Tweede Kamer der Staten Generaal


26887000.004 vao belastingdienst

Gemaakt: 24-2-2000 tijd: 15:1


26887 Omgaan met vertrouwelijke gegevens bij de Belastingdienst

nr. 4 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 22 februari 2000

De vaste commissie voor Financiën<1> en de commissie voor de Rijksuitgaven<2> hebben op 10 februari 2000 overleg gevoerd met staatssecretaris Vermeend van Financiën over:


1. het beheersverslag 1998, het jaarverslag 1998 en de fiscale monitor
1998 van de belastingdienst (Fin-99-269 en Fin-99-636);


2. de betrouwbaarheid van de door de belastingdienst verstrekte informatie (Fin-99-468);


3. het voornemen om een aantal contactpunten van de belastingdienst te sluiten (Fin-00-80);


4. het rapport van de Algemene Rekenkamer "Omgaan met vertrouwelijke gegevens bij de belastingdienst" (26887, nrs. 1 en 2).

Van dit overleg brengen de commissies bijgaand beknopt verslag uit.

Het beheersverslag 1998, het jaarverslag 1998 en de fiscale monitor
1998 van de belastingdienst

De betrouwbaarheid van de door de belastingdienst verstrekte informatie

Het voornemen om een aantal contactpunten van de belastingdienst te sluiten

Vragen en opmerkingen uit de commissies

De heer Stroeken (CDA) sprak zijn tevredenheid uit over het werk van de belastingdienst.

Hij vroeg of wel voldoende voorlichting heeft plaatsgevonden over de contactpunten van de belastingdienst, gezien de afgenomen belangstelling in dezen. Is het mogelijk om brochures en formulieren van de belastingdienst ook via postkantoren en bibliotheken beschikbaar te stellen en per e-mail te bestellen? Daarnaast deed hij de suggestie om een aparte brochure te maken over de fiscale behandeling van vrijwilligers in aansluiting op de brochure van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over het vrijwilligerswerk in relatie tot sociale uitkeringen. Waarom wordt de maximale fiscale vrijstelling voor vergoedingen aan vrijwilligers van f.41 per week slechts voor maximaal 35 weken per jaar toegestaan?

Hij deelde voorts mee tevreden te zijn over de brief van de staatssecretaris inzake de problemen die kunnen ontstaan met negatieve voorlopige aanslagen. De vraag is alleen wanneer een belastingplichtige laakbaar handelen kan worden verweten als hij of zij het ten onrechte ontvangen bedrag van de belastingdienst heeft uitgegeven.

Naar aanleiding van de aan de Kamer in het licht van de privacywetgeving verstrekte informatie over "Informatieverstrekking aan de fiscus; ontheffing van de fiscale geheimhoudingsplicht" en "Omgaan met vertrouwelijke gegevens bij de belastingdienst" vroeg de heer Stroeken naar de uitwerking van de maatregelen op dit punt.

Hij constateerde dat 35% van de fiscale adviseurs van mening is dat de belastingdienst strenger optreedt. Bovendien vindt 10% tot 30% van de belastingplichtigen de belastingdienst te streng. Hoe beoordeelt de staatssecretaris deze signalen?

Tot slot maakte hij uit het beheersverslag 1998 op dat het aantal fysieke controles door de douane is afgenomen van 42.500 naar 42.000. De ondernemingsraden van de douanedistricten hebben algemeen de klacht geuit dat voor deze fysieke controles te weinig tijd beschikbaar is. Is de staatssecretaris ook van mening dat dit aspect veel aandacht behoeft, mede gelet op het feit dat het percentage tevreden klanten van de douane van 80 naar 70 is afgenomen?

Mevrouw De Vries (VVD) attendeerde op de klacht dat aanslagregelaars zich in de praktijk over ingewikkelde kwesties soms niet wensen uit te spreken en zich als het ware verschuilen achter de kennisgroepen bij de belastingdienst. Dat is te betreuren, want het is juist de kracht van het Nederlandse belastingstelsel dat men vooraf met de belastingdienst zaken kan afstemmen. Hoe lang duurt het voordat een kennisgroep uitsluitsel geeft over de vraag wanneer sprake is van beleid? Het beleid dient door de bewindslieden van Financiën te worden gemaakt, maar in de praktijk bleek dat beleidsnotities van verschillende belastingeenheden landelijk werden toegepast. Wanneer kan de Kamer de daarover toegezegde notitie tegemoet zien? Het leek haar voorts zinvol dat de Kamer uitgebreid wordt geïnformeerd over het functioneren van de kennisgroepen, nadat de evaluatie daarover is uitgebracht.

Tot slot kreeg zij graag meer schriftelijke informatie over Strax, betreft dit een toekomstige reorganisatie bij de belastingdienst, want hierover bestaat ook bij de dienst zelf veel onduidelijkheid en onzekerheid? Welke taken worden bijvoorbeeld bij de belastingdienst in Utrecht geconcentreerd en wat is de relatie van de kennisgroepen daarmee? Wordt Utrecht een soort beleidscentrum van de belastingdienst? Wordt een aantal beleidsambtenaren van het ministerie van Financiën naar Utrecht overgeplaatst?

De heer Kuijper (PvdA) had ook waardering voor de medewerkers van de belastingdienst, vooral ook voor het werk dat zij het afgelopen jaar hebben gedaan.

Hij memoreerde dat in het Belastingplan 2000 een bijzonder verhaalsrecht is opgenomen ten aanzien van het probleem van de katvangers. Ook de Rijksdienst voor het wegverkeer (RDW) heeft recent maatregelen genomen om te kunnen ontdekken of meer kentekens op één naam worden gesteld. Is de staatssecretaris bereid om medio 2000 een rapportage aan de Kamer te verstrekken over de effecten op dit punt?

Vervolgens vroeg hij aandacht voor de telefonische bereikbaarheid van de belastingdienst, ook omdat in het kader van het Belastingplan 2001 veel vragen te verwachten zijn. Van groot belang is het aspect van de betrouwbaarheid en de rechtmatigheid van via de Belastingtelefoon verstrekte informatie. Mensen veronderstellen dat de informatie van de Belastingtelefoon juist en volledig is, maar het komt soms voor dat deze informatie niet wordt geaccepteerd bij de uiteindelijke afdoening van de aangifte. In dat verband deed hij de suggestie om de cliënten van de Belastingtelefoon reeds bij het introductiemenu duidelijk te maken dat de telefonisch gegeven inlichtingen en adviezen pas definitief worden als de belastingdienst alle relevante gegevens bij de aangifte heeft verkregen.

De heer Kuijper sprak voorts zijn tevredenheid uit over de mogelijkheid die bij vijf belastingeenheden wordt geopend om via e-mail informatie met de belastingdienst uit te wisselen. Wat zijn de resultaten van deze proef? Naarmate het gebruik van de nieuwe media toeneemt, is het begrijpelijk dat het aantal fysieke bezoeken aan de contactpunten van de belastingdienst afneemt. In die zin is het ook logisch om een aantal van die contactpunten te sluiten. Wel dient de staatssecretaris er rekening mee te houden dat nog niet alle belastingplichtigen van de nieuwe media gebruik maken.

De heer Vendrik (GroenLinks) sloot zich aan bij de waarderende woorden voor de medewerkers van de belastingdienst. Ook hij was van mening dat de telefonische bereikbaarheid van de belastingdienst alle aandacht verdient met het oog op de te verwachten vragen over het Belastingplan
2001.

Hij steunde de suggestie van de heer Kuiper inzake de Belastingtelefoon, want het dient inderdaad voor cliënten helder te zijn dat zij aan de telefonisch verstrekte informatie geen rechten kunnen ontlenen. Wel moet het voor belastingplichtigen mogelijk zijn om vooraf zekerheid te verkrijgen over hun belastingplicht in een bepaalde situatie. Daarover dient dan ook voldoende voorlichting te worden verstrekt.

Tot slot constateerde hij dat de landelijke actie inzake de controle van aangiftes op aspecten die samenhangen met de Wet WOZ en de hypotheekrenteaftrek zal worden herhaald naar aanleiding van de eerdere uitkomsten op dit punt. Uit het beheersverslag 1998 blijkt echter niet waarom voortzetting van deze actie noodzakelijk is, want de gegevens duiden er niet op dat op dit vlak veel fraude optreedt.

Mevrouw Giskes (D66) vroeg om een toelichting op de voorgenomen acties in het kader van de campagne "fiscale momenten".

In 1997 is voor het laatst een verdeelsleutel tussen belastingen en sociale premies opgesteld ten aanzien van de inningskosten bij de belastingdienst, zodat duidelijk is welk deel van deze kosten wordt gedragen door het departement van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Wordt deze verdeelsleutel inderdaad om de vier jaar herzien en levert dat veel discussie tussen de betrokken departementen op?

Ook wenste mevrouw Giskes te vernemen of de problemen bij elektronische aangiftes in verband met de ondertekening en het wissen van gegevens inmiddels zijn opgelost. Wordt bij de belastingdienst nog steeds gewerkt met interdisciplinaire teams ten behoeve van onderzoek op specifieke terreinen?

Vervolgens ging zij in op het ziekteverzuimpercentage van de belastingdienst van 6,6. Enerzijds wordt gesteld dat dit percentage iets onder dat van vergelijkbare organisaties ligt, terwijl anderzijds ook wordt opgemerkt dat de belastingdienst qua werk eigenlijk met geen enkele organisatie is te vergelijken. Wat wordt gedaan om het ziekteverzuim terug te brengen?

Tot slot kreeg zij graag een toelichting op de wijze waarop de algemene heffingskorting uit het Belastingplan 2001 in individuele gevallen zal worden verrekend. Hoe wordt geïnventariseerd wie voor deze heffingskorting in aanmerking komt?

Het antwoord van de regering

De staatssecretaris van Financiën zei allereerst op vragen over de douane te zullen ingaan tijdens het algemeen overleg dat specifiek over dit onderwerp is geagendeerd.

Hij onderschreef het belang van perfecte voorlichting door de belastingdienst. Met het oog daarop zal na afronding van de behandeling van het Belastingplan 2001 in de Eerste Kamer in het kader van een grote voorlichtingscampagne ook een speciale "2001-telefoon" worden geopend ten behoeve van de informatieverstrekking op dit punt.

Hij was bereid het voorstel van de heer Stroeken te volgen en na te gaan of gezamenlijk met het departement van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een brochure kan worden opgesteld over alle fiscale aspecten van het vrijwilligerswerk. Nog beter is het wellicht om daarvoor ook een aparte site op internet in te richten. Bij het vaststellen van 35 weken voor het onbelast vergoeden van vrijwilligerswerk is rekening gehouden met de seizoenen waarin dit werk vaak pleegt te worden gedaan, met vakanties en dergelijke. Daartoe is indertijd na uitgebreid overleg met de Kamer besloten. Aan het via de postkantoren beschikbaar stellen van brochures zijn hoge kosten verbonden en derhalve is ervoor gekozen om alleen brochures over de motorrijtuigenbelasting langs die weg te verspreiden. Het verspreiden van brochures via bibliotheken gebeurt al in de praktijk, maar lang niet alle bibliotheken wensen daaraan mee te werken. Brochures kunnen via bestellijnen bij de kantoren van de belastingdienst en via de Belastingtelefoon worden besteld. Sommige brochures kan men via internet bestellen of downloaden. Er zal worden nagegaan of deze laatste mogelijkheid nog kan worden uitgebreid.

Hij bevestigde dat het voornemen tot sluiting van een aantal contactpunten bij de belastingdienst voortvloeit uit het feit dat het aantal bezoekers is afgenomen, hetgeen verband houdt met de inmiddels geboden andere mogelijkheden tot het verkrijgen van informatie. Overigens gaat de belastingdienst daar prudent mee om, want doelstelling is en blijft dat iedereen op de makkelijkste wijze aan de noodzakelijke informatie kan komen. Uiteindelijk worden 26 van de 52 contactpunten gesloten, waarbij wordt gekeken naar het gebruik in de praktijk en naar de afstand tussen de verschillende contactpunten. De belastingdienst heeft tot nu toe geen klachten ontvangen over de voorgenomen sluiting.

Van laakbaar handelen is sprake als iemand in strijd met de wettelijke regeling zijn aangifte invult of overige gegevens verstrekt. Sommigen beroepen zich dan op onwetendheid, maar dat is moeilijk objectief vast te stellen. Inmiddels zijn maatregelen genomen om zoveel mogelijk te voorkomen dat belastingplichtigen ten onrechte een negatieve voorlopige aanslag ontvangen met als risico dat zij de teruggegeven gelden reeds hebben uitgegeven als bij de definitieve aanslag blijkt dat de negatieve aanslag onjuist was. Het is evenwel ook bewust beleid om mensen zo snel mogelijk hun geld terug te geven. Tussen beide zaken dient dan ook een goed evenwicht te worden gevonden.

De staatssecretaris zei dat de toegenomen ontevredenheid bij fiscale adviseurs vooral kan worden verklaard door de toegenomen eenheid van beleid, waardoor het in de praktijk minder goed mogelijk is om specifieke regelingen met de betrokken aanslagregelaar af te spreken en men minder snel uitsluitsel krijgt van de fiscus. Het gelijkheidsbeginsel is evenwel een fundamenteel grondrecht dat als zodanig ook moet worden gehandhaafd.

Hij zegde voorts toe het evaluatieverslag over de kennisgroepen, dat nog dit jaar zal uitkomen naar de Kamer te zullen sturen. Daarbij zal ook worden aangegeven welke knelpunten in de praktijk optreden en wat daaraan moet worden gedaan. Overigens hadden de kennisgroepen met hun grote specifieke deskundigheid voor hem al hun nut bewezen bij de ontwikkeling van beleid. Het is niet de bedoeling dat aanslagregelaars zich bij hun contacten met belastingplichtigen ten onrechte achter door kennisgroepen te verstrekken informatie verschuilen. Ook dit aspect zal bij de evaluatie worden onderzocht. Het beleid wordt uiteindelijk gemaakt door het ministerie van Financiën onder de politieke verantwoordelijkheid van de bewindslieden. De notitie op dit punt, waarin helder naar voren komt wat de beleidsbepalende verhouding is tussen de belastingdienst en het ministerie van Financiën, is inmiddels naar de Kamer verstuurd. Hij zegde tevens toe zo snel mogelijk te zullen rapporteren over de resultaten van de nieuwe werkwijze bij de RDW inzake het opsporen van katvangers. Meer gegevens hierover komen waarschijnlijk pas na de zomer van 2000 beschikbaar.

Staatssecretaris Vermeend stelde voorop dat de Belastingtelefoon goede informatie dient te verstrekken. Via steekproeven wordt ook aan kwaliteitsbewaking op dit punt gedaan. Medewerkers van de Belastingtelefoon geven evenwel informatie op grond van de gegevens die hun telefonisch door de belastingplichtige worden verstrekt, want zij hebben niet de beschikking over de specifieke belastingdossiers. Daardoor is het mogelijk dat bij de uiteindelijke aanslagregeling blijkt dat de aan de Belastingtelefoon verstrekte feiten anders zijn en dat dus ook de op de telefonisch verstrekte informatie gebaseerde informatie van de Belastingtelefoon onjuist was. Desgevraagd wees hij er naar aanleiding van een specifieke casus nog op dat men bij problemen altijd een beroep kan doen op de hardheidsclausule of het geval voorleggen aan de commissie voor de Verzoekschriften uit beide Kamers.

Thans wordt onderzocht of het mogelijk is om op basis van telefoonnummers vast te stellen met welke belastingeenheid de vragensteller moet worden verbonden, zodat gemakkelijk kan worden doorverbonden naar de betrokken behandelend ambtenaar. Uiteraard zal dan eerst bij de vragensteller worden gecheckt of hij of zij wel wil worden doorverbonden met de behandelend ambtenaar. De suggestie van de heer Kuijper zal evenwel ook op haar waarde worden bezien om een te hoog verwachtingspatroon van belastingplichtigen te temperen. Het blijft mogelijk dat belastingplichtigen zekerheid vooraf krijgen, namelijk als zij daarom in direct contact met hun belastingeenheid verzoeken. Er zal worden nagegaan of de medewerkers van de Belastingtelefoon de belastingplichtigen in de praktijk voldoende op die mogelijkheid wijzen.

De landelijke actie inzake de fiscale aangiftes rondom het eigen huis is pas in 1998 gestart. De resultaten over 1999 zijn nog niet bekend. De actie zal nog worden voorgezet, omdat het niet mogelijk is om alle aangiftes op dit punt in één jaar te controleren. Er kunnen pas conclusies worden getrokken als de gehele actie is voltooid. De acties "fiscale momenten", bijvoorbeeld over de fiscus en vakantiewerk, de fiscus en je eerste baan en dergelijke, blijken buitengewoon populair te zijn. Daarbij gaat het om een beperkt aantal onderwerpen waarin weinig verandering komt. Bij de speciale brancheonderzoeken, gericht op branches waarin het risico bestaat dat men zijn fiscale verplichtingen niet nakomt, is daarentegen wel sprake van meer variatie.

Voor het opsporen van personen die in aanmerking komen voor de algemene heffingskorting, maakt de belastingdienst gebruik van zijn eigen bestanden. Daarnaast zullen de werkgevers de daartoe benodigde gegevens verstrekken. Ook zal in de voorlichtingscampagne rond het Belastingplan 2001 op deze heffingskorting worden gewezen, zodat men zich daartoe ook zelf kan aanmelden. Vervolgens wordt dit aspect opgenomen in het reguliere voorlichtingstraject van de belastingdienst.

De heer Van Lunteren (directeur-generaal der belastingen) releveerde nog dat bij de reorganisatie van de belastingdienst uit de eerste helft van de jaren negentig het accent lag op wijziging van de structuur van de dienst. Aan deze structuur, die zich in de praktijk heeft bewezen, zal niet worden gesleuteld. Thans zal de belastingdienst zich met name concentreren op een verbetering van de werkprocessen binnen die structuur, al kan een en ander wel in kleinere structuurwijzigingen uitmonden. Gezien de snelheid van de relevante ontwikkelingen, bijvoorbeeld op IT-gebied, is het onmogelijk en ook ongewenst om nu al te beschrijven hoe de situatie over vijf jaar is. Dat zou immers slechts schijnzekerheid opleveren. Medewerkers dienen hun zekerheid te vergroten via opleidingen, zodat zij op meer plekken inzetbaar zijn. Onder auspiciën van de vestiging in Utrecht worden werkprocessen onderzocht, ontworpen en verbeterd en wordt ook aan voorbereiding van beleid gedaan, maar de bij de beleidsvoorbereiding betrokken ambtenaren zijn voor het overgrote deel nog op het departement in De Haag werkzaam.

Hij bevestigde dat de belastingdienst in het verleden de inningskosten van het heffen van de premies volksverzekeringen op basis van afspraken met de ministeries van SZW en VWS van de desbetreffende sociale fondsen gerestitueerd kreeg. Op initiatief van de bewindslieden van Financiën heeft het kabinet twee jaar geleden besloten om deze ingewikkelde procedure te beëindigen en een en ander via balansverkorting in de begroting te verwerken.

Bij het doen van elektronische aangifte dient men een elektronische handtekening te voegen. Als men twee keer een verkeerde code invoegt, worden de gegevens uit beveiligingsoogpunt gewist om te voorkomen dat onbevoegden daarvan gebruik kunnen maken. Er wordt dus daadwerkelijk beoogd om in dat geval de gegevens te wissen.

Tot slot wees hij erop dat de belastingdienst qua type werk inderdaad niet vergelijkbaar is met Haagse beleidsdepartementen. Het ziekteverzuimpercentage ligt bij de dienst iets onder het landelijk gemiddelde en zeker onder het percentage bij grote administratieve organisaties, ook al is het percentage ook bij de belastingdienst iets stijgende. Via Arbo-zorg en dergelijke wordt overigens getracht om het ziekteverzuim terug te brengen.

Het rapport van de Algemene Rekenkamer "Omgaan met vertrouwelijke gegevens bij de belastingdienst"

Vragen en opmerkingen uit de commissies

Mevrouw Remak (VVD) had waardering voor het feit dat de staatssecretaris naar aanleiding van de verkoop van vertrouwelijke gegevens door een aantal medewerkers bij een eenheid particulieren van de belastingdienst snel actie had ondernomen door de Algemene Rekenkamer te verzoeken onderzoek te doen naar het omgaan met vertrouwelijke gegevens. Als de conclusies uit het rapport van de Algemene Rekenkamer representatief zijn voor de belastingdienst als geheel, is sprake van een ernstige ontwikkeling. Wat is de stand van zaken op dit punt bij de eenheden grote ondernemingen en bij de douane, want deze zijn door de Rekenkamer niet onderzocht? Is op korte termijn vervolgonderzoek naar deze divisies te verwachten?

Uit het rapport van de Rekenkamer komt het spanningsveld naar voren tussen enerzijds de klantgerichte benadering van de belastingdienst, waarbij men de belastingplichtige zo snel en goed mogelijk te woord wil staan, en anderzijds het belang van informatiebeveiliging en integriteit. Er bestaat weinig inzicht in de risico's van een klantgerichte benadering ten aanzien van het onbevoegd raadplegen van vertrouwelijke gegevens bij de belastingdienst.

Vrijwel elke medewerker van de dienst heeft toegang tot vrijwel alle gegevens van alle belastingplichtigen in Nederland. Men maakt zeer vaak gebruik van elkaars wachtwoorden, bureaus worden vaak onbeheerd achtergelaten en de "clean desk policy" wordt niet op grote schaal nageleefd. De vraag is dan ook of de aanbevelingen van de Rekenkamer op dit punt voldoende soelaas bieden. Op welke wijze denkt de staatssecretaris de Kamer op dit punt gerust te stellen? Is hij bereid om de Kamer voor het zomerreces een plan van aanpak te sturen over de implementatie van de aanbevelingen van de Rekenkamer, mede in relatie tot de invoering van het Belastingplan 2001. Wellicht dat in de bijscholing van ambtenaren op dit punt ook extra aandacht kan worden besteed aan het integriteits- en beveiligingsvraagstuk. Extra zorgwekkend daarbij is dat managers van de eenheden hieraan in de praktijk weinig tot geen aandacht besteden. Is het mogelijk om ook voor hen met een gericht scholingstraject te starten, gezien hun voorbeeldfunctie voor hun medewerkers?

Mevrouw Remak constateerde dat de staatssecretaris de aanbeveling van de Rekenkamer voor het aanwijzen van een vertrouwenspersoon op eenheidsniveau niet overneemt, omdat reeds voldoende laagdrempeligheid kan worden bereikt met het aanwijzen van een vertrouwenspersoon op directieniveau. Staat dat echter niet juist haaks op het principe van de laagdrempeligheid? Wat is nu precies de reden om deze aanbeveling niet over te nemen?

Mevrouw Duijkers (PvdA) had ook waardering voor het snelle handelen van de staatssecretaris. Uit het rapport van de Algemene Rekenkamer is impliciet op te maken dat er bij de belastingdienst veel aandacht is geschonken aan verbetering van de procedures en de efficiency ter vergroting van de klantvriendelijkheid. Daarmee zijn inderdaad goede resultaten behaald, maar het is te betreuren dat daardoor aan een aantal eveneens belangrijke zaken geen aandacht is geschonken.

Verder blijkt uit de rapportage dat leidinggevenden bij de belastingdienst op afstand leiding geven aan de organisatie en vooral belangstelling hebben voor het product en de daarbij te gebruiken techniek. De vraag is evenwel of zij nog wel geïnteresseerd zijn in de mensen die het proces moeten uitvoeren. Er is na de reorganisatie een soort individualiseringsproces op gang gekomen waarbij mensen weinig binding met elkaar blijken te hebben. Dat baarde haar zorgen voor de toekomst, gezien de taak waarvoor de belastingdienst staat om de belastingherziening tijdig en met voldoende kwaliteit in te voeren. Dan zal wederom veel aandacht aan de ICT worden geschonken, maar eveneens met het risico dat de beveiliging van de informatiesystemen en de integriteit van de medewerkers een lagere prioriteit krijgen. Juist het Belastingplan 2001 is evenwel nog gevoeliger voor een eventuele verkoop of het uitlenen van informatie, aangezien bedrijven en particulieren volgens dit plan allerlei kapitaalgegevens aan de belastingdienst dienen te verschaffen.

Zij memoreerde dat haar collega Wagenaar in een overleg met minister Van Boxtel heeft gezegd dat er feitelijk een soort rijksbrede aanpak moet komen voor de bescherming van de privacygegevens van personen. Is de staatssecretaris op de hoogte van de stand van zaken op dit punt? In hoeverre is het ministerie van Financiën daarbij betrokken? Ook kreeg zij graag meer informatie over het plan van aanpak ter uitvoering van de aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer en over de eerste resultaten daarvan. Is het mogelijk om jaarlijks in een beheerparagraaf in de VBTB-begroting (van beleidsbegroting tot beleidsverantwoording) te rapporteren over de stand van zaken bij de uitvoering van de maatregelen bij de belastingdienst?

De heer Vendrik (GroenLinks) sloot zich aan bij de betogen van mevrouw Remak en mevrouw Duijkers. Hij sprak de hoop uit dat bij de verkoop van gegevens sprake was van een incident dat niet exemplarisch is voor een bepaalde cultuur die bij de belastingdienst heeft postgevat. Met mevrouw Duijkers vond hij het uitermate belangrijk om daaraan in structurele zin aandacht te schenken.

Mevrouw Giskes (D66) constateerde ook dat bij de invoering van het Belastingplan 2001 nog meer gegevens aan de belastingdienst moeten worden verstrekt, bijvoorbeeld als gevolg de renseigneringsplicht. Daarmee wordt het des te belangrijker dat de belastingdienst goed omgaat met deze vertrouwelijke gegevens. Op zichzelf onderschreef zij de reactie van de staatssecretaris op dit punt, maar wellicht dat het ook mogelijk is om in meer technische zin maatregelen te nemen ter voorkoming van misbruik van gegevens.

Voorts herinnerde zij aan het rapport van de registratiekamer van eind
1999, waarin wordt geconcludeerd dat er geen adequate wettelijke grondslag meer is op basis waarvan de belastingdienst gegevens aan derden verstrekt. Is de staatssecretaris van plan om daarin verbetering te brengen?

De heer Stroeken (CDA) sloot zich aan bij de kritische opmerkingen van mevrouw Remak en mevrouw Duijkers. Daarbij vroeg hij nog in het bijzonder de aandacht voor het aspect van de autorisatieverdeling.

De staatssecretaris van Financiën onderschreef dat de in Utrecht geconstateerde verkoop van gegevens buitengewoon ernstig was. Dat vormde voor hem dan ook reden om onmiddellijk de Algemene Rekenkamer in te schakelen voor het verrichten van onderzoek op dit punt. De uitkomsten van dit onderzoek zijn inderdaad zorgwekkend, zeker ook omdat het onderzoek representatief is voor de gehele belastingdienst. Hij had zich ook persoonlijk door de onderzoekers laten voorlichten over de stand van zaken en over de best mogelijke aanpak. Het plan van aanpak is inmiddels gereed, maar daarin staan ook gegevens van vertrouwelijke aard. Derhalve zegde hij toe dat het plan ter vertrouwelijke kennisneming aan de Kamer zal worden toegezonden.

Met mevrouw Duijkers constateerde hij dat bij de belastingdienst te weinig aandacht is geschonken aan de menselijke maat. De opgave is thans om daarin verandering te brengen. Tevens was hij met haar van opvatting dat de bescherming van gegevens structureel aandacht behoeft. Hij kon zich dan ook vinden in haar suggestie om hierover jaarlijks aan de Kamer te rapporteren.

Tot slot deelde hij mede dat er inderdaad een wettelijke basis zal komen op grond waarvan de belastingdienst gegevens aan derden kan verstrekken.

De heer Van Lunteren (directeur-generaal der belastingen) bevestigde dat er bij de belastingdienst geen sprake was van een goed evenwicht tussen enerzijds de doelmatigheid en anderzijds de bescherming van vertrouwelijke gegevens. Daartoe dient de toegang tot vertrouwelijke gegevens tot minder personen te worden beperkt, hetgeen via technische maatregelen is op te lossen. In het verleden hadden de medewerkers voor elke applicatie een apart wachtwoord nodig met als gevolg dat men de verschillende wachtwoorden ging opschrijven. Derhalve wordt eraan gewerkt om te bereiken dat men met één wachtwoord toegang krijgt tot alle noodzakelijke systemen, maar dat kost veel tijd en geld. In het plan van aanpak staat daarover meer informatie. Lastiger is het evenwel om verandering aan te brengen in de cultuur bij de belastingdienst, waardoor mensen elkaar niet aanspreken op dit soort zaken. De leiding van de dienst zal haar uiterste best doen om dat te veranderen, maar dat zal tijd kosten.

De voorzitter van de vaste commissie voor Financiën,

Van Gijzel

De voorzitter van de commissie voor de Rijksuitgaven,

Van Walsem

De griffier van de vaste commissie voor Financiën,

Janssen


1 Samenstelling:

Leden: Schutte (GPV), Reitsma (CDA), Rosenmöller (GroenLinks), Van Gijzel (PvdA), voorzitter, Van Zijl (PvdA), Witteveen-Hevinga (PvdA), Voûte-Droste (VVD), De Vries (VVD), Noorman-den Uyl (PvdA), Marijnissen (SP), Kamp (VVD), Giskes (D66), Crone (PvdA), Van Dijke (RPF), Bakker (D66), Hofstra (VVD), De Haan (CDA), ondervoorzitter, Vendrik (GroenLinks), Stroeken (CDA), Remak (VVD), Van Beek (VVD), Balkenende (CDA), Bos (PvdA), Wijn (CDA), Kuijper (PvdA)

Plv. leden: Van der Vlies (SGP), Verburg (CDA), Harrewijn (GroenLinks), Duijkers (PvdA), Smits (PvdA), Koenders (PvdA), Balemans (VVD), Wilders (VVD), Van Oven (PvdA), De Wit (SP), Patijn (VVD); Schimmel (D66), Kalsbeek (PvdA), Hoekema (D66), Van Walsem (D66), Blok (VVD), Dankers (CDA), Rabbae (GroenLinks), Hillen (CDA), Hessing (VVD), Weekers (VVD), Bijleveld-Schouten (CDA), Hindriks (PvdA), Van den Akker (CDA), Timmermans (PvdA)


2 Samenstelling:

Leden: Witteveen-Hevinga (PvdA), ondervoorzitter, Rosenmöller (GroenLinks), Hillen (CDA), Van Zijl (PvdA), Van Heemst (PvdA), Marijnissen (SP), Hessing (VVD), Giskes (D66), Crone (PvdA),Van Dijke (RPF), Bakker (D66), Van Walsem (D66), voorzitter, Th.A.M. Meijer (CDA), De Haan (CDA), Wagenaar (PvdA), Weekers (VVD), Verburg (CDA), Vendrik (GroenLinks), Remak (VVD), Duijkers (PvdA), Van Beek (VVD), Van den Akker (CDA), Udo (VVD), Blok (VVD), Kuijper (PvdA)

Plv. leden: Koenders (PvdA), Harrewijn (GroenLinks), Ross-van Dorp (CDA), Van Zuijlen (PvdA), Bos (PvdA), Kant (SP), Voûte-Droste (VVD), Lambrechts (D66), Feenstra (PvdA), Schutte (GPV), Van der Vlies (SGP), Schimmel (D66), Stroeken (CDA), Wijn (CDA), Hindriks (PvdA), Geluk (VVD), Van Blerck-Woerdman (VVD), Hamer (PvdA), O.P.G. Vos (VVD), Rietkerk (CDA), De Vries (VVD), Balemans (VVD), Smits (PvdA)

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

Deel: ' Verslag algemeen overleg belastingdienst '




Lees ook