VERGADERING VAN HET PERMANENT COMITÉ VOOR ARBEIDSMARKTVRAAGSTUKKEN (13.03.00)
Brussels (13-03-2000) - Press: 65 - Nr: 6802/00



Brussel, 13 maart 2000

6802/00 (Presse 65)

VERGADERING VAN HET PERMANENT COMITÉ

VOOR ARBEIDSMARKTVRAAGSTUKKEN

Conclusies van het voorzitterschap


1. Het Permanent comité voor arbeidsmarktvraagstukken, voorgezeten door de heer Eduardo FERRO RODRIGUES, de Portugese minister van Arbeid en Solidariteit, is vandaag voor de derde maal sinds zijn hervorming in maart 1999 bijeengekomen. Het comité zorgt voor een permanente dialoog tussen de Raad, de Commissie en de sociale partners, teneinde de sociale partners in staat te stellen bij te dragen tot de gecoördineerde werkgelegenheidsstrategie, daarbij rekening houdend met de economische en sociale doelstellingen van de Gemeenschap. Vertegenwoordigers van de voorzitter van de Raad ECOFIN en de voorzitter van het Comité voor de werkgelegenheid en de arbeidsmarkt waren eveneens aanwezig.

2. Het comité besprak de voorbereiding van de buitengewone zitting van de Europese Raad in Lissabon op 23 en 24 maart 2000 betreffende "Werkgelegenheid, economische hervormingen en sociale samenhang - naar een Europa van innovatie en kennis" en ging daarbij voornamelijk uit van het document van het voorzitterschap met dezelfde titel, de bijdrage van de Commissie en schriftelijke bijdragen van zowel het Europees Verbond van Vakverenigingen als de Unie van Industrie- en Werkgeversfederaties in Europa.
3. Het comité complimenteert het Portugese voorzitterschap met het voorstel voor een nieuw strategisch doel voor de volgende tien jaar. Dat doel houdt in dat van de Europese Unie de meest dynamische en concurrentiële ruimte van de wereld wordt gemaakt, die gebaseerd is op innovatie en kennis en een impuls kan geven aan economische groei met meer en betere banen en grotere sociale samenhang. Innovatie en kennis worden steeds meer de primaire bron van rijkdom voor naties, ondernemingen en mensen. Zo ontstaan er nieuwe kansen om het Europees concurrentievermogen te heroriënteren en nieuwe banen te scheppen, maar ook nieuwe situaties waarin sociale uitsluiting kan plaatsvinden.
4. Het comité deelt de opvatting van het voorzitterschap dat de huidige economische opleving een gelegenheid biedt tot hervormingen en tot het scheppen van de voorwaarden voor volledige werkgelegenheid en voor de ontwikkeling van strategie en een kader voor de lange termijn, die de Europese Unie in staat zullen stellen een concurrerende en iedereen omvattende kennismaatschappij tot volle ontwikkeling te brengen. Het comité was met name verheugd over de nadruk die het voorzitterschap heeft gelegd op de implicaties van de zich snel ontwikkelende kenniseconomie en -maatschappij die enerzijds beschikt over een potentieel van veel nieuwe banen van hoog niveau, maar anderzijds bepaalde bestaande vaardigheden overbodig dreigt te maken en om die reden de verwerving van nieuwe vaardigheden door een groot deel van de beroepsbevolking dringend noodzakelijk maakt.
5. Het comité is ook voldaan over de aandacht voor de noodzaak om er tegen een achtergrond van grote demografische veranderingen voor te zorgen dat de socialebeschermingsstelsels met het oog op hun continuïteit worden gemoderniseerd en verbeterd. Essentieel voor die continuïteit is dat het werkgelegenheidspotentieel van Europa volledig wordt benut teneinde de gemiddelde werkgelegenheidsgraad te verhogen.

6. Het comité beklemtoont dat de coördinatie van bestaande processen moet worden verbeterd en dat met name grotere synergie nodig is tussen de globale richtsnoeren voor het economisch beleid en de werkgelegenheidsrichtsnoeren, om volledige werkgelegenheid te bevorderen. Dat dient de sleutel te zijn voor een betere beleidsvorming op basis van gedegener bijdragen van de verschillende Raadsformaties. Het comité deelde de opvatting van het voorzitterschap dat er geen nieuwe processen moeten komen.

7. Het comité wijst erop dat het onderwijs- en opleidingsbeleid en met name levenslang leren onontbeerlijk zijn voor de actualisering en aanpassing van de vaardigheden en de kennis van mensen, en een essentieel onderdeel van de werkgelegenheidsstrategie vormen. Met name merkte het comité op dat levenslang leren moet worden ontwikkeld in nauwe samenwerking met de sociale partners, die op dit gebied een cruciale verantwoordelijkheid dragen. Het comité merkte bovendien op dat de werkgelegenheidsrichtsnoeren voor 2000 zijn versterkt met een speciaal richtsnoer betreffende de ontwikkeling van computervaardigheden.
De ontwikkeling van de informatiemaatschappij en de daarmee verband houdende nieuwe technologieën moeten ook hun plaats krijgen in het lopende proces van Cardiff betreffende structurele hervormingen, dat moet worden geconsolideerd en verder uitgewerkt. Hoewel er twijfels bestaan over de bepaling van specifieke doelen, moet gestreefd worden naar de aanneming van de methode van Luxemburg wat betreft indicatoren en ijkpunten.
8. De deelnemers beklemtonen tevens het belang van een volledige en evenwichtige uitvoering van de werkgelegenheidsrichtsnoeren, die deel uitmaken van een middellange- tot langetermijnstrategie en nog niet volledig zijn uitgevoerd. De evaluatie halverwege moet worden gebruikt om de richtsnoeren inhoudelijk te versterken en nauwkeuriger toe te spitsen, vooral met betrekking tot de uitdagingen van de kennismaatschappij als bijzondere bijdrage tot economische groei en werkgelegenheid, ook al is het van belang dat zij niet elk jaar ingrijpend worden gewijzigd. De controle op de uitvoering moet worden verbeterd via het gebruik van aanvullende indicatoren en ijkpunten.

9. Meer in het bijzonder verklaarden de vertegenwoordigers van de werknemers het volgende:


- het nieuwe strategische doel van de EU dient volledige werkgelegenheid te zijn; het gaat evenwel niet louter om de hoeveelheid nieuwe banen; kwaliteit is ook belangrijk;
- hoewel het Europese sociale model moet worden gemoderniseerd en versterkt, bestaat er op zich geen behoefte aan een nieuw paradigma of model;

- 3,5% moet als beoogd groeicijfer worden vastgesteld - een nettotoename van het aantal banen is alleen mogelijk als de economie procentueel sneller groeit dan de productiviteit;
- op het gebied van het monetair en begrotingsbeleid moet een al te voorzichtige benadering worden vermeden, omdat die verstikkend kan werken op het nodige groeipotentieel;

- wat het belastingbeleid betreft, moet worden vermeden dat alleen de algemene belastingdruk wordt verlaagd - met overeenkomstige verlaging van de overdrachten als gevolg; bovendien is het in het kader van de voltooiing van de interne markt van belang dat de groeiende tendens naar belastingconcurrentie wordt tegengegaan met de ontwikkeling van de Europese dimensie van de fiscaliteit;
- voor eenieder moeten beroepskwalificaties worden ontwikkeld. Behalve aan sociale uitsluiting moet nu ook aan kennisuitsluiting bijzondere aandacht worden besteed. Bij de wederzijdse erkenning van opleidingen en diploma's is verdere vooruitgang van essentieel belang;

- de methode van Luxemburg moet worden toegepast op de sociale bescherming en moet worden ondersteund met sociale ijkpunten; een nieuwe pijler van de werkgelegenheidsrichtsnoeren om de momenteel over de vier bestaande pijlers verspreide aspecten van sociale bescherming en belasting te bundelen, moet ernstig in overweging worden genomen;

- om veranderingen in een kenniseconomie met goed gevolg te begeleiden is de actieve medewerking van alle betrokkenen nodig; op de aankondiging dat de Top van Lissabon zijn goedkeuring zal hechten aan het waarnemingscentrum voor industriële verandering werd dan ook positief gereageerd;

- de nadruk die in het document van het voorzitterschap wordt gelegd op een grotere betrokkenheid van de sociale partners zowel op sectorieel niveau (ICT en telecommunicatie) als in het gehele bedrijfsleven, verdient lof; van de kant van de werkgevers is echter een overeenkomstige reactie nodig, met name op het gebied van nieuwe Europese kaderovereenkomsten;

- het recht van werknemers op informatie en raadpleging moet worden aangepast aan de bestaande middelen op het gebied van elektronische informatie en communicatie.

10. De vertegenwoordigers van de werkgevers onderstreepten van hun kant het volgende:

- willekeurig vastgestelde groeidoelstellingen genereren op zich geen groei; alles draait om structurele hervorming als primaire voorwaarde voor concurrentievermogen, groei en werkgelegenheid; belemmeringen voor de ontwikkeling van de informatiemaatschappij dienen te worden verwijderd en er dient met spoed te worden gewerkt aan de liberalisering, in het kader van de interne markt, van financiële diensten, energie, spoor- en luchtvervoer, met inachtneming van het algemeen economisch belang als bedoeld in artikel 16 van het Verdrag van Amsterdam;

- op de arbeidsmarkt moet meer flexibiliteit en mobiliteit komen en de belemmeringen voor het scheppen van nieuwe banen, met name voor het MKB, moeten worden weggenomen;

- op het gebied van het financiële en begrotingsbeleid moeten vele lidstaten werk blijven maken van het terugdringen van het overheidstekort en de overheidsschuld, en van vermindering van excessieve belastingdruk; parallel daaraan moet meer aandacht worden besteed aan structurele hervormingen van de overheidsuitgaven waardoor meer ruimte ontstaat voor hogere investeringen om recht te doen aan nieuwe prioriteiten (O&TO, onderwijs en opleiding, modernisering van de overheid, toegang tot communicatienetwerken en -infrastructuur);

- ondernemerschap moet worden beloond, met name wat betreft het MKB; de druk van belasting en regelgeving op ondernemingen en op de ontwikkeling van nieuwe vormen van risicokapitaal moet worden verminderd; know-how is van essentieel belang voor zowel nieuwe starters als meer traditionele kleine bedrijven - er bestaat een dringende behoefte aan een snel en goedkoop Gemeenschapsoctrooi; bijzondere aandacht moet worden besteed aan de bevordering van het MKB en aan economische activiteiten, met inbegrip van landbouw, in afgelegen en rurale gebieden;

- verlaging van de indirecte arbeidskosten moet een cruciale bijdrage leveren tot een hogere werkgelegenheidsgraad; daardoor zal tevens het beroep op sociale uitkeringen verminderen;
- onderwijs- en opleidingssystemen moeten worden gemoderniseerd om jonge mensen beter toe te rusten voor de wereld van het werk; het is van essentieel belang dat er een toereikende aanwas van wetenschappelijke, technische en managementvaardigheden en van terzake competente docenten is; uitwisseling van beste praktijken kan uitwijzen wat de beste impulsen zijn om werkgevers ertoe aan te zetten hun arbeidskrachten adequate programma's voor levenslang leren te ontwikkelen;

- zij steunen de oprichting van een groep op hoog niveau die de hervorming van de sociale bescherming moet evalueren en zij beklemtoonden dat een baan de beste bescherming tegen uitsluiting vormt; zij memoreerden dat bepaalde sleutelelementen van de sociale bescherming behandeld worden in het kader van de pijler "inzetbaarheid" van de bestaande richtsnoeren.
11. Het comité vertrouwt erop dat de buitengewone zitting van de Europese Raad van Lissabon een volgende mijlpaal zal vormen op de weg naar verbetering van het Europese concurrentievermogen in de voortdurend veranderende wereld van morgen en naar kwalitatief hoogstaande werkgelegenheid voor alle burgers. Het Permanent comité is bereid in dit proces een sleutelrol te blijven spelen.

Deel: ' Vergadering comitÉ voor arbeidsmarktvraagstukken EU '




Lees ook