26670000.002 vao grensoverschrijdende projecten Gemaakt: 17-1-2000 tijd: 14:17 RTF

26670 Grensoverschrijdende projecten

Nr. 2 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 28 december 1999

De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties<1> en de vaste commissie voor Financiën<2> hebben op 16 december 1999 overleg gevoerd met staatssecretaris G.M. de Vries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en staatssecretaris Vermeend van Financiën over grensoverschrijdende projecten (26670)

Van dit overleg brengen de commissies bijgaand beknopt verslag uit.

Vragen en opmerkingen uit de commissies

De heer De Cloe (PvdA) was verheugd over het verschijnen van de twee rapporten, Ondernemen in de grensstreek en De grens nader verkend en de standpuntbepaling naar aanleiding daarvan van de bewindspersonen. Hoewel alle aanbevelingen worden overgenomen, vreesde hij dat dit niet zou leiden tot snelle actie. Het starten van een experiment, waarom de Kamer heeft gevraagd, zou net zo lang duren als het opstellen van een speciaal verdrag met Duitsland. De provincie Limburg suggereerde daarom alvast te beginnen met het voorlopermodel. Hij herinnerde aan de tijdens de begrotingsbehandeling gemaakte opmerkingen over effectiviteit en voortvarendheid. Hij wilde graag weten wat nu de snelste en meest effectieve manier is om in de grensgebieden te derogeren aan de nationale wetgeving. Voor een aantal grensoverschrijdende bedrijventerreinen in Zuid-Limburg voelt het kabinet wel voor een grensoverschrijdend experiment, in verband met het zogenaamde vaste-inrichtingsmodel (VI-model). De heer De Cloe kon nergens uit opmaken dat er daadwerkelijk contacten zijn met de Duitse overheid om experimenten daadwerkelijk vorm te geven. Er is grote behoefte aan experimenten om op de bedrijventerreinen aan de slag te kunnen gaan. Het mag niet bij mooie woorden blijven.

In 1994 heeft het departement van Binnenlandse Zaken een overzicht gegeven wat alle departementen deden aan grensoverschrijdende samenwerking. De staatssecretaris heeft voor twee jaar steun toegezegd aan het informatiecentrum in Limburg. De heer De Cloe beschouwde dat als een heel goed initiatief. Hij pleitte voor een informatiecentrum voor grensoverschrijdende activiteiten van alle departementen. Vanuit Zeeuws-Vlaanderen bijvoorbeeld gaan honderden leerlingen in België op school, hetgeen grote consequenties heeft voor het Nederlandse onderwijssysteem in Zeeuws-Vlaanderen. In Eijsden is er een onderwijsprobleem met de Franse taal. In Enschede is een tekort aan bedrijfsterreinen, terwijl er aan de andere kant van de grens een overschot is.

Het kabinet heeft een halfjaarlijkse rapportage over de uitvoering van de aanbevelingen toegezegd. De volgende zou dan al op 5 januari moeten plaatsvinden. Wellicht komt de rapportage iets later, maar de heer De Cloe verzocht om in elk geval in te gaan op het idee dat de euregio van Maastricht, Heerlen, Aken, Hasselt en Luik in 2005 of 2006 de culturele hoofdstad van Europa zou zijn.

De heer Kuijper (PvdA) constateerde dat door bedrijven om in grensgebieden vacatures te kunnen opvullen steeds meer gebruik wordt gemaakt van bestanden van WAO'ers en werklozen, die echter in toenemende mate onvoldoende potentieel blijken te bevatten. Staatssecretaris Hoogervorst heeft onlangs een inventarisatie gemaakt van de socialeverzekeringspositie van grensarbeiders. Staatssecretaris Vermeend heeft hetzelfde gedaan voor de fiscale aspecten. Grensarbeiders zijn een wezenlijke factor voor de grensoverschrijdende projecten en de groei van de bedrijvigheid aan beide kanten van de grens. Zij kunnen een bijdrage leveren aan de oplossing van de problemen beschreven in de rapporten van de commissies-Wöltgens en -Rijnen. Zou het niet zinvol zijn bij de bestudering van de grensoverschrijdende projecten ook steeds de positie van de grensarbeiders aan de orde te stellen? De regels kunnen om zulke projecten mogelijk te maken worden aangepast. Zo langzamerhand wordt duidelijk dat de problemen van de grensarbeiders niet alleen worden bepaald door hun subjectieve ervaringen, maar ook door tal van objectieve factoren in wet- en regelgeving, vooral bovennationaal. Is informatie beschikbaar over de effecten van de knelpunten op de euregionale arbeidsmarkten? Bedrijven zien zich steeds meer gedwongen om over de grens te gaan werven, maar potentiële werknemers worden vaak afgeschrikt door de problemen die grensarbeid met zich brengt. Het ziet ernaar uit dat met het afsluiten van de onderhandelingen over een nieuw belastingbedrag met België een behoorlijk deel van de problemen van de grensarbeiders wordt opgelost. De heer Kuijper verzocht de staatssecretaris alles te doen om met Duitsland een gelijkwaardig verdrag te realiseren.

Voorlichting is essentieel om potentiële grensarbeiders een juiste beslissing te laten nemen. De heer Kuijper vroeg op welke wijze het kabinet uitvoering wenst te geven aan het voorstel van de Europese Commissie om speciale contactpunten voor migrerende werknemers, inclusief de grensarbeiders, op te zetten, het recht op vrij verkeer beter bekend te maken bij de betrokkenen en Europese subsidie-instrumenten te gebruiken bij het beleid ter vergemakkelijking van de arbeidsmobiliteit,

Er wordt veel gestudeerd op allerlei juridische en belastingtechnische problemen. De belastingdienst is daarbij betrokken. De heer Kuijper sloot niet uit dat ook douanetechnische vragen bij grensoverschrijdende projecten aan de orde zijn. Wellicht moet ook de douane erbij worden betrokken.

De heer Weekers (VVD) constateerde dat de Europese eenwording een flink eind op streek is en dat grensregio's geen perifere gebieden meer zijn, maar centra in de euregio's. Hij was blij dat het kabinet eraan werkt om nog steeds aanwezige belemmeringen te slechten. Hij sprak zijn waardering uit voor de twee werkgroepen en voor het kabinet, dat de aanbevelingen heeft overgenomen. De initiatieven tot het opzetten van grensoverschrijdende bedrijventerreinen getuigen van grote moed en van pioniersgeest. Hij had nog een beetje een dubbel gevoel over de uitvoering van de aanbevelingen. Aan een kant had hij veel vertrouwen in de bewindslieden, maar aan de andere kant vroeg hij zich, de stukken lezende, af of het niet wat sneller kan. Hij vroeg welke vorderingen gemaakt zijn sinds het uitkomen van het rapport Ondernemen in de grensstreek. Hij besefte dat, ook voor experimenten, overeenstemming met de buren nodig is en soms zelfs toestemming van de Europese Commissie. Hij vroeg om een concreet tijdpad, met actiepunten, zodat duidelijk wordt wanneer er resultaat kan worden verwacht. Hoe staan de autoriteiten in de buurlanden tegenover grensoverschrijdende samenwerking en tegenover aanbevelingen in de rapporten? Hij suggereerde aan nieuwe wet- en regelgeving behalve een Europatoets ook een grenslandtoets te verbinden.

Wat betreft het rapport Ondernemen in de grensstreek vroeg de heer Weekers hoe het VI-model zich verhoudt met het vooral in de aannemerij gevoelde probleem dat grensoverschrijdende dienstverlening in Duitsland al snel wordt aangemerkt als het hebben van een vaste inrichting. Over dat begrip moet met Duitsland zodanige overeenstemming worden bereikt dat dubbele belastingheffing wordt voorkomen. Voor deze kabinetsperiode is afgesproken dat de administratievelastendruk fors omlaag moet. De teruggaaf van in een ander land betaalde BTW in eigen land zou daaraan zeer bijdragen. Volgens de werkgroep-Wöltgens kan dit bij nationale besluitvorming geregeld worden als overeenstemming wordt bereikt met Duitsland en de Europese Commissie toestemming verleent. Voor de in een ander land verschuldigde BTW terzake van grensoverschrijdend personenvervoer is vooral het treffen van een regeling met België van belang. Wordt dit geregeld in het nieuwe belastingverdrag? De heer Weekers was nieuwsgierig welke knelpunten nog meer opgelost worden in dat verdrag.

In maart is een steunpunt voor informatievoorziening en klachtenafhandeling voor grensarbeiders en ondernemers toegezegd. De heer Weekers pleitte ervoor dat hier ook onderwerpen als sociale zekerheid, ondernemingsrecht en opgelegde Arbo- en arbeidsvoorwaarden worden behandeld. Het liefst zag hij dat er ook arbitrage mogelijk is om te voorkomen dat ondernemers van het kastje naar de muur worden gestuurd. Wanneer en waar komt het steunpunt? Wordt het geïncorporeerd in het Expertisecentrum grensoverschrijdende samenwerking, waarvoor de provincie Limburg samen met anderen plannen heeft ontwikkeld?

De heer Weekers vroeg vervolgens hoe het staat met de uitwerking van aanbeveling 5 uit Ondernemen in de grensstreek. Hij stelde vast dat er wat de grensarbeid betreft nog onvoldoende samenhang is tussen de rapporten en de notitie van staatssecretaris Hoogervorst. Hij vond het vreemd dat de Kamer nog een aanvullende fiscale notitie moest vragen op de knelpuntennotitie van staatssecretaris Hoogervorst, die mede namens de staatssecretaris van Financiën en de minister van VWS was uitgegaan. In verband met de aanbeveling om het invorderingsverdrag met Duitsland uit te breiden tot de gemeentelijke belastingen, vernam hij graag wanneer de invorderingsverdragen worden geëvalueerd.

De heer Weekers had begrepen dat het verdrag inzake grensoverschrijdende bedrijfsterreinen dat wordt aanbevolen in De grens nader verkend een stukje extraterriorialiteit moest regelen. Hij vroeg welke terreinen dat zou betreffen en of daarmee de knelpunten voldoende werden opgelost. Is het denkbaar dat op zo'n afgebakend terrein een bedrijf ontstaat dat weliswaar niet in het land van herkomst is gevestigd, maar gewoon het eigen fiscale recht, sociale zekerheidsrecht, arbeidsrecht enz. behoudt? Hoe staat het met de instelling van de paritaire Duits-Nederlandse commissie?

De heer Weekers vroeg of hij bij een grensoverschrijdend openbaar lichaam, dat beslissingen kan nemen die de burger rechtstreeks binden, moest denken aan een soort internationaal gewest, zoals dat op nationaal niveau bestaat volgens de Wet gemeenschappelijke regelingen. Is dat verlengd lokaal bestuur of wordt het in de ogen van de opstellers van De grens nader verkend en van de bewindslieden een vierde bestuurslaag? Welke taken en bevoegdheden moet het krijgen? Hoe zit het met de democratische legitimatie? Is contact gezocht met de Duitse instanties over het Anholtverdrag?

Van het werkbezoek aan Zuid-Limburg was de heer Weekers goed bijgebleven dat politie en brandweer de problemen bij grensoverschrijdende activiteiten wel konden oplossen, maar vroegen of de politiek bereid was dat af te dekken. Het is vreemd dat een hulpverleningsvoertuig uit het buitenland in Nederland geen optische of geluidssignalen mag voeren, omdat hier andere signalen zijn voorgeschreven. Dat zou met een simpele wederzijdse erkenning van elkaars regels kunnen worden opgelost.

Mevrouw Van der Hoeven (CDA) merkte op dat Europa weerbarstig is, niet alleen in Straatsburg en Brussel, maar vooral aan de grenzen. Europa begint in de grensregio's. Soms lijkt het alsof de formele grenzen daar alleen maar sterker worden. De problematiek van de grensarbeiders is daarvan een sprekend voorbeeld. De grensproblemen die de burgers in het dagelijkse leven ondervinden moeten worden opgelost.

De opmerkingen van de landsadvocaat gaven mevrouw Van der Hoeven aanleiding tot de vraag of inmiddels helder is hoe de gebieden waarin eventuele experimenten zullen worden opgestart worden afgebakend. Kan al wat meer worden gezegd over de reacties van de Europese Commissie en de Commissie voor de regio's van de EU? Zij zag het als een stapje in de goede richting dat het kabinet de aanbevelingen van de werkgroepen overneemt. Zij zou de aanbevelingen in de rapporten van de werkgroepen ondergebracht willen zien in een tijdpad, met een financiële paragraaf. In de beleidsreactie op De grens nader verkend was haar de volgende zin opgevallen: "Decentralisatie van bevoegdheden biedt in dezen geen oplossing, omdat de aard van de materie zich daartegen verzet." Toch is dat juist wat de provincie Limburg vraagt, in de vorm van een experimenteermogelijkheid. Zij vroeg een reactie op het pleidooi van de Limburgse commissaris van de koningin voor een verdragsbepaling binnen de Europese Unie die lidstaten en decentrale overheden oproept om praktische oplossingen te vinden voor de bestaande grensproblematiek.

Een beperkt, op praktische punten toegesneden verdrag inzake grensoverschrijdende bedrijventerreinen kan zeker een oplossing bieden in Limburg, maar het is voor mevrouw Van der Hoeven de vraag of het ook elders kan worden gebruikt. Zij vroeg hoe in Duitsland de bevoegdheden tussen de nationale overheid en de Länder zijn verdeeld en in België tussen de nationale overheid en de gewesten. Zij had de indruk dat in een aantal gevallen met beide bestuursniveaus moet worden gesproken. De bestuurlijke traditie in Duitsland baarde mevrouw Van der Hoeven zorgen voor de aanbevelingen die op korte termijn zouden kunnen worden uitgevoerd. Differentiatie tussen wet- en regelgeving binnen de landsgrenzen wordt in Duitsland niet enthousiast bejegend.

Het Anholtverdrag zou zodanig moeten worden aangepast dat op dat verdrag ingestelde openbare lichamen de bevoegdheid krijgen om besluiten te nemen die burgers rechtstreeks binden. Mevrouw Van der Hoeven had daar niets op tegen. Zij had ook niet zulke bezwaren tegen een vierde bestuurslaag, want er zijn al veel bestuurslagen. Wel moeten degenen die er de besluiten nemen ook een mandaat hebben, direct of afgeleid. Het gaat erom dat problemen praktisch kunnen worden aangepakt en opgelost. Het zal de burger dan verder een zorg wezen welke vorm die bestuursvorm heeft.

Mevrouw Van der Hoeven achtte een grenslandtoets zeer gewenst, zeker in zaken van sociale zekerheid, gezondheidszorg, fiscaliteit, onderwijs, milieu en watermanagement. De effecten van wetgeving aan beide kanten van de grens dienen te worden getoetst. Soms had zij de indruk dat Nederland zich een beetje opstelde als een eiland, misschien omdat men in de Randstad niet zoveel merkt van de problemen aan de grenzen. Dat zijn óók problemen van de centrale overheid.

Mevrouw Van der Hoeven pleitte voor aandacht voor de onderwijsproblematiek in Zeeuws-Vlaanderen, voor een transnationale universiteit tussen Maastricht en Hasselt-Diepenbeek en voor de grensoverschrijdende rampenbestrijding. Het Vlaamse regeerakkoord biedt openingen voor de transnationale universiteit, maar er moet gecoördineerd worden gewerkt. Zij betreurde het zeer dat grensoverschrijdende rampenbestrijding is vastgelopen op de eisen die aan het ambulancepersoneel worden gesteld en op de verschillen in zwaailichten.

Het antwoord van de regering

De staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties deelt de mening van eenieder dat Europa tot stand brengen begint op het niveau van de dagelijkse realiteit van de burgers en niet op het abstracte niveau van regeringsverklaringen en verdragen. Zolang echter de nationale staat belangrijke bevoegdheden behoudt, zal de wetgeving aan beide kanten van de grens divergeren. De politieke afwegingen in Nederland zijn niet noodzakelijk identiek met die in België of Duitsland. Men moet zich daarvan permanent bewust zijn om frictie zoveel mogelijk te voorkomen of beperken. De twee rapporten die ten grondslag liggen aan de brief zijn geschreven over de relatie met Duitsland. Naar de smaak van de staatssecretaris liet de betrokkenheid van de bondsregering in de afgelopen tijd nog te wensen over. Hij was op 15 december in Berlijn geweest om te kijken of het proces kan worden gedeblokkeerd. Daarbij is bezien of het mogelijk is een verdrag over grensoverschrijdende bedrijfsterreinen mogelijk te maken en of het Anholtverdrag kan worden aangevuld. De bedoeling is om het Anholtverdrag op hetzelfde niveau te tillen als het Beneluxverdrag, door grensoverschrijdende publiekrechtelijke lichamen mogelijk te maken die voor de burgers bindende besluiten kunnen nemen. Door een recente wijziging van de Duitse grondwet is dat mogelijk geworden, echter uitsluitend voorzover het de bevoegdheden van de Länder betreft. De grondwet heeft niet expliciet geregeld wat precies onder die bevoegdheden valt. Er is een intensieve dialoog over tussen de bondsregering en de Länder. Een oplossing die tot stand zou komen tussen Nederland en Duitsland zou een precedentwerking hebben voor de relatie met de andere acht buurlanden van Duitsland. In Duitsland is het interpreteren van de grondwet traditioneel een gevoelige zaak. De democratische legitimiteit is daarbij een kernelement. Dit leidt ertoe dat Duitsland moeilijk rechten kan overdragen aan organen die niet onder de Duitse parlementaire controle vallen. Naar het oordeel van de staatssecretaris kunnen de problemen wel overwonnen worden, maar zij zijn vooral aan de orde in een dialoog tussen het Duitse ministerie van justitie en andere onderdelen van de Duitse federale staat. Dat verklaart de vertraging. Hij was met de Duitse staatssecretaris van binnenlandse zaken overeengekomen dat er ten spoedigste een tripartiete commissie wordt ingesteld, met vertegenwoordigers van de Duitse bondsregering, de Nederlandse regering en de deelstaat Noordrijn-Westfalen, die de uitwerking van het verdrag ter hand zal nemen. Het streven is dat in de loop van 2000 de intern Duitse problematiek zover is opgelost dat het verdrag getekend kan worden, waarna de parlementaire ratificatieprocedure nog volgt.

Aan Belgische kant is er discussie tussen de nationale overheid, het Vlaamse gewest en de provincies wie waarvoor bevoegd is. Enige tijd geleden sprak de staatssecretaris in Gent met de provincies Oost- en West-Vlaanderen over intensivering van de grensoverschrijdende samenwerking. Hij verwees naar de onlangs getekende overeenkomst voor het Scheldemondgebied, die een hoger ambitieniveau kent dan vroegere afspraken.

De staatssecretaris streeft ernaar de Kamer voor de zomer van het volgend jaar een actualisering van het standpunt over grensoverschrijdende samenwerking van 1994 over te leggen. Hij wilde daarin ook de stand van zaken in alle euregio's weergeven. Hun bevoegdheden en functioneren lopen onderling zeer uiteen. Hij meende echter dat Nederland in Europa ver vooroploopt met de euregio's. Hij zegde toe dat hij in Brussel zijn licht gaat opsteken wat er intussen in andere landen is gebeurd. Hij zou graag het Arnhemoverleg met de euregio's een impuls geven. Verder wilde hij inventariseren welke contacten gemeenten, provincies en waterschappen hebben buiten de euregio's om. De voorzitter van de Unie van waterschappen heeft zelfs de gedachte van grensoverschrijdende fusies van waterschappen geopperd. Het Beneluxsecretariaat werkt op het ogenblik aan een overzicht van hetgeen juridisch in de grensoverschrijdende samenwerking tot stand is gebracht.

De reacties van de euregio's op de beide rapporten was zeker positief, maar hij had de stille hoop gehad dat zij wat concreter en inventiever zouden zijn geweest. Er zijn nu een zestal initiatieven voor grensoverschrijdende bedrijventerreinen: Aken/Heerlen, Coevorden/Emlichheim, Emmerik/'s-Heerenberg, Gennep/Bergen/Goch, Denekamp/Nordhorn en Losser/Bentheim. De staatssecretaris zegde toe dat de coördinatie met de andere departementen wordt bekeken. Daartoe wordt een interdepartementale werkgroep gevormd, waarin uitdrukkelijk Sociale Zaken en Werkgelegenheid betrokken wordt, vanwege de grensarbeid. Hij zou de kwestie van de voorlichting opnemen met staatssecretaris Hoogervorst.

Voor de grensoverschrijdende bedrijventerreinen wordt gedacht aan verlengd lokaal bestuur, omdat dit de minst complexe optie is. Opties zouden zijn volledige harmonisatie van nationale wetgeving, een apart rechtsgebied met een aparte juridische status voor de grensregio's, waarbij toch weer nieuwe grenzen zouden ontstaan tussen die regio's en hun achterland, en een beperkt keuzerecht, waarbij het nationale recht wordt gehandhaafd, maar meer flexibiliteit mogelijk is. Deze laatste optie past bij verlengd lokaal bestuur, maar kan vooralsnog niet gelden voor sociale zekerheid en fiscaliteit. Dat zou bestuurlijk een stap te ver zijn. Daarvoor moet een andere praktische werkvorm gevonden worden. Op het punt van de sociale zekerheid is al wat vooruitgang geboekt, na een uitspraak van het Europese hof over het Pflegegeld. Duitse verzekeraars moeten aan personen die in Duitsland verzekerd zijn en in Nederland wonen het Pflegegeld uitkeren. Studenten vallen nu ook onder de coördinatiemechanismen van de sociale zekerheidsverordening. Voor de zorg voor gepensioneerde grensarbeiders wordt nu een verdrag voorbereid door Nederland en Duitsland, waarbij VWS het voortouw heeft. De staatssecretaris kon niet zeggen of de laatste regeling ook betrekking zou hebben op meeverzekerde familieleden. In de relatie met België moet een oplossing worden gevonden voor de problemen rond de AWBZ.

De Kamer heeft zeer onlangs een brief ontvangen over grensoverschrijdende rampenbestrijding. Er zijn diverse initiatieven, bijvoorbeeld op het gebied van de communicatieapparatuur. Er is satellietapparatuur geleverd aan alle grensprovincies en grensregio's, zodat zij, totdat een nieuw systeem wordt ingevoerd, met de bestaande communicatietechnologie grensoverschrijdend kunnen werken. Nederlandse ambulances die in het buitenland werken en hun zwaailichten en sirenes gebruiken kunnen bij een ongeluk in problemen komen door aansprakelijkheid. Voorts kunnen bepaalde medicijnen die standaard in de ambulances aanwezig zijn in het buitenland onder de opiumwet vallen. Over dergelijke problemen wordt overleg gevoerd. Het politieverdrag met België voor het EK 2000 wordt getoetst op bruikbaarheid in de relatie met Duitsland, waarbij operationele bevoegdheden aan de andere kant van de grens mogelijk zouden worden. Verder wordt gekeken naar de mogelijkheid van grensoverschrijdende rampenplannen.

De staatssecretaris hoopte dat de Limburgse initiatieven inzake de informatiepunten snel zouden worden gerealiseerd. De realisatie van het idee van de commissaris van de koningin in Limburg om lidstaten en decentrale overheden op te dragen oplossingen te vinden voor de grensproblematiek is minder waarschijnlijk geworden door de beslissing van de top in Helsinki om de toekomstige herziening van het EU-verdrag te beperken tot de na Amsterdam overgebleven terreinen. Hij wilde actief en creatief oplossingen zoeken voor alle problemen, maar wilde zich nog niet vastleggen op juridische uitwerkingen, omdat hij niet kon overzien hoe het snelst resultaat zou kunnen worden bereikt. Hij was voornemens verdragsrechtelijke experimenten met Duitsland aan de Europese Commissie voor te leggen als een model voor de relatie tussen lidstaten in den brede, zodat ook in Brussel een wat positievere wind gaat waaien bij het aanmoedigen van dit soort processen. Hij voelde niet voor de gedachte van de Limburgse commissaris van de koningin om in grensgebieden te derogeren aan nationale wetgeving. Hij voelde wel voor een keuzemodel, maar niet voor een apart rechtsgebied. Hij was het wel hartgrondig eens met het idee van de commissaris van de koningin om het Anholtverdrag op te waarderen.

Naar effecten van de knelpunten op de euregionale arbeidsmarkt is voorzover de staatssecretaris bekend geen onderzoek gedaan, maar hij zou het nog eens navragen.

De staatssecretaris van Financiën beklemtoonde dat de snelheid waarmee gehandeld kan worden sterk afhankelijk is van de onderhandelingen met andere autoriteiten. Hij heeft zich zelf in de grensregio's op de hoogte gesteld. Het rapport Ondernemen in de grensstreek is vertaald in het Duits en aan de Duitse autoriteiten gestuurd. Er waren onderhandelingen aan de gang over een nieuw belastingverdrag met Duitsland. In het ontwerpverdrag is een kapstokartikel opgenomen, waarin de bevoegdheid wordt geregeld om bijzondere regelingen voor grensoverschrijdende bedrijfsterreinen te treffen, op basis van het VI-model. Door de regeringswisseling in Duitsland is de totstandkoming van het verdrag vertraagd. Het kan met alle noodzakelijke procedures nog jaren duren voor het totstandkomt. Getracht wordt nu te komen tot een soort protocol, te hechten aan het bestaande belastingverdrag, waarin een bijzondere regeling voor de grensoverschrijdende bedrijfsterreinen wordt opgenomen, om wat sneller te kunnen werken. Nederland heeft Duitsland een voorstel daartoe gedaan. In Duitsland wordt nagegaan of deze weg juridisch mogelijk is.

Vervolgens is afgesproken met Duitsland dat BTW-experts uit beide landen nagaan of oplossingen zoals voorgesteld in de aanbevelingen kunnen worden gerealiseerd. In februari wordt een landelijk opererend steunpunt voor grensondernemers en -arbeiders geopend in Heerlen. De Duitse autoriteiten zijn uitgenodigd om deel te nemen aan een dergelijk steunpunt. De staatssecretaris vond het een goede suggestie om ook de douane bij de diverse studies, en eventueel bij het steunpunt, te betrekken. Het steunpunt is in beginsel bedoeld voor de fiscaliteit. Een algemeen expertisecentrum kan wellicht in de herfst van het volgend jaar totstandkomen.

Hoewel dat staatsrechtelijk ongebruikelijk is, maakte de staatssecretaris al bekend dat op ambtelijk niveau met België overeenstemming is bereikt over een nieuw belastingverdrag. In overleg met de Belgische minister van financiën had hij de Kamer een brief gestuurd, waarin hij op hoofdlijnen had aangegeven hoe de regeling voor grensarbeiders er uit zal zien. Het Belgische parlement is op dezelfde wijze ingelicht. Bekeken kan worden of een aantal vergelijkbare knelpunten voor de grensarbeid met Duitsland op dezelfde wijze kan worden opgelost. Als de regeling met België is ingegaan, wordt zij wederzijds geëvalueerd. Het verdrag is totstandgekomen doordat eerst de knelpunten zijn opgespoord en geanalyseerd. Die aanpak is in de toelichting beschreven.

In het wetsvoorstel IB 2001, dat aan de Kamer is voorgelegd, is het probleem van de buitenlandse alleenverdieners die slechts een gedeelte van het jaar in Nederland werken opgelost (aanbeveling 6 uit het rapport Ondernemen in de grensstreek). Het hanteren van een vaste regel voor het bepalen van de vestigingsplaats van bedrijven wordt de komende maanden in overleg met Duitsland op fiscaal-technisch niveau besproken. Aanbevelingen die daar uit komen moeten op het politieke niveau worden geïmplementeerd. Juridisch wordt bezien of dat in een protocol bij het bestaande verdrag met Duitsland kan worden opgenomen, dan wel of het pas kan worden geregeld in het nieuwe verdrag met Duitsland, op basis van het kapstokartikel. Omdat hij enige ervaring met de Duitse juridische problematiek had, waagde de staatssecretaris zich niet aan een prognose hoe lang het kon duren voordat deze zaken geregeld zijn. Via een protocol kan het zijns inziens snel, maar als een nieuwe verdragstekst nodig is kost het nog veel tijd. De verdere gang van zaken komt in de halfjaarlijkse rapportages aan de orde.

Nadere gedachtewisseling

De heer De Cloe (PvdA) stelde het zeer op prijs dat hij een overzicht van hetgeen de andere departementen en overheden doen of nalaten op het gebied van de grensoverschrijdende samenwerking tegemoet kon zien. Op een advertentie waarin reacties op het kabinetsstuk werden gevraagd, zijn reacties gekomen van een viertal Limburgse burgers en een van de provincie Limburg zelf. Kennelijk worden individuele burgers het meest geconfronteerd met problemen van grensoverschrijdende aard. De bestuurders moeten nog wakker geschud worden. Hij herinnerde eraan dat de Kamer het vorig jaar ruimte voor experimenten heeft gevraagd, in lijn met uitspraken van staatssecretaris Vermeend. Al loopt Nederland kennelijk voorop, het gaat klaarblijkelijk toch maar moeizaam. Hij herhaalde daarom zijn oproep om snelle actie.

Als er inhoudelijk overeenstemming met de Duitsers is over het kapstokartikel, moet een protocol naar het inzicht van de heer De Cloe snel tot stand kunnen komen. Ook op dit punt drong hij aan op snelheid, want als er geen goede regeling komt, kan men met de grensoverschrijdende bedrijventerreinen bestuurlijk niet uit de voeten.

De heer Kuijper (PvdA) interpreteerde het antwoord inzake de grensarbeid als een bevestiging dat niet alleen subjectieve, maar ook objectieve factoren van belang zijn bij grensoverschrijdende projecten.

De heer Weekers (VVD) beschouwde het als een uitdaging voor de regeringen om nu praktische oplossingen te vinden binnen bestaande juridische kaders. De recente brief over grensoverschrijdende hulpverlening gaf hem het vertrouwen dat er binnen een halfjaar concrete oplossingen kunnen zijn. Het leek hem goed dat vertegenwoordigers van alle betrokken departementen en bestuurslagen, zeker ook uit Duitsland, bij elkaar gaan zitten. Hij vroeg of de tripartiete commissie met Duitsland en de interdepartementale werkgroep al zijn ingesteld.

Een aantal punten uit de uitgebrachte adviezen zal zeker betrokken worden bij de schriftelijke behandeling van de notitie van staatssecretaris Hoogervorst over grensarbeid. De heer Weekers betreurde het dat het probleem van de grensarbeid vaak vanuit een verkokerde instelling wordt bekeken. Hij zou er bij staatssecretaris Hoogervorst op aandringen dat ook de sociale zekerheid bij het in februari te openen steunpunt wordt betrokken.

Mevrouw Van der Hoeven (CDA) stelde vast dat gezocht wordt naar een goede mix tussen een bottom-upbenadering, door initiatieven kansen te bieden, en een top-downbenadering, door verandering van wet- en regelgeving. Zij beschouwde de aanpak van het nieuwe belastingverdrag door staatssecretaris Vermeend als een goed voorbeeld. Niettemin legde zij de nadruk op de noodzaak van de grenslandtoets, waarbij de reciprociteit van de effecten ook in beeld dient te worden gebracht. Zij miste helaas een tijdpad voor de verder te ondernemen acties. Bij een volgende rapportage zou dan bekeken kunnen worden hoe realistisch dat tijdpad is.

Mevrouw Van der Hoeven achtte het met het oog op het naderende EK van belang dat niet alleen de grensoverschrijdende politie-inzet, waarvoor minister Peper een tijdelijk verdrag heeft gesloten, maar ook het ambulanceprobleem wordt opgelost. Zij steunde het ook door de heer De Cloe genoemde idee van de euregio als culturele hoofdstad.

De staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties was niet bekend met het idee van een regionale culturele hoofdstad in plaats van een klassieke culturele hoofdstad, maar hij wilde het graag een keer met de betrokkenen bespreken. Voor de kwaliteit van de kandidatuur is essentieel dat men gezamenlijk met een aantrekkelijk initiatief komt. Hij nam aan dat in Brussel staatssecretaris Benschop er over zou moeten onderhandelen.

De halfjaarlijkse rapportage van de bewindslieden betreft de grensoverschrijdende bedrijventerreinen c.a., dus de materie uit de twee adviesrapporten. Het eerstvolgende realistische moment voor een volgende rapportage leek de staatssecretaris de uitvoering van de beleidsintenties, over zes maanden. Hij besefte dat dit enigszins in strijd is met de voorgenomen gang van zaken, maar de Nederlandse bestuurlijke ambities werden tot nu toe nog niet in gelijke mate opgebracht door de bestuurlijke counterparts in België en Duitsland. Een tweede rapportage zal aangeven wat de verschillende departementen doen aan grensoverschrijdende samenwerking, wat de stand is van de euregio's en welke rol provincies, waterschappen en gemeenten hebben. Hij zegde graag toe daarin een tijdpad op te nemen en iets te zeggen over de euregio als culturele hoofdstad.

De interdepartementale werkgroep is inmiddels totstandgekomen. De tripartiete commissie gaat in januari van start. Er zijn goede en frequente contacten met Noordrijn-Westfalen en Vlaanderen. De contacten met Wallonië en Nedersaksen zijn nog wat minder ontwikkeld. Het is belangrijk dat aan de andere kant van de grens bestuurlijke trekkers worden gevonden.

De staatssecretaris betwijfelde of een formeel-juridische verplichting voor de rijksoverheid om een grenslandtoets op alle wetgeving toe te passen het meest aangewezen middel is. Die zou toch alleen op de Nederlandse wetgeving betrekking kunnen hebben. De Duitse bondsregering zou voor een grenslandtoets op alle nationale wetgeving een negental toetsen moeten toepassen, voor elk van de negen buurlanden. Hij verwachtte het meeste heil van het sensibiliseren van de betrokkenen en het wegwerken van de meest urgente knelpunten aan beide kanten van de grens. Over een oplossing van het ambulanceprobleem in het kader van het EK 2000 durfde hij geen toezegging te doen. Als daarvoor wetgeving nodig is, zal het vermoedelijk niet snel lukken. Hij zou dat uitzoeken. Hij meende overigens dat voor het ambulancevervoer een structurele en niet een tijdelijke oplossing moet worden gevonden.

De staatssecretaris van Financiën had begrip voor het ongeduld van de heer De Cloe. Het kapstokartikel is opgesteld als onderdeel van een nieuw verdrag met Duitsland, dat verder nog niet is uitonderhandeld. In het artikel worden bevoegdheden geregeld om bijzonder regelingen te treffen voor grensoverschrijdende bedrijfsterreinen. Omdat het nieuwe verdrag nog enige tijd uitblijft, wordt nagegaan of die bevoegdheden ook gekoppeld kunnen worden aan het bestaande verdrag, uit 1959. Het probleem is dat op de juridische mogelijkheid daartoe in Duitsland weer intensief wordt gestudeerd. Inmiddels kunnen de werkzaamheden voor de in ontwikkeling gebrachte grensoverschrijdende bedrijfsterreinen gewoon doorgaan. Daar kunnen ondernemingsactiviteiten verricht worden, maar in de fiscaliteit kunnen daar knelpunten ontstaan.

De voorzitter van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

De Cloe

De voorzitter van de vaste commissie voor Financiën,

Van Gijzel

De griffier van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Coenen

1 Samenstelling:

Leden: Schutte (GPV), Te Veldhuis (VVD), ondervoorzitter, De Cloe (PvdA), voorzitter, Van den Berg (SGP), Van de Camp (CDA), Scheltema-de Nie (D66), Van der Hoeven (CDA), Van Heemst (PvdA), Noorman-den Uyl (PvdA), Oedayraj Singh Varma (GroenLinks), Dankers (CDA), Hoekema (D66), Rijpstra (VVD), Cornielje (VVD), O.P.G. Vos (VVD), Rehwinkel (PvdA), Luchtenveld (VVD), Wagenaar (PvdA), Rietkerk (CDA), De Boer (PvdA), Duijkers (PvdA), Verburg (CDA), Halsema (GroenLinks), Kant (SP), Balemans (VVD)

Plv. leden: Rouvoet (RPF), Van Beek (VVD), Zijlstra (PvdA), Ravestein (D66), Van Wijmen (CDA), Augusteijn-Esser (D66), Balkenende (CDA), Barth (PvdA), Gortzak (PvdA), Rabbae (GroenLinks), Wijn (CDA), Dittrich (D66), Cherribi (VVD), Nicolaï (VVD), Van den Doel (VVD), Van Oven (PvdA), Brood (VVD), Apostolou (PvdA), Eurlings (CDA), Kuijper (PvdA), Belinfante (PvdA), Mosterd (CDA), Van Gent (GroenLinks), Poppe (SP), Essers (VVD)

2 Samenstelling:

Leden: Schutte (GPV), Reitsma (CDA), Rosenmöller (GroenLinks), Van Zijl (PvdA), Van Gijzel (PvdA), voorzitter, Witteveen-Hevinga (PvdA), Voûte-Droste (VVD), Noorman-den Uyl (PvdA), Giskes (D66), Kamp (VVD), Marijnissen (SP), Crone (PvdA), Van Dijke (RPF), Bakker (D66), De Vries (VVD), De Haan (CDA), ondervoorzitter, Balkenende (CDA), Stroeken (CDA), Patijn (VVD), Van Beek (VVD), Vendrik (GroenLinks), Bos (PvdA), Remak (VVD), Wijn (CDA), Kuijper (PvdA)

Plv. leden: Van der Vlies (SGP), Verburg (CDA), Harrewijn (GroenLinks), Smits (PvdA), Duijkers (PvdA), Koenders (PvdA), Balemans (VVD), Van Oven (PvdA), Schimmel (D66), Hofstra (VVD), De Wit (SP), Kalsbeek (PvdA), Hoekema (D66), Van Walsem (D66), Wilders (VVD), Dankers (CDA), Bijleveld-Schouten (CDA), Hillen (CDA), Blok (VVD), Weekers (VVD), Rabbae (GroenLinks), Hindriks (PvdA), Hessing (VVD), Van den Akker (CDA), Timmermans (PvdA)

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

Deel: ' Verslag Algemeen Overleg over grensoverschrijdende projecten '




Lees ook