Ministerie van Buitenlandse Zaken


Aan de Voorzitter van de Algemene

Commissie voor Europese Zaken

en de Voorzitter van de Vaste Commissie

voor Buitenlandse Zaken van de

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Binnenhof 4

's Gravenhage
Directie Integratie Europa

Associatie en andere Bijzondere Betrekkingen

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061


2500 EB Den Haag

Datum 4 maart 1999
Kenmerk 171/99
Blad /19
Bijlage(n) *
Betreft Verslag Algemene Raad

d.d. 22 februari 1999

Zeer geachte Voorzitter,

Conform de bestaande afspraken heb ik de eer U hierbij het verslag van de Algemene Raad d.d. 22 februari 1999 te doen toekomen.

De Minister van Buitenlandse Zaken

Aan de Voorzitter van de

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Binnenhof 22

's Gravenhage
Directie Integratie Europa

Associatie en andere Bijzondere Betrekkingen

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061


2500 EB Den Haag

Datum 4 maart 1999
Kenmerk 171/99
Blad /1
Bijlage(n) *
Betreft Verslag Algemene Raad

d.d. 22 februari 1999

Zeer geachte Voorzitter,

Conform de bestaande afspraken heb ik de eer U hierbij het verslag van de Algemene Raad d.d. 22 februari 1999 te doen toekomen.

De Minister van Buitenlandse Zaken

Verslag van de Algemene Raad d.d. 22 februari 1999

Agenda 2000

Voorafgaand aan de Algemene Raad vond op zondagmiddag 21 februari een informele vergadering van de ministers van Buitenlandse Zaken plaats, het zogenaamde "conclaaf". Het conclaaf diende ter voorbereiding van de buitengewone bijeenkomst van staatshoofden en regeringsleiders over Agenda 2000 op 26 februari a.s. Het Voorzitterschap had aan het conclaaf een aantal thema's ter behandeling voorgelegd, alsmede een bijgewerkte versie van de bouwstenen voor de eindonderhandelingen, de zogenoemde 'negotiating box'.

Ten aanzien van het financiële kader bij Agenda 2000 spitsten de besprekingen zich toe op de zogenoemde 'ringfencing', dat wil zeggen het apart opvoeren van de middelen voor de toetreding in de Financiële Perspectieven van de 15 lidstaten. Het conclaaf sprak zich hierover positief uit. Ook lijkt er ruime overeenstemming te zijn over de door de Commissie voorgestelde bedragen voor pre-toetredingssteun.

Voorts vond een meer algemene discussie plaats over de Eigen Middelen en de begrotingsonevenwichtigheden. Ik heb onderstreept dat reële stabilisatie van de uitgaven de basis moet zijn voor alle beslissingen over het financieel kader. Daarnaast moet het uiteindelijke pakket een oplossing bieden voor de problematiek van de scheve lastenverdeling.

Het besef dat het uiteindelijke akkoord over Agenda 2000 pasbereikt kan worden bij een grotere mate van evenwichtigheid van de bijdragen van lidstaten, lijkt verder toe te nemen.

Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid kwam aan de orde voor wat betreft de samenhang met het algehele financiële kader (de hervormingsvoorstellen zelf zijn in de Landbouw Raad van 22/23 februari besproken). Het ging hierbij onder meer om een reële stabilisatie van de landbouwuitgaven. Nederland bracht naar voren dat de Landbouw Raad geen besluiten mag nemen die hier aan prejudiciëren.

Het Voorzitterschap concludeerde na de discussie dat er een grote mate van overeenstemming bestaat over de wenselijkheid om het plafond voor de uitgaven over de periode 2000-2006 gemiddeld op 40,5 miljard euro te houden.

Tot slot kwam ook Categorie 2, de Structuur- en Cohesiefondsen, uitgebreid aan bod. Hierbij ging het met name om het totaalbudget voor de Structuurfondsen (uitgezonderd het Cohesiefonds) voor de EU-15. In de 'negotiating box' worden drie scenario's genoemd t.a.v. het totaalbedrag:


- 218 miljard euro (oorspronkelijke Commissievoorstel);


- 173 miljard euro (stabilisatie op basis van het gemiddelde niveau in 1993-1999); en


- minder dan 200 miljard euro (stabilisatie op basis van niveau van
1999).

Het eerste scenario wordt vooral door de landen gesteund die cohesiefondsen ontvangen. Nederland, maar ook landen als het VK en Frankrijk, hebben een voorkeur voor een totaalbedrag van 173 miljard euro; dit is exclusief het Cohesiefonds en de pre-accessiekosten. Het Voorzitterschap lijkt aan te willen sturen op het middenscenario.

Bij de Structuurfondsen kwamen verder de Communautaire Initiatieven aan de orde.

Nederland is van mening dat, naast de drie door de Commissie voorgestelde initiatieven, ook het huidige initiatief 'Urban' (grote steden) verlengd zou moeten worden.

Ook het Europees Parlement is voorstander van een dergelijke verlenging.

Ten aanzien van het 'phasing-out' regime (overgangssteun aan huidige D1- en D2/5b-regio's die niet meer aan de criteria voor de periode
2000-2006 zullen voldoen) zijn er twee richtingen zichtbaar. Een groep landen is voorstander van een genereus overgangsregime, zoals ook de Commissie voorstelt. Een andere groep landen, waaronder Nederland, steunt in grote lijnen de meer restrictieve voorstellen van het Voorzitterschap.

Tot slot is bij het Cohesiefonds het Voorzitterschap van mening dat de uiteindelijke modaliteiten hierbij in samenhang moeten worden gezien met het totaalbedrag voor Categorie 2.

De besprekingen tijdens het Conclaaf hadden een oriënterend karakter. De conclusies die het Voorzitterschap uit de discussies trekt, zo werd uitdrukkelijk afgesproken, vallen onder de eigen verantwoordelijkheid.

De Voorzitter van de Algemene Raad zal aan de aanstaande buitengewone bijeenkomst te Petersberg verslag doen van het conclaaf. Hierbij zal ook nota worden genomen van de resultaten van de EcoFin Raad en de Landbouw Raad.

Voorbereiding implementatie Amsterdam

In de korte behandeling van dit agendapunt wees het Voorzitterschap erop dat het Verdrag van Amsterdam nu door bijna alle lidstaten is geratificeerd. Alleen in Frankrijk is de parlementaire goedkeuringsprocedure nog niet voltooid. Het Verdrag zal in werking treden op de eerste dag van de tweede maand die volgt op het deponeren van de akte van bekrachtiging door de lidstaat die deze handeling als laatste verricht. Indien Frankrijk nog in maart zijn akte deponeert, zal het Verdrag op 1 mei in werking treden. Indien de Franse akte in april wordt gedeponeerd, zal het Verdrag pas op 1 juni in werking kunnen treden.

Enkele lidstaten hebben aandacht gevraagd voor de uitstaande werkzaamheden die nog voor de inwerkingtreding van het Verdrag van Amsterdam moeten worden verricht.

Nederland heeft met name gewezen op de moeizame vorderingen die bij de incorporatie van Schengen in de Unie worden gemaakt. Met de toedeling van het Schengen-acquis aan de eerste en de derde pijler is een voortvarende aanpak geboden. De Commissie heeft gewezen op het belang van tijdige afronding van de besluitvorming over het statuut voor de leden van het Europees Parlement.

Uitbreiding

Commissaris Van den Broek heeft een toelichting gegeven op het herziene avis ten aanzien van Malta (vide bijlage). Malta heeft sinds het avis van 1993 duidelijke vorderingen gemaakt met betrekking tot het economisch beleid, maar aanvullende maatregelen blijven nodig, met name in de financiële sector. Malta zal nu een Nationaal Programma voor de Overname van hetAcquis moeten opstellen. Het is duidelijk dat, wat de overname van het acquis betreft, Malta nog het nodige werk staat te wachten op het terrein van de interne markt. De Unie zal van haar zijde een pre-accessiestrategie voor het land moeten voorbereiden. Op korte termijn zal reeds een aanvang kunnen worden gemaakt met de screening van het acquis. In de voortgangsrapportage voor alle kandidaten, die aan het einde van dit jaar wordt verwacht, zullen de resultaten van deze screening kunnen worden verwerkt. Commissaris Van den Broek ging ervanuit dat tijdens de Europese Raad in Helsinki een besluit zal kunnen worden genomen over daadwerkelijke toetredingsonderhandelingen met Malta.

EU-Japan

Tijdens de Algemene Raad werd overeenstemming bereikt over de rechtsbasis voor de concept-verordening betreffende maatregelen ter verbetering van de markttoegang tot Japan. De rechtsbasis voor de verordening zal bestaan uit de artikelen 113 en 235 van het EG-verdrag. Door naast artikel 113 ook artikel 235 als rechtsbasis te nemen, wordt een inperking van de bevoegdheden van de Lidstaten op het gebied van exportbevordering voorkomen. Verschillende Lidstaten en de Commissie legden verklaringen af om hun interpretatie van de overeenkomst te onderstrepen.

Nederland legde, gezamenlijk met Zweden, een verklaring af waarin nog eens werd benadrukt dat de verordening afloopt op 31 december 2001 en dat na die datum geen activiteiten meer kunnen worden ontplooid op basis van de aangenomen verordening.

Ook het Verenigd Koninkrijk legde een verklaring langs deze lijnen af.

De Commissie benadrukte dat zij de Lidstaten volledig en regelmatig zou informeren over voorgenomen activiteiten onder de verordening. Daarnaast gaf de Commissie aan de grootst mogelijke aandacht te zullen besteden aan de opvattingen van de Lidstaten en geen activiteiten te ondernemen waarover onder de Lidstaten geen unanimiteit bestaat.

De concept-verordening zal ter goedkeuring aan de Raad worden voorgelegd op het moment dat het Europees Parlement is geraadpleegd.

Indonesië

De Raad heeft het belang van vrije en eerlijke verkiezingen in Indonesië benadrukt. Om uitdrukking te geven aan dit belang heeft Commissaris van de Broek toegezegd dat de Commissie een aanvullend voorstel zal doen voor EU-verkiezingssteun tot een maximum van totaal
7 miljoen Euro.

Ik heb bijzondere aandacht gevraagd voor de toenemende etnische en religieuze spanningen in onder andere de Molukken en Aceh. Ik heb erop gewezen dat deze spanningen een duidelijke bedreiging voor de stabiliteit van geheel Indonesië zouden kunnen vormen, met name in de aanloop naar de verkiezingen, die op 7 juni aanstaande zullen plaatsvinden.

Ik heb benadrukt dat eerlijke, vrije en goedverlopende verkiezingen essentieel zijn. Juist daarom is een substantiëleEU-bijdrage ten behoeve van een zorgvuldige voorbereiding van het verkiezingsproces dringend gewenst.

Ik heb in de Algemene Raad, gesteund door Frankrijk, het voorstel gedaan om binnen de EU te komen tot een integrale benadering van Indonesië waarbij alle aspecten van de relatie worden meegenomen.

Zuid-Afrika

De Algemene Raad heeft een discussie gevoerd over de onderhandelingen voor een handels- en samenwerkings-overeenkomst van de EU met Zuid-Afrika.

Tijdens de Raad heeft Europees Commissaris Pinheiro een concept-akkoord gepresenteerd. Dit concept-akkoord is reeds goedgekeurd door de regering van Zuid-Afrika.

De Commissie stond uitgebreid stil bij de vele economische en politieke belangen die zijn gemoeid met het afsluiten van een akkoord.

Ook ik heb het belang van het afsluiten van een akkoord nog eens sterk benadrukt. Nederland is van mening dat het concept-akkoord aan drie belangrijke criteria voldoet. Allereerst is het akkoord conform de vereisten van de WTO. Daarnaast is het voldoende asymmetrisch, dat wil zeggen dat de Europese Unie eerder en breder haar markt opent, dan andersom het geval is. Tenslotte zijn de concessies evenwichtig verdeeld over de EU-lidstaten. Gelet hierop heb ik steun uitgesproken voor het akkoord.

Een groot aantal lidstaten was dezelfde opinie als Nederland toegedaan. Een kleiner aantal lidstaten bleek echter nog ernstige bezwaren tegen het akkoord te hebben. Deze bezwaren waren met name gericht op het landbouwvolet, waar enkele lidstaten wensten dat meer produkten beschermd zouden worden. Het compromis dat de Europese Commissie had bereikt inzake de port en sherry was voor deze lidstaten niet acceptabel. Tenslotte waren er nog problemen met een aantal handelsgerelateerde onderwerpen.

Door Nederland is gesteld dat in het landbouwvolet reeds sprake is van omgekeerde asymmetrie en dat het daarom uiterst onredelijk zou zijn om op dit terrein aanvullende concessies aan Zuid-Afrika te vragen. Nieuwe eisen zouden bovendien het gevaar in zich hebben dat de balans in de verdeling van de concessies tussen de lidstaten wegvalt.

Doordat met name enkele zuidelijke lidstaten weerstand boden tegen het voorliggende akkoord kon geen politiek besluit worden genomen. De Commissie is gevraagd opnieuw met Zuid-Afrika in onderhandeling te treden. De Europese Raad van Wenen heeft gesteld dat de onderhandelingen vóór de Europese Raad van eind maart te Berlijn moeten zijn afgerond. Het is de bedoeling van het voorzitterschap om tot politieke besluitvorming te komen op de Algemene Raad van 22 maart a.s.

Westelijke Balkan/Kosovo

Tijdens de discussie over de situatie in Kosovo bleek dat er weinig aanleiding was voor optimisme over het vredesoverleg te Rambouillet. Door het verschuiven van de deadline is weliswaartijd gewonnen, maar momentum verloren. In het politieke volet is voortgang geboekt maar de noodzakelijk geachte inzet van een (NAVO-geleide) troepenmacht stuitte nog op weerstanden aan Servische en Russische kant.

Nederland heeft benadrukt dat het voor het slagen van de onderhandelingen van cruciaal belang is beide partijen onder druk te houden.

De Raad spoorde de partijen aan om vóór het verstrijken van de uitgestelde deadline (dinsdag 23 februari 1999, 15.00 uur) een volledig akkoord te bereiken, inclusief de veiligheids-aspecten. Deze oproep werd kracht bijgezet met het uitspreken van de bereidheid tot het nemen van maatregelen tegen de partij die de onderhandelingen doet mislukken en de bereidheid om een essentiële rol te spelen bij de uitvoering van een akkoord, met name t.a.v. de civiele implementatie. De Raad stelde tevens een verlichting van de Kosovo-gerelateerde sancties, gekoppeld aan concrete ijkpunten, in het vooruitzicht. De discussie over de reconstructie van Kosovo en de nadere invulling van de implementatiestructuur bij een akkoord zal op korte termijn in Raadskader worden voortgezet. Tevens zal een EU-positie worden uitgewerkt voor de donorconferentie, die in geval van een akkoord zal worden georganiseerd.

Ik heb ervoor gepleit dat de EU zich niet te voorbarig opstelt wat betreft sanctieverlichting. De sancties moeten vooralsnog worden gehandhaafd en de effectiviteit dient waar mogelijk te worden verbeterd. Eventuele verlichting van de aan Kosovo gerelateerde sancties moet in geval van een akkoord in eersteinstantie geschieden in de vorm van opschorting en moet worden gekoppeld aan de daadwerkelijke implementatie van een akkoord. Na enige discussie over de sanctieproblematiek, waarbij Nederland weinig steun kreeg, verwees de Raad naar de conclusies van de Algemene Raad van 25 januari jl. op dit punt, waarin onder meer staat dat het werk aan de versterking van de sancties moet worden voortgezet.

Voorts bepleitte ik dat de EU niet te snel moet zijn met het innemen van een positie inzake reconstructie ná het bereiken van een akkoord en het aanbieden van hulp. Eerst moet worden bezien hoe de implementatie van een eventueel akkoord verloopt. In de eerste plaats is "ownership" door de bevolking van Kosovo nodig. Het hulpaanbod moet in overeenstemming zijn met de vraag. Donorafhankelijkheid moet worden voorkomen. Daarnaast moeten andere donoren niet bij voorbaat worden ontmoedigd om een bijdrage te leveren. Wat betreft de implementatie-structuur vond de Commissie het niet aanvaardbaar indien de EU slechts onderaannemer zou zijn voor de reconstructie, onder overkoepelende leiding van de OVSE. Na enige discussie besloot de Raad het bedrag van 330 Meuro, waarop de Commissie van de schade in Kosovo voorlopig heeft getaxeerd, niet in de conclusies op te nemen, omdat dat bedrag ook wel eens hoger zou kunnen uitkomen.

Midden-Oosten Vredesproces

Minister Fischer, Commissaris Marín en EUSE Moratinos hebben verslag gedaan van hun recente rondreis door het Midden-Oosten. Zij hadden in Amman gesprekken gevoerd met Koning Abdullah, Premier Tarawneh en Minister Khatib van BuitenlandseZaken, in Jeruzalem met Premier Netanyahu, in Syrië met President Assad en Minister Shara'a, In Beiroet met Premier Hoss, in Kairo met Minister Moussa en in Gaza met President Arafat, Minister Shaath en de Commissaris-Generaal van de United Nations Relief and Works Agenncy for Palestine Refugees in the Near East (UNWRA) Hansen. De belangrijkste gespreksonderwerpen waren de situatie van het Midden-Oosten Vredesproces, het Barcelonaproces, Irak, regionale economische integratie en bilaterale onderhandelingen over de verschillende associatie-akkoorden.

Turkije (Òcalan)

De Raad heeft na enige discussie een verklaring aangenomen naar aanleiding van de recente arrestatie van PKK-leider Òcalan.

De belangrijkste elementen in deze verklaring zijn:


- veroordeling van het terrorisme;


- afwijzing van gewelddaden, waaronder gijzeling, als middel om (op zichzelf legitieme) politieke belangen onder de aandacht te brengen;


- de EU heeft nota genomen van de verzekering van de Turkse regering dat Òcalan een eerlijk proces zal krijgen;


- de EU verwacht dat dit betekent dat Òcalan goed behandeld wordt en een open proces krijgt volgens de beginselen van de rechtsstaat, met juridische bijstand volgens eigen keuze. Internationale waarnemers zouden tot het proces moeten worden toegelaten;


- afwijzing van de doodstraf;


- verwachting dat Turkije zijn problemen langs politieke weg zal oplossen, in overeenstemming met zijn verplichtingen onder meer als lid van de Raad van Europa;


- oproep om de strijd tegen het terrorisme te scheiden van het vinden van politieke oplossingen en het bevorderen van verzoening;


- verwachting dat dergelijke inspanningen, die de EU gaarne zal ondersteunen, de betrekkingen met Turkije positief zullen beïnvloeden.

Een aantal van deze elementen zijn mede op Nederlands verzoek opgenomen. Dit geldt in het bijzonder voor de oproep tot scheiding van de strijd tegen het terrorisme enerzijds en het Koerdenprobleem anderzijds. Voorts heb ik het belang onderstreept van een goede dialoog met Ankara, die onontbeerlijk is voor het bereiken van politieke oplossingen.

Ik heb ook aan de orde gesteld dat de Nederlandse autoriteiten hinder hebben ondervonden bij de oplossing van de gijzeling in de Griekse residentie in Den Haag, en de daarop gevolgde spanningen in de verhoudingen tussen de betrokken minderheidsgroeperingen hier te lande, door het ontbreken van tijdige en adequate informatie vanuit Athene over de kwestie-Òcalan. Mijn Griekse collega Papandreou heeft toegegeven dat er fouten zijn gemaakt en toegezegd dat zijn regering een onderzoek naar het gebeurde zal instellen.

EU-ASEAN

De Algemene Raad heeft opnieuw gesproken over de kwestie van deelname van Birma aan de aanstaande ministeriële bijeenkomstEU-ASEAN. Sommige Lidstaten drongen daarbij aan op flexibiliteit van EU-zijde om zodoende de betrekkingen met ASEAN geen schade te berokkenen.

De politieke en mensenrechtensituatie in Birma blijft echter onveranderd zorgwekkend en is de laatste tijd zelfs aanzienlijk verslechterd. Ik heb aangegeven dat deze verslechterde situatie geen enkele aanleiding geeft om thans van het Gemeenschappelijk Standpunt t.o.v. Birma af te wijken door de Birmese minister van BZ een visum te verlenen. Nederland is van mening dat op basis van het Gemeenschappelijk Standpunt alleen een visum kan worden verstrekt aan de Birmese minister van BZ indien hierover unanimiteit bestaat.

Tijdens de AR drong het Vzschap bij het VK en Nederland aan op instemming met het compromisvoorstel van ASEAN, nl bespreking van de mensenrechten in Birma plenair en in troika-verband met de Birmese minister van BZ. Ik heb, gesteund door het VK en Denemarken, nogmaals duidelijk te kennen gegeven geen reden te zien op mijn standpunt terug te komen. Ik heb daarnaast het voorzitterschap gevraagd om de onderhandelingen met ASEAN voort te zetten.

Nieuwe Onafhankelijke Staten

Commissaris van den Broek gaf een toelichting op de mededeling van de Commissie over de gevolgen van de economische crisis in Rusland voor de Nieuwe Onafhankelijke Staten van de voormalige Sovjet-Unie (NOS) en de in de mededeling opgenomen voorstellen voor extra bijstand. De NOS hebben zwaar te lijden onder de gevolgen van de economische crisis in Rusland.

Verschillende NOS landen hebben verzoeken tot hulp ingediend bij de Commissie. De Commissie heeft ondermeer 20 meuro van het budget van TACIS naar ECHO overgeheveld. ECHO heeft inmiddels een lijst met projecten opgesteld in de verschillende landen.

De Raad nam met instemming kennis van de mededeling van de Commissie over de gevolgen van de crisis in Rusland. De Commissie werd aangemoedigd om op de ingeslagen weg voort te gaan. Voorts werd aanvullende informatie verzocht over de implementatie van aanvullende hulp in de vorm van gerichte humanitaire steun aan kwetsbare groepen in die landen.

Rusland

Het Voorzitterschap en de Commissie deden verslag van de Top EU-Rusland die op 18 februari jl. in Moskou had plaatsgevonden.

De Russische delegatie werd voorgezeten door President Yeltsin. De Russische President maakte een fitte indruk.

De Russische zijde benadrukte dat zij een intensivering van de betrekkingen met de EU op prijs stelt. Rusland rekende op Europese solidariteit en voortzetting van steun. Genoemd werd onder meer uitstel van schuldenbetaling en opschorten van anti-dumping maatregelen.

Van Europese zijde werd bereidheid uitgesproken om de relatie met Rusland te versterken waarbij de nadruk werd gelegd op de voorwaarden waaronder dit zou kunnen geschieden. Dit betreft met name het scheppen van een behoorlijke financiëlestructuur. Een eerste stap daarbij is een solide, ook door het IMF goedgekeurde, Russische begroting.

De Commissie stelde voor tijdens de komende Samenwerkingsraad, die in het kader van het Partnerschaps- en Samenwerkings-akkoord op 18 mei a.s. zal plaatsvinden, over deze thema's te spreken.

De Commissie deelde de Raad t.a.v. de EU-voedselhulp mede dat met de Russische regering op 19 februari jl. een aanvullende akkoord, waarin de administratieve procedures nader uitgewerkt worden, is ondertekend. Op basis van dit akkoord zouden de administratieve problemen (m.n. veterinaire certificiering) op opgelost moeten zijn. De leverantie van de hulp zal vanaf eind maart (na afronding van een nieuwe aanbestedingsprocedure voor het transport) van start kunnen gaan. Inmiddels is aan Russische zijde een coòrdinator aangewezen die als centraal aanspreekpunt voor de EU optreedt.

Angola

In de Algemene Raad is de situatie in Angola aan de orde gekomen. De Portugese minister van Buitenlandse Zaken, die juist was teruggekeerd van een bezoek aan Angola, heeft zijn collega's geïnformeerd over de laatste stand van zaken. Portugal heeft met de Angolese regering onder meer gesproken over de rol van de VN in Angola na het vertrek van de MONUA-waarnemers. Zoals bekend, loopt het mandaat voor de MONUA op 26 februari 1999 af.

Naar aanleiding van de uiteenzetting van Portugal, vond een algemene discussie plaats over de toenemende destabilisatie inAfrika. De Raad zal aan de betrokken raadswerkgroep vragen onderzoek te verrichten naar de negatieve ontwikkelingen in Afrika.

Oost-Timor

Tijdens de Algemene Raad heeft de Portugese Minister Gama zijn collega's geïnformeerd over de succesvolle uitkomst van het recente tripartiete overleg (Portugal, Indonesië en de VN) inzake Oost-Timor.

Momenteel worden Oost-Timorese leiders geconsulteerd over een vorm van vergaande autonomie binnen Indonesië. Indien dit niet acceptabel is, heeft Indonesië reeds aangegeven bereid te zijn Oost-Timor onmiddellijk onafhankelijkheid te verlenen.

De EU heeft in een verklaring de positieve uitkomst van het VN-overleg verwelkomd, steun uitgesproken voor de bemiddelende activiteiten van de VN, een oproep gedaan tot vrijlating van de Oost-Timorese leider Xanana Gusmao en andere politieke gevangenen en tenslotte zorg uitgesproken over de toegenomen spanning en het geweld op Oost-Timor.

Associatieraden met Letland, Slovenië en Litouwen

En marge van de Algemene Raad vonden op 22 februari jl. Associatieraden plaats met Letland, Slovenië, en Litouwen. Tijdens het aansluitende diner vond de politieke dialoog plaats.

Tijdens deze Associatieraden stond de bespreking van de voorbereidingen op EU-toetreding van deze kandidaat-lidstatencentraal. Daarbij werd ingegaan op de versterkte pre-toetredingsstrategie, de Partnerschappen voor Toetreding, en de voortgang bij het overnemen en toepassen van het acquis communautair. Voorts werden de bilaterale betrekkingen onder het Europa Akkoord besproken.

Tijdens de Associatieraad met Letland wees de EU op de aanzienlijke vooruitgang die op vele terreinen is geboekt. Dit gold met name voor de aanpassingen van de naturalisatie-wetgeving die met het referendum in oktober '98 zijn goedgekeurd. Ook is voortgang gemaakt met betrekking tot macro-economisch ontwikkelingen, buitenlandse investeringen, privatisering en het opzetten van instellingen en regelgeving die nodig zijn voor een goed functionerende markteconomie. De aandacht dient nu uit te gaan naar consolidatie van economische stabiliteit, voortzetting van het privatiserings-proces en het verbetering van de rechtszekerheid voor het bedrijfsleven.

Tijdens de Associatieraad met Slovenië wees de EU op het kritische voortgangsrapport van vorig jaar en moedigde het land aan om de inspanningen bij het overnemen en implementeren van het acquis op te voeren. De EU nam met tevredenheid kennis van de voortgezette groei van het Sloveense BNP en de vermindering van de inflatie. De EU benadrukte de noodzaak om de geplande structurele hervormingen door te zetten, met name wat betreft herstructurering van bedrijven, privatisering en liberalisering van de kapitaalmarkt.

De EU gat in de Associatieraad Litouwen aan verheugd te zijn over het besluit van het land de doodstraf af te schaffen. De EU moedigde Litouwen aan bij het opzetten van een efficiënte grenscontrole, het versterken van de rechterlijke macht en de strijd tegen georganiseerde misdaad en corruptie. De EU verwelkomde de door Litouwen gemaakte voortgang op weg naar een functionerende markteconomie. Litouwen werd aangemoedigd de hervormingen (privatiseringsproces, faillissements-regelgeving) door te zetten. De EU nam kennis van het gegeven dat Litouwen bezig is een alomvattende lange termijn energie-strategie te ontwikkelen. In dat verband vroeg de EU aandacht voor realistische toezeggingen m.b.t. het sluiten van de kerncentrale Ignalina.

Tijdens de politieke dialoog werd gesproken over de betrekkingen met Rusland, de situatie in Kosovo, regionale samenwerking (Noordelijke Dimensie) en de betrekkingen met Belarus en de Oekraïne.

Deel: ' Verslag Algemene Europese Raad 22 februari 1999 '




Lees ook