Ministerie van Buitenlandse Zaken


Aan de Voorzitter van de Algemene

Commissie voor Europese Zaken

en de Voorzitter van de Vaste Commissie

voor Buitenlandse Zaken van de

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Binnenhof 4

's Gravenhage
Directie Integratie Europa

Associatie en andere Bijzondere Betrekkingen

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061


2500 EB Den Haag

Datum 28 juli 1999
Kenmerk 512/99
Blad /16
Bijlage(n)
Betreft Verslag Algemene Raad

d.d. 19/20 juli 1999

Zeer geachte Voorzitter,

Conform de bestaande afspraken heb ik de eer U hierbij het verslag van de Algemene Raad d.d. 19/20 juli 1999 te doen toekomen.

De Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken

Verslag van de Algemene Raad d.d. 19/20 juli 1999

Open Debat Programma Voorzitterschap

Het openbare debat had als onderwerp "Externe betrekkingen van de Europese Unie in het post-Kosovo tijdperk".

De Finse voorzitter, minister Tarja Halonen, noemde in haar inleiding de Kosovo-crisis een scheidslijn met het verleden. Iets dergelijks mocht zich niet meer herhalen; de EU moet haar instrumentarium beter toesnijden op het voorkomen van crises. Zo moet de externe handelingsbekwaamheid van de EU worden versterkt; vroegtijdige waarschuwing moet worden verbeterd. Dat geldt ook voor de samenwerking met de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE), de Raad van Europa (RvE), de Verenigde Naties e.d. Daartoe moet de EU haar structuren versterken. In de Raad zijn de regionale werkgroepen onlangs gefuseerd. Dit zal naar verwachting een positieve uitwerking hebben. Afstemming met de Europese Commissie en het Europees Parlement, en binnenkort met de Hoge Vertegenwoordiger voor het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid (mr GBVB), vereist extra aandacht. Ook moeten de bestaande EU-instrumenten worden aangepast. De uitwerking van een nieuwe generatie akkoorden met Balkanlanden is daar een voorbeeld van. Tenslotte is geld en creativiteit nodig voor de wederopbouw van de Balkanregio.

De Commissie beperkte zich tot een korte interventie, waarin melding werd gemaakt van het hulpagentschap, de nieuwe akkoorden en het Stabiliteitspact. Voorts gaf de Commissie aan dat met het oog op de uitbreiding de Unie via de Intergouvernementele Conferentie intern orde op zaken moet stellen.

De meeste lidstaten legden in hun interventies een verband tussen de nodige interne aanpassingen binnen de Unie (de IGC, verbetering van het functioneren van de Raad via de aanbevelingen van het Trumpf/Piris-rapport) en de externe slagvaardigheid. De rol van de Algemene Raad als coòrdinerende Raad moet worden versterkt. De meeste bewindslieden voerden diverse 'lessons learned' van de Kosovo-crisis hierop terug. Zij vroegen om meer interne beleidscoherentie. Ook had de samenwerking met de elkaar versterkende instellingen OVSE, RvE, VN en NAVO zijn nut bewezen, al was deze nog voor verbetering vatbaar. Een aantal ministers vond een spoedige uitwerking en invulling van EVDI op basis van de besluiten van de ER-Keulen gewenst. Zij stelden zich allen achter het Finse Voorzitterschapsprogramma.

Daarnaast is de uitbreidingskwestie in de komende periode belangrijk. Dit vraagt om nadere bestudering van de afzonderlijke perspectieven voor de diverse betrokken landen. Ook Turkije verdient daarin een plaats. Goede transatlantische betrekkingen blijven van belang. Dit geldt momenteel in het bijzonder voor de samenwerking inzake Kosovo.

De Minister van Buitenlandse Zaken constateerde dat het in de aanloop naar de Kosovo-crisis aan conflictpreventie had ontbroken. Voor de toekomst stelde de Minister dat het wijzigen van grenzen geen oplossing zal bieden. Hij sprak de hoop uit dat de Stabiliteits Top die op 30 juli a.s. te Sarajevo zal plaatsvinden, het startschot zal vormen voor een resultaatgericht stabiliteitsproces. De Top zal krachtige follow up behoeven.

De Minister van Buitenlandse Zaken bedankte de kandidaatlanden, die tijdens de crisis goed met de EU/NAVO hebben samengewerkt. Met Bulgarije en Roemenië zouden binnenkort toetredings-onderhandelingen kunnen worden geopend. Hij stelde voorts dat eendracht aan het succes van het militaire optreden ten grondslag heeft gelegen; dat gold ook voor de sanctiepolitiek.

Wat dat laatste betreft, gaf de Minister aan dat een selectieve toepassing ervan ('smart sanctions') de democratische krachten in de FRJ zou kunnen versterken.

In dit licht presenteerde de Minister van Buitenlandse Zaken later op de dag, tezamen met zijn Griekse collega Papandreou, een voorstel ('energie voor democratie'). Ten slotte gaf hij aan dat de wederopbouw alleen kan slagen, indien de verantwoordelijkheid daarvoor niet volledig door de (elkaar soms voor de voeten lopende) internationale organisaties wordt overgenomen, maar juist ook aan de bevolking ter plaatse wordt gelaten (de weergave van zijn interventie is als bijlage van dit verslag bijgevoegd).

Presentatie van het Voorzitterschap

Het Voorzitterschap gaf tijdens de Algemene Raad een presentatie van zijn plannen. Minister Halonen besteedde aandacht aan de komende inter-gouvernementele conferentie (IGC) over institutionele vraagstukken, het functioneren van de Raad met het oog op de uitbreiding van de Unie (het Trumpf-Piris-rapport), de voorbereiding van de ER van Tampere, het EU Handvest van Fundamentele Rechten en het Europese Veiligheids- en Defensiebeleid (EVDI).

De uitbreiding maakt institutionele hervormingen van de EU noodzakelijk. Het Voorzitterschap zal daarom de voorbereidingen starten voor een IGC over institutionalia.

Tijdens deze conferentie moeten beslissingen genomen worden over:


- uitbreiding van stemming met gekwalificeerde meerderheid;


- de samenstelling van de Commissie;


- weging van stemmen in de Raad; en


- mogelijk andere aanpassingen voorzover relevant voor de uitbreiding of het Verdrag van Amsterdam.

Tijdens de ER van Helsinki zal het Voorzitterschap een rapport presenteren met opties.

Los hiervan zal het Voorzitterschap starten met de behandeling van het Trumpf-Piris-rapport. Dit rapport doet suggesties voor verbetering van het functioneren van de Raad. Tijdens de ER van Helsinki zal een rapport met concrete voorstellen worden besproken.

Het Voorzitterschap zal op 15 en 16 oktober 1999 in Tampere een Europese Raad organiseren om invulling te geven aan de doelstelling een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid te ontwikkelen in Europa. Dit vereist een alomvattende aanpak en consistentie in de relaties met derde landen en internationale organisaties. Onderdeel van deze ruimte is respect voor mensenrechten en bestrijding van racisme en vreemdelingenhaat. De ER van Tampere zal zich concentreren op coòrdinatie van het immigratie- en asielbeleid met nadruk op solidariteit. Europa moet de integratie vanimmigranten en asielzoekers faciliteren. De discussie over toegang tot de EU voor burgers uit derde landen wordt voortgezet. Daarnaast zal de Europese Raad zich in Tampere buigen over de bestrijding van internationale criminaliteit en de versterking van de Europese rechtsorde.

Respect voor de mensenrechten is een integraal onderdeel van de externe relaties van de Unie. Het Voorzitterschap zal streven naar een consistent mensenrechtenbeleid in alle activiteiten van de Unie. Komend half jaar zal het eerste mensenrechtenrapport worden gepubliceerd. Een discussie zal worden geïnitieerd over de oprichting van een Europees bureau voor mensenrechten en democratie.

De ER van Keulen heeft een verklaring aangenomen voor een EVDI. Het Voorzitterschap geeft in zijn werkprogramma aan verder te willen werken langs de lijnen van deze declaratie en een voortgangsverslag te willen bespreken tijdens de ER van Helsinki. Het Voorzitterschap wil nauw samenwerken met Luxemburg dat voorzitter is van de WEU. Het doel is alle deelterreinen van veiligheid binnen de Unie en de lidstaten te bespreken om de niet-militaire dimensie van crisismanagement te bevorderen.

De Raad toonde zich tevreden met de Finse plannen die getuigen van initiatief en voldoende ambitie. Het voorstel van het Voorzitterschap geeft uitvoering aan de opdrachten van de ER van Keulen. De Raad zal de ontwikkelingen op deze dossiers op de voet blijven volgen.

Midden Oosten Vredes Proces

De Algemene Raad verwelkomde de totstandkoming van een brede coalitieregering in Israël onder leiding van Premier Barak. De Raad was verheugd over de positieve signalen die deze regering tot op heden heeft afgegeven ten aanzien van de implementatie van de bestaande akkoorden. De voornemens van de regering Barak om alle sporen van het Midden-Oosten vredesproces nieuw leven in te blazen en binnen een afzienbare termijn resultaten te boeken stemden de ministers hoopvol.

De Raad hoopt dat het aankomende bezoek aan de regio van het Voorzitterschap, de Commissie en de EU-Speciale Vertegenwoordiger Moratinos zullen bijdragen aan de versterking en verdieping van de relaties van de Unie met de landen in de regio. De Raad sprak voorts de bereidheid uit om een actieve rol te blijven spelen in het Midden-Oosten vredesproces en nam in dat kader kennis van suggesties van de Speciale Vertegenwoordiger terzake.

Nederland kon instemmen met de conclusies van de Raad.

WTO nieuwe ronde

Commissaris Brittan presenteerde de mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement over de EU-inzet in de nieuwe WTO-handelsronde. In de Mededeling wordt aandacht besteed aan de belangrijkste specifieke onderhandelingsterreinen. Commissaris Brittan gaf aan dat in de landbouwparagraaf getracht was een evenwicht aan te brengen tussen verdere liberalisatie en hervorming van de landbouwsector. Hij pleitte ook voor voorspelbare en transparante regels op het terrein van de investeringen. DeWTO vormt het forum om daar in het kader van de nieuwe handelsronde nader op in te gaan, met als vertrekpunt non-discriminatoire behandeling van buitenlandse investeringen, aldus Brittan. Volgens hem onderstreepte de Mededeling ook het belang van verdere integratie in de wereldeconomie van ontwikkelingslanden.

Wat betreft de vervolg-procedure merkte Brittan op dat de Mededeling de komende periode door het handelspolitiek comité zou worden bediscussieerd, opdat de Raad in oktober zijn goedkeuring zou kunnen hechten aan de EU-inzet zoals in de Mededeling neergelegd.

Geen van de lidstaten intervenieerde.

Oost-Timor

De Raad stelde het Gemeenschappelijk Standpunt inzake Oost-Timor vast en benoemde minister Andrews van Ierland tot persoonlijk vertegenwoordiger van het Voorzitterschap voor Oost-Timor. Zowel Portugal als Ierland spraken hun grote zorg uit over de veiligheidssituatie in Oost-Timor. Zij pleitten er voor de Indonesische regering in Jakarta er steeds opnieuw op te wijzen dat bij haar de verantwoordelijkheid voor de veiligheid op Oost-Timor ligt. Daarnaast onderstreepten zij nog eens dat de EU krachtig de VN moet blijven steunen bij de voorbereidingen van het registratieproces.

Nederland steunde het standpunt van de Raad.

West-Balkan

In een korte inleiding presenteerde de Minister van Buitenlandse Zaken het Nederlands-Griekse initiatief inzake 'energie voor democratie'. De essentie hiervan werd in de Raadsconclusies overgenomen. Bij het 'energie voor democratie'-initiatief gaat het niet om humanitaire hulp. Het is bedoeld om democratische krachten in de gehele FRJ te ondersteunen. De bestaande sancties tegen het regime van Milosevic dienen tegelijkertijd te worden gehandhaafd. In dit licht stelde de Minister van Buitenlandse Zaken voor om in de conclusies nog niet te spreken over eventuele opheffing van o.m. het vliegverbod. Andere delegaties verzetten zich echter tegen dit voorstel.

Verder stelde de Minister van Buitenlandse Zaken dat, vanwege de positieve rol die Roemenië en Bulgarije hebben gespeeld tijdens de Kosovo-crisis, een positief signaal voor deze landen op zijn plaats zou zijn. Deze twee landen zouden bij voorkeur mee moeten kunnen delen in de EU-reconstructie-inspanningen in Kosovo. De Raad zal in september op dit punt terugkomen.

De Raad ging kort in op de topbijeenkomst in het kader van het Stabiliteitspact die op 30 juli a.s. te Sarajevo zal plaatsvinden. De Raad stemde in met het Gemeenschappelijk Optreden inzake de financiële bijdrage van de EU aan de organisatie van de Top. Speciaal Vertegenwoordiger van de EU, Hombach, zette de doelstellingen van het Stabiliteitspact en zijn taken als Speciaal Coòrdinator van het Stabiliteitspact uiteen. De Raad heeft opdracht gegeven een GemeenschappelijkOptreden voor te bereiden dat voorziet in de financiering van de middelen die Hombach bij het uitoefenen van zijn taak nodig heeft.

De Raad besprak de stand van zaken ten aanzien van de oprichting van de vierde pijler van UNMIK (United Nations Interim Administration Mission in Kosovo), die verantwoordelijk is voor wederopbouw en economische rehabilitatie en wordt geleid door de EU in de persoon van de heer Joly Dixon. T.b.v. de financiering van de EU-bijdrage aan UNMIK besloot de Raad voor de rest van 1999 een Gemeenschappelijk Optreden uit te werken.

Na een lange discussie werd overeenstemming bereikt over de vestigingsplaats van het op te richten agentschap voor de wederopbouw van Kosovo. Griekenland drong er op aan dat Thessaloniki, waar (zoals onlangs afgesproken tijdens de Raad te Rio) het hoofdkantoor zal worden gevestigd, ook de juridische zetel van het Agentschap zal zijn. De Raad ging hiermee akkoord. Wat betreft de activiteiten in Kosovo wordt het operationele kantoor gevestigd in Pristina.

Met enige collega's verzette de Minister van Buitenlandse Zaken zich tegen het instellen van een 'joint EU-Croatia Consultative Task Force'. Hij gaf aan dat de ontwikkelingen in Kroatië onvoldoende positief zijn om een dergelijk tegemoetkomend signaal te rechtvaardigen. Anderen waren van mening dat (m.h.o.o. de komende verkiezingen) een positief gebaar die ontwikkelingen juist zou bevorderen, waarop de Raad besloot het instellen van een Task Force te overwegen. Voor de Raad in september a.s. zal een aanbeveling worden voorbereid.

Europese Conferentie


- Algemeen


- Grensoverschrijdende georganiseerde misdaad


- Westelijke Balkan

Op 19 juli vond en marge van de Algemene Raad de derde bijeenkomst van de Europese Conferentie plaats. Dit keer op het niveau van Ministers van Buitenlandse Zaken.

Deelnemers aan de bijeenkomst waren de EU-15, de 12 kandidaatlidstaten en de Commissie. Zwitserland was als waarnemer aanwezig als speciale gast van het Voorzitterschap. Turkije was uitgenodigd, maar had reeds in een vroeg stadium laten weten geen gebruik te zullen maken van de uitnodiging.

Agenda

Het Voorzitterschap had een tweetal onderwerpen geagendeerd en terzake Voorzitterschapsconclusies geformuleerd. Deze treft u als bijlage bij dit verslag aan.

De Conferentie nam met waardering kennis van het eindrapport van de experts groep op het terrein van de georganiseerde misdaad en drugshandel. In het rapport wordt de noodzaak van versterking van grensoverschrijdende samenwerking tussen de betrokken autoriteiten benadrukt. De deelnemers hebben de voorstellen van de experts groep overgenomen ten aanzien van noodzakelijke stappen om de huidige samenwerking verder te verbeteren.

Het grootste deel van de discussie werd gewijd aan ontwikkelingen op de Balkan, in het bijzonder de bevordering van stabiliteit in de Zuid-Oost Europese regio. In de conclusies van het Voorzitterschap worden de massamoorden in Kosovo met kracht veroordeeld. Voorts wordt het belang van de veilige en ordelijke terugkeer van vluchtelingen benadrukt en een oproep gedaan aan alle etnische groeperingen in Kosovo een bijdrage te leveren aan de opbouw van een multi-etnisch Kosovo. Ook spreekt de Conferentie haar vaste voornemen uit om actief betrokken te zijn bij en te participeren in de uitvoering van het Stabiliteitspact, dat op 10 juni jl. door de Europese Raad van Keulen werd aangenomen. Het belang van vrede, democratie en welvaart op de Balkan werd onderstreept en gewezen werd op de rol die de huidige kandidaatlidstaten, zeker in het licht van hun eigen ervaringen in het afgelopen decennium, kunnen spelen bij de bevordering van deze doelstellingen.

De Roemeense Minister benadrukte dat zijn land economisch zeer had geleden onder het Kosovo-conflict. Roemenië wilde worden betrokken bij de wederopbouw. De Minister drong aan op een soepele regeling voor de buitenlandse schuld. Hij pleitte voor een besluit van de ER van Helsinki om met zijn land de toetredingsonderhandelingen te openen.

Voorts stelde Roemenië zich kandidaat als gastland voor een vergadering van de economische tafel van het Stabiliteitspact.

De Bulgaarse minister legde de nadruk op het democratiseringsproces in Servië. Volgens minister Mikhailova was er behoefte aan een bureau of agentschap, dat NGO's dieactief zijn op dat vlak zou kunnen coòrdineren. Sofia zou graag de zetel van zo'n agentschap huisvesten.

De Franse onderminister Moscovici wilde de kandidaatlanden geruststellen voor wat betreft de financiële consequenties van de plannen voor de Westelijke Balkan. Hij benadrukte daarbij dat er in de EU-begroting waterdichte schotten waren aangebracht tussen de pre-accessiesteun en de budgetlijn waaruit de uitgaven voor de Westelijke Balkan zouden worden gefinancierd.

Betrekkingen met Kazachstan

En marge van de Algemene Raad vond op dinsdag 20 juli de eerste Samenwerkingsraad plaats tussen de Europese Unie en Kazachstan. De Samenwerkingsraad werd voorgezeten door de Finse Minister voor Buitenlandse Handel Kimmo Sasi. De Kazachse delegatie stond onder leiding van Vice-Premier/ Minister van Financiën Uraz Dzhandosov. De Europese Commissie was vertegenwoordigd door Directeur Timo Summa.

De Samenwerkingsraad stelde de politieke doelstellingen van het onlangs in werking getreden Partnerschaps- en Samenwerkingsakkoord (PSA) voor de komende twaalf maanden vast en gaf het mandaat voor het opstellen van een werkplan aan het PSA-Comité.

Partijen spraken af dat zij beiden zullen streven naar een volledige benutting van de mogelijkheden van het PSA en onderkenden de vitale rol die de Samenwerkingsraad in dit verband zal spelen. De Samenwerkingsraad onderstreepte datvrede en stabiliteit in Centraal Azië in het licht van de EU-uitbreiding belangrijker zal worden voor de veiligheid van Europa als geheel.

De Samenwerkingsraad sprak zijn vertrouwen uit dat de implementatie van het PSA de samenhang tussen de verschillende aspecten van de betrekkingen tussen de EU en Kazachstan zal bevorderen. Deze betreffen ondermeer politieke dialoog, democratie en mensenrechten, gezamenlijke bestrijding van de drugshandel, handelsbetrekkingen, WTO-lidmaatschap, economische samenwerking, hulp onder het TACIS-programma en regionale samenwerking.

Partijen concludeerden dat de samenwerking in 1999/2000 zich zal concentreren op verbetering van het handelsklimaat, versnelling van de onderhandelingen over WTO-toetreding, manieren om de regionale samenwerking in Centraal Azië te bevorderen zoals m.n. de Transportcorridor Europa/Kaukasus/ Centraal Azië (TRACECA) en "Interstate Oil and Gas Transport to Europe programmes" (INOGATE), het uitwerken van een programma voor samenwerking bij hulp aan het democratiseringsproces en een hechte samenwerking bij de bestrijding van drugshandel.

Partijen spraken hun tevredenheid uit over de ondertekening op 19 juli jl. van een overeenkomst over onderzoek op het gebied van nucleaire veiligheid en parafering van een overeenkomst over de staalhandel.

Betrekkingen met Kyrgyzstan

En marge van de Algemene Raad vond op dinsdag 20 juli de eerste Samenwerkingsraad plaats tussen de Europese Unie en Kyrgyzstan. De Samenwerkingsraad werd voorgezeten door de Finse Minister voor Buitenlandse Handel Kimmo Sasi. De Kyrgyzische delegatie stond onder leiding van Premier Amangeldy Maraliev. De Europese Commissie was vertegenwoordigd door Directeur Timo Summa.

De Samenwerkingsraad stelde de politieke doelstellingen van het onlangs in werking getreden Partnerschaps- en Samenwerkingsakkoord (PSA) voor de komende twaalf maanden vast en gaf het mandaat voor de implementatie van het PSA aan het PSA-Comité.

Partijen spraken af dat zij beiden zullen streven naar een volledige benutting van de mogelijkheden van het PSA en onderkenden de vitale rol die de Samenwerkingsraad in dit verband zal spelen. De Samenwerkingsraad onderstreepte dat vrede en stabiliteit in Centraal Azië in het licht van de EU-uitbreiding belangrijker zal worden voor de veiligheid van Europa als geheel.

De Samenwerkingsraad sprak zijn vertrouwen uit dat de implementatie van het PSA de samenhang tussen de verschillende aspecten van de betrekkingen tussen de EU en Kyrgyzstan zal bevorderen. Hierbij gaat het ondermeer om politieke dialoog, democratie en mensenrechten, gezamenlijke bestrijding van de drugshandel, handelsbetrekkingen, WTO-lidmaatschap, economische samenwerking, hulp onder het Tacis-programma en regionale samenwerking.

Beide partijen concludeerden dat de samenwerking in 1999/2000 zich zal concentreren op economische vraagstukken, gebruik van de Transportcorridor Europa/Kaukasus/Centraal Azië (TRACECA) en "Interstate Oil and Gas Transport to Europe programmes" (INOGATE) voor de verbetering van de infrastructurele verbindingen tussen Centraal Azië en Europa, gebruik van het Tacis-programma om de handelsbetrekkingen te verbeteren, monitoring van politieke ontwikkelingen die de stabiliteit in Centraal Azië beïnvloeden, het democratiseringsproces in Centraal Azië en een hechte samenwerking bij de bestrijding van drugshandel.

Deel: ' Verslag Algemene Europese Raad 19/20 juli 1999 '




Lees ook