Tweede Kamer der Staten Generaal

Verslag algemeen overleg inzake de actuele situatie op de balkan
Gemaakt: 10-4-2000 tijd: 14:42


1


22181 De situatie in voormalig Joegoslavie

nr. 313 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 4 april 2000

De vaste commissie voor Buitenlandse Zaken<1> en de vaste commissie voor Defensie<2> hebben op 16 maart 2000 overleg gevoerd met minister Van Aartsen van Buitenlandse Zaken en minister De Grave van Defensie over de brief van de minister van Buitenlandse Zaken, de minister voor Ontwikkelingssamenwerking en de minister van Defensie inzake de actuele situatie op de westelijke Balkan en de Nederlandse inspanningen in de regio d.d. 10 maart 2000 (DEU-154/00).

Van dit overleg brengen de commissies bijgaand beknopt verslag uit.

Vragen en opmerkingen uit de commissies

De heer Blaauw (VVD) memoreerde dat de op zichzelf positieve politieke ontwikkelingen ten aanzien van de oppositiepartijen in Servië tot zwaardere repressie kunnen leiden van Milosevic c.s. Heeft de Europese Unie een strategie uitgewerkt om uit de impasse met Servië te komen? Is er een methodiek ontwikkeld om de democratische krachten in Servië te steunen? In hoeverre wordt in de EU geanalyseerd wat het effect is van de sancties? De indruk bestaat namelijk dat de sancties nu ten goede komen aan de kring rond Milosevic, die goede zaken doet vanwege haar economische monopoliepositie. Is het mogelijk om de sancties te verscherpen en effectiever te maken? In dat kader deed hij de suggestie om het visumbeleid voor mensen uit Servië te verbreden, waardoor bijvoorbeeld ook de kinderen van Milosevic c.s. die in het buitenland studeren worden getroffen. Daarnaast is het wellicht mogelijk om de banktegoeden van Servië in het buitenland, met name Cyprus, aan te pakken.

Tijdens een werkbezoek aan de Balkanregio was hem eens temeer duidelijk geworden hoezeer Servië aldaar een centrale rol speelt op het gebied van de telecommunicatie-, energie- en vervoersinfrastructuur. Het is op zichzelf verheugend dat de doorvaart op de Donau thans mogelijk wordt gemaakt, maar wordt deze doorvaart ook toegestaan van de kant van Servië? In hoeverre kan worden voorkomen dat deze route dan gebruikt wordt voor verregaande smokkel van goederen naar Servië? Desgevraagd gaf de heer Blaauw te kennen dat Servië onmiddellijk moet gaan profiteren van de maatregelen uit het stabiliteitspact voor de regio, zodra daar een democratische regering de koers bepaalt. Overigens wordt er thans mede via dat pact aan gewerkt om de centrale rol van Servië op het gebied van de infrastructuur in te perken. In die zin werkt de niet-democratische situatie ten nadele van de Federale Republiek Joegoslavië (FRJ) zelve.

Voorts informeerde hij naar het beleid van de Europese Unie inzake de "detainees", de Kosovo-Albanezen die thans in Servische gevangenissen zitten. Wat wordt ondernomen om klaarheid te krijgen over het grote aantal vermisten? In hoeverre biedt de UNHCR voldoende hulp voor ontheemden en vluchtelingen in Montenegro? Montenegro maakt deel uit van de FRJ, maar neemt toch een zekere onafhankelijke positie in. Enerzijds kan daardoor het stabiliteitspact niet in volle kracht voor Montenegro worden ingezet. Anderzijds moet Montenegro toch hulp worden geboden. In die zin steunde hij het beleid van de regering inzake de inzet van het PSO-programma en het sluiten van een "memorandum of understanding".

De heer Blaauw omschreef Kosovo als een rechteloos gebied, gezien onder meer het ontbreken van een adequaat justitieel systeem. Het is een samenleving zonder cohesie. Welke mechanismen worden ingezet om daarin verbetering te brengen? Probleem is ook dat het KPC (Kosovo Protection Corps) steeds meer invloed krijgt, met name ook bij de Albanese grens. Er zijn aanwijzingen dat het KPC directe verbanden heeft met het criminele circuit. Ook op dat punt dienen zwaardere middelen te worden ingezet om veranderingen te bewerkstelligen. Te betreuren is in dit verband dat er te weinig coördinatie lijkt te bestaan ten aanzien van de activiteiten van UNMIK (United Nations Mission in Kosovo). UNMIK heeft een tekort aan politie en daarin schijnt voorlopig geen verandering te komen. Gezien de problemen die bij de financiering van UNMIK zijn gerezen, waarmee de geloofwaardigheid van de VN verder dreigde af te nemen, lijkt het erop dat de VN zich mentaal als het ware uit Kosovo terugtrekt. Dat signaal dient ogenblikkelijk te worden gekeerd, want anders vallen de progressieve krachten ten prooi aan de volgelingen van het vroegere UCK. De VN en de EU dienen dan ook veel meer in Kosovo te investeren, bijvoorbeeld voor woningbouw. Overigens wordt in de brief ten onrechte gesproken van interne belastingheffing in Kosovo, want de enige inkomsten komen voort uit het heffen van importheffingen aan de grens.

Ook ten aanzien van Bosnië-Herzegovina wordt weinig vooruitgang geboekt. Weliswaar komen er positieve berichten over de spontane terugkeer van minderheden, maar dat betreft dan wel die gebieden waar deze minderheden de meerderheid van de bevolking vormen. Hoe wordt bijvoorbeeld de terugkeer van minderheden naar de Republika Srpska (RS) bevorderd? Wellicht kan men denken aan het belonen van die gemeentebesturen in de RS die aan de terugkeer van vluchtelingen willen meewerken. Overigens kon de VVD zich goed vinden in de voorgestelde wijzigingen ten aanzien van de Nederlandse bijdrage aan KFOR en SFOR.

Vervolgens vroeg de heer Blaauw in hoeverre Albanië zich thans nog in een zwart gat bevindt. Naar aanleiding van de passage in de brief over Macedonië wees hij erop dat de landen in de regio zich onvoldoende betrokken voelen bij het stabiliteitspact, omdat de donorlanden opleggen welke projecten dienen te worden uitgevoerd. Dat kan evenwel niet de bedoeling zijn van het stabiliteitspact. De VVD legt overigens in dezen de nadruk op infrastructurele projecten.

De heer Valk (PvdA) memoreerde begin maart een bezoek te hebben gebracht aan Macedonië en Kosovo. In Macedonië zijn positieve ontwikkelingen gaande, hoewel er nog grote problemen zijn op het gebied van de criminaliteit. In Kosovo is de situatie daarentegen veel somberder, want rechteloosheid is daar troef. De georganiseerde criminaliteit heeft daar een enorme vlucht genomen en de haat tussen de diverse bevolkingsgroepen is ongekend. Om de situatie op de korte termijn te verbeteren, is het noodzakelijk dat het aantal toegezegde politiemensen van UNIP ook daadwerkelijk wordt ingevuld. Op dat punt kan Nederland overigens geen al te grote broek aantrekken, gezien de bijdrage van Nederland aan de civiele politiemacht met slechts twee personen. Is de minister bereid om na te gaan of recent gepensioneerde Nederlandse politiemensen en marechaussees in Kosovo actief kunnen worden ingezet? De vraag is voorts of de internationale gemeenschap zich niet actiever te weer moet stellen tegen bijvoorbeeld de PPDK van Thaci, het voormalige UCK. Heeft de heer Kouchner van UNMIK aan de broer van Thaci, bij wie wapens in de auto werden aangetroffen en tijdens een huiszoeking 1 mln. DM, inderdaad immuniteit verleend? Het zou een bijzonder slecht signaal zijn tegenover de Kosovaarse samenleving als dergelijke krachten worden ontzien ter wille van de openbare orde.

Met de heer Blaauw was hij van mening dat het zaak is om nu de balans op te maken van het effect van de economische sancties tegen Servië, mede gezien het verzoek van de Servische oppositiepartijen om deze sancties te herzien. Met de sancties wordt beoogd om het regime van Milosevic te ondergraven, maar een toenemend isolement kan ook het tegendeel bewerkstelligen. Is het mogelijk om meer maatwerk bij de sancties toe te passen, zodat zij daadwerkelijk de elite treffen? In dat opzicht noemde ook hij de uitbreiding van het visumbeleid en de bevriezing van de financiële tegoeden in het buitenland. Dan kunnen andere sancties die veeleer de bevolking treffen, zoals de olieboycot, wellicht worden verlicht. Overigens is het voor het herstel van de gehele Balkanregio een goede zaak dat maatregelen worden genomen voor het weer bevaarbaar maken van de Donau, ook in Servië.

De heer Valk wees voorts op de oplopende spanningen tussen Montenegro en Servië. In hoeverre beschikt het Westen thans over een heldere strategie ter voorkoming van een crisis, zoals die het afgelopen jaar is opgetreden? Wat is de strategie van het Westen ten aanzien van Montenegro voor de langere termijn? Met de minister was hij van mening dat niet moet worden gestreefd naar onafhankelijkheid van Montenegro, want dat zou de spanningen in dat land slechts tot een kookpunt brengen.

Ten aanzien van Bosnië verwees hij naar zijn samen met collega Koenders gestelde schriftelijke vragen over het opsporen van oorlogsmisdadigers. Hij begreep niet waarom het voor IFOR en SFOR gedurende vijf jaar niet mogelijk was om Karadzic, die gewoon in Bosnië verblijft, op te pakken. Wat is de visie van de minister van Defensie op dat punt?

Vervolgens informeerde hij ernaar of de EU-lidstaten hun toegezegde bijdragen aan het stabiliteitspact thans daadwerkelijk verstrekken. Hij maakte zich op dat punt zorgen, alsmede over het tempo waarin het pact wordt opgezet en geïmplementeerd.

In aansluiting op de schriftelijke vragen van de heer Verhagen over de bescherming van naar Srebrenica terugkerende vluchtelingen vroeg hij in hoeverre SFOR daarbij een actieve rol kan spelen. Wat is de visie van minister De Grave op dat punt?

Ook releveerde hij dat Nederland blijkens klachten van Kosovaren UNMIK-identiteitsdocumenten niet erkent, maar erop aandringt dat mensen een Joegoslavisch paspoort overleggen. Op grote schaal zijn documenten vernietigd of meegenomen naar Belgrado. Kosovaren durven absoluut niet naar Belgrado te gaan om daar een paspoort aan te vragen. Waarom kan Nederland niet volstaan met identiteitspapieren die UNMIK in Pristina afgeeft? Wanneer kan de Kamer de toegezegde Kosovo-evaluatie tegemoet zien?

Tot slot herinnerde hij aan de toezegging van minister Herfkens in antwoord op Kamervragen dat Nederland bereid is om een Romacoördinator ter beschikking te stellen voor de Raad van Europa. Vervolgens gebeurde er echter niets, omdat de Raad van Europa deze coördinator niet wilde betalen. Is het mogelijk dat Nederland deze kosten voor zijn rekening neemt? Anders is de toezegging van de minister wel erg gratuit.

De heer Verhagen (CDA) vond het een gênante vertoning dat de toegezegde Kosovo-evaluatie die kort na het kerstreces zou verschijnen, nog niet aan de Kamer is toegezonden. Ook hij wenste dan ook concreet te vernemen wanneer de Kamer de evaluatie ontvangt.

Hij gaf voorts te kennen regelmatiger op de hoogte te willen worden gehouden van de ontwikkelingen in Kosovo, want er is alle aanleiding om deze ontwikkelingen nauwlettend te voeren. In Kosovo dreigt immers een buitengewoon explosieve situatie met de problemen bij Mitrovica, de situatie langs de grens bij Dobrosin en de spanningen rond Montenegro. Het gevaar bestaat dat het conflict in Kosovo weer zal oplaaien. Het is zaak dat de internationale gemeenschap bijzonder alert op de ontwikkelingen inspeelt en daarvoor ook voldoende financiële en personele middelen beschikbaar stelt. De vraag is echter in hoeverre Nederland zijn bijdrage aan de operationele reserve van KFOR nog langer kan voortzetten, gelet op het feit dat Nederland ook zijn bijdrage aan SFOR in Bosnië zal uitbreiden. In hoeverre passen de huidige activiteiten van KFOR in het eerder verstrekte mandaat?

Zowel UNMIK als KFOR is belast met een buitengewoon lastige missie, want de multi-etnische samenleving lijkt in Kosovo verder weg dan ooit. Kosovo wordt met het wegtrekken van de Serviërs steeds meer een single-etnische samenleving. In hoeverre neemt de internationale gemeenschap haar opdracht op dit punt ernstig in die zin dat keihard wordt opgetreden tegen gewelddadigheden tegen Serviërs van ex-UCK'ers? Als de ex-UCK'ers in Kosovo de facto de dienst uitmaken, daarbij gesteund door UNMIK en KFOR, dan is het bereiken van de doelstellingen van de gehele operatie in Kosovo verder weg dan ooit. Het ontbreken van een onafhankelijke juridische macht en van "law and order" is een punt van grote zorg. Het is noodzakelijk dat de internationale gemeenschap een eenduidige strategie ontwikkelt om verbetering in de situatie te brengen en daaraan kan minister Van Aartsen zijn bijdrage leveren. In dat opzicht zou het te betreuren zijn als de Verenigde Staten bij Kosovo als het ware een verborgen agenda hanteren en na het overdragen van de macht aan de ex-UCK'ers zo snel mogelijk uit Kosovo willen kunnen vertrekken, hetgeen de facto zou neerkomen op een afsplitsing van Kosovo van de FRJ.

Evenals de heer Valk wenste de heer Verhagen te komen tot een differentiatie in de sancties tegen Servië, want het huidige sanctieregime treft de gematigde krachten en de bevolking in Servië evenzeer als Milosevic c.s. Er dient inderdaad te worden gezocht naar strengere sancties tegen diegenen die voor het internationale Joegoslaviëtribunaal (ICTY) zouden moeten worden gebracht, wat dan eventueel gepaard kan gaan met de opheffing van de olieboycot. Ook Montenegro lijdt onder het huidige sanctieregime en dat speelt niet de gematigde krachten, maar juist diegenen die pleiten voor afsplitsing van de FRJ, in de kaart.

Hij betreurde het dat zijn schriftelijke vragen over de terugkeer van vluchtelingen naar Srebrenica van half februari geleden nog niet zijn beantwoord. Het initiatief van de burgemeester van Srebrenica op dit punt zou moeten worden ondersteund, wil men ook daar invulling geven aan het ideaal van de multi-etnische samenleving. SFOR dient derhalve de veiligheid van de teruggekeerde vluchtelingen te garanderen. De Nederlandse bijdrage aan SFOR zal worden vergroot, maar Nederland zal niet meer in de RS actief zijn maar alleen in het Bosnische deel van de federatie. Op dat punt behield hij zijn aarzelingen, want deze gebiedsindeling maakt het faciliëren van de terugkeer van vluchtelingen niet eenvoudiger. Voorts kreeg hij graag bevestigd of de kosten van de uitbreiding van de Nederlandse bijdrage worden gefinancierd uit de groei van het budget van de HGIS. Ook kreeg hij graag meer informatie over de besteding van de Nederlandse financiële bijdrage aan Macedonië.

De heer Hoekema (D66) stelde allereerst de vraag aan de orde of het naderen van de datum van 24 maart 2000, één jaar na het begin van de Kosovo-operatie, nog risico's met zich brengt in verband met eventuele herdenkingsbijeenkomsten in Kosovo en elders. Ook hij verzocht minister Van Aartsen om de Kosovo-evaluatie snel aan de Kamer toe te zenden. Is het mogelijk om, mede gezien de lange duur van de opstelling, daarbij ook in te gaan op de toekomst van Kosovo als multi-etnische samenleving met een grote mate van autonomie?

Hij complimenteerde het Nederlandse kabinet met zijn Balkanbeleid, want op het gebied van het beschikbaar stellen van militairen, hulpverlening en financiën scoort Nederland bepaald goed. De economische groei zal het beschikbaar stellen van financiën zeker faciliëren. Hij ging ervan uit dat in het kader van het stabiliteitspact alleen uitgewerkte voorstellen worden goedgekeurd die de toets der kritiek kunnen doorstaan, zoals bij de normale projecttoets in het ontwikkelingsbeleid in het algemeen gebruikelijk is. Het kan niet zo zijn dat daarvoor blanco cheques worden uitgereikt.

Ook hij zag Kosovo als een wetteloze en rechteloze staat met weinig multi-etniciteit en veel geweld. Mitrovica is een stad onder beleg. Vloeit de situatie aldaar voort uit een gebrek aan civiele politie of uit een gebrek aan KFOR-troepen? Is het dan een openbareorde- of een veiligheidsprobleem? Wat is het standpunt van de regering over de in de NAVO-raad geuite suggestie om te komen tot een aanzienlijke versterking van de troepenmacht aldaar? Is het niet ook van het grootste belang om de beschikbaarstelling van civiele politie te intensiveren? Wat is overigens de precieze geoormerkte sterkte voor UNIP? Welke termijn is verbonden aan de inzet van 64 marechaussees in Bosnië en Albanië en is het mogelijk om deze daarna naar UNIP over te hevelen? Daarnaast kreeg hij graag meer informatie over de financiering van UNMIK. Zijn er inderdaad acute problemen met de uitbetaling van salarissen en dergelijke? Wellicht dat de minister van Buitenlandse Zaken tijdens de Algemene Raad van 20 maart a.s. zijn collega's kan aanspreken, die bij het beschikbaar stellen van de toegezegde financiën en civiele politie in gebreke blijven.

Ook wees de heer Hoekema op het gevaar van escalatie in de Presevovallei. Wat doet KFOR om in dit Servische gebied met een Albanese meerderheid de situatie zoveel mogelijk te stabiliseren? Hij sprak tevens zijn zorgen uit over de toegenomen gewelddadigheden van Albanese zijde, bijvoorbeeld door het UCPMB, een erfopvolger van het ontbonden UCK. Dat vraagt om een sterkere respons van de internationale gemeenschap. Vindt met de Albanese politieke leiders een dialoog plaats om te voorkomen dat het UCPMB zich in een zeer rechteloze situatie als een tweede UCK ontpopt? Ook over de invulling van de Interim Administrative Council (IAC) van Servische kant maakte hij zich zorgen. Hebben de Serven toegezegd dat zij daarin hun plaats zullen innemen? Daarnaast informeerde hij naar de positie van de Russische KFOR-troepen ten aanzien van Orahovac. Hebben zij zich nu neergelegd bij hun wat marginale positie? Ook vernam hij graag of de OVSE in overleg met UNMIK al een verkiezingsdatum voor Kosovo heeft vastgesteld. Het is zaak om daarbij zorgvuldig op te treden, opdat het uitschrijven van verkiezingen niet tot escalaties leidt.

Hij sloot zich aan bij de vragen over de aanwezigheid van SFOR in de buurt van Srebrenica, want het is van groot belang dat SFOR de terugkeer van vluchtelingen aldaar facilieert. Het interkerkelijk vredesberaad (IKV) heeft gesproken over de herbegrafenis van slachtoffers van Srebrenica en over het opzetten van een monument ter plaatse. Is er zicht op steun van de internationale gemeenschap om beide zaken mogelijk te maken? De situatie in Bosnië is nog steeds zorgelijk, ook gezien het feit dat het parlement niet in staat bleek om over essentialia als de grenspolitie en het kiesstelsel beslissingen te nemen. Het Westen mag Bosnië niet uit het oog verliezen als gevolg van de terecht grote aandacht voor Kosovo. De EU mag Bosnië ook niet achterstellen ten opzichte van Kroatië. Is minister Van Aartsen bereid te bevorderen dat ook met Bosnië de onderhandelingen worden geopend over een stabilisatie- en associatieakkoord? De huidige activiteiten van het ICTY zijn, gezien de gedane uitspraken, de verrichte arrestaties en de nog lopende processen, bepaald bemoedigend. Tegelijkertijd is het meer dan frustrerend dat de "grote vissen" (Mladic, Karadzic, Milosevic) nog vrij rondlopen, wat op termijn ook de geloofwaardigheid van het ICTY aantast. Beschikt minister De Grave over informatie over de verblijfplaatsen van Mladic en Karadzic?

De heer Hoekema was verheugd over de Nederlandse steun voor Macedonië in het kader van het "17+4-beleid". De omvang van het Nederlandse hulpprogramma zal in 2000 50 mln. bedragen. Betreft dat voor een deel macro-economische steun? Welke versleuteling wordt binnen dat bedrag van 50 mln. aangebracht?

Hij had er enerzijds begrip voor dat de Europese Commissie na de haalbaarheidsstudie heeft geconcludeerd dat er nu geen termen aanwezig zijn om met Albanië een associatie- en stabilisatieakkoord af te sluiten. Anderzijds mag Albanië niet aan zijn lot worden overgelaten. Het is van het grootste belang om Albanië blijvend politiek en economisch te ondersteunen, zodat het zich in een later stadium alsnog kan aansluiten bij die landen waarmee wel een akkoord wordt afgesloten.

De heer Hoekema onderkende ook dat de internationale gemeenschap een goede strategie moet ontwikkelen om een democratisch bewind in Servië te krijgen, maar dat is bepaald niet eenvoudig. De Algemene Raad heeft op 14 februari jl. terecht besloten tot een aanscherping van de financiële sancties. Wat houdt dat in de praktijk in? Ook het aantal visumrestricties mag tot zo'n 1500 à 2000 worden uitgebreid, zodat de gehele familiekring van de huidige machthebbers in Servië wordt getroffen. Hij behield zijn twijfels over de effectiviteit van het olie-embargo, hoewel minister Van Aartsen daar anders over denkt. Met de mensenrechtenactivist Veton Surroi was hij evenwel van mening dat men wel wat moet terugkrijgen voor het eventueel afschaffen van bepaalde sancties. Wat is overigens de stand van zaken bij het "energie voor democratieinitiatief"?

Hij constateerde voorts dat bij het stabiliteitspact verschillen zijn waar te nemen. De uitvoering van de economische tafel met het zogenaamde "quick start package" verloopt goed, maar de uitvoering van de tafels over democratie en veiligheid verloopt heel traag. Is het mogelijk om dat laatste te versnellen? Van belang is evenzeer dat de betrokken landen op een gegeven moment zelf de fakkel overnemen en zelf het initiatief nemen om onderwerpen te bespreken, zonder dat dit van buitenaf wordt georganiseerd.

Tot slot informeerde hij naar de overgang in april van het commando over de KFOR-troepen naar de generale staf van het Eurokorps. Is minister De Grave van plan om meer Nederlandse steun aan de bezetting van dit korps te geven?

De heer Van Middelkoop (GPV) had behoefte aan een verduidelijking van het internationale en dus ook Nederlandse beleid inzake de FRJ. Wat zijn de ratio en de rechtvaardiging van de sancties tegen de FRJ en welke doeleinden worden daarbij beoogd? De territoriale integriteit van de FRJ is altijd erkend, ook wat betreft de positie van Kosovo. Wat moet Milosevic doen om van de sancties af te komen? De Servische troepen hebben zich inmiddels uit Kosovo teruggetrokken. Het kan niet de bedoeling zijn dat een bepaalde politieke structuur in de FRJ, inclusief Kosovo, moet zijn geïmplementeerd voordat de sancties worden beëindigd. Dat heeft de Veiligheidsraad ook nooit in zijn resoluties uitgesproken. Hoewel hij zich niet tegen het internationale beleid op dit punt uitsprak, vroeg hij zich wel af wat de rechtvaardiging is voor steun aan de onafhankelijke media in de FRJ. Desgevraagd gaf hij aan ook van mening te zijn dat Milosevic voor het ICTY moet worden berecht. Maar dat laat onverlet dat men voortdurend moet nagaan op welke wijze de problemen met de FRJ en Kosovo het best kunnen worden opgelost. In welk gremium wordt überhaupt de discussie daarover gevoerd? In de brief wordt melding gemaakt van humanitaire hulpverlening binnen de FRJ. Verlenen de Servische autoriteiten daaraan hun medewerking?

Met collega Valk was hij van opvatting dat Montenegro de komende jaren een punt van grote zorg kan zijn. Is het juist dat Milosevic militair ingrijpen in Montenegro overweegt, zoals Trouw vanochtend meldde? Wat is de houding van de internationale gemeenschap tegenover de weigering van de Montenegrijnse autoriteiten om de federale regering in Joegoslavië te erkennen? Kan dat niet als een daad van revolutie worden beschouwd? Als dat het geval is, dient de internationale gemeenschap dat onomwonden uit te spreken. Het is beter dat ook Montenegro investeert in herstel van de betrekkingen binnen de FRJ, opdat niet opnieuw de situatie optreedt waarvan in Kosovo sprake was.

De heer Van Middelkoop sloot zich vervolgens aan bij de vragen naar de Kosovo-evaluatie. Van de heer De Wijk had hij begrepen dat het Pentagon inmiddels zo'n evaluatie heeft uitgebracht. Kan de Kamer een exemplaar daarvan ter beschikking krijgen? In het kader van de evaluatie dient te worden ingegaan op de vraag wat de ratio en de rechtvaardiging waren van het formuleren van het doel "een multi-etnisch Kosovo". Heeft de internationale gemeenschap sowieso wel dat recht, hoe sympathiek dat doel ook moge zijn? Als in de regio zelf de voorkeur wordt gegeven aan een kantonale optie, zou dat dan niet de vrede in de regio kunnen dienen? De facto is Kosovo inmiddels al los van Belgrado geraakt. In welk gremium wordt de discussie gevoerd over de toekomst van Kosovo?

Vervolgens informeerde hij naar de betekenis van het overdragen van het commando over KFOR aan de generale staf van het Eurokorps. Wat verandert er in de praktijk als dit wordt ondergebracht bij het NAVO-hoofdkwartier? De commandostructuur blijft immers ongewijzigd. Tevens sloot hij zich aan bij de kritische vragen naar de financiering van UNMIK vanwege de gebrekkige steun die deze organisatie ontvangt. Amnesty International heeft aangedrongen op een klachtenregeling voor burgers met betrekking tot gedragingen van leden van internationale organisaties als UNMIK en KFOR. Dat leek hem een redelijk verzoek. Amnesty Internationaal stelt ook dat veel te weinig financiële steun wordt verleend voor de opbouw van de rechterlijke macht in Kosovo, wat een basisvoorwaarde is voor de democratie. Ook dat behoeft verbetering. De Nederlandse bijdragen aan de humanitaire hulp in Kosovo worden zoveel mogelijk gekanaliseerd via multilaterale organisaties (VN, Internationale Rode Kruis). Op het gebied van de reconstructie van huizen en dergelijke zijn evenwel ook tal van kleinere organisaties actief. Is het mogelijk om een deel van de hulp ook via deze kanalen te laten verlopen? Daarnaast kreeg hij graag nog een toelichting op de financiële inspanningen van het kabinet ten opzichte van de MFO's (medefinancieringsorganisaties), ook gericht op de wederopbouw van Kosovo en Bosnië.

De heer Marijnissen (SP) was van mening dat het Westen ten aanzien van de Balkan de afgelopen tien jaar geen consistent beleid heeft gevoerd. Het Westen (lees de NAVO-lidstaten) heeft zich bij de oorlog tegen de FRJ financieel sterk geëngageerd, maar komt zijn verplichtingen krachtens het stabiliteitspact niet na. De heer Kouchner van UNMIK dient zich als een bedelaar te gedragen om geld te krijgen. De politiesterkte van UNIP komt ook maar niet op orde, want slechts de helft van het vereiste aantal is bereikt. Er is dan ook groeiend cynisme in de regio over de ware bedoelingen van het Westen. Al met al stemt dit tot sombere gedachten. Bepaalde gebeurtenissen in Kosovo zijn ook absoluut niet te rijmen met de doelstelling van een multi-etnisch Kosovo, onderdeel uitmakend van de FRJ. De opvolgers van het UCK krijgen maatschappelijk, politiek en quasi-militair alleen maar meer macht, ook omdat het aantal inwoners uit minderheidsgroeperingen afneemt. De jurisdictie van Belgrado over Kosovo is nihil en er bestaat geen enkel uitzicht op herstel daarvan. De gewelddadigheden over en weer nemen toe. Volgens het verslag van Kofi Annan is het op dit moment uit veiligheidsoverwegingen zelfs onmogelijk om de gevluchte Serven of Roma terug te halen naar Kosovo.

Dat alles moet dan worden gezien in het perspectief dat het commitment van het Westen met Kosovo eerder afneemt dan toeneemt. Daar komt nog bij dat de VS mogelijk nadenken over het instemmen met een op termijn onafhankelijk Kosovo. Het Pentagon wenst ook dat de Amerikaanse troepen van KFOR alleen nog maar verantwoordelijkheid voor de eigen sector te aanvaarden. Dit alles wijst erop dat de oorspronkelijke doelstelling van een multi-etnisch Kosovo als onderdeel van de FRJ wordt verlaten. Wat is in dit kader de inzet van de Nederlandse regering binnen de internationale gremia als de EU en de NAVO?

Hij releveerde voorts vorig jaar een suggestie te hebben gedaan voor splitsing van Kosovo, hetgeen toen alom krachtig werd afgewezen. De brief is op dit punt evenwel milder gesteld: "Een opdeling van de provincie in kantons voor de verschillende bevolkingsgroepen verdraagt zich echter slecht met de doelstelling van een multi-etnisch Kosovo". Dat bracht hem tot de vraag of deze optie van kantons niet serieus is te overwegen ten behoeve van de humaniteit, gezien het feit dat de multi-etniciteit wellicht nog decennia ver weg ligt. Denk maar eens aan de situatie in het Midden-Oosten. Mede met het oog op dit onderwerp zag hij de Kosovo-evaluatie van de regering graag snel tegemoet.

Hij constateerde dat de meerderheid van de Kamer thans buitengewoon kritisch is over de sancties tegen de FRJ. Minister Van Aartsen heeft de sancties tot dusver altijd verdedigd als zijnde noodzakelijk om veranderingen in Belgrado af te dwingen. Maar inmiddels is het tijd geworden voor een ander verhaal. Serieuze buitenlandse politiek houdt in dat men zijn daden te allen tijde kan rechtvaardigen. De oppositiepartijen in Servië pleiten al langdurig voor opheffing van het olie-embargo, omdat zij dan politiek-strategisch in een betere positie komen en meer kans maken bij komende verkiezingen in Servië. Daar komt bij dat de Servische bevolking al enorm heeft geleden onder de bombardementen. Het is juist die bevolking, en niet zozeer de machthebbers, die de tol van de sancties betaalt. De parallellie met Irak ligt in dit kader erg voor de hand.

Ook bij het beleid voor Montenegro was volgens de heer Marijnissen sprake van inconsistentie. In de brief staat enerzijds dat de onafhankelijkheid van deze republiek niet moet worden aangemoedigd. Anderzijds wordt gesteld dat er een structureel aanpassingsprogramma moet komen dat in overleg met de internationale financiële instellingen (IFI's) moet worden vastgesteld en dat de IFI's de voortgang van het hervormingsproces moeten monitoren. Het is echter van tweeën één: als de internationale gemeenschap respecteert dat Montenegro integraal onderdeel uitmaakt van de FRJ, dan dient zij zich bescheiden op te stellen en niet via hervormingsprogramma's de suggestie te wekken dat de separatistische gevoelens in Montenegro worden gesteund. Hervormingsprogramma's zijn in dat geval alleen mogelijk als het gaat om integrale aanpassingen voor de FRJ.

Tot slot sloot hij zich aan bij het optimisme over Kroatië. Wel vroeg hij nog of Kroatië zich gecommitteerd heeft aan de internationaal gewenste terugkeer van de Kroatische Serven naar Krajina.

Mevrouw Karimi (GroenLinks) sloot zich aan bij de vragen naar de Kosovo-evaluatie van het kabinet. In de brief had zij een analyse, een gevoel van urgentie, gemist ten aanzien van de situatie in Kosovo en Servië. De situatie in Kosovo is inderdaad explosief, met name in en rond Mitrovica. Het lijkt thans haast onmogelijk om nog gematigde krachten te vinden, zowel bij de Albanezen als bij de Serviërs. De Albanezen zullen nooit een splitsing van Kosovo accepteren, maar gaan uit van de onafhankelijkheid van een ongedeeld Kosovo. Voor de Serviërs is het daarentegen van groot belang dat het deel van Kosovo waar zij zich hebben gevestigd, vrij blijft van de agressie van de Kosovo-Albanezen. Zij zullen zich dan ook met hand en tand verdedigen om hun gebied te behouden. De vraag is nu welke strategie KFOR kiest ten aanzien van Mitrovica. Is het niet beter om te kiezen voor handhaving van de status-quo in dit gebied, opdat de veiligheid van de burgers enigermate kan worden gegarandeerd? Dat laat onverlet dat hard moet worden opgetreden tegen de gewelddadigheden van Albanezen jegens de Serviërs en andere minderheidsgroeperingen in Kosovo.

Het kritische rapport van Amnesty International over het optreden van UNMIK en KFOR vormde voor haar aanleiding om zich zorgen te maken over het optreden van de internationale gemeenschap. Het is van eminent belang dat de internationale gemeenschap in Kosovo haar geloofwaardigheid behoudt en dat KFOR niet als een soort bezettingsmacht wordt beschouwd. De geloofwaardigheid van de internationale gemeenschap komt ook in het geding als het gaat om UNMIK. In dat verband sloot zij zich aan bij de vragen over de financiering van UNMIK. Op welke wijze kan de minister in de internationale gremia druk uitoefenen om daarvoor een oplossing te vinden, opdat wordt voorkomen dat de opvolgers van het UCK in Kosovo het heft in eigen hand nemen en de opbouw van goede democratische structuren wordt gefrustreerd? Is het juist dat thans 200 leden van de voormalige geheime dienst van Albanië in Kosovo verblijven en als adviseurs optreden van ex-UCK'ers? Niet alleen de kwantiteit van de UNIP vormt een probleem, maar ook de kwaliteit. De verschillende deelnemende landen in UNIP blijken nauwelijks met elkaar te kunnen communiceren. Is het mogelijk dat Nederland deskundigen stuurt die de kwaliteit van het werk van UNIP kunnen verhogen? Zij had begrepen dat Chirac en Clinton hebben gepleit voor een bijeenkomst van de contactgroep om de situatie in Kosovo te bespreken. Is dat echter het juiste gremium om de beslissingen te nemen? Hoe ziet de minister de rol van de Europese Unie in dit verband? Ten aanzien van de gewijzigde commandostructuur voor KFOR vroeg zij zich af of dit niet het gevaar met zich brengt van een minder goede samenwerking met de Verenigde Staten. Dat is zeker relevant als de Verenigde Staten inderdaad een dubbele agenda voor Kosovo hanteren.

Mevrouw Karimi herinnerde voorts aan haar verzoek om een uitgebreidere analyse van de regering als het gaat om de effectiviteit van de sancties tegen de FRJ. Zij zou deze analyse graag alsnog ontvangen. GroenLinks heeft al eerder gepleit voor opschorting van de olieboycot. Nederland heeft zich in een eerdere discussie in EU-verband als een van de weinige lidstaten verzet tegen een verlichting van de sancties tegen Servië. De EU heeft ook het momentum gemist om meer positieve invloed te kunnen uitoefenen via een aangepast sanctiebeleid. Thans is in Servië namelijk eerder sprake van een verslechtering, gezien de wijze waarop de onafhankelijke media worden aangepakt.

Met de heer Marijnissen constateerde zij dat het Westen inderdaad een halfslachtig beleid voert ten aanzien van Montenegro. Het is zaak om nu een keuze te maken, want met halfslachtig beleid komt men niet verder. Zij sloot zich aan bij de vragen over het stabiliteitspact. Ten aanzien van de situatie in Bosnië wees zij op het feit dat binnenkort lokale verkiezingen worden gehouden. Welke stappen moeten volgens de minister worden genomen als deze verkiezingen niet uitmonden in een substantiële verbetering van de situatie in Bosnië? Welke rol kan de hoge vertegenwoordiger dan spelen? Tevens vroeg zij of Nederland bereid is om de kosten op zich te nemen van het via de DNA-methode identificeren van de 7000 stoffelijke overschotten in Srebrenica. Daarnaast sloot zij zich aan bij de vraag over de besteding van de 50 mln. voor Macedonië. Leidt de aanpak van IMF en Wereldbank inderdaad op korte termijn tot negatieve sociale effecten in Macedonië en wat wordt daar dan tegen gedaan? Ook informeerde zij naar de vestiging van een Nederlandse ambassade in Albanië.

Tot slot memoreerde zij dat de NAVO aan de secretaris-generaal van de VN een brief heeft overhandigd met informatie over het gebruik van verarmd uranium tijdens de oorlogsacties in Kosovo en Servië. GroenLinks zou graag over deze informatie beschikken.

Het antwoord van de regering

De minister van Buitenlandse Zaken releveerde dat begin jaren negentig in internationale instellingen en ook op het ministerie diverse discussies zijn gevoerd over de te kiezen strategie voor de Balkan in het algemeen en het voormalige Joegoslavië in het bijzonder. Dé internationale gemeenschap, de Nederlandse regering incluis, heeft toen gekozen voor een multi-etnische oplossing en niet voor een volstrekte herverkaveling van bevolkingsgroepen in dit gebied. Dat model is ook gehanteerd toen het Kosovovraagstuk ging spelen, bijvoorbeeld in Rambouillet, en ook bij het Daytonakkoord. Er zijn wel degelijk ook positieve ontwikkelingen te melden. Van belang blijft dat de strategie voor het bereiken van een multi-etnische gemeenschap op de juiste manier wordt uitgestippeld, ook om ervoor te zorgen dat er van meer regie sprake is van UNMIK en de OVSE. Ook de EU dient te blijven nadenken over de te volgen politiek. Mede op Nederlands verzoek is aan de heer Solana gevraagd om voor de komende Europese Raad in Lissabon een analyse op te stellen, zodat ook in dat kader over dit type vraagstukken kan worden gesproken. Naar verwachting zal ook komende maandag in de Algemene Raad over dit stuk worden gesproken. Er dient immers zo'n negen maanden na het Kosovoconflict meer structuur te worden gebracht in het geheel van maatregelen van OVSE, UNMIK, EU, Hombach en stabiliteitspact, waarbij de resoluties van de Verenigde Naties en de Veiligheidsraad het uitgangspunt dienen te blijven.

Hij gaf voorts aan dat het intensiveren van de contacten met de Servische oppositie van belang blijft om ook op die wijze druk uit te oefenen op het regime van Milosevic. Inmiddels is per 10 januari jl. en een verenigd front van de Servische oppositiepartijen tot stand gekomen. Men is thans ook ver gevorderd met de opstelling van een gezamenlijk programma met als speerpunten: democratisering, decentralisatie, mensenrechten, economie en territoriale integriteit. De opstelling van een gezamenlijke kandidatenlijst voor de lokale verkiezingen, die in de herfst van 2000 in de FRJ zullen plaatsvinden, is tot op heden helaas nog niet gelukt. De internationale gemeenschap steunt de democratische oppositie ten volle. De rechtsgrond voor steun aan de vrije media is te vinden in het beginsel van vrijheid van meningsuiting. Tevens wordt steun verleend aan het programma "energie voor democratie", dat inmiddels een zevental steden betreft. De Europese Commissie heeft daar ook zeer actief aan gewerkt en hiervoor ook financiën beschikbaar gesteld, zij het dat wellicht nog een beroep op de lidstaten wordt gedaan voor een financiële bijdrage aan dit programma. De betrokken steden ontvangen dus inderdaad olie.

Hierna bracht de minister in herinnering dat het sanctiebeleid van de Europese Unie jegens de FRJ de afgelopen periode is herzien, mede naar aanleiding van gesprekken die met de oppositie in Servië zijn gevoerd. Zo is in de laatste Algemene Raad besloten om de luchtvaartboycot gedurende zes maanden op te schorten. Samen met het Verenigd Koninkrijk heeft Nederland erop aangedrongen dat dan tevens een verscherping moest plaatsvinden van de visumrestricties en de financiële sancties, waartoe de Algemene Raad uiteindelijk ook heeft besloten. De lijst van visumrestricties bevat inmiddels zo'n 800 namen, inclusief familieleden van Milosevic en andere machthebbers binnen de FRJ. Er wordt ook veel druk uitgeoefend op potentiële lidstaten van de EU, zoals Cyprus, inzake het naleven van de financiële sancties.

Het doel van de olieboycot is en blijft om een verandering te bewerkstelligen in het regime van de FRJ. Uit gesprekken met een brede vertegenwoordiging van de Servische oppositie tijdens de recente installatie van de Kroatische president Mesic en tijdens het gesprek met de heer Djindjic dat deze week is gevoerd, bleek dat de oppositie pas wil komen tot opheffing of opschorting van de olieboycot als het FRJ-regime van Milosevic bereid is om ook vervroegde verkiezingen te organiseren. Tijdens deze gesprekken is er overigens bij de oppositie op aangedrongen om gezamenlijk te blijven opereren en haast te maken met de opstelling van het gezamenlijke programma. De internationale gemeenschap bemoeit zich met de gang van zaken in Servië op basis van de VN-VR-resoluties en op basis van de uitspraken van het ICTY ten aanzien van een aantal personages die in Servië de dienst uitmaken. Het is ook zonneklaar dat op de Balkan geen duurzame oplossing mogelijk is als Servië als een soort zwart gat blijft bestaan. Desgevraagd zegde de minister toe een notitie aan de Kamer te zullen zenden over de doelstelling en het effect van de sancties van de EU tegen de FRJ.

Voorts gaf hij te kennen dat de FRJ als lid van de Donaucommissie betrokken is bij de maatregelen voor het weer bevaarbaar maken van de Donau, die voor een belangrijk deel door de EU zullen worden gefinancierd. De betrokken landen zullen zelf echter ook een bijdrage van 15% moeten leveren; Nederland heeft aangegeven daarin een zekere steun te zullen bieden.

Hierna bracht hij naar voren dat Montenegro in een soort dubbele sandwich wordt genomen, enerzijds als onderdeel van de FRJ en anderzijds vanwege de sancties tegen de FRJ. In die zin is inderdaad sprake van een zekere contradictie. Uitgangspunt moet blijven dat Montenegro onderdeel blijft van de FRJ. Nederland heeft de suggestie gedaan dat de Wereldbank een soort trustfonds vormt voor Montenegro waarmee de IFI's steun kunnen verlenen, hetgeen thans op zijn mogelijkheden wordt bezien. Van begrotingssteun kan echter geen sprake zijn, want dat zou een erkenning inhouden van een in potentie onafhankelijke staat. Een zekere voorzichtigheid is dus ook wel op haar plaats. In zijn laatste vergadering heeft de Algemene Raad besloten Montenegro te helpen bij het faciliëren van handel, gezond begrotingsbeheer, belastinginning en privatiseringsmogelijkheden. In het voormalige Joegoslavië hadden de deelrepublieken overigens vergaande eigen beleidsmogelijkheden. De internationale gemeenschap heeft dat ook voor ogen als het gaat om deelrepublieken als Montenegro en Kosovo.

Minister Van Aartsen deelde voorts mede dat de Kosovo-evaluatie naar alle waarschijnlijkheid op 17 maart in de ministerraad zal worden besproken. De evaluatie zal de Kamer dan ook snel bereiken, zo mogelijk in de volgende week of anders zeker in het begin van de daaropvolgende week. Met de Kamer was hij van mening dat scherp moet worden gelet op al datgene wat de ex-UCK'ers in welke vorm dan ook ondernemen, zowel binnen Kosovo als in het zuiden van Servië. KFOR en UNMIK zijn daar ook zeer alert op, want met dit type activiteiten wordt het Balkanprobleem alleen maar vergroot. KFOR speelt hierbij met name een rol als het gaat om de bewaking van de grenzen tussen Zuid-Servië en Kosovo, hoewel ook dat kan worden uitgelegd als anticipatie op een vorm van afscheiding van Kosovo van de FRJ. Dat is, zoals gezegd, absoluut niet de bedoeling. Duidelijk is ook dat de politiecapaciteit van UNMIK moet worden uitgebreid. Nederland heeft daartoe ook een appel gedaan op de lidstaten die in dezen toezeggingen hebben gedaan. Nederland heeft in dat opzicht wel degelijk recht van spreken, gegeven zijn zeer forse financiële bijdrage aan het hele proces. Hij verklaarde zich bereid om de suggestie van de heer Valk op dit punt met zijn collega van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties te bespreken. Nederland heeft in de Algemene Raad al meermalen opmerkingen gemaakt over de financiële bijdrage van de EU aan UNMIK; inmiddels is de eerste tranche overgemaakt. Nederland zal er bij de Europese Commissie op blijven aandringen dat de EU haar deel blijft leveren. Naar aanleiding van de gegevens van de heer Valk zou hij nog nader terugkomen op de problemen met identiteitspapieren die UNMIK heeft afgegeven.

Nederland is ook zeer snel over de brug gekomen met financiële middelen ten behoeve van de uitvoering van het stabiliteitspact. Inmiddels heeft het Verenigd Koninkrijk gedurende drie jaar een jaarlijkse bijdrage van 100 mln. pond. ter beschikking gesteld. Zweden en Griekenland hebben soortgelijke bijdragen toegezegd, zoals Duitsland al eerder deed. De Verenigde Staten hebben inmiddels 350 mln. dollar ter beschikking gesteld. Het stabiliteitspact heeft reeds gewerkt in die zin dat men in de regio is gaan nadenken over gezamenlijke problemen op het gebied van handel en infrastructuur. De regionale samenwerking blijft immers vooropstaan en daarop moeten de projecten dan ook zijn gericht. De betrokken landen dienen ook zelf bezig te blijven met de projecten, uitgaande van de verlangens uit de regio zelf. Van belang is voorts dat er meer contacten zijn van de coördinatoren van de verschillende tafels van het stabiliteitspact met datgene wat elders plaatsvindt.

Hierna gaf de minister aan dat Nederland in de NAVO-raad van december heeft aangedrongen op uitvoering van de afspraken over de arrestatie van Mladic en Karadzic.

Ten aanzien van de Romacoördinator voor de Raad van Europa is het probleem niet zozeer gelegen in de financiering, maar wordt nog wel gesproken over de vraag hoe aan bepaalde financiële verlangens van kandidaten tegemoet kan worden gekomen.

De discussie over uitbreiding van de HGIS-middelen zal worden gevoerd in het kader van de voorbereiding van de rijksbegroting voor 2001. Het is noodzakelijk dat binnen HGIS de nodige middelen worden gevonden voor de vier in de Defensienota genoemde vredesoperaties, waarvan de operatie in Bosnië onderdeel uitmaakt. Aangezien dit prioriteit heeft, kan dat de komende periode leiden tot een hogere uitgave voor het onderdeel "vredesoperaties" van HGIS.

De Serviërs zijn thans helaas nog niet vertegenwoordigd in de Interim Administrative Council in Kosovo. Uiteraard blijft UNMIK erop aandringen dat hun vertegenwoordiger daarin alsnog zitting neemt. Het is de bedoeling dat komend najaar gemeenteraadsverkiezingen in Kosovo plaatsvinden, waarbij met name ook de OVSE is betrokken. De registratie in dezen is niet eenvoudig. Het zou ongewenst zijn om thans reeds met algehele verkiezingen in Kosovo te beginnen.

De minister zegde voorts toe dat Nederland, indien dat nodig is, financiële steun zal verlenen voor het herbegraven van slachtoffers van Srebrenica. Hij was bereid om dit punt in de volgende week aan de orde te stellen tijdens het gesprek met de burgemeester van Srebrenica.

Over het aangaan van een stabilisatie- en associatieakkoord met Kroatië is reeds in positieve zin gesproken. De haalbaarheidsstudie is ten aanzien van Albanië negatief uitgepakt. Bosnië is niet actief in het proces rond stabilisatie- en associatieakkoorden betrokken. Alvorens kan worden besloten tot het in gang zetten van een haalbaarheidsstudie voor Bosnië, dient er minimaal over een tijdpad en concrete actiepunten te worden gesproken.

Tot slot wees de minister op het succesvolle opereren van de OVSE-missie in Kosovo onder leiding van ambassadeur Everts, bijvoorbeeld ten aanzien van het functioneren van de politieschool aldaar.

De minister van Defensie wees er allereerst op dat nog maar weinig landen een Kosovo-evaluatie hebben opgesteld die niet alleen het militaire deel, maar ook het civiele deel van de internationale samenwerking betreft. Nederland neemt op dat punt zelfs een vooruitgeschoven positie in, evenals de Verenigde Staten. Hij zegde toe de Kamer de stukken van de Verenigde Staten op dit punt ter beschikking te stellen, maar dan wel nadat de Nederlandse evaluatie is verschenen. Desgevraagd deelde hij mede dat ook de NAVO met een evaluatie bezig is, zij het dat er nog geen zicht is op de datum van gereedkoming.

Hij zag geen mogelijkheden voor het overplaatsen van de 64 Nederlandse marechaussees van Albanië en Bosnië naar Kosovo, want dat zou juist weer een deficit opleveren. MAPE verricht in Albanië buitengewoon goed werk en in Bosnië zal Nederland snel zijn militaire bijdrage concentreren. Het zou dan ook onlogisch zijn om uit die landen marechaussees weg te halen.

Kamer en regering verschillen niet van mening over de noodzaak van het arresteren van verdachten van oorlogsmisdaden, teneinde deze personen te kunnen berechten voor het ICTY. Er vinden ook wel degelijk arrestaties plaats. Overigens gaat het in dezen om gevoelige operaties die bepaald niet zijn gediend met het in de openbaarheid brengen van informatie terzake. Hoe het ook zij, Nederland is op dit punt zeer alert.

Minister De Grave zegde vervolgens toe dat de Kamervragen over de terugkeer van vluchtelingen naar Srebrenica binnenkort worden beantwoord. In dat opzicht dienen UNHCR, UNIP en SFOR nadrukkelijk samen te werken. Als SFOR een bijdrage kan leveren in het garanderen van een veilige terugkeer, dan dient dat naar vermogen ook zeker plaats te vinden. De terugkeer van de betrokkenen is namelijk ook van grote betekenis voor het herstel van de plaatselijke verhoudingen, nog los van de bijzondere positie die Nederland ten aanzien van Srebrenica inneemt.

Ten aanzien van de inzet van Nederlandse reserve-eenheden moet een onderscheid worden gemaakt. Enerzijds is er de operationele reserve die ter beschikking staat van de KFOR-commandant. Het mandaat in dezen is aangegeven in de brief aan de Kamer van 22 september 1999. De operationele verantwoordelijkheid van de minister van Defensie is erop gericht te beoordelen of de ter beschikking gestelde eenheden wel voldoende zijn opgeleid en getraind voor de gevraagde inzet. Anderzijds is er de strategische reserve voor KFOR/SFOR, die nadrukkelijk bedoeld is om te worden ingezet in geval van nood. In Kosovo is het allereerst van belang dat de reguliere militaire en politionele eenheden van KFOR en UNMIK op sterkte worden gebracht conform de door de verschillende landen toegezegde bijdragen. Als UNMIK evenwel over onvoldoende politie-eenheden beschikt voor het handhaven van de openbare orde, is het onontkoombaar dat wordt gedacht aan de inzet van KFOR-troepen. Als eenheden van KFOR overbelast zijn, wordt in laatste instantie ook gedacht aan inzet van de strategische reserve. De inzet van de Nederlandse strategische reserve, bestaande uit een bataljon mariniers, vergt evenwel een apart besluit van de regering en ook een apart commitment van de Kamer.

Wat betreft de situatie in Mitrovica, gaf minister De Grave niet de voorkeur aan handhaving van de status-quo. Er dient juist te worden nagestreefd dat de verschillende bevolkingsgroepen aldaar in normale verhoudingen kunnen wonen, werken en leven. Thans is sprake van een nadrukkelijke scheiding tussen de diverse bevolkingsgroepen. De Nederlandse eenheden trachten met hun aanwezigheid een bijdrage te leveren aan de normalisering van de verhoudingen. Mensen moeten dan wel bereid zijn om de normalisering van de verhoudingen te accepteren.

Aan het adres van de heer Hoekema deelde hij nog mede zeer alert te zijn op het verhoogde risico van escalatie van de situatie in Bosnië, zij het dat er nu nog geen concrete signalen van escalatie zijn. Wat Orahovac betreft, is thans politiek noch militair weinig te merken van grote aandrang van de Russische federatie om aldaar binnen te trekken. Vandaar dat wordt verwacht dat de overdracht van Orahovac aan Duitse eenheden ongestoord zal kunnen plaatsvinden. Ten aanzien van de overdracht van het KFOR-commando aan de generale staf van Eurokorps moet duidelijk zijn dat sprake is en blijft van een NAVO-operatie, inclusief de betrokkenheid van Saceur. De betrokken landen stellen hun eenheden dus in het verband van Eurokorps ter beschikking.

Tot slot gaf de minister aan dat kritiek van Amnesty International altijd serieus wordt genomen. In de AI-rapportage wordt ook met veel begrip geschreven over de extreem moeilijke omstandigheden waaronder UNMIK en KFOR dienen te opereren. De NAVO is zich er zeer van bewust dat een internationale vredesmacht, bedoeld om respect voor mensenrechten bij te brengen, zeer scherp moet letten op een juiste toepassing van de "rules of law". Een eerste onderzoek wees ook niet uit dat KFOR zich niet aan deze beginselen zou houden. Ook in de toekomst zullen de NAVO en ook Nederland daar scherp op blijven letten.

De voorzitter deelde mede dat de nog resterende vragen schriftelijk zullen worden beantwoord. Na ommekomst van deze beantwoording kan worden bezien of het noodzakelijk is om een volgend algemeen overleg over deze problematiek te houden.

De voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken,

De Boer

De voorzitter van de vaste commissie voor Defensie,

Valk

De griffier van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken,

Hommes


1 Samenstelling:

Leden: Blaauw (VVD), Weisglas (VVD), Van den Berg (SGP), Ter Veer (D66), Van Middelkoop (RPF/GPV), Valk (PvdA), Apostolou (PvdA), Hillen (CDA), Verhagen (CDA), M.B. Vos (GroenLinks), ondervoorzitter, Marijnissen (SP), Hessing (VVD), Hoekema (D66), Dijksma (PvdA), Van Ardenne-van der Hoeven (CDA), Van den Doel (VVD), Koenders (PvdA), Timmermans (PvdA), Ross-van Dorp (CDA), Remak (VVD), Van der Knaap (CDA), Karimi (GroenLinks), Bussemaker (PvdA), Wilders (VVD), De Boer (PvdA), voorzitter

Plv. leden: Dijkstal (VVD), Van Baalen (VVD), De Graaf (D66), Van 't Riet (D66), Rouvoet (RPF/GPV), Zijlstra (PvdA), Belinfante (PvdA), Visser-van Doorn (CDA), Eurlings (CDA), Harrewijn (GroenLinks), Van Bommel (SP), Cherribi (VVD), Scheltema-de Nie (D66), Gortzak (PvdA), De Haan (CDA), Snijder-Hazelhoff (VVD), Albayrak (PvdA), Feenstra (PvdA), Leers (CDA), Patijn (VVD), Van den Akker (CDA), Rosenmöller (GroenLinks), Duivesteijn (PvdA), Balemans (VVD), Van Oven (PvdA)


2 Samenstelling:

Leden: Van den Berg (SGP), Valk (PvdA), voorzitter, Zijlstra (PvdA), Apostolou (PvdA), Hillen (CDA), Verhagen (CDA), M.B. Vos (GroenLinks), Stellingwerf (RPF/GPV), Hessing (VVD), ondervoorzitter, Hoekema (D66), Essers (VVD), Ardenne-van der Hoeven (CDA), Van 't Riet (D66), Van den Doel (VVD), De Haan (CDA), Koenders (PvdA), Timmermans (PvdA), Oplaat (VVD), Niederer (VVD), Van der Knaap (CDA), Harrewijn (GroenLinks), Van Bommel (SP), Albayrak (PvdA), Herrebrugh (PvdA), Balemans (VVD)

Plv. leden: Dittrich (D66), Van Oven (PvdA), Swildens-Rozendaal (PvdA), Arib (PvdA), Leers (CDA), Van der Hoeven (CDA), Vendrik (GroenLinks), Van Middelkoop (RPF/GPV), Weisglas (VVD), Ter Veer (D66), Passtoors (VVD), Eurlings (CDA), Lambrechts (D66), Blaauw (VVD), Eisses-Timmerman (CDA), Hindriks (PvdA), Dijksma (PvdA), Van Baalen (VVD), E. Meijer (VVD), Ross-van Dorp (CDA), Karimi (GroenLinks), Marijnissen (SP), Van Gijzel (PvdA), Duivesteijn (PvdA), Wilders (VVD)

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

Deel: ' Verslag algemeen overleg situatie op de Balkan '




Lees ook