Ministerie van Buitenlandse Zaken


Aan de Voorzitter van de Algemene

Commissie voor Europese Zaken

en de Voorzitter van de Vaste Commissie

voor Buitenlandse Zaken van de

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Binnenhof 4

's Gravenhage
Directie Integratie Europa

Associatie en andere Bijzondere Betrekkingen

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061


2500 EB Den Haag

Datum 25 maart 1999
Kenmerk 235/99
Blad /14
Bijlage(n) *
Betreft Verslag Algemene Raad

d.d. 22 maart 1999

Zeer geachte Voorzitter,

Conform de bestaande afspraken heb ik de eer U hierbij het verslag van de Algemene Raad d.d. 22 maart 1999 te doen toekomen.

De Minister van Buitenlandse Zaken

Verslag van de Algemene Raad d.d. 22 maart 1999

HORIZONTALE VRAAGSTUKKEN

Aftreden Commissie

De Raad besprak de gevolgen van het aftreden van de Europese Commissie. Het terugtreden van de Commissie werd gerespecteerd. De huidige Commissie moet bij belangrijke lopende dossiers als Agenda
2000 betrokken blijven. De Raad was het er over eens dat op korte termijn een nieuwe voorzitter van de Commissie moet worden aangewezen. De Europese Raad van Berlijn zou een tijdpad voor de benoeming moeten uitzetten. Kort na Berlijn zouden de lidstaten een kandidaat voor het voorzitterschap moeten voordragen bij het Europees Parlement. In de benoemingsprocedure dienen de relevante bepalingen van het Verdrag van Amsterdam te worden gevolgd. De beoogd voorzitter moet vervolgens in overleg met de lidstaten de overige leden van de Commissie voordragen. De Raad sprak de hoop uit dat een nieuwe Commissie haar werkzaamheden zo spoedig mogelijk zou kunnen aanvangen.

Agenda 2000

Voorafgaand aan de Algemene Raad vond op zondagmiddag 21 maart een zogenaamd conclaaf van de ministers van Buitenlandse Zaken plaats. Het conclaaf diende ter voorbereiding van de buitengewone bijeenkomst van staatshoofden en regeringsleiders over Agenda 2000 op 24 en 25 maart in Berlijn. Het Voorzitterschap had in een 'Presidency note' aan het conclaaf een aantal thema's ter behandeling voorgelegd. De conclaaf-bespreking leverde vooral een ferme herbevestiging van bekende standpuntenop. Een verdere convergentie van standpunten moet derhalve tijdens de bijeenkomst in Berlijn plaatsvinden.

Ten aanzien van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid bleek dat de meeste lidstaten het niet verstandig vinden om het moeizaam bereikte inhoudelijke compromis van de jongste Landbouwraad open te breken. Wel pleitten bepaalde lidstaten, waaronder Nederland, ervoor om via het invoeren van degressiviteit de voorziene overschrijding van de uitgaven tot het niveau van reële stabilisatie (40,5 mrd euro) terug te brengen. Andere lidstaten hebben bezwaren t.a.v. degressiviteit naar voren gebracht. Zij gaven voorts aan geen problemen met de overschrijding van de 40,5 miljard euro te hebben.

Bij de bespreking over de Structuurfondsen spitste de discussie zich toe op het totaalbedrag voor Structuur- en Cohesiefondsen voor de EU-15, de modaliteiten rond het Cohesiefonds en het zogenoemde 'phasing out' regime voor huidige doelstellings-regio's. Dit betreft de regio's die in de periode 2000-2006 niet meer aan de criteria zullen voldoen.

De bekende tegenstellingen tussen lidstaten bleven gehandhaafd. Zo houden de 'Cohesielanden' nog steeds vast aan een totaalbedrag van 240 miljard euro conform de oorspronkelijke Commissie-voorstellen. Nederland, en ook lidstaten als Frankrijk en het VK, zijn van mening dat een totaalbedrag van ca. 190 miljard genoeg is. Dit bedrag komt tot stand als de gemiddelde uitgaven in de periode 1994-1999 reëel constant worden gehouden. De tegenstellingen tussen voorstanders van een royale 'phasing out' en die van een korte, goedkopere uitfasering bleven eveneens in stand. De vier Cohesielanden wezen nogmaals op het belang van een ruimhartige continuering van het Cohesiefonds. Het totaalbudget zou 21 miljard euro dienen te bedragen conform de oorspronkelijke Commissievoorstellen. EMU deelnemers zouden in aanmerking moeten blijven komen voor het Cohesiefonds.

Ik wees erop dat de huidige Commissievoorstellen tot een verdere daling van het toch al geringe aandeel van Nederland in de Structuurfondsen zal leiden. Ik heb er bij de Commissie op aan gedrongen de voorstellen terzake te heroverwegen.

Voorts kwamen ook de begrotingsonevenwichtigheden en de eventuele aanpassingen van het Eigen-Middelen-Besluit aan de orde. Verschillende opties zijn hierbij besproken: vervanging van het BTW-middel ten gunste van het BNP-middel, verhoging van de inningskosten bij de Traditionele Eigen Middelen, afslanking cq. uitfasering van de VK-compensatie.

Nederland wees op het belang van een adequate aanpak van de bestaande begrotingsonevenwichtigheden. Ook gaf ik aan dat eerdere geïdentificeerde elementen als cofinanciering en de invoering van een algemeen correctiemechanisme in de aanloop naar de ER in Berlijn op de tafel moesten blijven.

Minister Fischer sloot het Conclaaf af met de conclusie dat alle elementen van het Agenda 2000 pakket aan de orde waren geweest, en dat alle opties voorlopig op tafel blijven. Ten behoeve van de ER in Berlijn zou een document worden opgesteld met elementen voor een compromis-slotpakket.

Statuut van de Leden van het Europees Parlement

Het Voorzitterschap lichtte de Raad in over de stand van zaken in de besprekingen over het statuut-voorstel van het Europees Parlement. Ook werd verslag gedaan van de informele contacten met vertegenwoordigers van het Parlement over het voorstel. In de vergadering bleek een duidelijke bereidheid van de lidstaten om volgende maand te proberen overeenstemming in de Raad te bereiken. Met name Nederland heeft aangedrongen op een constructieve opstelling in de laatste besprekingen.

Met betrekking tot de kwestie van belastingheffing op Europees niveau over de salarissen tekenden een viertal landen bezwaar aan. Zij vinden dat de leden van het Europees Parlement in hun eigen lidstaat belastingplichtig moeten blijven. Over de aanpassingen van enkele andere financiële aspecten van het voorstel (o.a. de royale onkostenvergoeding) bestond een grote mate van consensus.

Het Voorzitterschap zal nauw contact met het Europees Parlement onderhouden en proberen een uitgewerkt standpunt aan de Raad voor te leggen. De bespreking hierover zal op 26 april a.s. plaatsvinden. In het geval dan overeenstemming wordt bereikt, kan het Europees Parlement tijdens zijn laatste plenaire zitting (3-7 mei a.s.) het statuut vaststellen.

EXTERNE BETREKKINGEN

Zuid-Afrika - onderhandelingen over een handels- en samenwerkingsovereenkomst

De Raad heeft opnieuw geen overeenstemming kunnen bereiken over de onderhandelingen met Zuid-Afrika over een handels- en samenwerkingsakkoord. Een groot aantal lidstaten sprak steunuit voor het concept-akkoord en gaf aan dat verder uitstel zeer ongewenst was. Helaas blokkeerde één lidstaat de totstandkoming van een akkoord.

Ik heb aangegeven dat het bijna ondenkbaar zou zijn dat de Algemene Raad goedkeuring aan het akkoord zou onthouden. Zuid-Afrika zou niet langer moeten wachten. Zoals al eerder aangegeven is voor Nederland het door de Commissie bereikte resultaat aanvaardbaar en wat Nederland betreft zou spoedig moeten worden overgegaan tot ondertekening van het akkoord.

Tijdens de discussie in de Raad bleek dat een aantal lidstaten eindelijk een meer constructieve houding aannam dan voorheen. Hiervoor heb ik waardering uitgesproken. Tegelijkertijd werd het duidelijk dat één lidstaat nog steeds niet kon instemmen. Ik heb daar kritisch op gereageerd.

De kwestie van het gebruik van de namen 'port' en 'sherry' door Zuid-Afrika is het belangrijkste nog uitstaande probleem. Tijdens de Algemene Raad is gesteld dat de Commissie de tijd tot de Europese Raad van Berlijn zou moeten gebruiken om ten aanzien van dit punt een compromisvoorstel te formuleren. Dat voorstel zou kunnen worden voorgelegd aan de Europese Raad, teneinde besluitvorming te forceren en overeenstemming te bereiken over het akkoord.

Betrekkingen EU/VS

De Raad besprak onder dit agendapunt een drietal kwesties die op dit moment een probleem vormen in de relatie EU-VS, namelijk de bananenmarktordening, het invoerverbod ophormoonvlees en de 'hushkits'. Dit laatste punt betreft een nieuwe verordening die gericht is op het uitfaseren van oudere vliegtuigen die geluidsoverlast veroorzaken.

Nadat de Commissie met betrekking tot deze drie kwesties de stand van zaken had weergegeven, spitste het debat zich toe op het importverbod op hormoonvlees. Op 13 mei a.s. loopt de periode af waarbinnen de EU, conform de uitspraak van het WTO-panel, haar beleid moet aanpassen. Ik nam als eerste het woord en pleitte ervoor geen besluit te nemen over opheffing van het importverbod alvorens de resultaten van de specifieke risico-analyses die de Commissie heeft laten uitvoeren bekend zullen zijn. Na 13 mei zou de EU het invoerverbod moeten voortzetten onder verwijzing naar het voorzorgbeginsel. Volgens dit beginsel kunnen maatregelen worden getroffen als er weliswaar sprake is van concrete aanwijzingen voor het bestaan van mogelijk -ernstige- risico's, maar er nog geen sluitend wetenschappelijk bewijs voor het bestaan daarvan kan worden geleverd. Het bieden van compensatie zou te veel geld kosten en onderhandelen met de VS over etikettering is op dit moment niet opportuun.

De meningen van de lidstaten over de te volgen strategie bleken nog verdeeld. Enkele grote lijnen werden echter wel duidelijk, namelijk dat opheffing of wijziging van het invoerverbod niet mogelijk is alvorens de EU de beschikking heeft over de uitkomsten van de risico-analyses en dat de besprekingen met de VS (en met Canada, dat medeklager was in het betreffende WTO-panel) zullen worden voortgezet om te trachten voor 13 mei tot een overeenkomst te komen.

Ook ten aanzien van de overige twee kwesties gaan de onderhandelingen met de VS door.

Van diverse kanten werd er op gewezen dat het wenselijk is in het kader van het Transatlantisch Economisch Partnerschap meer aandacht te geven aan tijdige informatie-uitwisseling over de mogelijke externe effecten van voorgenomen of bestaande wet- en regelgeving, de zgn. 'early warning'.

Vredesproces in het Midden-Oosten

Speciaal Vertegenwoordiger Moratinos lichtte de Raad in over de stand van zaken in het vredesproces, in het bijzonder ten aanzien van het verstrijken van de termijn van de Oslo-akkoorden op 4 mei a.s. De Raad voerde een debat over de positie die de EU in dit verband zou moeten innemen, mede in het licht van de Israëlische verkiezingen op 17 mei a.s. Over een definitief standpunt werd nog geen overeenstemming bereikt.

Onderhandelingen over een Associatie-overeenkomst met Egypte

Commissaris Marín heeft een overzicht gegeven van de stand van zaken in de onderhandelingen met Egypte over een Euro-Mediterraan associatie-akkoord. Er waren drie hoofdpunten overgebleven:


- over het landbouw en visserij gedeelte bestond nog geen overeenstemming;


- Egypte maakte een voorbehoud ten aanzien van de mensenrechtenclausule zolang nog geen overeenstemming was bereikt over de readmissie-clausule. Er lag evenwel een basis voor een goed compromis;


- readmissieclausule: voor Egypte bleef het principe van overname van niet-ingezetenen onaanvaardbaar.

Voorzitter Fischer concludeerde dat Egypte op de punten mensenrechten en readmissie tegemoetkomender zou moeten zijn. Hij verzocht de Commissie om alles in het werk te stellen om nog vóór de bijeenkomst van de Ministers van Buitenlandse Zaken in het kader van het Barcelonaproces in Stuttgart (15-16 april a.s.), doch uiterlijk 26 april a.s. wanneer de volgende Algemene Raad plaatsvindt, de resterende openstaande punten op te lossen.

ASEM Ministeriële vergadering, Berlijn, 29 maart 1999

De Algemene Raad nam zonder verdere discussie kennis van de voorbereidingen van de ASEM ministeriële bijeenkomst, die op 28/29 maart a.s. plaatsvindt te Berlijn. De belangrijkste onderdelen van de bijeenkomst zijn een politieke dialoog over ontwikkelingen in beide regio's, zoals de ontwikkelingen ten aanzien van Kosovo en de EU uitbreiding een discussie over economische en financiële onderwerpen, waaronder de financiële crisis in Azië, en samenwerking op sociaal-cultureel terrein. Daarnaast zal gesproken worden over de toekomst van het ASEM-proces naar aanleiding van het rapport van de 'Vision Group', een commissie van wijzen uit de deelnemende landen.

ASEAN Ministeriële vergadering, Berlijn, 30 maart 1999

Tijdens de Algemene Raad gaf minister Fischer aan dat de bijeenkomst EU-ASEAN niet zal doorgaan. Ook de door de EU voorgestelde informele bijeenkomst van de EU-troika met een ASEAN-delegatie (troika of ander formaat) was voor ASEAN niet acceptabel. ASEAN had in contacten met het Duitse Voorzitterschap aangegeven dat binnen ASEAN een troika-formule niet bestond en dat derhalve bij een informele bijeenkomst metde EU alle ASEAN-leden, inclusief Birma en Laos, vertegenwoordigd zouden moeten zijn. Het Duitse Voorzitterschap concludeerde daarop dat er geen bijeenkomst met ASEAN zou plaatsvinden in Berlijn.

Gemeenschappelijke Strategie betreffende Rusland

De Raad nam kennis van de voorbereiding van de Gemeenschappelijke Strategie voor Rusland (GSR).

De Raad benadrukte dat op basis van een aanzet van het Duitse Voorzitterschap op een aantal hoofdlijnen overeenstemming was bereikt. De Gemeenschappelijke Strategie zou een bijdrage aan de coherentie van het EU-beleid t.a.v. Rusland moeten leveren, dient een toegevoegde waarde te hebben t.o.v. bestaande instrumenten en zou een pijleroverstijgend karakter moeten hebben.

De Algemene Raad herinnerde aan het feit dat de Gemeenschappelijke Strategie de eerste van een reeks strategieën zal zijn die volgens de nieuwe richtlijnen van het Verdrag van Amsterdam zullen worden opgesteld.

De Raad spoorde COREPER en het Comité Politique aan de voorbereidingen voortvarend ter hand te nemen zodat het document tijdens de Algemene Raad van 17 mei a.s. zal kunnen worden afgerond. De nieuwe Strategie zal dan vervolgens door de Europese Raad van Keulen van 3/4 juni a.s. worden aangenomen.

Europese Veiligheids- en Defensie-Identiteit

Het onderwerp Europese Veiligheids- en Defensie-Identiteit is wegens tijdgebrek niet aan de orde geweest.

Westelijke Balkan/Kosovo

De Algemene Raad luidde de noodklok over de situatie in Kosovo naar aanleiding van de meest recente berichten over een grootschalig offensief van de veiligheidstroepen van de Federale Republiek Joegoslavië (FRJ) in Kosovo. In de meest krachtige bewoordingen riep de Raad de FRJ op het geweld onmiddellijk te beëindigen. De Raad sprak steun uit voor de laatste poging van VS-gezant Holbrooke om President Milosevic op andere gedachten te brengen. Het Voorzitterschap bracht verslag uit over de gesprekken, die eerder op 22 maart in ministerieel Contactgroepverband te Brussel hadden plaatsgevonden. Hieruit bleek geen verandering in het uiterst sombere beeld van de afgelopen dagen. Indien de missie van Holbrooke wederom geen resultaat oplevert, zou de NAVO binnen zeer korte termijn een begin maken met actie. Het Voorzitterschap rekent erop dat de kwestie Kosovo ook tijdens de Europese Raad in Berlijn aan de orde zal komen, daartoe zal het een ontwerp-verklaring opstellen.

Tijdens de discussie werd de vrees uitgesproken dat het conflict door verdere uitbreiding van het Servische offensief overslaat naar de buurlanden van Kosovo, hetgeen o.a. onzekere gevolgen zou hebben voor de positie van de in de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië (FYROM) gelegerde Extraction Force. Verder vond men het van groot belang dat de internationale gemeenschap een gesloten front blijft houden. De Raad riep president Milosevic op de laatste kans voor hetbereiken van een vreedzame oplossing te grijpen onder waarschuwing dat anders "severest consequences" zullen volgen. De door Belgrado toegepaste tactiek van de verschroeide aarde werd door de Raad scherp veroordeeld. Voorts werd ook het Kosovo Bevrijdingsleger opgeroepen af te zien van gewelddadige provocaties.

Mensenrechten (China)

De Algemene Raad evalueerde het mensenrechtenbeleid van de Europese Unie ten aanzien van China in het licht van de resultaten van de EU-China mensenrechten-dialoog gedurende het afgelopen jaar.

De Raad verwelkomde de toegenomen bereidheid van China tot samenwerking met het VN-systeem, waarbij werd gerefereerd aan de ondertekening van de VN Verdragen voor Economische, Sociale en Culturele Rechten en voor Burger- en Politieke Rechten en het bezoek dat de VN Hoge Commissaris voor de Mensenrechten Mary Robinson in 1998 aan China bracht. De Raad betreurde dat deze positieve stappen niet werden gevolgd door concrete verbeteringen in de mensenrechtensituatie. De Europese Unie heeft haar ernstige zorg over de recente toename van politieke repressie reeds bij verschillende gelegenheden aan de Chinese regering overgebracht. Bovendien herhaalde de Raad haar verontrusting over het gebruik van de doodstraf, de administratieve detentie, de beperkingen van de vrijheid van meningsuiting en van het recht op godsdienstvrijheid, vergadering en vereniging.

De Raad riep de Chinese regering op om eerder genoemde zaken te verbeteren, omdat zij ingaan tegen de geest en de fundamentele principes van de onlangs ondertekende VN Mensenrechtenverdragen. De EU drong vervolgens aan op de tijdige ratificatie en implementatie van de twee verdragen en gaf aan bereid te zijn om waar nodig aan dit proces bij te dragen. De Raad riep China tenslotte op om de aanbevelingen die door VN-mechanismen zijn gedaan op te volgen en kijkt in dit verband met belangstelling uit naar de tenuitvoerlegging van een technisch samenwerkingsprogramma op het gebied van mensenrechten met het Bureau van de Hoge Commissaris.

De Raad beschouwt de EU-China mensenrechtendialoog en het samenwerkingsprogramma op het gebied van mensenrechten als belangrijke instrumenten om de waarborging van mensenrechten in China te verbeteren. De dialoog is echter geen doel op zich. De EU verwacht concrete verbeteringen in de mensenrechtensituatie. De Raad onderstreepte daarom de noodzaak om de EU-China mensenrechtendialoog meer toegespitst en resultaatgericht te maken.

De EU zal aan deze doelstellingen werken als een integraal onderdeel van de bredere relatie die zij met China onderhoudt. Tegelijkertijd zal de Europese Unie haar verontrusting over de mensenrechtensituatie in China publiekelijk blijven uitspreken, hetgeen ook het geval zal zijn op de 55e VN Commissie voor de Rechten van de Mens (Genève, 22 maart-30 april).

Het Duitse voorzitterschap zal o.m. op mijn verzoek in nauw overleg met de Verenigde Staten de mogelijkheid onderzoeken van een zogenaamde thematische resolutie waarin het recht op politieke participatie centraal staat.

De mensenrechtensituatie in China zal een van de prioriteiten zijn tijdens komende bilaterale en EU-ontmoetingen met Chinese autoriteiten. De EU zal in nauw contact blijven met haar voornaamste partners om de gemeenschappelijke doelstelling van de verbetering van de mensenrechtensituatie te bevorderen.

De EU zal haar beleid tenslotte regelmatig evalueren in het licht van ontwikkelingen op het gebied van de mensenrechten-situatie in China.

Diversen


- Oost-Timor

De Portugeese Minister bracht verslag uit van de bereikte resultaten die u bekend zijn.

Deel: ' Verslag Algemene Europese Raad 22 maart 1999 '




Lees ook