Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap

PERSMEDEDELING

VAN HET MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP

26 AUGUSTUS 1999

Nog veel ouders laten na een studietoelage aan te vragen

Studeren kost geld, dat weet elke ouder en student. Je zou dan ook verwachten dat studietoelagen veelvuldig aangevraagd worden. Jaarlijks worden inderdaad ongeveer 120 000 aanvragen voor het secundair onderwijs en 50 000 aanvragen voor het hoger onderwijs ingediend. Elk jaar wordt er ongeveer 2,3 miljard aan toelagen uitbetaald.

Maar uit een wetenschappelijke studie die het departement Onderwijs enkele jaren geleden liet uitvoeren, blijkt dat er toch een groot aantal ouders zijn die geen studietoelage aanvragen voor hun zoon of dochter, hoewel ze daar recht op hebben. Velen zijn blijkbaar niet genoeg op de hoogte van de voorwaarden om een studiebeurs te krijgen: zij dienen geen aanvraag in omdat ze menen toch niet in aanmerking te zullen komen. Dat is jammer.

Daarom wil het departement Onderwijs ook dit jaar deze ouders sensibiliseren om tóch een aanvraag in te dienen. Eind september en begin oktober wordt tweemaal een advertentie geplaatst in populaire weekbladen. Ze moet de ouders van studenten in het secundair en hoger onderwijs attent maken op het bestaan van de studietoelage en hen ertoe aanzetten ook in geval van twijfel zo'n toelage aan te vragen. Dat moet vóór 31 oktober.

Ook persaandacht kan helpen om de rechthebbenden te bereiken. Hieronder vindt u in een notendop de belangrijkste informatie over studietoelagen.

Wat is een studietoelage ?

Een studietoelage is een geldbedrag dat de overheid geeft aan jongeren uit gezinnen die het financieel moeilijk hebben. Je kan een studietoelage aanvragen voor studies in het secundair of hoger onderwijs. Het bedrag dat je ontvangt is afhankelijk van het gezinsinkomen en het aantal personen ten laste.

Voor studies in de eerste tot en met de derde graad van het secundair onderwijs is het maximumbedrag van de toelage 24 900 frank, in de vierde graad is dat 56 500 frank. Voor studies in het hoger onderwijs krijgt een 'thuisstudent' (die op minder dan 10 km van de onderwijsinstelling woont) maximaal een toelage van 61 200 frank, een 'spoorstudent' 67 100 frank en een 'kotstudent' 103 500 frank.

Wat zijn de voorwaarden ?

Er zijn drie soorten voorwaarden om een toelage te krijgen: de nationaliteitsvereiste, ten eerste, zegt dat je Belg moet zijn of op 31 oktober 1999 tenminste twee jaar met je gezin in België verblijven of erkend zijn als politiek vluchteling.

Volgens de studievoorwaarden, ten tweede, moet je voltijds onderwijs volgen aan een instelling die erkend, gesubsidieerd of georganiseerd is door de Vlaamse Gemeenschap en moet je geslaagd zijn in het vorige school- of academiejaar. De 'slaagvoorwaarde' geldt echter niet voor leerplichtige leerlingen in het secundair onderwijs: indien zij hun jaar overzitten, kunnen zij (verder) een toelage krijgen.

Tenslotte zijn er uiteraard nog financiële voorwaarden: het inkomen van het gezin waarvan de leerling of student deel uitmaakt, mag niet hoger zijn dan een bepaald bedrag. Dit bedrag wordt het toegelaten jaarinkomen genoemd en verschilt naargelang het aantal personen ten laste en naargelang het om hoger of secundair onderwijs gaat. Het toegelaten jaarinkomen kan uit verschillende delen bestaan:

- het gezamenlijk belastbaar inkomen zoals vermeld op het aanslagbiljet van de belastingen aanslagjaar 1998, jaar van inkomen 1997, verminderd of vermeerderd met bepaalde posten: de afzonderlijk belaste inkomsten, de kadastrale inkomens buiten de eigen woning (= de gezinswoning) en voor zover het niet opgenomen is in het gezamenlijk belastbaar inkomen: 80% van het alimentatiegeld dat aan de wettelijke vertegenwoordiger en aan de ten laste zijnde kinderen wordt uitbetaald.

- het kadastraal inkomen van de persoon van wie de jongere ten laste is, mag niet hoger zijn dan 20% van het gezamenlijk plus het afzonderlijk belastbaar inkomen, eventueel verhoogd met pensioenen, vervangingsinkomen en/of alimentatiegeld. In sommige gevallen geldt de kadastrale inkomen-voorwaarde niet.

Het aanvraagformulier moet ten laatste op 31 oktober 1999 door de post afgestempeld zijn (opgelet: 31 oktober is dit jaar een zondag) of ingediend zijn bij de diensten voor Studietoelagen. Te laat ingediende aanvragen worden niet behandeld. Wie niet over alle gevraagde gegevens beschikt, dient best een onvolledige aanvraag tijdig in. Hoe sneller de aanvraag wordt ingediend, hoe sneller de rechthebbende wordt uitbetaald. De aanvraagformulieren zijn te krijgen in de onderwijsinstellingen en bij de ondervermelde diensten voor Studietoelagen.

Een gedetailleerde brochure

De gedetailleerde brochure 'Studietoelagen 1999-2000', met onder andere ook aanwijzingen voor het invullen van het aanvraagformulier, is te vinden in de onderwijsinstellingen, de PMS-centra, de provincies, de gemeenten en de openbare bibliotheken.

Ze kan ook gratis besteld worden bij de Infolijn Onderwijs op het nummer 0800/30 203 of bij de diensten voor Studietoelagen:
in Brussel: 02/553 86 60 of 86 61
in de provinciale afdelingen:
Antwerpen: 03/240 50 11 en 078/15 28 40
Limburg: 011/23 81 01
Oost-Vlaanderen: 09/267 74 17
Vlaams Brabant: 016/26 90 00
West-Vlaanderen: 050/40 56 11

Deze informatie vindt u ook op de website https://www.ond.vlaanderen.be/studietoelagen.

Voor meer informatie : Irma Van Langendock, afdeling Studietoelagen
tel. (02) 553 86 64 fax (02) 553 86 65

Deel: ' Veel Vlaamse ouders vragen geen studietoelage aan '




Lees ook