Ministerie van Financien

Algemeen Nieuws Fiscaal beleid Rijksbegroting Decentrale overheden PPS Europa Vacatures Belastingbulletins De Belastingdienst Domeinen Agentschap Overheidssites Zoeken Ministerie van Financiën

Titel: Vergoeding van kosten gemaakt in de bezwaarfase.

target as"

Mededeling 36. Behandeling verzoeken om vergoeding van kosten gemaakt in de bezwaarfase.

Besluit van 10 juni 1998, nr. AFZ98/1467M

zoals laatstelijk gewijzigd bij besluit van 4 november 1999, nr. AFZ1999/1917M

De plv.directeur-generaal der Belastingen heeft namens de Staatssecretaris van Financiën het volgende besloten.

Besluit herzien vóór 1 januari 1994

Uit het arrest van de Hoge Raad van 20 februari 1998, rolnummer 16 474, V-N 1998/13.5, blz. 1225 e.v., volgt dat indien de Belastingdienst een beschikking in de bezwaarfase herziet, het van de feiten en omstandigheden van het geval afhangt of er sprake is van een tot schadevergoeding verplichtende onrechtmatige daad. Van dat laatste is naar het oordeel van de Hoge Raad in ieder geval sprake in situaties waarbij het gaat om een onjuiste uitleg van de wet.

Mij is gebleken dat belastingplichtigen zich naar aanleiding van het genoemde arrest tot de Belastingdienst richten met het verzoek de door hen in de bezwaarfase gemaakte kosten te vergoeden. In verband daarmee stel ik mij op het standpunt dat de betekenis van de beslissing van de Hoge Raad zich beperkt tot bestreden besluiten (belastingaanslagen, beschikkingen) die de inspecteur vóór 1 januari 1994 heeft herzien. De behandeling van verzoeken tot vergoeding van in de bezwaarfase gemaakte kosten met betrekking tot deze besluiten dient met bericht en raad te worden overgedragen aan het Ministerie van Financiën, directie Algemene Fiscale Zaken.

Besluit herzien na 1 januari 1994

Met ingang van 1 januari 1994 is, in het verlengde van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak in belastingzaken (Warb) een regeling opgenomen die voorziet in een getarifeerde vergoeding van kosten in fiscale procedures. Deze regeling is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten fiscale procedures (BPF). Met ingang van 1 september 1999 zijn artikel 8:75 Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht van overeenkomstige toepassing in fiscale procedures waarin het beroep is ingesteld na 31 augustus 1999. In de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel dat heeft geleid tot, onder meer, artikel 8:75 Awb is aangegeven dat de vergoeding van kosten die zijn gemaakt in een bestuurlijke voorfase (waaronder de bezwaarfase) uitzondering dient te blijven en alleen aan de orde kan zijn indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven. De bezwaarschriftprocedure is, anders dan de beroeps- en cassatieprocedure, gericht op bestuurlijke heroverweging van genomen besluiten en op herstel van in de primaire besluitvormingsfase gemaakte fouten en vormt daarmee als het ware een verlengstuk van die fase.

Van bijzondere omstandigheden als hiervoor bedoeld, is sprake indien het bestreden besluit door ernstige onzorgvuldigheid in strijd met het recht is genomen. Het begrip ernstig onzorgvuldig is ontleend aan de bestuursrechtspraak en duidt op een situatie waarin het bestuursorgaan als het ware tegen beter weten in heeft gehandeld. Het moge duidelijk zijn, dat niet elk gebrek in de besluitvorming ernstige onzorgvuldigheid oplevert. Als bijvoorbeeld een naar achteraf blijkt onjuist, maar verdedigbaar juridisch standpunt is ingenomen, is van onzorgvuldigheid geen sprake. Als in (of bij de voorbereiding van) een besluit een reken- of toetsfout is gemaakt of bij vergissing van onjuiste feiten is uitgegaan, als het aan het besluit ten grondslag gelegde feitenonderzoek niet volledig is geweest, een minder bekende of recente rechterlijke uitspraak of wetsbepaling over het hoofd is gezien, de voorgeschreven voorbereidingsprocedure niet helemaal correct is gevoerd of termijnen niet strikt zijn nageleefd, behoort dit op zichzelf nog niet te leiden tot aansprakelijkheid voor de kosten van de bezwaarprocedure.

Bij ernstige onzorgvuldigheid dient vooral gedacht te worden aan besluiten die inhoudelijk evident onverdedigbaar zijn zoals een evident onhoudbare wetsuitleg, duidelijke strijd met sedert lang gevestigde jurisprudentie, en dergelijke.

De behandeling van verzoeken tot vergoeding van de kosten met betrekking tot de bezwaarfase, waaraan de Belastingdienst met inachtneming van het voorgaande meent geheel of gedeeltelijk tegemoet te kunnen komen, dient met bericht en raad te worden overgedragen aan het Ministerie van Financiën, directie Algemene Fiscale Zaken.

Alle overige verzoeken worden, net zoals dat thans het geval is, zelfstandig door de Belastingdienst afgehandeld.

Voor de afhandeling van verzoeken om vergoeding van de kosten in de bezwaarfase zijn in de bijlage bij dit besluit tekstsuggesties opgenomen.

De Staatssecretaris van Financiën,

namens deze,

de plv. directeur-generaal der Belastingen

mr. J. Thunnissen.

BIJLAGE

Tekstsuggesties voor de afhandeling van verzoeken om vergoeding van de kosten van de bezwaarfase

A (Verjaring)

Uw verzoek is ingekomen op een tijdstip waarop meer dan vijf jaren na de beslissing op het bezwaarschrift zijn verstreken. Ik ben van mening dat in verband daarmee uw eventuele aanspraken tot vergoeding van kosten betreffende de bezwaarfase zijn verjaard. In verband daarmee heb ik afgezien van een inhoudelijke beoordeling en wijs ik uw verzoek af.

B (Besluit herzien met ingang van 1 januari 1994)

(Op te nemen na een korte beschrijving van het feitencomplex)

Voor wat betreft de vergoeding van de kosten die zijn gemaakt in de bezwaarfase merk ik het volgende op.

Het arrest van de Hoge Raad van 20 februari 1998, waarop u het verzoek om een kostenvergoeding baseert, heeft betrekking op belastingaanslagen/beschikkingen die vóór 1 januari 1994 door de inspecteur zijn herzien. In de onderhavige situatie is de belastingaanslag/beschikking op of na deze datum herzien.

Met ingang van 1 januari 1994 is, in het verlengde van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken (hierna: Warb) een regeling opgenomen die voorziet in een getarifeerde vergoeding van kosten in fiscale procedures. Deze regeling is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten fiscale procedures (hierna: BPF). Met ingang van 1 september 1999 zijn artikel 8:75 Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht (hierna: BPB) van overeenkomstige toepassing in fiscale procedures waarin het beroep is ingesteld na 31 augustus 1999. In de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel dat heeft geleid tot, onder meer, artikel 8:75 Awb is aangegeven dat vergoeding van kosten die zijn gemaakt in een bestuurlijke voorfase (waaronder de bezwaarfase) uitzondering dient te blijven en alleen aan de orde kan zijn indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven. De bezwaarschriftprocedure is gericht op een bestuurlijke heroverweging van een besluit en op herstel van gemaakte fouten en vormt als zodanig het verlengstuk van de primaire besluitvormingsfase.Tijdens de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel dat heeft geleid tot, onder meer, artikel 5a Warb is opgemerkt dat het niet juist wordt gevonden voor het belastingrecht op dit punt een van artikel 8:75 Awb afwijkende regeling te treffen.


1. In het geval de bezwaarfase niet wordt gevolgd door een beroepsfase, aan te vullen met:

Gelet hierop heb ik geen aanleiding gevonden om u een tegemoetkoming te verlenen in de kosten die zijn gemaakt in de bezwaarfase. Van bijzondere omstandigheden, waaronder wordt verstaan ernstige onzorgvuldigheid van de zijde van de Belastingdienst die tot het achteraf gezien onjuiste besluit heeft geleid, is in het onderhavige geval niet gebleken.


2. In het geval de bezwaarfase is gevolgd door een beroepsfase, aan te vullen met:

Gelet hierop heb ik geen aanleiding gevonden om u een tegemoetkoming te verlenen in de kosten die zijn gemaakt in de bezwaarfase. Van bijzondere omstandigheden, waaronder wordt verstaan ernstige onzorgvuldigheid van de zijde van de Belastingdienst die tot het achteraf gezien onjuiste besluit heeft geleid, is in het onderhavige geval niet gebleken. Daarbij merk ik op dat de rechter in bijzondere omstandigheden kan afwijken van het in het BPF en het BPB neergelegde forfaitaire systeem voor de vergoeding van de kosten die zijn gemaakt in verband met de behandeling van het beroep. De rechter heeft dat in de onderhavige zaak niet gedaan.

Deel: ' Vergoeding van kosten uit bezwaar tegen belastingaanslag '




Lees ook