Ministerie van Financien

Titel: WEDERZIJDSE BIJSTAND NEDERLAND EN DUITSLAND



Persberichtnr.

99/126

Den Haag

8 juni 1999

Wederzijdse bijstand Nederland en Duitsland

Onlangs is in Den Haag tussen Nederland en Duitsland een verdrag getekend inzake wederzijdse administratieve bijstand bij de invordering van belastingschulden en de uitreiking van documenten.

Het verdrag is voor Duitsland ondertekend door, de heer E.U.B.J. von Puttkamer, ambassadeur van Duitsland in Nederland, en voor Nederland door de heer drs D.J. van den Berg, Secretaris-Generaal van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

Het voorliggende verdrag vormt een belangrijk instrument om uitvoering te geven aan het Nederlandse beleid om te komen tot een intensivering van de aanpak van grensoverschrijdende fraude in de vorm van het ontgaan van belastingbetaling. Omdat de bestrijding van grensoverschrijdende fraude meestal gepaard gaat met de uitwisseling van gegevens tussen de staten, zijn in het verdrag ook uitgebreide bepalingen opgenomen die de geheimhouding en bescherming moeten waarborgen van gegevens die zijn uitgewisseld met het oog op het verlenen van bijstand bij invordering van belastingschulden.

Op grond van het voorliggende verdrag zal het niet alleen mogelijk zijn om bijstand bij invordering te verzoeken ten aanzien van de hoofdschuldenaar van belastingschulden, maar ook ten aanzien van andere personen dan de hoofdschuldenaar als die andere personen aansprakelijk zijn voor de belastingschuld van de hoofdschuldenaar.

Zo wordt het voor Nederland, bijvoorbeeld, mogelijk om op grond van de aansprakelijkheid van inleners van arbeidskrachten belastingschulden van een Nederlandse inhoudingsplichtige te verhalen op een Duitse inlener van werknemers van die Nederlandse inhoudingsplichtige. Ook wordt het mogelijk om belastingschulden van Nederlandse onderaannemers te verhalen bij een Duitse hoofdaannemer die daarvoor in het kader van de ketenaansprakelijkheid hoofdelijk aansprakelijk is.

Het verdrag dient zowel in Duitsland als in Nederland nog te worden onderworpen aan de goedkeuringsprocedure.

Het verdrag zal met het oog daarop zo spoedig mogelijk na de ondertekening en na advisering door de Raad van State ter goedkeuring worden voorgelegd aan de Staten-Generaal. Het verdrag zal een maand na de uitwisseling van de akten van bekrachtiging in werking treden. Vanaf hetzelfde moment kunnen de bepalingen van het verdrag worden toegepast. Met betrekking tot verzoeken om bijstand bij invordering zullen de bepalingen van het verdrag van toepassing zijn op belastingschulden die op het moment waarop het verzoek wordt gedaan niet ouder zijn dan 15 jaar, te rekenen vanaf de datum waarop het oorspronkelijke dwangbevel is uitgevaardigd.

De tekst van het verdrag zal zo spoedig mogelijk via publicatie in het Tractatenblad bekend worden gemaakt.

Deel: ' Verdrag administratieve wederzijdse bijstand met Duitsland '




Lees ook