwikkelingsporgramma.

Het antwoord op vraag 13 van Groen Links over de Novemberbrief omvat alleen de budgetten voor de 17+3 landen en de landen op de themalijsten (conform vraagstelling). Deze totaliseren tot een bedrag van 378 mln. Daarnaast wordt voor art. 18.01 in 2000 ook budget gereserveerd voor afbouwprogramma's in de overige landen (ca. NLG 10 mln.) en landenoverstijgende activiteiten (ca. NLG 32 mln). Het totale bedrag komt daarmee op NLG 420 mln.

De minister voor Ontwikkelingssamenwerking
E.L. Herfkens

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

Deel: ' Vaststelling van begroting Ministerie van Buitenlandse Zaken '




Lees ook