Ministerie van Buitenlandse Zaken


Aan de Voorzitter van de Algemene

Commissie voor Europese Zaken

en de Voorzitter van de Vaste Commissie

voor Buitenlandse Zaken van de

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Binnenhof 4

's Gravenhage
Directie Integratie Europa

Associatie en andere Bijzondere Betrekkingen

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061


2500 EB Den Haag

Datum 20 september 1999
Kenmerk 515/99
Blad /9
Bijlage(n)
Betreft Verslag Algemene Raad

d.d. 13 september 1999

Zeer geachte Voorzitter,

Conform de bestaande afspraken heb ik de eer U hierbij het verslag van de Algemene Raad d.d. 13 september 1999 te doen toekomen.

De Minister van Buitenlandse Zaken

Verslag van de Algemene Raad d.d. 13 september 1999

Voorbereiding Europese Raad van Tampere (15/16 oktober 1999)

Het Finse Voorzitterschap heeft nogmaals asiel en migratie, misdaadbestrijding en de creatie van een juridische ruimte ("espace judiciaire") als de drie hoofdprioriteiten voor de Europese Raad van Tampere omschreven.

Bij asiel en migratie zou aandacht besteed moeten worden aan de grensoverschrijdende aspecten van dit onderwerp, aan de relatie met landen van herkomst, aan een gemeenschappelijk asielsysteem, aan verantwoordelijkheidsdeling, aan een regeling voor tijdelijke bescherming en aan de controle van de buitengrenzen van de Unie.

Bij het onderwerp misdaadbestrijding zou ondermeer aandacht besteed moeten worden aan grensoverschrijdende samenwerking en aan Europol. De besprekingen over het laatste onderwerp, de creatie van een juridische ruimte, zouden zich moeten richten op de rechtspositie van burgers, de erkenning van rechterlijke uitspraken, de toenadering van het civielrecht en op verbetering van justitiële samenwerking.

Het Finse Voorzitterschap gaf aan dat de meeste van deze onderwerpen tijdens de informele bijeenkomst van de ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken (JBZ) in Turku op 16 en 17 september en op de JBZ-Raad van 4/5 oktober aan de orde zullen komen.

De Algemene Raad hield een eerste gedachtewisseling over het extern optreden van de Unie op JBZ-gebied, waarbij door alle lidstaten het belang van een geïntegreerde, pijleroverstijgende aanpak van JBZ-onderwerpen werd onderschreven. Diverse lidstaten zagen hier ook duidelijk een rol voor de Hoge Vertegenwoordiger weggelegd. De Algemene Raad zal bij een volgende gelegenheid de bespreking van dit onderwerp voortzetten.

Talenregime

Op verzoek van de Spaanse en Italiaanse minister stond de Algemene Raad, naar aanleiding van dediscussie tijdens de laatste Gymnich over dit onderwerp, kort stil bij het talenregime. Spanje en Italie voerden aan dat hun bezwaren tegen de toevoeging van het Duits aan de lijst van talen waarvoor tijdens informele Raden vertaling aanwezig is, te weten: frans en engels alsmede eventueel de taal van het Voorzitterschap, niet waren gericht tegen de Duitse taal als zodanig, maar dat het bestaande gebruik niet moest worden aangetast. Het huidige gebruik bij informele Raden voorzag alleen in toevoeging van andere talen indien sprake was van een werkelijke behoefte van een bewindsman die het engels of frans onvoldoende machtig was. Indien het Duits echter stelselmatig zou worden toegevoegd moest dit ook voor het Spaans, respectievelijk het Italiaans gelden.

Duitsland verklaarde de status quo te willen handhaven.

Ik heb aangegeven dat Nederland kan leven met een beperkt talenregime, maar dat als vertaling van/naar het Spaans en Italiaans mogelijk wordt gemaakt, dan ook het Nederlands moet worden toegevoegd. België onderschreef mijn positie en bepleitte handhaving van de informele aanpak tot dusverre. Omvang van taalgebieden mag geen maatstaf worden.

Voorzitter Halonen gaf aan Coreper de opdracht de kwestie nader te bezien en hierover spoedig rapport uit te brengen aan de Algemene Raad.

Handvest grondrechten

Het Finse Voorzitterschap gaf een korte toelichting op de stand van zaken bij de organisatorische voorbereidingen van de werkgroep die een EU grondrechtenhandvest moet opstellen. Minister Halonen meldde dat het Europees Parlement zich deze week zal buigen over de opzet van de genoemde werkgroep. Na de plenaire zitting van het Europees Parlement zal het Coreper de verdere voorbereidingen ten behoeve van de informele Europese Raad van Tampere op zich nemen.

Westelijke Balkan

FRJ / SERVIE

De Algemene Raad besloot dat de EU zich zal blijven inzetten voor democratisering van de FRJen daarbij blijven differentiëren tussen het regime in Belgrado en de bevolking. Een aantal vertegenwoordigers van de democratische oppositiepartijen en het maatschappelijk middenveld zal worden uitgenodigd voor de Algemene Raad van 11-12 oktober. Het Brits-Deense initiatief voor de opstelling van een "contract met Servië" ter bevordering van het democratiseringsproces zal verder worden uitgewerkt. Dit "contract" zou moeten dienen als een overkoepelend raamwerk voor reconstructie-activiteiten, op het moment dat Servië aan de bekende EU-voorwaarden voldoet (medewerking Joegoslavië-tribunaal, vrije verkiezingen, democratisering). Voorts werd besloten dat mede op basis van een gezamenlijk rapport van de EU-ambassadeurs in Belgrado het initiatief "Energie voor Democratie" verder zal worden uitgewerkt.

Commissaris Van den Broek wees op de complicaties bij de concrete uitvoering van dit plan, maar stelde dat de Commissie bereid was hier flexibel mee om te gaan.

Ik heb aangegeven dat het initiatief om een creatieve benadering vraagt. Het voorwerk van de ambassadeurs in Belgrado bood een goede basis om de mogelijkheden nader te onderzoeken, waaronder de oprichting van een onafhankelijk agentschap, mede ter vergroting van de onderlinge samenwerking bij de democratische oppositie. De humanitaire hulpverlening aan Servië zal worden voortgezet.

SANCTIES

Het ontmoedigingsbeleid ten aanzien van sportcontacten met de FRJ werd opgeheven als een teken van sympathie met de bevolking. Kosovo en Montenegro worden uitgezonderd van de luchtvaart- en olieboycot. Commissaris Van den Broek meldde dat de ontwerp-verordeningen hierover inmiddels worden voorbereid. Hij waarschuwde evenwel dat effectieve controle op het eindgebruik van olieproducten moeilijk te realiseren zal zijn. De Commissie is dan ook voornemens in dit verband om spoedig een verificatiemissie naar Montenegro te sturen; voor Kosovo (dat onder UNMIK-bestuur valt) is deze problematiek minimaal.

KOSOVO

Mede op mijn aandrang sprak de Raad zijn grote bezorgdheid uit over het lot van enkele duizenden vermisten (waarvan velen in Servische gevangenissen zitten).

De Raad onderstreepte verder het belang om de reconstructie inspanning te intensiveren. Ookbenadrukte de Raad het belang van de voltooiing van de demilitarisatie van het Kosovo Bevrijdingsleger; de termijn verloopt op 19 september. Commissaris Van den Broek pleitte voor spoedige detachering van meer specialisten uit de lidstaten in de reconstructie-pijler van UNMIK. Geconstateerd werd dat het UNMIK Trust Fund en de reconstructie-pijler van UNMIK behoefte hebben aan additionele personele en financiele bijdragen. De lidstaten werd verzocht hieraan tegemoet te komen.

MONTENEGRO

De Raad besprak de mogelijkheid van additionele financiële hulp aan Montenegro ter ondersteuning van het hervormingsbeleid van President Djukanovic. Voorts werd gepleit voor een constructieve dialoog tussen Montenegro en het regime in Belgrado over de herziening van de constitutionele banden, niet als doel op zichzelf maar als middel om het democratiseringsproces in de FRJ te bevorderen.

KROATIE

De Raad sprak werd opnieuw over de instelling van een Consultative Task Force (CTF) voor Kroatië ter voorbereiding op toekomstige contractuele relaties met dit land.

De meerderheid van de lidstaten, waaronder Nederland, zijn van mening dat de huidige ontwikkelingen in Kroatie een dergelijk positief signaal thans niet rechtvaardigen. Na een lange discussie ging de Raad akkoord met een compromistekst waarin wordt gesteld dat een Task Force een nuttige bijdrage zou kunnen leveren aan de betrekkingen tussen de EU en Kroatië en waarin de Commissie wordt uitgenodigd terzake te consulteren met progressieve politieke krachten in Kroatië over de functies van een dergelijke Task Force en de voorwaarden voor oprichting, mede in het licht van de internationale verplichtingen waaraan Kroatië dient te voldoen.

STABILITEITSPACT

Stabiliteitspactcoòrdinator en EU-Speciaal Vertegenwoordiger Hombach presenteerde zijn Werkplan voor de uitvoering van het Pact. Hij benadrukte dat het Werkplan een levend document is en dat de autonome EU-besluitvorming bij deelname aan de activiteiten in het kader van het Pact onaangetast blijft.

De Raad wees in dit verband op het belang van goede coòrdinatie bij de uitvoering (voorkomen van duplicatie met andere regionale activiteiten, waken voor proliferatie van initiatieven), alsmede van een spoedige inhoudelijke invulling van het Pact.

Midden-Oosten Vredesproces

De Raad heeft gesproken over de recente ondertekening van het Sharm-el-Sheikh-memorandum. In een verklaring werden Premier Barak en President Arafat geprezen voor hun moed en vastbeslotenheid. De Raad heeft het Voorzitterschap en Speciaal EU-gezant Moratinos gevraagd om in overleg met alle partijen te onderzoeken in hoeverre, tegen de achtergrond van de doorbraak op het Palestijnse spoor, ook spoedig voortgang kan worden geboekt op het multilaterale, het Syrische en het Libanese spoor. De Raad verwelkomde de uitnodiging aanwezig te zijn bij de opening van de finale-status-onderhandelingen in Erez. Tenslotte sprak de Raad steun uit voor de vastbeslotenheid van beide partijen om geen kans te geven aan hen die het vredesproces willen tegenwerken door middel van provocerende daden.

Oost-Timor

De Raad besloot tot invoering van een embargo op de export van wapens, munitie en militair materieel, een verbod op levering van materiaal dat gebruikt kan worden voor interne repressie of terrorisme en opschorting van de bilaterale militaire samenwerking, voor een periode van 4 maanden.

Ik heb er op gewezen dat de Indonesische instemming met een vredesmacht een doorbraak betekende die om een zorgvuldige reactie vroeg. Daarbij dienden de 5 mei akkoorden het uitgangspunt te blijven.

Minister Alatas bevond zich op dat moment in New York om de vredesmacht voor te bereiden en om de 5 mei akkoorden op dit punt aan te vullen. De Raad had twee opties: een wapenembargo voor onbepaalde tijd en een embargo dat rekening zou houden met het positieve signaal van president Habibie. In het laatste geval waren er twee varianten. Een embargo waarvan de implementatie zou worden opgeschort totdat zou blijken dat Indonesië zich aan afspraken onttroken een beperkt embargo voor 4 maanden.

Ik heb uiteengezet dat Nederland, in het licht van Habibie's verklaring, voorstander was van de laatste variant. Overigens is in Nederland, vanwege de situatie in Oost-Timor, op basis van de EU-gedragscode al de facto een wapenembargo op leveranties aan Indonesië van kracht.

De eerste optie zou een 'verbruik' zijn geweest van een sanctiemogelijkheid die niet meer zou kunnen worden ingezet in geval de Indonesische autoriteiten zouden terugkomen op hun toezeggingen.

De variant, die op mijn aandringen is gekozen, is het 'gebruik' van een wel overwogen signaal dat rekening houdt met het positieve signaal van president Habibie.

Ik vroeg ook aandacht voor de bredere context van de gebeurtenissen op Oost-Timor. Ik wees specifiek op de zorgwekkende ontwikkelingen in Aceh en op de Molukken.

De Raad concludeerde daarop dat een sterk, democratisch en verenigd Indonesië gewenst was.

EU-hulpverlening aan Turkije

Tijdens de lunch was de Turkse Minister van Buitenlandse Zaken Cem als gast aanwezig. Deze ontmoeting kan gezien worden als een belangrijke stap op weg naar verbetering van de betrekkingen tussen de EU en Turkije. Met Minister Cem is uiteraard ook gesproken over de situatie in Turkije na de aardbeving. De Raad heeft de Commissie gevraagd om, na de reeds verleende noodhulp, zo spoedig mogelijk verdere hulpverlening aan Turkije ter hand te nemen. De Raad heeft te kennen gegeven dat nieuwe en substantiële ondersteuning voor rehabilitatie en reconstructie zal worden verschaft en heeft daartoe een aantal fondsen geïdentificeerd.

Libië

De Raad besloot dat aan de overige partners in het Barcelonaproces zal worden voorgesteld Libië volledige deelname aan het proces aan te bieden zodra dat land het acquis van Barcelona heeft aanvaard. Aan de basis van dit besluit lag de recente verklaringen van de Veiligheidsraad over het rapport van de Secretaris-Generaal van de VN van 30 juni jl. en over de significante voortgang die Libië heeft gemaakt in overeenstemming met de desbetreffende VN-resoluties. Tevens heeft deRaad, in het licht van het rapport van de Secretaris-Generaal van de VN, besloten de in 1986 ingestelde sancties tegen Libië (beperking van de bewegingsvrijheid van diplomatiek en consulair personeel, beperking van de diplomatieke en consulaire staf, strengere vereisten en procedures voor visa) op te heffen. Het wapenembargo blijft evenwel van kracht.

Bananen

Kort voor de Algemene Raad, te weten op 9 september jl., besloot het Coreper om het punt "Bananen" aan de agenda van de Raad toe te voegen, teneinde Commissaris Brittan de gelegenheid te geven een op 8 september jl. door het College van Commissarissen goedgekeurd rapport aan de Raad te presenteren. De Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken heeft U daarover mondeling geïnformeerd tijdens het Algemeen Overleg op 9 september jl.

De Raad had de Commissie op 19 juli jl. gevraagd voor eind september
1999 met een voorstel te komen voor een nieuwe gemeenschappelijke marktordening voor bananen. De Commissie zou bij haar voorstel rekening moeten houden met de positie van alle bij het bananen conflict betrokken partijen. Een dergelijk voorstel is nodig, omdat de vorige en de vigerende marktordening voor bananen door de WTO zijn veroordeeld.

Commissaris Brittan heeft de Raad geïnformeerd over de stand van zaken naar aanleiding van consultaties met alle externe partijen (producentenlanden, de VS en economische actoren, waaronder handelaars). Daarbij volgde hij de lijn van hgg. rapport van de Commissie aan de Raad. Hierin wordt naar aanleiding van genoemde consultaties geconcludeerd:


- dat een importrégime voor bananen in de vorm van een tariefcontingentensysteem niet op de steun van alle betrokken partijen kan rekenen, waardoor een nieuw handelsconflict met de VS en/of Latijns Amerikaanse bananenleveranciers niet uit te sluiten valt;


- dat in het licht daarvan eigenlijk geen andere optie rest dan een zgn. "tariff only" systeem, inclusief onderhandelingen met betrokken partijen over de hoogte van het toe te passen tarief.

De Commissie was echter nog niet in staat een concreet voorstel te presenteren. Deze taak rust nu op de schouders van de nieuwe Commissie.

Uit een eerste reactie van 13 van de 15 lidstaten tijdens de Algemene Raad kan worden opgemaakt dat alleen Frankrijk, Portugal en Spanje de lijn van het Commissie-rapport niet kunnen steunen. Met name Spanje verzet zich fel tegen de idee van een tariefsysteem. Opvallend was dat het Verenigd Koninkrijk voor het eerst de mogelijkheid van "tariff only" systeem niet uitsloot. Nederland heeft gesteld dat de "tariff only" optie nu verder moet worden uitgewerkt, waarbij uiteraard ook de belangen van de ACS-landen moeten worden meegewogen.

Ter afsluiting van de discussie riep de Raad de conclusies van 19 juli jl. in herinnering en drong hij er bij de Commissie op aan zo spoedig mogelijk een voorstel voor een aangepast bananenrégime voor te leggen.

En marge van de Raad vond de Samenwerkingsraad EU-Oezbekistan plaats

En marge van de Algemene Raad vond de eerste Samenwerkingsraad plaats tussen de EU en Oezbekistan. Deze Samenwerkingsraad vloeit voort uit het in juli 1999 geratificeerde Partnerschaps- en Samenwerkingsakkoord tussen de EU en Oezbekistan.

De EU hecht aan nauwe betrekkingen met de staten in Centraal Azië. Deze regio zal met de toekomstige oostelijke opschuiving van de grenzen van de Unie gaan behoren tot het nabije buitenland.

De Raad onderstreepte krachtig het belang dat de EU hecht aan democratische waarde, mensenrechten en de beginselen van de vrije markteconomie. Minister van Buitenlandse Zaken Kamilov, onderschreef deze uitgangspunten.

Deel: ' Verslag Algemene Europese Raad 13-09-1999 '




Lees ook