Verklaring van de Europese Raad over de versterking van het gemeenschappelijk Europees beleid inzake veiligheid en defensie Go Back

Press Release: Brussels (03-06-1999) - Nr. 122/99 (Presse )
_________________________________________________________________

Verklaring van de Europese Raad

over de versterking van het gemeenschappelijk Europees beleid

inzake veiligheid en defensie


1. Wij, leden van de Europese Raad, zijn vastbesloten de Europese Unie ten volle haar rol op het internationale toneel te laten spelen. Daartoe zijn wij voornemens de Europese Unie toe te rusten met de nodige middelen en capaciteiten om haar verantwoordelijkheden voor een gemeenschappelijk Europees beleid op het gebied van defensie en veiligheid op zich te nemen. De werkzaamheden die op initiatief van het Duitse voorzitterschap zijn ondernomen en de inwerkingtreding van het Verdrag van Amsterdam maken het ons vandaag mogelijk een beslissende stap vooruit te zetten. Bij het nastreven van de doelstellingen van ons gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid en de ontwikkeling van een gemeenschappelijk defensiebeleid menen wij dat de Raad besluiten moet kunnen nemen over het hele gamma van taken op het gebied van conflictpreventie en crisisbeheersing als omschreven in het Verdrag betreffende de Europese Unie, de zogeheten "Petersbergtaken". Hiertoe moet de Unie in staat zijn met steun van geloofwaardige strijdkrachten zelfstandig op te treden, en moet zij de middelen hebben om te besluiten die strijdkrachten in te zetten en bereid zijn zulks te doen als reactie op internationale crisissen, onverminderd NAVO-acties. De EU zal daardoor beter kunnen bijdragen tot internationale vrede en veiligheid overeenkomstig de beginselen van het Handvest der Verenigde Naties.

2. Wij zijn ervan overtuigd dat de Europese Unie over de passende capaciteiten en instrumenten moet beschikken om haar taken op het gebied van conflictpreventie en crisisbeheersing volledig op zich te kunnen nemen. Wij verbinden ons er dan ook toe voort te gaan met de ontwikkeling van doeltreffender Europese militaire capaciteit op basis van de bestaande nationale, binationale en multinationale capaciteit, en onze eigen capaciteit voor dat doel te versterken.
Hiertoe moet een continue defensie-inspanning worden geleverd, moeten de noodzakelijke aanpassingen worden uitgevoerd en moeten inzonderheid onze capaciteit inzake inlichtingendiensten, strategisch vervoer, bevelvoering en controle worden versterkt. Dit vergt tevens inspanningen om nationale en multinationale Europese strijdkrachten aan te passen, te oefenen en samen te brengen.
Wij erkennen voorts de noodzaak van voortdurende inspanningen met het oog op de versterking van de industriële en technologische defensiebasis, die wij competitief en dynamisch wensen. Wij zijn vastbesloten de herstructurering van de Europese defensie-industrie tussen de betrokken staten te bevorderen. Daarom zullen wij met de industrie werken aan een hechtere en doeltreffender samenwerking van de defensie-industrie. Wij zullen streven naar verdere vooruitgang in de harmonisatie van de militaire behoeften en de planning en aankoop van wapen, voorzover de lidstaten dat wenselijk achten.


3. Wij zijn ingenomen met de resultaten van de NAVO-top in Washington in die zin dat de NAVO haar steun heeft betuigd aan het door de EU in gang gezette proces en heeft bevestigd dat een effectievere rol voor de Europese Unie op het gebied van conflictpreventie en crisisbeheersing zal bijdragen tot de vitaliteit van een vernieuwd bondgenootschap. Bij de uitvoering van dit door de EU op gang gezette proces zullen wij zorgen voor de ontwikkeling van daadwerkelijke onderlinge raadpleging, samenwerking en transparantie tussen de Europese Unie en de NAVO.

Wij willen een effectief, door de EU geleid crisisbeheer ontwikkelen waarbij NAVO-leden zowel als neutrale en niet-gebonden leden van de EU volledig en op gelijke voet aan de operaties van de EU kunnen deelnemen.
Wij zullen regelingen treffen waardoor niet tot de EU behorende Europese bondgenoten en partners zo volledig mogelijk aan dit initiatief kunnen deelnemen.

4. Wij gaan dan ook over tot goedkeuring en aanneming van het verslag van het Duitse voorzitterschap, waarin de consensus tussen de lidstaten wordt weergegeven.

5. Wij zijn thans vastbesloten een nieuwe stap in de opbouw van de Europese Unie te zetten. Daarom dragen wij de Raad Algemene Zaken op te zorgen voor de voorwaarden en maatregelen die nodig zijn om deze doelstellingen te verwezenlijken, waaronder het bepalen van de wijze van integratie van de functies van de WEU die voor de Unie noodzakelijk zullen zijn om zich van haar nieuwe verantwoordelijkheden in het kader van de Petersbergtaken te kwijten. Het is in dat verband onze bedoeling voor het eind van het jaar 2000 de nodige besluiten aan te nemen. In dat geval zou de WEU als organisatie haar doel hebben bereikt. De verschillende status van de lidstaten met betrekking tot de collectieve defensiewaarborgen zal niet worden aangetast. Het Bondgenootschap blijft het fundament van de collectieve defensie van zijn lidstaten.
Wij verzoeken het Finse voorzitterschap dan ook het werk in de Raad Algemene Zaken voort te zetten op basis van deze verklaring en van het verslag van het voorzitterschap aan de Europese Raad van Keulen. Wij verwachten op de Europese Raad van Helsinki een voortgangsverslag van het Finse voorzitterschap.


________________

Verslag van het voorzitterschap over de versterking

van het gemeenschappelijk Europees beleid

inzake veiligheid en defensie


1. Inleiding

Het Verdrag van Amsterdam, dat op 1 mei in werking is getreden, voorziet in de versterking van het gemeenschappelijk buitenlands- en veiligheidsbeleid (GBVB) met inbegrip van de ontwikkeling van een gemeenschappelijk Europees defensiebeleid (GEDB), zoals bepaald in artikel 17 van het VEU. Het Verdrag voorziet tevens in de mogelijkheid de WEU in de EU te integreren, indien de Europese Raad daartoe besluit.
De Europese Raad van Wenen was verheugd over de nieuwe impuls die aan de discussie over een gemeenschappelijk Europees beleid inzake veiligheid en defensie is gegeven. Hij was van oordeel dat het GBVB met een geloofwaardig operationeel potentieel moet worden ondersteund, wil de Europese Unie in staat zijn om haar rol op het internationale toneel ten volle te spelen. Voorts verheugde hij zich over de Frans-Britse verklaring die op 4 december 1998 in Saint Malo is afgelegd. De Europese Raad verzocht het Duitse voorzitterschap om dit debat voort te zetten en kwam overeen het vraagstuk tijdens de Europese Raad van Keulen opnieuw te bespreken. Ter voorbereiding daarvan hebben de ministers van Buitenlandse Zaken zich over deze kwestie gebogen tijdens hun informele bijeenkomst in Reinhartshausen van 13 en 14 maart en in de Raad Algemene Zaken van 17 mei.
De NAVO-top in Washington was verheugd over de nieuwe impuls die door het Verdrag van Amsterdam aan de versterking van een gemeenschappelijk Europees beleid inzake veiligheid en defensie is gegeven, en bevestigde dat een krachtiger Europese rol mede zal bijdragen tot de vitaliteit van het Bondgenootschap in de 21e eeuw. Voorts onderstreepte de NAVO-top dat de ontwikkeling van een GBVB, zoals gevraagd in het Verdrag van Amsterdam, verenigbaar is met het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid dat in het kader van het Verdrag van Washington is ingesteld. Dit proces zal tot meer complementariteit, samenwerking en synergie leiden.
Ook in de ministerraad van de WEU op 10 en 11 mei is dit vraagstuk besproken op basis van het informele overleg dat tijdens de ministerraad te Rome op gang werd gebracht. De lidstaten zullen inspanningen leveren die in overeenstemming zijn met de conclusies van de lopende WEU-doorlichting van het Europese defensiepotentieel.


2. Grondbeginselen

Doel is het GBVB te versterken met de ontwikkeling van een gemeenschappelijk Europees beleid inzake veiligheid en defensie. Dit vereist een autonome operationele capaciteit die wordt ondersteund door geloofwaardige militaire middelen en passende besluitvormingsinstanties. Besluiten om op te treden zouden binnen het kader van het GBVB worden genomen volgens passende procedures, om recht te doen aan het specifieke karakter van besluiten op dit gebied. De Raad van de Europese Unie zou aldus besluiten kunnen nemen over het gehele scala van tot zijn beschikking staande politieke, economische en militaire instrumenten wanneer hij op crisissituaties reageert. De Europese Unie is gehouden tot handhaving van de vrede en versterking van de internationale veiligheid overeenkomstig de beginselen van het Handvest van de Verenigde Naties, alsmede de beginselen van de Slotakte van Helsinki en de doelstellingen van het Handvest van Parijs, zoals bepaald is in artikel 11 van het VEU.
Bij het Verdrag van Amsterdam worden de Petersbergtaken ("humanitaire en reddingsopdrachten, vredeshandhavingsopdrachten en opdrachten van strijdkrachten op het gebied van crisisbeheersing, met inbegrip van het tot stand brengen van vrede") in het Verdrag opgenomen.
Wij zouden ons er derhalve vooral voor moeten inzetten dat de Europese Unie over de nodige middelen (met inbegrip van militaire middelen) en passende structuren voor een efficiënte besluitvorming van de EU inzake crisisbeheersing in het kader van de Petersbergtaken, beschikt. Dit is het gebied waarop een bijzonder dringende behoefte bestaat aan Europese operationele capaciteit. De ontwikkeling van een militaire crisisbeheersingscapaciteit van de EU zal worden aangemerkt als een activiteit in het kader van het GBVB (titel V van het VEU) en als een onderdeel van de geleidelijke bepaling van een gemeenschappelijk defensiebeleid in overeenstemming met artikel 17 van het VEU.
Het Atlantisch Bondgenootschap blijft het fundament van de collectieve defensie van zijn leden. De verbintenissen krachtens artikel 5 van het Verdrag van Washington en artikel V van het Verdrag van Brussel zullen in elk geval voor alle lidstaten die partij zijn bij die Verdragen worden behouden. Het beleid van de Unie laat het specifieke karakter van het veiligheids- en defensiebeleid van bepaalde lidstaten onverlet.


3. Besluitvorming

Wat de EU-besluitvorming op het gebied van veiligheids- en defensiebeleid betreft, moeten de nodige regelingen worden getroffen met het oog op de politieke controle en de strategische leiding van de door de EU geleide Petersbergoperaties, zodat de EU daadwerkelijk tot dergelijke operaties kan besluiten en ze kan uitvoeren.
Voorts zal de EU behoefte hebben aan potentieel voor de analyse van situaties, bronnen van informatie en middelen voor de desbetreffende strategische planning.
Hiervoor kan met name het volgende vereist zijn:


- regelmatige (of ad hoc) vergaderingen van de Raad Algemene Zaken, indien nodig met inbegrip van de ministers van Defensie;
-
een permanent orgaan in Brussel (Comité voor politieke en veiligheidsvraagstukken) dat bestaat uit permanente vertegenwoordigers met politiek/militaire expertise;
- een militair comité van de EU dat bestaat uit militaire vertegenwoordigers en dat aanbevelingen richt tot het Comité voor politieke en veiligheidsvraagstukken;


- een militaire staf van de EU, met inbegrip van een Situatiecentrum;
- andere hulpmiddelen, zoals een Satellietcentrum en een Instituut voor Veiligheidsstudies.

Mogelijk moeten er verdere institutionele vraagstukken worden bestudeerd.

Besluiten betreffende crisisbeheersingstaken, in het bijzonder besluiten met militaire defensiegevolgen zullen in overeenstemming met artikel 23 van het Verdrag betreffende de Europese Unie met eenparigheid van stemmen worden genomen. De lidstaten behouden in alle omstandigheden het recht te besluiten of en wanneer hun nationale strijdkrachten worden ingezet.


4. Uitvoering

Wat de militaire middelen betreft, dienen de lidstaten verdere militaire eenheden (waaronder een hoofdkwartier) te ontwikkelen, die ook geschikt zijn voor operaties in het kader van crisisbeheersing, en dat zonder onnodige doublures. Tot de belangrijkste kenmerken behoren: inzetbaarheid, duurzaamheid, interoperabiliteit, flexibiliteit en mobiliteit. Voor de doeltreffende uitvoering van door de EU geleide operaties moet de Europese Unie naar gelang van de vereisten per geval beslissen of zij overgaat tot de uitvoering van:


- een door de EU geleide operatie met gebruikmaking van NAVO-hulpbronnen en -middelen, of

- een door de EU geleide operatie zonder gebruikmaking van NAVO-hulpbronnen en -middelen.

Voor door de EU geleide operaties zonder gebruikmaking van NAVO-hulpbronnen en -middelen zou de EU nationale of multinationale Europese middelen die door de lidstaten van tevoren zijn aangewezen, kunnen aanwenden. Daartoe zal gebruik moeten worden gemaakt van hetzij nationale commandostructuren met een multinationale vertegenwoordiging in het hoofdkwartier, hetzij bestaande commandostructuren in multinationale strijdkrachten. Verdere regelingen tot vergroting van de capaciteit van Europese multinationale en nationale strijdkrachten om op crisissituaties te reageren, zullen noodzakelijk zijn.

Bij door de EU geleide operaties met gebruikmaking van NAVO-hulpbronnen en -middelen, met inbegrip van Europese commandoregelingen, dient de nadruk vooral te liggen op de volgende aspecten:

- de regelingen moeten worden uitgevoerd op basis van de besluiten van Berlijn van 1996 en de besluiten van de NAVO-top van Washington van april 1999;

- de verdere regelingen, zoals bepaald tijdens de NAVO-top van Washington, dienen met name te omvatten:

= gewaarborgde toegang tot NAVO-planningmiddelen die kunnen bijdragen tot de militaire planning van door de EU geleide operaties; = veronderstelling dat de EU kan beschikken over van tevoren als zodanig aangewezen NAVO-middelen en gemeenschappelijke hulpbronnen voor gebruik in door de EU geleide operaties.


5. Wijze van deelneming en samenwerking

Voor de geslaagde totstandbrenging van een Europees beleid inzake veiligheid en defensie is met name het volgende vereist:


- de mogelijkheid voor alle EU-lidstaten, inclusief de niet-leden van de NAVO, om volwaardig en op voet van gelijkheid deel te nemen aan operaties van de EU;

- bevredigende regelingen voor Europese NAVO-leden die geen lidstaten van de EU zijn om hen zoveel mogelijk te betrekken bij door de EU geleide operaties, op basis van de regelingen voor raadpleging binnen de WEU;

- regelingen om ervoor te zorgen dat alle deelnemers aan een door de EU geleide operatie gelijke rechten hebben wat het voeren van die operatie betreft, onverminderd de autonomie van de EU qua besluitvorming, met name het recht van de Raad om principe- en beleidskwesties te bespreken en daarover een besluit te nemen;


- de noodzaak om doeltreffende wederzijdse raadpleging, samenwerking en transparantie tussen NAVO en EU te ontwikkelen;


- de bestudering van de manieren waarop de geassocieerde partners van de WEU de mogelijkheid kan worden geboden om daarbij betrokken te worden.


*


* *

Het voorzitterschap legt dit verslag ter goedkeuring en aanneming voor aan de Europese Raad van Keulen.


________________________

_________________________________________________________________

/newsroom/press/c/00122.nl9.htm

Deel: ' Verklaring Europese Raad inzake veiligheid en defensie '




Lees ook