Tweede Kamer der Staten Generaal

21501016.250 vao inzake verslag landbouwraad 14-15 dec. en agenda land bouwraad 24-25 jan.
Gemaakt: 4-2-2000 tijd: 9:19

21501-16 Landbouwraad

nr. 250 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 2 februari 2000

De algemene commissie voor Europese Zaken<1> en de vaste commissie voor Landbouw, Natuurbeheer en Visserij<2> hebben op 20 januari 2000 overleg gevoerd met minister Brinkhorst van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij over:

- verslag Landbouwraad van 14 en 15 december 1999 (EU-00-3/LNV-00-6);

- agenda Landbouwraad van 24 en 25 januari 2000.

Van dit overleg brengen de commissies bijgaand beknopt verslag uit.

Vragen en opmerkingen uit de commissies

De heer Waalkens (PvdA) maakte de minister en diens departement een compliment voor de presentatie op de Grüne Woche in Berlijn.

Hij vroeg commentaar op de uitlatingen van Commissaris Fischler over het bijna-akkoord in Seattle in het kader van de WTO dat kan worden gebruikt voor de voorbereiding van de volgende WTO-top, wellicht in Europa. Kan over de tekst van dat bijna-akkoord worden beschikt? In de voorbereiding naar de volgende top moet ook aandacht worden besteed aan het dierenwelzijn, dat in dat bijna-akkoord onvoldoende aandacht heeft gekregen.

Verder heeft de heer Fischler erop gewezen dat wat de financiering van de toetreding van Midden- en Oost-Europese landen betreft de gelijkwaardigheid van boeren (directe betaling) grote spanningen in de toetredende landen met zich kan brengen.

Wat het verslag betreft, herinnerde de heer Waalkens aan zijn verzoek om een voortgangsrapportage over de implementatie van de richtlijnen.

Hij had grote moeite met het uitstel van de inwerkingtreding van de beschikking inzake het verbod op het gebruik van risicomateriaal en bestrijding van TSE. Desnoods moet in Europa wat dit betreft maar met twee snelheden worden gewerkt. Hij was het eens met de inzet van Nederland met betrekking tot de indeling van landen in risicocategorieën. Worden de criteria van de OIE (Organisation internationale des epizoöties) bijgesteld?

Sprekend over de agenda, wees de heer Waalkens erop dat het uitstel van de verplichte etikettering van rundvlees wellicht in het belang van het Nederlandse bedrijfsleven is omdat het nog een behoorlijke kwaliteitsslag op onderdelen moet maken. Etikettering heeft alles te maken met informatie aan de consument. Wat is de Nederlandse inbreng in het oriënterend debat over de etikettering?

De heer Waalkens was het eens met de minister dat de in het leven te roepen voedselveiligheidsinstantie democratisch moet werken. Het moet geen Amerikaanse FDA worden. Hij meende dat nog een debat moet worden gevoerd over het voorzorgsprincipe.

Wat is de reactie van Brussel op het POP (het
plattelandsontwikkelingsplan)?

Ten slotte toonde de heer Waalkens zich verheugd over het handhaven van het verbod op het gebruik van het melkstimulerende hormoon BST en teleurgesteld over uitstel van het I&R-databasesysteem.

De heer Geluk (VVD) hoopte dat de discussie over de etikettering praktisch en consumentgericht wordt gevoerd. Is overleg met het bedrijfsleven en consumentenorganisaties gevoerd? Hij toonde zich geen voorstander van dubbele etikettering.

De heer Geluk was buitengewoon teleurgesteld over het uitstel van de invoering van de identificatie- en registratiedatabase voor varkens. Hoe staat het met de database voor de runderen? Is het mogelijk dat de markt in Nederland en Denemarken (ook een belangrijk exportland) een dergelijk systeem invoert? Een goede voorlichtingscampagne in dit kader is wel noodzakelijk.

De heer Geluk benadrukte dat de kennis en ervaring in Europa moeten worden gebruikt voor het oprichten van een voedselveiligheidsbureau. Het bureau moet worden gecontroleerd door het Europees Parlement.

Ten slotte wees de heer Geluk erop dat in verband met toetreding van andere landen harmonisatie zeer belangrijk is. Hoe staat het met de harmonisatie van gewasbestrijdingsmiddelen?

De heer Meijer (CDA) vroeg naar de prioriteiten van het Portugese voorzitterschap.

Hij was erg teleurgesteld over de wijze waarop het Europees voedselbureau zal gaan functioneren: een adviserende rol zonder controlerende bevoegdheden.

De heer Ter Veer (D66) vroeg opheldering over het bericht dat Nederland voor het Europese Hof van Justitie moet verschijnen in verband met het mestplan.

Het voedselbureau moet geen FDA-achtige instantie worden. Het moet nationaal worden gecontroleerd.

Het Portugese voorzitterschap wil de marktordening voor hennep wijzigen. De heer Ter Veer vond het een slechte zaak als de hennepteelt zwaar zou worden gesubsidieerd.

Ten slotte vroeg de heer Ter Veer of het bijna-akkoord in Seattle als een non document moet worden beschouwd. Als dat niet het geval is, wil hij graag over de tekst beschikken.

Antwoord van de regering

De minister merkte op dat de aanstaande Landbouwraad niet baanbrekend zal zijn. De klassieke landbouwonderwerpen komen steeds minder aan de orde, nieuwe onderwerpen zoals de voedselveiligheid daarentegen steeds meer. Er zal in de toekomst sprake zijn van een doorlopende agenda. Het heeft ook te maken met een verdergaande vermaatschappelijking van de landbouw en integratie in de nationale en Europese economie.

Wat de Grüne Woche betreft, stelde de minister betrokkenheid van de Kamer zeer op prijs. De complimenten van de heer Waalkens zal hij aan het bedrijfsleven doorgeven.

De tekst van het bijna-akkoord in het kader van de WTO in Seattle zal aan de leden van de commissie ter hand worden gesteld. Er is overigens sprake van een non document. De tekst is van tafel en zal in deze vorm niet opnieuw ter tafel komen. Het bevat overigens interessante bouwstenen. De belangrijkste elementen van het bijna-akkoord waren: 1. een substantiële verlaging van tarieven; 2. verlaging van de steun aan de landbouw; 3. een substantiële verlaging van alle vormen van exportsteun in de richting van afschaffing. Het is verheugend dat in het bijna-akkoord bijzondere aandacht aan de ontwikkelingslanden wordt gegeven. Dierenwelzijn komt er helaas niet in voor, omdat buiten Europa nauwelijks aandacht aan dit aspect wordt gegeven. Het kwam de minister nuttig voor dat in de tijd tot het herstel van de WTO-discussie wordt nagedacht over de vraag hoe verder met dit onderwerp moet worden omgegaan. In Europa zal het hoog op de agenda blijven staan.

De minister gaf aan dat het wenselijk is op korte termijn vooral te denken aan structuursteun. Op langere termijn ligt gelijkschakeling met de steunmogelijkheden voor de huidige lid-staten in de rede.

Wat de voortgangsrapportage over de implementatie van richtlijnen betreft, wees de minister erop dat LNV, dat verreweg de meeste richtlijnen heeft te implementeren, niet slecht scoort. Hij zegde de Tweede Kamer aanvullende informatie toe.

Wat het witboek over de voedselveiligheid betreft, benadrukte de minister het uitgangspunt dat de producent expliciet de eerstverantwoordelijke is voor de producten die worden geproduceerd. Verder zal de wetgeving op voedselgebied worden doorgelicht op consistentie en coherentie. Levensmiddelenwetgeving en veterinaire wetgeving zullen worden geïntegreerd. Voorts wordt het belang van gecertificeerde ketensystemen breed erkend.

Wat de institutionele vorm betreft, verduidelijkte de minister dat de Raad, het Parlement en Commissie gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor wetgeving. Dit kan niet in handen van een agentschap worden gelegd. Het agentschap is overigens geen papieren tijger. Hij zal in Brussel de controle op de efficiency van de controlesystemen van de lidstaten ter sprake brengen, naar analogie van de nucleaire veiligheid.

Het POP is ingediend, maar er is nog geen beoordeling.

Ook de minister vond het teleurstellend dat de I&R database voor varkens is uitgesteld. Slechts vier lidstaten hebben op dit moment een database. Nagegaan zal worden in hoeverre er compatibiliteit is van de systemen in de drie andere landen. Nederland zal het voorstel inzake uitstel niet steunen.

Wat de prioriteiten van het Europese voorzitterschap betreft, verwees de minister naar paragraaf 2 van de brief over de aanstaande Landbouwraad. Desgevraagd verklaarde de minister dat de eigen identiteit van het voorzitterschap in het verleden sterker aanwezig was dan thans het geval is. Oorzaak vormen de verbreding van de Europese agenda en het gegeven dat een lidstaat eens in de zeven à acht jaar voorzitter wordt.

Het was de minister niet bekend wanneer de Commissie een besluit zal nemen over het mestplan. Hij is nog steeds in overleg met de Commissie.

Wat de hennepteelt betreft, is er geen sprake van een nieuwe verordening of uitbouw ervan. De minister toonde zich een fervent tegenstander van het discrimineren van de traditionele Nederlandse vlas- en hennepteelt in het proces van afbouw.

Nadere gedachtewisseling

De heer Waalkens (PvdA) merkte op dat de door de politiek verstrekte technische mandaten aan het voedselbureau goed in de gaten moeten worden gehouden. Veel hangt af van degene die het bureau gezicht zal geven.

Heeft een wijziging van de hygiënerichtlijn ook betrekking op de primaire producenten?

Ten slotte pleitte de heer Waalkens ervoor om de volgende WTO-bijeenkomst in Europa te houden, onder het Franse voorzitterschap.

De heer Geluk (VVD) herinnerde aan zijn vragen over de etikettering die niet zijn beantwoord. Het is belangrijk dat op het etiket wordt vermeld hoe het vlees is geproduceerd en met welke dierenwelzijnsnormen. Op die manier kan een goede concurrentiepositie worden gecreëerd.

Hij vond dat het voedselbureau in Nederland moet worden gevestigd met een Nederlander aan het hoofd.

Ten slotte meende de heer Geluk dat een aparte discussie moet worden gevoerd over het snel invoeren van de gecertificeerde ketensystemen.

De heer Meijer (CDA) was benieuwd naar het antwoord op de vragen over de etikettering.

De heer Ter Veer (D66) was van mening dat de minister hennep en vlas te veel over een kam scheert. De historische teelt van vlas is heel wat anders dan de teelt van hennep. Hij pleitte ervoor dreigende negatieve ontwikkelingen voor het vlas te keren.

De minister gaf de heer Ter Veer gelijk met diens opmerking over de lange traditie van de vlasteelt.

Het is waar dat de technische mandaten voor het voedselbureau belangrijk zijn. In deze eerste fase liggen 80 voorstellen op tafel. Het is zaak dat ten behoeve van de voortgang prioriteiten worden gesteld.

De minister had de indruk dat de primaire producenten niet kunnen ontsnappen in het kader van de keten. Het leek hem een goede gedachte om een apart debat over de ketenbenadering te voeren.

Ten aanzien van het voedselbureau merkte hij op niets te voelen voor het claimen van plaatsen en portefeuilles. Als er overigens wat te verdienen valt, zal hij zich niet onbetuigd laten.

Ten aanzien van de etikettering van rundvlees merkte hij op dat naast het identificatienummer van het rund of een groep runderen ook een herkenningsnummer van de slachterij en de uitbenerij moet worden vermeld. Andere gegevens zoals de rundercategorie, de slachtdatum van het dier en de minimumrijpingsduur van het vlees hebben betrekking op de kwaliteit van het vlees en leveren geen bijdrage aan de traceerbaarheid. Er moet derhalve een onderscheid worden gemaakt tussen verplichte informatie als het gaat over de traceerbaarheid en de vrijwillige marketing. Het moet geen protectionistische maatregel worden.

De voorzitter van de algemene commissie voor Europese Zaken,

Patijn

De voorzitter van de vaste commissie voor Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

Ter Veer

De griffier van de vaste commissie voor Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

Van Overbeeke

1 Samenstelling:

Leden: Weisglas (VVD), Scheltema-de Nie (D66), Van Middelkoop (GPV), Rouvoet (RPF), Van Oven (PvdA), ondervoorzitter, Marijnissen (SP), Hessing (VVD), Hoekema (D66), Voûte-Droste (VVD), Verhagen (CDA), De Haan (CDA), Koenders (PvdA), Timmermans (PvdA), Ross-van Dorp (CDA), Patijn (VVD), voorzitter, Karimi (GroenLinks), Eurlings (CDA), Bussemaker (PvdA), Bos (PvdA), Van den Akker (CDA), Albayrak (PvdA), Vendrik (GroenLinks), Weekers (VVD), Van Baalen (VVD)

Plv. leden: Blaauw (VVD), Dittrich (D66), Van den Berg (SGP), De Graaf (D66), Valk (PvdA), Van Bommel (SP), Remak (VVD), Ter Veer (D66), Wilders (VVD), Van Ardenne-van der Hoeven (CDA), Van der Knaap (CDA), Waalkens (PvdA), Zijlstra (PvdA), Mosterd (CDA), Verbugt (VVD), M.B. Vos (GroenLinks), Visser-van Doorn (CDA), Feenstra (PvdA), Crone (PvdA), Balkenende (CDA), Harrewijn (GroenLinks), Geluk (VVD), Örgü (VVD), Gortzak (PvdA)

2 Samenstelling:

Leden: Van der Vlies (SGP),ondervoorzitter, Swildens-Rozendaal (PvdA), Ter Veer (D66), voorzitter, Witteveen-Hevinga (PvdA), Feenstra (PvdA), Stellingwerf (RPF), Poppe (SP), Duivesteijn (PvdA), Van Ardenne-van der Hoeven (CDA), Augusteijn-Esser (D66), Klein Molekamp (VVD), M.B. Vos (GroenLinks), Passtoors (VVD), Eisses-Timmerman (CDA), Th.A.M. Meijer (CDA), Schreijer-Pierik (CDA), Oplaat (VVD), Hermann (GroenLinks), Geluk (VVD), Schoenmakers (PvdA), Herrebrugh (PvdA), Atsma (CDA), Waalkens (PvdA), Udo (VVD), Snijder-Hazelhoff (VVD)

Plv. leden: Van Vliet (D66), Van Zuijlen (PvdA), Ravestein (D66), Zijlstra (PvdA), Albayrak (PvdA), Kant (SP), Bos (PvdA), Mosterd (CDA), Scheltema-de Nie (D66), Verbugt (VVD), Van der Steenhoven (GroenLinks), Cornielje (VVD), Buijs (CDA), Rietkerk (CDA), Reitsma (CDA), Patijn (VVD), Karimi (GroenLinks), Kamp (VVD), Dijksma (PvdA), De Boer (PvdA), Van Wijmen (CDA), Belinfante (PvdA), O.P.G. Vos (VVD), Te Veldhuis (VVD)

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

Deel: ' Verslag algemeen overleg over Landbouwraad EU '




Lees ook