Tweede Kamer der Staten Generaal


26800xv.063 vao inzake zorgverlof

Gemaakt: 19-1-2000 tijd: 14:13


26800 XV Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2000 nr. 63 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG
Vastgesteld 10 januari 2000

De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid<1> heeft op 8 december 1999 overleg gevoerd met minister De Vries van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en staatssecretaris Verstand van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over de ontwerp-AMvB overhevelingstoeslag in verband met compensatie van de kosten van zorgverlof (26800-XV, nr. 18). Van dit overleg brengt de commissie bijgaand beknopt verslag uit.

Vragen en opmerkingen uit de commissie

Mevrouw Bussemaker (PvdA) herinnerde eraan dat veel leden in het debat over de nota Arbeid en zorg en het voorstel voor tiendaags betaald zorgverlof in oktober jongstleden, hun twijfel hebben geuit over de financiering van dit verlof via de overhevelingstoeslag (OT). Uiteindelijk is afgesproken dat dit onderwerp opnieuw aan de orde komt bij de behandeling van het wetsvoorstel. Die werkwijze verdient nog steeds de voorkeur, maar de minister heeft de Kamer overvallen met zijn brief van 19 november waarin wordt voorgesteld het kortdurend zorgverlof te financieren via een verlaging van de overhevelingstoeslag. Die brief is erg technisch en het is moeilijk de politieke implicaties ervan te overzien. De belangrijkste vraag is wat de consequenties zijn als de Kamer instemt met de verlaging van de overhevelingstoeslag. Heeft zij dan nog de ruimte om bij de behandeling van het wetsvoorstel voor een andere wijze van financiering te kiezen? Financiering via de OT heeft een aantal voordelen, in het bijzonder voor de administratievelastendruk. Een groot nadeel is echter dat er geen rekening wordt gehouden met de mate waarin gebruik wordt gemaakt van zorgverlof. Iedereen weet dat vrouwen meer gebruik zullen maken van zorgverlof dan mannen. De opmerking van de regering dat zij verwacht dat mannen ook gebruik zullen maken van zorgverlof, wordt gelogenstraft door de ervaringen in bijvoorbeeld Duitsland en Zweden. Mevrouw Bussemaker was daarom bang voor de gevolgen van dit voorstel. Zij vreesde dat werknemers minder geneigd zullen zijn vrouwen in de vruchtbare leeftijd of met kleine kinderen in dienst te nemen, omdat die meer zorgverlof zullen opnemen. Verder zullen er problemen ontstaan bij kleinere bedrijven, vooral in het midden- en kleinbedrijf. Als meerdere werknemers zorgverlof vragen, zal een werknemer om financiële redenen geneigd zijn een beroep te doen op het geclausuleerde karakter van de wet. Ten slotte zullen met de gekozen financieringssystematiek de sectoren waar veel vrouwen werken -- onbedoeld -- zwaarder worden belast. Dit geldt in het bijzonder voor de zorg en het onderwijs, maar ook voor de detailhandel en de schoonmaak- en uitzendbranche. Dit probleem wordt nog versterkt doordat in CAO-afspraken een ander bruteringpercentage kan worden overeengekomen ter compensatie van het wegvallen van de OT. Mevrouw Bussemaker vroeg of deze nadelen van financiering via de OT opwegen tegen die van een constructie via het Algemeen werkloosheidsfonds (AWF). In dit verband vroeg zij een nadere toelichting op het antwoord op vraag 11. Wat gebeurt er als een werknemer zelf de aanvraag moet indienen? De eerste drie puntjes vallen dan toch weg? Zij had zich bezonnen op mogelijke alternatieven. Een fiscale maatregel of financiering via een socialezorgverzekering of een zorgfonds lijken tot de mogelijkheden te behoren. Het voordeel is dat de premie dan over alle werkgevers wordt omgeslagen. In een algemeen overleg heeft mevrouw Hamer de staatssecretaris van WVC gevraagd om een SER-advies over een financieringsregeling voor kinderopvang via premiebetaling. Is de minister bereid te bevorderen dat die adviesaanvrage wordt uitgebreid tot het zorgverlof en de mogelijkheid van een verloffonds of een fiscale faciliteit die ertoe leidt dat degene die vanwege een zorgverplichting kortdurend verlof opneemt tot een maximumaantal dagen het gederfde salaris als persoonlijke verplichting kan aftrekken van de inkomstenbelasting? Op deze manier worden de administratieve lasten voor werkgevers niet onaanvaardbaar verzwaard. Als dit advies beschikbaar is voordat het wetsvoorstel over het zorgverlof aan de Kamer wordt voorgelegd, kan de Kamer een afgewogen oordeel vellen.

Mevrouw Örgü (VVD) herinnerde eraan dat zij tijdens het overleg over de nota Arbeid en zorg in principe heeft ingestemd met het voorstel voor de financiering van het kortdurend verlof via een verlaging van de OT, omdat dit de administratieve lasten beperkt houdt. Zij herhaalde in het kort de bezwaren van haar fractie tegen een wettelijke regeling van betaald zorgverlof. Het kabinet heeft gekozen voor de minst ongelukkige optie, namelijk compensatie via de OT voor alle werkgevers. Bij deze optie zijn de administratieve lasten en de uitvoeringskosten het laagst. Een regeling via het AWF zal de uitvoeringskosten onaanvaardbaar opschroeven en een regeling op basis van declaratie zal vanwege controle en handhaving eveneens te veel uitvoeringskosten en administratieve lasten met zich meebrengen. Een regeling via het AWF heeft grote gevolgen voor de werkgevers. Zij moeten een verlofadministratie bijhouden, wijzigingen invoeren in de loonadministratie en formulieren invullen voor de UVI's. Tegen de beslissing van de UVI's kan weer bezwaar worden aangetekend. Die gegevens moeten weer worden verwerkt in de loonadministratie, want er zijn immers dagen niet gewerkt. Dit vraagt weer om rechtmatigheids- en doelmatigheidscontroles door een UVI. De relatief lage vergoeding aan de werkgever en werknemer staat in geen verhouding tot de kosten voor uitvoering. Verder kunnen nog eens aanvullende afspraken worden gemaakt met de CAO-partners. Ook een regeling op declaratiebasis brengt problemen met zich mee voor de uitvoering en de handhaving. Het kabinet wijst terecht op de kosten hiervan. Er ontstaat een relatie tussen werkgever en uitvoeringsorgaan met alle administratieve consequenties van dien. Het kabinet heeft gekozen voor een generieke lastenverlichting ter compensatie van de kosten van werkgevers. Het vindt verlaging van de OT het meest geschikte instrument, omdat dit compensatie biedt aan alle werkgevers. Door een gelijktijdige evenredige fiscale compensatie van de werknemers, worden werkgevers in de markt- en de overheidssector efficiënt gecompenseerd. Mevrouw Örgü ondersteunde dit voorstel van het kabinet, dat verder nog het voordeel biedt dat:
- de administratieve lasten van de werkgever beperkt blijven tot de verlof- en loonregistratie;
- de werkgevers een grotere financiële prikkel krijgen om het gebruik van de regeling goed te toetsen;
- sociale partners op basis van vrijwilligheid in onderling overleg een compensatie overeen kunnen komen die aansluit bij het te verwachten gebruik van het zorgverlof in de betreffende sector. Het kabinet wijst erop dat de kosten van een generieke lastenverlichting, werkgevers bij werving en selectie aanleiding kunnen geven tot risicomijdend gedrag. Het verwacht dat mannen meer zorgverlof zullen opnemen en dat hierdoor het risicomijdend gedrag zal afnemen. Waarom denkt zij dit? Mevrouw Örgü wees erop dat sociale partners een jaar tevoren duidelijkheid moeten hebben over de hoogte van het bruteringpercentage opdat zij hiermee rekening kunnen houden tijdens het CAO-overleg. Als de Kamer dit voorstel van het kabinet nu van de hand wijst, is de OT als instrument voor compensatie niet meer bruikbaar. Zij steunde daarom het voorstel van de regering om nu een regeling te treffen.

Het moest mevrouw Bijleveld-Schouten (CDA) van het hart dat zij hogelijk verbaasd is over de gekozen procedure. In de Kamer is uitgebreid gesproken over de discussienota Arbeid en zorg en daarna over het kabinetsstandpunt Arbeid en zorg. Vervolgens is een kabinetsstandpunt verschenen over het kortdurend zorgverlof dat een aantal opties voor de financiering bevat. Zij herinnerde eraan dat zij een motie heeft ingediend waarin wordt uitgesproken dat het kabinetsvoorstel geen recht doet aan de verschillen in het gebruik van zorgverlof tussen bedrijven en de regering wordt verzocht te zoeken naar een andere wijze van financiering die daaraan wel recht doet. Die mogelijkheden zouden in ieder geval moeten worden onderzocht. Op dringend advies van de staatssecretaris is die motie aangehouden. Zij verzekerde de Kamer dat er bij de behandeling van de wet nog alle gelegenheid zou zijn om over de financierings- en compensatiesystematiek van gedachten te wisselen. De verbazing was daarom groot toen de Kamer het verzoek bereikte zo snel mogelijk in te stemmen met een concept-AMvB waarin de financiering van het kortdurend verlof wordt geregeld. Mevrouw Bijleveld maakte bezwaar tegen deze procedure. Zij zei dat zij is ingegaan op het verzoek om de motie aan te houden en over dit onderwerp van gedachten te wisselen bij de behandeling van de wet, omdat zij ervan uitging dat daarbij alle mogelijke opties aan de orde zouden komen. Bovendien heeft de Kamer nog geen inhoudelijk oordeel kunnen uitspreken over het kortdurend verlof. Ook daarvoor is een aantal varianten en modaliteiten denkbaar die gevolgen hebben voor de kosten en de financiering. Waarom wordt de lastenverlichting voor bedrijven dan nu al geregeld? Ook de verhouding tussen het zorgverlof en het calamiteitenverlof en het risico dat dingen dubbelop worden gedaan, hebben gevolgen voor de financiering. Over al die punten zal pas duidelijkheid ontstaan bij de behandeling van het wetsvoorstel, maar intussen is de generieke lastenverlichting al wel geregeld. Dat is geen goede gang van zaken. Mevrouw Bijleveld kon begrip opbrengen voor een aantal van de argumenten die de regering tot dit voorstel hebben gebracht. Voor kleine bedrijven waar fors gebruik zal worden gemaakt van het zorgverlof, kunnen de kosten echter flink oplopen. Het is de vraag of die voldoende worden gecompenseerd via de generieke lastenverlichting. Is er onderzoek gedaan naar de effecten van generieke lastenverlichting, met name voor het midden- en kleinbedrijf? Zij zei dat haar voornaamste bezwaar is dat een generieke maatregel negatieve gevolgen kan hebben voor de sectoren waar veel vrouwen werken. Onderzoek in Duitsland en Zweden toont aan dat vrouwen driemaal zoveel verlof opnemen als mannen. De kosten daarvan mogen niet worden afgewenteld op de betrokken werkneemsters. Er zijn andere financieringsvormen denkbaar waarbij wel degelijk rekening wordt gehouden met de administratieve lasten. Een van de argumenten die pleiten tegen financiering via het AWF, is het probleem van de bewijslast, maar het is de vraag of de noodzaak voor het aannemelijk maken zo nadrukkelijk met waarborgen moet worden omkleed. Bovendien lijken de administratieve lasten van een regeling via het AWF nogal zwaar te zijn aangezet. Kunnen de bewindslieden dit toelichten? Wat is de realiteit? De minister schrijft dat bij een andere regeling van het zorgverlof dan het kabinet nu voor ogen staat, er wegen zijn om verschillen in kosten weg te nemen. Die wegen zullen er zeker zijn, maar financiering door middel van verhoging of verlaging van de premies, vond mevrouw Bijleveld geen goede weg. Er zijn natuurlijk ook andere modaliteiten denkbaar, maar het is de vraag waarom niet eerst over de wet wordt gesproken en dan pas over de financiering.

Mevrouw Schimmel (D66) wees erop dat in het antwoord op de vragen staat dat een deel van de OT-compensatie mag worden gebruikt voor verschillende zaken, bijvoorbeeld voor het opvangen van de aanzienlijke consequenties van brutering voor de pensioenopbouw en -aanspraken. Betekent dit dat de compensatie die nu wordt geboden om het zorgverlof voor werkgevers financieel aantrekkelijk te maken, niet specifiek is bedoeld als compensatie voor dat zorgverlof, maar ook kan worden gebruikt voor allerlei andere zaken? Het is belangrijk dit nu vast te stellen om te voorkomen dat het zorgverlof na 1 januari 2001 door werkgevers als een extra lastenpost wordt beschouwd. In sectoren waar meer gebruik zal worden gemaakt van zorgverlof, dreigt het gevaar van lagere lonen voor vrouwen. Dit staat haaks op het streven naar een gelijke beloning voor mannen en vrouwen. Het zou jammer zijn als nu voor een systematiek wordt gekozen die dit streven tenietdoet. Bij de afschaffing van de Ziektewet is vastgesteld dat werkgevers niet belast mogen worden met de kosten van zwangerschaps- en bevallingsverlof. Daarom is gekozen voor een regeling via het AWF. Het kabinet wijst die mogelijkheid in dit geval van de hand met het oog op de administratieve lasten en uitvoeringskosten. Het gaat om 800.000 gevallen per jaar. Dat zijn er toch niet zo veel, afgezet tegen het aantal mensen dat ieder jaar via de vangnetvoorziening Ziektewet een beroep doet op het AWF? Bij de behandeling van de Wulbz is niet gesproken over administratieve lasten en uitvoeringskosten; toen werd gezegd dat het belangrijk is dat bepaalde mensen recht blijven houden op een ziekte-uitkering. Mannen en vrouwen moeten in gelijke mate gebruik kunnen maken van zorgverlof zonder dat sommige werkgevers het gevoel hebben dat zij daarvan meer gevolgen ondervinden dan andere. Mevrouw Schimmel was er nog niet van overtuigd dat compensatie via de OT de beste werkwijze is. Neemt de Kamer een onherroepelijk besluit als zij hiermee instemt?

Mevrouw Van Gent (GroenLinks) zei dat haar fractie groot voorstander is van kortdurend betaald zorgverlof. In de coalitie lijkt het echter lastig om hierover goede afspraken te maken. Na veel heen en weer gepraat heeft een meerderheid van de Kamer aangedrongen op kortdurend betaald zorgverlof, maar nu dringt de vraag zich op hoe dit verlof moet worden gefinancierd. De procedure die de regering heeft gekozen, deugt niet. De Kamer wordt overvallen door deze werkwijze. Het is opvallend dat het merendeel van de leden betwijfelt of nu al definitief tot een regeling via de OT moet worden besloten, terwijl de VVD-fractie zich hierin lijkt te kunnen vinden. De administratievelastendruk wordt wel wat overdreven. Het zou beter zijn verschillende varianten te onderzoeken en tegen elkaar af te zetten en daarbij ook de administratievelastendruk te wegen. Mevrouw Van Gent maakte er bezwaar tegen dat onder tijdsdruk voor een optie wordt gekozen die in plaats van de minst ongelukkige, er een is die de minste ongelukken voor de coalitie met zich meebrengt. Er moet een goede regeling voor het kortdurend betaald zorgverlof tot stand komen. Zij neigde naar een collectieve financiering, waarvoor verschillende varianten denkbaar zijn. Collectieve financiering heeft het voordeel dat bedrijven of sectoren waar relatief veel vrouwen werken, niet zwaarder worden belast. Natuurlijk is het wenselijk dat mannen meer zorgverlof opnemen, maar de realiteit is voorlopig anders. In de brief van 10 november wordt een aantal nadelen opgesomd van financiering via het AWF. Zo zullen de kosten van het zorgverlof door de werking van de AWF-franchise met name worden gedragen door de werkgever van mensen met hogere inkomens. Mevrouw Van Gent zei dat het geen verbazing zal wekken dat zij dit niet als een nadeel ziet. Vormen van nivellering zijn echter taboe in de huidige coalitie. Misschien kan dit voor dit soort goede zaken worden doorbroken? Een ander nadeel dat wordt genoemd, is dat werkgevers minder geneigd zullen zijn tot een nauwkeurige controle op de naleving. De werkgever heeft er echter ook belang bij dat de werknemers zoveel mogelijk op de werkplek aanwezig zijn. Het kortdurend betaald zorgverlof moet op een zo kort mogelijke termijn zo goed mogelijk worden ingevoerd. Heeft de regering mede voor deze constructie gekozen, omdat zij haast wil maken met de invoering van dit verlof? Aan de ander kant kunnen de komende maanden worden gebruikt om andere varianten nog eens nauwkeurig onder de loep te nemen. Die kunnen dan bij een -- hopelijk snelle -- behandeling van het wetsvoorstel worden afgewogen. Zij vroeg verder of dit een bureaucratische maatregel is of dat dit voorstel inhoudelijke consequenties heeft waarop de Kamer niet meer terug kan komen. In het laatste geval zou zij dit voorstel niet steunen en zelfs het risico willen lopen dat de invoering wat langer duurt. Het kortdurend betaald zorgverlof is te belangrijk om het slachtoffer te worden van politieke meningsverschillen in de coalitie.

Het antwoord van de regering

De minister stelde voorop dat de regering de OT wil afschaffen. Een en ander zal verlopen via een brutering die per 1 januari 2001 zal worden ingevoerd. De OT is ingevoerd in het kader van de Oort-operatie. De overheveling van lasten bedroeg toen zo'n 10% van de loonsom, maar deze is inmiddels teruggebracht tot 2%. De stap tot afschaffing van de OT kan daarom nu wel worden gewaagd. Met de brutering komt een einde aan de OT-problematiek die iedereen voor de voeten loopt en ook werkgevers en werknemers met een hoop extra werk opzadelt. Op 1 januari aanstaande moet duidelijk zijn hoe dit kan worden verwezenlijkt, opdat alle betrokkenen daarmee rekening kunnen houden. Overigens bestaat er geen verschil van mening over dit voornemen, ook niet bij de Stichting van de arbeid. Een element van dit voornemen heeft deze discussie uitgelokt, namelijk dat het kabinet van mening is dat de werkgevers voor de kosten van het kortdurend zorgverlof het beste generiek kunnen worden gecompenseerd. Het kabinet heeft naar middelen gezocht om de werkgeverslasten te verlichten. Afweging van de verschillende mogelijkheden heeft tot de conclusie geleid dat het verstandig zou zijn gebruik te maken van de afschaffing van de OT door die met nog eens 0,06% te verlagen, zodat de kloof bij de overgang naar brutering nog iets kleiner zal zijn. De kernvraag van de Kamer is nu of zij bij de behandeling van het wetsvoorstel nog over andere mogelijkheden van financiering kan spreken en dan nog de ruimte heeft om een andere methodiek in te zetten. De minister stelde met klem dat de Kamer die mogelijkheid behoudt. De verlaging van de OT kan tegen de zomer -- als de plannen voor het volgende jaar worden besproken -- op diverse manieren worden geneutraliseerd. Een beslissing nu, levert in de loop van volgend jaar dus geen probleem op. Voor de premievaststelling is het echter nuttig en handig nu te weten waarvan de regering uitgaat. Hij zei dat de regering niet lichtzinnig tot het besluit is gekomen dat de OT de beste oplossing biedt voor deze problematiek. Er is veel nagedacht over de verschillende mogelijkheden en met name over de problematiek die in de rapportage van de commissie-Slechte wordt aangesneden. Hij verwees ter vergelijking naar de ervaringen die zijn opgedaan bij de overgang van banenpoolers naar de WIW. Toen bleek dat uitvoering van een regeling op declaratiebasis en toegesneden op het individu, miljoenen kost. Voor dit vraagstuk was geen generieke oplossing mogelijk. De problematiek van het kortdurend zorgverlof is echter zo omvangrijk, dat een regeling gebaseerd op declaraties of andere invuloefeningen tot zoveel mutaties zal leiden, dat de uitvoeringslast ondraaglijk zwaar wordt. In antwoord op de opmerking dat die uitvoeringslasten bij de vangnetvoorziening Ziektewet voor lief worden genomen, wees hij erop dat de kosten voor de afhandeling van een mutatie in dit kader op ongeveer f.200 worden geschat. Bij 800.000 aanvragen zijn de uitvoeringskosten dan vrijwel gelijk aan het bedrag dat zal worden uitgekeerd. De regering heeft niet gemajureerd, maar is uitgegaan van de cijfers die voor dergelijke calculaties worden gehanteerd. Verder heeft zij een ruime inschatting gemaakt van het beroep dat op deze regeling zal worden gedaan. Ook voor fiscale trajecten geldt dat werkgevers hun opgaven aan de Belastingdienst hard moeten kunnen maken. Daarvoor zijn verklaringen nodig van artsen, crèches, enz. Die verklaringen moeten worden bewaard en kunnen worden gecontroleerd. Na een afweging van alle mogelijkheden, is de regering tot de conclusie gekomen dat een perfecte regeling niet voorhanden is, maar wel een die verspilling van moeite en kosten zoveel mogelijk kan voorkomen. Zij voelt niets voor een regeling die veel uitvoeringskosten met zich meebrengt, maar overigens nauwelijks iets oplevert. Dezelfde overwegingen gelden voor de instelling van nieuwe fondsen met nieuwe fondsbeheerders. De minister zei dat hij liever een regeling ruimer van middelen voorziet dan tientallen miljoenen te besteden aan een toegespitste uitvoering van die regeling. Dat is maatschappelijk onnut geld. Deze afweging neemt echter niet weg dat bij de behandeling van het wetsvoorstel aan de verschillende modaliteiten veel meer aandacht zal worden besteed. Hij zegde toe aan de hand van de vragen van de Kamer, haar overwegingen nog eens te bezien. De regering is van mening dat zij een afweging heeft gemaakt die maatschappelijk en praktisch gezien voor alle betrokkenen de beste variant oplevert. De bezwaren hiertegen kunnen bij de behandeling van het wetsvoorstel worden besproken. Hij verzekerde de leden dat er geen sprake is van prejudiciëring op de beslissing die de Kamer neemt. Desgevraagd merkte de minister op dat iedere fiscale modaliteit om administratie en controle vraagt. De regering heeft nu een methodiek gevonden die niet tot administratievelastenverzwaring leidt. De regeling is ruim bemeten, waardoor het misschien mogelijk is meer uit te geven voor de compensatie van zorgverlof in sectoren die meer gevolgen ondervinden van het wettelijk zorgverlof. Hij stelde voor de termijnen nog eens in ogenschouw te nemen. Als het wetsvoorstel tijdig voor de zomer kan worden behandeld, is er zijns inziens geen probleem. Zo niet, dan zal er een mogelijkheid worden gezocht om eerder over dit onderwerp te spreken. Hij zei dat hij dit in het algemeen toch wil overwegen, want dit is vooral een technisch uitvoeringsvraagstuk, waarbij veel ingewikkelde aspecten aan de orde zijn. Het is misschien beter de behandeling van het wetsvoorstel daarmee niet te belasten. Dit betekent dat ernaar moet worden gestreefd die technische discussie in de eerste maanden van het komend jaar te voeren. Hij stelde voor in dat kader in te gaan op de gestelde vragen. Een dergelijke werkwijze biedt iedereen meer inzicht en overzicht.

De staatssecretaris stelde vast dat de kern van de discussie vandaag is, de vraag welke mogelijkheden er nog zijn voor andere besluitvorming over het wetsvoorstel. De minister heeft hierop helder antwoord gegeven. De twijfels die zijn geuit over de argumenten, zullen worden betrokken bij het vervolg van het wetgevingstraject. Dit geldt eveneens voor de vragen die zijn gesteld. Haars inziens is de belangrijkste constatering op dit moment dat de Kamer alle ruimte heeft om na afweging van de argumenten te kiezen voor een ander instrument dan de OT. Zij hoopte dat de commissie ermee instemt om in een vroeg stadium dieper in te gaan op deze systematiek. In de tussentijd kan hierover dan ook nog met een aantal betrokken partijen in het veld worden gesproken. De Kamer kan van die informatie gebruikmaken bij haar verdere besluitvorming. Zij wees erop dat zij tijdens het plenaire debat een brief met nadere informatie heeft toegezegd. Aan die toezegging is voldaan met de brief van 10 november jongstleden. De commissie heeft die brief voor kennisgeving aangenomen.

Nadere gedachtewisseling

Mevrouw Schimmel (D66) begreep dat het kabinet heeft gekozen voor deze vorm van compensatie, omdat de overhevelingstoeslag per 1 januari 2001 wordt opgeheven. In feite lijkt nu al een onderdeel van de wet in werking te treden, namelijk de financiering. Uit de woorden van de minister leidde zij echter af dat het kabinet de mogelijkheid van financiering via de OT niet wil afsluiten, maar ook dat de Kamer nog de mogelijkheid heeft om voor een andere financieringsmethodiek te kiezen als het wetsvoorstel aan haar wordt voorgelegd. Bij die beslissing van de Kamer zullen de eerder genoemde argumenten een rol spelen, namelijk dat:
- er geen verschil in beloning mag ontstaan tussen mannen- en vrouwensectoren;
- werkgevers met veel vrouwen in dienst daarvan geen nadelige gevolgen mogen ondervinden.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks) stelde vast dat financiering via de OT volgens de regering de beste variant is. De meerderheid van de Kamer ziet deze variant nu vooral als een bureaucratische manoeuvre, want de verschillende varianten komen bij de behandeling van de wet terug. Zij drong erop aan dat die dan op een gelijkwaardige manier worden vergeleken en beoordeeld. De regering heeft dan misschien al een keuze gemaakt, de Kamer heeft dit zeker nog niet gedaan. Zij kon leven met het voorstel van de minister om voorafgaande aan de bespreking van het wetsvoorstel, in een aparte bijeenkomst over de financieringsmethodiek van gedachten te wisselen. Er is haast geboden met de wet en alles wat bijdraagt aan een snelle invoering, verdient steun. De belangrijkste vraag is immers wanneer de eerste dag betaald kortdurend zorgverlof kan worden opgenomen, zonder dat de regelgeving geweld wordt aangedaan. Mevrouw Van Gent vroeg de regering de administratievelastendruk van de verschillende varianten te onderzoeken, omdat zij weinig waarde hecht aan veronderstellingen dat die druk bij andere varianten onaanvaardbaar zal toenemen. De uitkomsten van dit onderzoek kunnen dan bij de totale afweging worden meegenomen.

Mevrouw Örgü (VVD) bestreed dat het kortdurend zorgverlof het slachtoffer dreigt te worden van politieke meningsverschillen in de coalitie. Zij vroeg om een overzicht van de kosten van de verschillende financieringsmogelijkheden en herhaalde dat de gekozen optie voor haar fractie de minst ongelukkige is. Als het kabinet echter mogelijkheden ziet voor een andere oplossing die nog minder administratievelastendruk met zich meebrengt, dan zal zij de VVD-fractie aan haar zijde vinden.

Mevrouw Bijleveld-Schouten (CDA) wees erop dat zij haar motie heeft aangehouden, omdat bij de behandeling van het wetsvoorstel nog nadere informatie zou worden uitgewisseld. Zij was ervan uitgegaan dat de toegezegde brief ter voorbereiding van die discussie zou dienen. Daarom heeft de commissie die brief voor kennisgeving aangenomen. Zij zei dat zij met deze procedure kan instemmen als zij ervan op aan kan dat de Kamer tijdig over de tekst van de wet kan beschikken. De minister zei dat een eventuele neutralisering van deze beslissing rond de zomer kan plaatsvinden. Volgens het huidige schema kan de Kamer in het tweede kwartaal van 2000 over de wettekst beschikken. Dat is aan de late kant. Kunnen de bewindslieden de Kamer verzekeren dat er voldoende tijd is voor de beoogde gedachtewisseling? Mevrouw Bijleveld stelde met klem dat zij nog met de bewindslieden van gedachten wil wisselen over het wetsvoorstel en de wijze van financiering. Zij legde de woorden van de minister zo uit, dat hij geen weg wil afsluiten, ook al vindt hij de OT de beste oplossing. Het belangrijkste blijft echter dat de Kamer op tijd over de tekst van het wetsvoorstel kan beschikken, opdat zij voldoende mogelijkheden heeft om daarover serieus met de regering van gedachten te wisselen. Daarbij spelen drie elementen een rol: de administratievelastendruk, de gevolgen voor kleinere bedrijven en de gevolgen voor sectoren waar veel vrouwen werken. Deze punten moeten worden betrokken bij de voorbereiding van het wetsvoorstel.

Mevrouw Bussemaker (PvdA) was opgelucht over de toezegging van de minister dat de Kamer bij de behandeling van de wet nog alle ruimte heeft om alle voors en tegens van de verschillende financieringsmethoden te wegen. Zij onderschreef de aspecten die eerdere sprekers hebben genoemd en die bij de behandeling van het wetsvoorstel aan de orde moeten komen. Zij vroeg de minister om tijdig voor die gedachtewisseling ook de eerder genoemde alternatieven voor de financiering van het kortdurend zorgverlof uiteen te zetten. In dit kader herhaalde zij haar vraag om een SER-advies.

De minister antwoordde dat het kabinet van mening is dat financiering via de OT een goede werkwijze is. Hij zegde toe een onderzoek te doen verrichten naar de gevolgen van de verschillende modaliteiten voor de administratievelastendruk. Hij betwijfelde of er een mogelijkheid is die nog minder administratievelastendruk met zich meebrengt. Het lijkt niet nodig over dit onderwerp een advies aan de SER te vragen, omdat hier vooral een praktische afweging van de mogelijkheden en gevolgen nodig is.

De staatssecretaris vond het belangrijk begin volgend jaar diepgaand van gedachten te wisselen over dit vraagstuk, omdat de financieringswijze van het zorgverlof ook de basis vormt voor een deel van de wetteksten. Er is de Kamer en regering veel aan gelegen om de vaart te houden in dit dossier. Het zal een hele klus zijn om dit voor 1 januari 2001 af te ronden. De vragen van de leden zullen bij de voorbereiding van die gedachtewisseling worden betrokken. Zij zei dat zij nog wil nadenken over wie de meest geëigende partijen zijn voor het overleg met het veld. Zij bevestigde dat de Kamer begin volgend jaar een notitie tegemoet kan zien waarin alle mogelijkheden worden toegelicht en afgewogen die als basis kan dienen voor een debat met de bewindslieden.

Mevrouw Bijleveld-Schouten (CDA) begreep uit de woorden van de staatssecretaris dat voorafgaande aan de behandeling van het wetsvoorstel over de financieringsmethodiek zal worden gesproken. Zij zag liever dat de gedachtewisseling de wettekst als geheel zal omvatten, omdat verandering van het wetsvoorstel -- bijvoorbeeld doordat de kring van mensen die recht hebben op zorgverlof wordt uitgebreid -- tot meer kosten kan leiden en daardoor gevolgen heeft voor de financiering. Zij deed daarom een dringend beroep op de bewindslieden om de wettekst als zodanig te bespreken.

De minister stelde voor dat de regering een notitie voorbereidt voor een technisch overleg waarin de aspecten van de verschillende modellen kunnen worden besproken en kan worden bezien of die nog additionele vragen opleveren. Dan zal ook blijken of dit technisch overleg nog een politieke afronding vraagt of dat de uitkomsten ervan in de wettekst kunnen worden verwerkt.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks) zei dat het interessant is om in een technisch overleg informatie uit te wisselen, maar bij het wetsvoorstel en de wettekst wordt een inhoudelijke afweging gemaakt en de wijze van financiering kan daardoor rechtstreeks worden beïnvloed. Zij benadrukte dat de keuze pas wordt gemaakt bij de behandeling van de wettekst.

Mevrouw Bussemaker (PvdA) vreesde dat dit tot vertraging kan leiden. Zij pleitte ervoor voorafgaande aan het debat over de wettekst, de verschillende financieringsmogelijkheden in een technisch debat te wisselen. De regering is dan op de hoogte van de wensen van de Kamer. De behandeling van het wetsvoorstel hoeft hierdoor geen vertraging op te lopen.

Mevrouw Örgü (VVD) meende dat de Kamer zich moet beperken tot de behandeling van de wettekst. Eventuele technische vragen kunnen schriftelijk worden beantwoord. Daarvoor is geen apart overleg nodig.

De voorzitter kwam tot de conclusie dat de leden de voorkeur geven aan een integrale behandeling van het wetsvoorstel waarbij de technische aspecten worden betrokken. De punten die vandaag aan de orde zijn gesteld, komen terug bij de behandeling van het wetsvoorstel dat zo snel mogelijk aan de Kamer moet worden voorgelegd.

De voorzitter van de commissie,
Terpstra

De griffier van de commissie,
Van Dijk


1 Samenstelling:
Leden: Terpstra (VVD), voorzitter, Biesheuvel (CDA), Kalsbeek (PvdA), Schimmel (D66), Van Zijl (PvdA), Bijleveld-Schouten (CDA), Noorman-den Uyl (PvdA), ondervoorzitter, Kamp (VVD), Essers (VVD), Van Dijke (RPF), Bakker (D66), Van Blerck-Woerdman (VVD), Visser-van Doorn (CDA), Balkenende (CDA), De Wit (SP), Harrewijn (GroenLinks), Van Gent (GroenLinks), Smits (PvdA), Verburg (CDA), Bussemaker (PvdA), Spoelman (PvdA), Örgü (VVD), Van der Staaij (SGP), Santi (PvdA), Wilders (VVD) Plv. leden: E. Meijer (VVD), Van Ardenne-van der Hoeven (CDA), Hamer (PvdA), Giskes (D66), Van der Hoek (PvdA), Dankers (CDA), Kortram (PvdA), Blok (VVD), Hofstra (VVD), Van Middelkoop (GPV), Van Vliet (D66), Klein Molekamp (VVD), Stroeken (CDA), Mosterd (CDA), Marijnissen (SP), Vendrik (GroenLinks), Rosenmöller (GroenLinks), Schoenmakers (PvdA), Eisses-Timmerman (CDA), Wagenaar (PvdA), Middel (PvdA), Weekers (VVD), Van Walsem (D66), Oudkerk (PvdA), De Vries (VVD)

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

Deel: ' Verslag algemeen overleg kamercommissies over zorgverlof '




Lees ook