Ministerie van Buitenlandse Zaken


Aan de Voorzitter van de Algemene

Commissie voor Europese Zaken

en de Voorzitter van de Vaste Commissie

voor Buitenlandse Zaken van de

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Binnenhof 4

Den Haag

Directie Integratie Europa

Associatie en andere Bijzondere Betrekkingen

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061


2500 EB Den Haag

Datum 12 oktober 1999
Kenmerk 658/99
Blad /12
Bijlage(n)
Betreft Verslag Algemene Raad d.d. 11/12 oktober 1999

Zeer geachte Voorzitter,

Conform de bestaande afspraken heb ik de eer U hierbij het verslag van de Algemene Raad van 11/12 oktober jl. aan te bieden.

De Minister van Buitenlandse Zaken

Verslag Algemene Raad d.d. 11/12 oktober 1999

Voorbereiding Europese Raad van Tampere (15/16 oktober a.s.)

De Voorzitter, minister Halonen, deed kort verslag van de rondreis van de Finse Minister President Lipponen langs hoofdsteden ter voorbereiding van de Europese Raad van Tampere. Het Voorzitterschap had steun vastgesteld voor de voorgestelde agenda. De drie hoofdthema's (asiel/migratie, bestrijding van georganiseerde misdaad, Europese justitiële ruimte) zullen evenwichtig aandacht krijgen; er wordt gestreefd naar concrete resultaten.

Tijdens het diner van de staatshoofden/regeringsleiders in Tampere zullen de uitbreiding, Rusland en mogelijk ook het Stabiliteitspact voor Zuid-Oost Europa aan de orde komen.

De externe aspecten van Justitie en Binnenlandse Zaken-activiteiten zijn in de Raad niet meer besproken; het document terzake zal mede ten grondslag liggen aan de conclusies die door de Europese Raad van Helsinki zullen worden vastgesteld.

Handvest grondrechten

De Raad bereikte overeenstemming over de samenstelling en de werkmethode van het forum dat zich bezig gaat houden met de voorbereidingen van het Handvest grondrechten. Het forum zal bestaan uit één vertegenwoordiger van elk van de lidstaten, één van de Commissie, voorts zullen 16 leden van het Europees Parlement en 30 leden van de nationale parlementen (twee perlidstaat) kunnen deelnemen. Waarnemers zullen in de gelegenheid worden gesteld hun visie te geven op het te ontwerpen Handvest.

De Raad besloot dat het Forum een roulerend Voorzitterschap zal kennen, op soortgelijke wijze als het roulerende Voorzitterschap van de Raad.

Gemeenschappelijk Europees Veiligheids- en Defensiebeleid: voorbereiding voor de ER van Helsinki

De Raad nam kennis van het verslag van het Voorzitterschap over de stand van zaken bij de voorbereiding van het rapport aan de Europese Raad van Helsinki over het gemeenschappelijke veiligheids- en defensiebeleid. Dit gold zowel de militaire - als de niet-militaire aspecten van crisismanagement.

Het Voorzitterschap benadrukte dat het voornemens is een gedegen rapport op te stellen.

De voorbereidende werkzaamheden zullen in Raadskader worden voortgezet, alsmede door de Algemene Raad van 15 november. Aan deze Raad zullen ook de ministers van defensie deelnemen.

Bij die gelegenheid zullen de EU ministers van buitenlandse zaken een werkdiner met hun collega's van de met de West Europese Unie (WEU) geassocieerde landen hebben.

Noordelijke Kaukasus/Tsjetsjenië

De Raad heeft met betrekking tot de situatie in Tsjetsjenië benadrukt dat het van het grootste belang is om snel tot een vreedzame oplossing van de problemen in de Noordelijke Kaukasus te komen. Het is van grote importantie dat eenpolitieke dialoog met de internationale gemeenschap, met inbegrip van het OVSE-kader, zo spoedig mogelijk plaatsvindt.

De Raad sprak zijn grote bezorgdheid uit over de verslechterende humanitaire situatie van vluchtelingen in Tsjetsjenië, Ingoesetië en Dagestan. De Raad was verheugd over het feit dat de Commissie humanitaire hulp via ECHO ter beschikking van internationaal erkende hulporganisaties ter beschikking stelde.

Ik heb mijn zorg uitgesproken over mogelijke escalatie van het conflict en het destabiliserende effect van de situatie voor de gehele regio. De humanitaire hulp die de Commissie ter beschikking heeft gesteld heeft mijn volle instemming gekregen. Verder heb ik benadrukt dat de OVSE een rol zou moeten spelen bij de oplossing van het conflict en dat NGO's toegang zouden moeten krijgen tot het gebied om de hulp te coòrdineren. Ik acht het feit dat de EU met deze Raadsconclusies een duidelijk en gezamenlijk standpunt heeft ingenomen een positieve ontwikkeling.

Westelijke Balkan

FRJ/SANCTIES

Een aantal landen pleitte voor opheffing van de luchtvaartboycot, omdat voortzetting de burgers van Servië meer zou benadelen dan het Milosevic regime.

Deze argumentatie heb ik bestreden waarbij ik mij in gezelschap van, ondermeer, het Verenigd Koninkrijk bevond. Ik ben er nog steeds niet van overtuigd dat de luchtvaartboycot de bevolking meer treft dan het Milosevic-regime. Mede n.a.v.mijn interventie deelde Commissaris Patten mede dat de Commissie binnen enkele weken met nauwkeurige gegevens zal komen over het financiële profijt dat het Milosevic-regime zou hebben bij opheffing van de boycot.

Aan de hand van deze gegevens zal de Raad op 15 november de kwestie wederom beoordelen. Alsdan zal ook de eventuele verscherping van de visum-sancties aan de orde komen.

Wat de overige EU-sancties betreft pleitten enkele landen voor opheffing van de olieboycot, wederom met als voornaamste reden dat deze vooral de burgerbevolking treft, en dat de oppositie deze sanctie (evenals de luchtvaartboycot) opgeheven willen zien.

Een aantal leden van de Raad, waaronder ikzelf, achtten het prematuur om opheffing te onderwegen. De voorzitter concludeerde dienovereenkomstig.

Wel is besloten om uitvoering te geven aan een Energie voor Democratie-programma als concrete uitwerking van de eerder door Nederland en Griekenland gedane voorstellen. Dit programma houdt onder meer in een pilot project voor olieleveranties aan de steden Nis en Pirot. Bezien wordt of dit programma ook bij verdere uitbreiding uitgevoerd kan worden met inachtneming van de bestaande verordening, dan wel dat deze zou moeten worden aangepast.

Met dit programma geeft de EU een gerichte steun aan de oppositiebewegingen in Servië, en geeft daarmee ook aan dat het onderscheid maakt tussen het regime in Belgrado en de bevolking van Servië.

In datzelfde kader zal de EU ook haar steun voor democratische media intensiveren.

ONTMOETING EN SAMENWERKING MET DE FRJ-OPPOSITIE

En marge van de Raad vond een ontmoeting plaats met 20 oppositieleden en vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld in de FRJ. Een aantal prominente leiders (o.m. Zoran Djindjic, Avramovic, Mihajlovic) ontbrak. Naar verluidt hadden zij bezwaar tegen de voor deze gelegenheid voorbereide unilaterale verklaring van de EU waarin de voorwaarden voor verdere samenwerking van de EU met een toekomstig democratisch FRJ zijn genoemd. Het bezwaar zou zich in het bijzonder richten op de clausule m.b.t. de volledige medewerking met het ICTY (overhandiging van oorlogsmisdaden verdachte personen).

KOSOVO

De Raad besprak de politieke en veiligheidssituatie in Kosovo. De voortzetting van het etnische geweld werd krachtig veroordeeld. De vorming van het multi-etnische Kosovo Protection Corps met civiele taken werd verwelkomd. Blijkens de discussie in de Raad onderschrijven alle lidstaten de noodzaak om de uitgangspunten van VR-resolutie 1244 te respecteren, met inbegrip van de erkenning dat Kosovo deel blijft uitmaken van de FRJ. Essentiële voorwaarde daarvoor zijn uiteraard democratische hervormingen in de FRJ zelf.

Er bestond in de Raad brede steun voor de voorstellen van Minister Cook voor concrete maatregelen van de Unie op hetgebied van de georganiseerde misdaad. Dit gold eveneens voor zijn nadruk op ondersteuning van UNMIK bij het opzetten van civiele politie. Voorzitter Halonen nam dan ook de Zweedse suggestie over om in de Raadsconclusies op te nemen dat de Raad belang hecht aan volledige ondersteuning van UNMIK.

STABILITEITSPACT

De Raad betoonde zich verheugd met de inaugurele bijeenkomst van de werktafel inzake Economische Reconstructie. Uitgekeken werd naar de bijeenkomsten later deze maand van de werktafels op het gebied van Democratisering en Mensenrechten alsmede Defensie en Veiligheidsbeleid.

DONAU

Een aantal lidstaten pleitte krachtig voor EU-ondersteuning voor spoedige vrijmaking van de Donau. Dit had zijn weerslag in een deelconclusie, waarin de EU stelt de Donaucommissie en de landen in de regio te zullen helpen bij het vinden van een oplossing.

Birma/Myanmar

De Raad besloot om het Gemeenschappelijk Standpunt t.a.v. Birma met 6 maanden te verlengen.

Het voorstel van het Voorzitterschap tot beperkte verlenging om het bezoek van VN Speciaal Rapporteur De Soto aan Birma af te wachten, waarna bezien zou worden of opnieuw verlengd zou moeten worden, werd door mij van de hand gewezen. Er is immers geen enkele reden voor een dergelijk signaal, dat doorBirma als positief zou worden opgevat. De mensenrechtensituatie is immers eerder verslechterd dan verbeterd in de afgelopen periode.

Een aantal andere lidstaten waren ook deze mening toegedaan.

Ik heb erop aangedrongen om, gezien de verslechtering van de situatie in Birma en de conclusies van de Algemene Raad van 26 april, het Gemeenschappelijk Standpunt zelfs verder aan te scherpen. Daarover kon echter geen overeenstemming worden bereikt. Vooralsnog is besloten om het Gemeenschappelijk Standpunt met zes maanden te verlengen, zodat de situatie daarna opnieuw kan worden bezien.

Aardbeving Griekenland

Minister Papandreou heeft de Raad ingelicht over de schade die de aardbeving in Athene heeft aangericht op 7 september jl. Hij raamde de schade op 4 miljard EURO, 17.000 woningen waren vernietigd en 21.000 gezinnen dakloos geworden. Griekenland is op dit moment met de Commissie in overleg over de mogelijkheden om de herstelwerkzaamheden te ondersteunen door gebruikmaking van de structuurfondsen.

Oost-Timor

De Raad ondersteunde de lopende VN inspanningen t.a.v. Oost-Timor. Het Voorzitterschap voegde daaraan toe dat ook aandacht diende te worden besteed aan de interne situatie in Indonesië, en zegde toe om daar bij de Algemene Raad van november apart aandacht aan te besteden.

De Commissie deed in de Raad verslag over de humanitaire hulpdie door de EU gegeven wordt. ECHO biedt voor 5 miljoen EURO humanitaire hulp in Oost-Timor. Wanneer de veiligheidssituatie het toelaat, zal dit eventueel uitgebreid kunnen worden met hulp aan de vluchtelingen in West-Timor.

De Raad bereikte vervolgens overeenstemming over conclusies. Daarin wordt, mede op verzoek van Nederland, Indonesië met kracht opgeroepen om een einde te maken aan de activiteiten van de milities, en wordt aangedrongen op volledige medewerking bij de werkzaamheden van de internationale onderzoekscommissie o.l.v. de Hoge Commissaris voor de Rechten van de Mens.

Tevens wordt de Commissie uitgenodigd om met een voorstel te komen voor verdere steun van de EU aan UNAMET en UNTAET.

Voorbereiding derde ministeriële conferentie WTO

(Seattle 30 november t/m 3 december)

De Algemene Raad slaagde er nog niet in overeenstemming te bereiken over raadsconclusies met het oog op de derde ministeriële WTO-conferentie, die op 30 november a.s. van start gaat.

De twee belangrijkste openstaande punten betreffen de relatie tussen de komende WTO-ronde en arbeidsnormen en die tussen de WTO-ronde en de bescherming van de zogenoemde culturele diversiteit. Ook werd door één lidstaat een voorbehoud gelegd bij de paragraaf over de handelsaspecten van intellectuele eigendom. De Raad heeft het Comité van Permanente Vertegenwoordigers verzocht de werkzaamheden voort te zetten teneinde zo spoedig mogelijk overeenstemming te bereiken overgenoemde punten.

Met betrekking tot het punt van de arbeidsnormen konden op drie na alle lidstaten, waaronder Nederland, instemmen met het voorstel van het Voorzitterschap om in de Raadsconclusies het streven van de EU op te nemen naar de instelling van een permanent gezamenlijk ILO/WTO forum inzake handel, globalisering en handelsaangelegenheden.

De overige drie lidstaten wensen echter vermelding van het verdergaande streven naar een WTO-werkgroep. Staatssecretaris Ybema slaagde er in de ontwikkelingsdimensie van deze (concept)paragraaf te versterken, onder meer door in de taakbeschrijving van het forum ook de relatie tussen arbeidsnormen en ontwikkeling op te nemen.

Ofschoon er onder de lidstaten overeenstemming over bestond dat in de raadsconclusies een verwijzing opgenomen zou moeten worden naar de bescherming van de culturele diversiteit in de komende WTO-ronde, wenste één lidstaat opname van een tekst die een algemene uitzondering inhoudt op de WTO-regels voor alles wat met cultuur en de audiovisuele sector te maken heeft. Omdat de EU in het bijzonder de boodschap wil uitdragen van het streven naar een alomvattende ronde, waarin geen sectoren op voorhand worden uitgesloten, kon deze wens door geen der overige lidstaten worden gehonoreerd. Staatssecretaris Ybema merkte in dit verband op dat de EU moest voorkomen dat anderen, in navolging van de EU, sectoren zouden willen uitsluiten die voor de EU van belang waren.

Overigens kon over enkele andere kwesties wel overeenstemming worden bereikt, waaronder een expliciete verwijzing naar debespreekbaarheid van het handelspolitieke instrumentarium. Hiertoe wordt ook de regelgeving met betrekking tot antidumping gerekend, hetgeen een voor ontwikkelingslanden belangrijk punt is.

Kernstopverdrag CTBT (Comprihensive Test Ban Treaty)

Op voorstel van het CoPo, verband houdend met de problemen die in de VS dreigen met betrekking tot de goedkeuring van het Alomvattend Kernstopverdrag (CTBT) nam de Raad zonder discussie navolgende verklaring aan:

De EU verwelkomt de verklaring van de Weense Conferentie van staten die het CTBT geratificeerd of ondertekend hebben. Wij onderstrepen onze stellige overtuiging dat het verdrag van groot belang is voor alle staten, als een essentiële maatregel tegen de proliferatie van kernwapens. Wij committeren ons om toe te werken naar zo spoedig mogelijke inwerkingtreding van het CTBT.

Wij roepen de staten die het verdrag nog niet hebben ondertekend, wederom op om dat zo spoedig mogelijk te doen. Wij sporen ook alle staten, die dat nog niet hebben gedaan, aan om het verdrag onverwijld te ratificeren, in het bijzonder die staten wiens ratificatie noodzakelijk is om het verdrag in werking te doen treden.

Midden-Oosten Vredesproces:

Ontmoeting met Minister Levy van Israël

De Raad heeft een ontmoeting gehad met de Israëlische Minister van Buitenlandse Zaken Levy. De ontmoeting paste in het kader van de verbeterde sfeer in de betrekkingen tussen de EU en Israël in het licht van de verbetering van het klimaat in het Midden-Oosten Vredesproces.

Deel: ' Verslag Algemene Europese Raad 11/12 oktober 1999 '




Lees ook