Ministerie van Buitenlandse Zaken


Ministerie van Buitenlandse Zaken

Datum: 25 maart 1999

VERKLARING MINISTER VAN AARTSEN OVER KOSOSVO IN DE TWEEDE KAMER D.D.24 MAART 1999

Hedenavond - rond deze tijd - beginnen luchtacties van de NAVO tegen militaire doelen in de Republiek Joegoslavië.

Het is met de grootst mogelijke spijt en teleurstelling dat de Nederlandse regering moet vaststellen dat President Milosevic niet bereid is de voor hem wijd open liggende weg van de vrede te kiezen. En die weg blijft open.

Een besluit tot het inzetten van militaire middelen behoort tot de allermoeilijkste, de allerzwaarste waarvoor een politicus kan komen te staan. De afschuwelijke, zich alsmaar voortslepende menselijke tragedies in Kosovo laten naar het oordeel van de regering geen andere mogelijkheid toe.

Met alle pijn die het nemen van zo'n besluit teweeg brengt, zeg ik ook dat de ontoelaatbaarheid van de humanitaire rampspoed die zich voor onze ogen voltrekt, ons sterkt in de overtuiging dat wij hier het juiste besluit nemen. Dit oordeel is niet lichtvaardig, maar wel met overtuiging tot stand gekomen.

Meer dan een kwart miljoen Kosovaren is op de vlucht voor het niets ontziende geweld van de Joegoslavische troepen. Onschuldige burgers worden het slachtoffer. Dat kan niet doorgaan. Er is door de internationale gemeenschap werkelijk alles aan gedaan om een vreedzame uitkomst mogelijk te maken.

De onderhandelaars van de VS, de Russische Federatie en de EU hebben zich tot het uiterste ingezet en ingespannen om op de drempel van de
21ste eeuw te voorkomen dat zich midden in Europa een humanitaire catastrofe voltrekt.

Deze militaire operatie heeft een politiek doel en dat is de Servische agressie tot staan te brengen en de Joegoslavische regering te dwingen terug te keren naar de onderhandelingstafel.

Deel: ' Verklaring Minister van Aartsen over Kosovo in Tweede Kamer '




Lees ook