Ministerie van Buitenlandse Zaken


Aan de Voorzitter van de Algemene

Commissie voor Europese Zaken

en de Voorzitter van de Vaste Commissie

voor Buitenlandse Zaken van de

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Binnenhof 4

's Gravenhage
Directie Integratie Europa

Associatie en andere Bijzondere Betrekkingen

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061


2500 EB Den Haag

Datum 28 januari 1999
Kenmerk 91/99
Blad /13
Bijlage(n) *
Betreft Verslag Algemene Raad

d.d. 25 januari 1999

Zeer geachte Voorzitter,

Conform de bestaande afspraken heb ik de eer U hierbij het verslag van de Algemene Raad d.d. 25 januari 1999 te doen toekomen.

DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Verslag van de Algemene Raad d.d. 25 januari 1999

Openbaar debat: Programma Voorzitterschap

De Raad hield een openbaar debat over het programma van het Duitse Voorzitterschap. Minister Fischer gaf een uiteenzetting over de vier prioriteiten van het Voorzitterschap:


1) afronding van de besluitvorming over Agenda 2000 voor eind maart;


2) nadere afspraken over een effectiever werkgelegenheids-beleid;


3) voortgang boeken in het uitbreidingsproces;


4) versterking van het profiel van de EU in externe betrekkingen.

Minister Fischer voegde eraan toe dat nagedacht moet worden over de verdere politieke integratie en de versterking van de democratische controle in de Unie.

Het programma van het Voorzitterschap kreeg veel bijval van de lidstaten. Veel Ministers wezen op gevolgen van de invoering van de Euro voor de verdere integratie.

Nederland heeft steun uitgesproken voor de ambitie en de visie die het programma van het Duitse Voorzitterschap kenmerken. Nederland heeft met name onderstreept dat de besluitvorming over Agenda 2000 tijdig, d.w.z. eind maart, moet worden afgerond en daarbij nog eens duidelijk naar voren gebracht dat het resultaat een rechtvaardige lastenverdeling moet bevatten wil het voor alle lidstaten aanvaardbaar zijn.

Ontwerp-Statuut Europees Parlement

Het Voorzitterschap meldde hoe het voorstel van het Europees Parlement voor een statuut voor de leden van het EuropeesParlement wil behandelen. Het Voorzitterschap wees erop dat de besluitvorming over dit voorstel pas kan worden afgerond na de inwerkingtreding van het Verdrag van Amsterdam, omdat de rechtsbasis van het voorstel in het nieuwe Verdrag staat. De Commissie zei dat zij in februari haar advies over het ontwerp-statuut zal uitbrengen. Nederland heeft benadrukt dat het van belang is dat de besluitvorming voor de verkiezingen van het Europees Parlement (in juni 1999) wordt afgerond. Een werkgroep van de Raad zal het voorstel in detail doornemen en een verslag van zijn bevindingen voor de Raad opstellen. Het Voorzitterschap zal in de komende maanden met het Europees Parlement nauw contact houden over dit dossier.

Agenda 2000

Het Duitse Voorzitterschap gaf een toelichting op het voorziene besluitvormingsproces teneinde eind maart a.s. de onderhandelingen over Agenda 2000 te kunnen afronden. Dit zal gebeuren aan de hand van een 'negotiating box' en non-papers over specifieke deelonderwerpen. Hieruit kunnen de bouwstenen worden gehaald voor het onderhandelingspakket dat op 24/25 maart a.s. aan de Europese Raad in Berlijn zal voorliggen.

De Algemene Raad besprak de noodzaak van coherentie tussen de gewenste hervormingen van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid en het toekomstig financieel kader. De Algemene Raad riep de Landbouw Raad op een stringente begrotingsdiscipline te betrachten en de gewenste hervormingen meer af te stemmen op het huidige niveau van de landbouwuitgaven.

De conclusies zijn een duidelijk politiek signaal om het concept van reële stabilisatie bij o.a. de landbouwuitgavenverder uit te werken. De ECOFIN Raad van 8 februari zal zich verder buigen over het concept van reële stabilisatie en het aandeel van de verschillende begrotingscategorieën daarin.

Ook Nederland vindt dat de Algemene Raad en de ECOFIN Raad een coòrdinerende rol moeten hebben bij de vaststelling van de financiële kaders, waarbinnen de hervormingen kunnen worden doorgevoerd.

Daarnaast werd bij de structuurfondsen overeenstemming bereikt over de prestatiereserve. Maximaal 4% van de beschikbare middelen wordt opzij gezet als bonus voor lidstaten die een goed beheer voeren. Nederland is akkoord gegaan met dien verstande dat de uitvoering van de prestatiereserve hand in hand dient te gaan met andere regelgeving inzake een goed financieel beheer (o.a. de mogelijkheid om bij door de Commissie geconstateerde onregelmatigheden financiële correcties te kunnen doorvoeren). Op de Algemene Raad van 22/23 februari a.s. zullen de andere onderwerpen aan de orde komen.

Uitbreiding

Tijdens de Algemene Raad lichtte het Voorzitterschap kort zijn werkprogramma inzake het uitbreidingsproces toe. Tijdens deze presentatie bracht het Voorzitterschap in herinnering dat na de Europese Raad van Wenen de dynamiek in het uitbreidingsproces verder versterkt zou moeten worden. Daartoe zouden de kandidaat-lidstaten zelf de nodige stappen moeten ondernemen; voor de EU-partners echter wachtte eveneens een belangrijke taak. Door de snelle afronding van Agenda 2000 zouden belangrijke belemmeringen worden weggenomen om toetreding van kandidaat-lidstaten mogelijk te maken.

Ten aanzien van de lopende toetredingsonderhandelingen met Estland, Hongarije, Polen, Slovenië, Tsjechië en Cyprus (de 'ins') is het Voorzitterschap van plan acht nieuwe hoofdstukken toe te voegen aan de zeven hoofdstukken die reeds tijdens het Oostenrijkse Voorzitterschap in behandeling zijn genomen. Daarnaast zijn rond de zomer voortgangsrapporten verwachtbaar over drie van de vier hoofdstukken ( waaronder het hoofdstuk Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid) die tijdens het Oostenrijkse Voorzitterschap voorlopig terzijde waren gelegd. Over deze en de acht nieuwe hoofdstukken zullen Gemeenschappelijke Posities van de EU worden geformuleerd. Deze worden vervolgens besproken tijdens de ministeriële IGC's die op 22 juni aanstaande zullen plaatsvinden. Deze ministeriële IGC's zullen worden voorbereid in een tweetal IGC's op plaatsvervangers-niveau (ambassadeurs) in april en mei van dit jaar.

De bilaterale screening van de zes landen, waarmee reeds wordt onderhandeld, zal in de late zomer worden afgerond.

Met de overige kandidaat-lidstaten, de 'pre-ins', zal de multilaterale screening eind februari worden voltooid. Tussen maart en eind juni willen het Voorzitterschap en de Commissie de bilaterale screening ook met die landen ter hand nemen, opdat de resultaten kunnen worden verwerkt in de volgende voortgangsrapportages. Deze zijn in november aanstaande verwachtbaar. Daarnaast zullen de Partnerschappen voor Toetreding met de 'pre-ins' in het najaar worden aangepast op grond van de bevindingen over ontwikkelingen in die landen tot dusverre.

Over de situatie in Roemenië toonde de Commissie zich, in het licht van de recente gebeurtenissen, bezorgd.

Asiel & Migratie

De "terms of reference" van de in december vorig jaar op Nederlands initiatief ingestelde High Level Group voor Asiel en Migratie werd zonder discussie goedgekeurd. Deze High Level Group zal een actieplan opstellen. Ook de bijbehorende lijst van landen van herkomst en transit van asielzoekers en migranten werd zonder discussie goedgekeurd. Het doel van het initiatief is de totstandkoming van een gemeenschappelijke, geïntegreerde en pijleroverstijgende benadering gericht op de situatie in de belangrijkste herkomstlanden van asielzoekers en migranten. Tijdens de eerste twee bijeenkomsten van de High Level Group zijn de terms or reference en de landenlijst voorbereid.

Top EU-Rusland

De Raad besprak de EU-Rusland Top die op 18 februari 1999 te Moskou zal plaatsvinden. Commissaris Van den Broek stelde voor in dit verband ook te spreken over voedselhulp en de gemeenschappelijke strategie. De agenda voor de Top werd goedgekeurd, aangevuld met het punt van de gemeenschappelijke strategie. Op verzoek van enkele lidstaten werd ook het punt van de zeer ernstige kernafvalproblematiek (vooral in Noord-West Rusland) aan de agenda toegevoegd. Ook het gebrek aan operationele veiligheid van kerncentrales in Rusland werd door enkele lidstaten gememoreerd. Tijdens de Top zou de EU bij Rusland moeten aandringen op een heldere strategie op het terrein van kernafval. De EU zou het gehele probleem weliswaarniet in een keer kunnen oplossen (geschatte kosten USD 1000 mld), maar wel door middel van technische assistentie en coòrdinatie van de donorgemeenschap een belangrijke rol spelen. Deze problematiek zal waarschijnlijk prominent op de agenda staan in het nieuwe millennium. Minister Cook zal tijdens zijn bezoek aan Rusland, de week voorafgaand aan de Top EU-Rusland, ook het schiereiland Kola bezoeken. Ter voorbereiding van de Top zal hij hierover rapporteren aan het VZ-schap.

Midden-Oosten Vredesproces

De Raad betreurde dat de regering van Israël de implementatie van het Wye River Akkoord nog steeds niet nakomt en daarmee in strijd handelt met zowel de geest als de letter van het akkoord. De Raad verwees daarbij naar zijn Verklaring van 22 december 1998.

De Raad herhaalde zijn oproep aan beide partijen om het Wye River Akkoord volledig en zonder nieuwe voorwaarden te implementeren. Het aankomende bezoek van de Voorzitter van de Raad, de Commissie en de Speciale EU-Afgezant aan het Midden-Oosten vormt een mogelijkheid om met beide partijen van gedachten te wisselen en na te gaan hoe de EU het Midden-Oosten Vredesproces optimaal kan ondersteunen.

Westelijke Balkan/Kosovo

Naar aanleiding van de nieuwe ontwikkelingen, sinds de gebeurtenissen in Racak, sprak de Raad onder dit agendapunt uitsluitend over Kosovo. De Speciale EU-Gezant Petritsch was daarbij aanwezig. Hij bracht verslag uit over de actuele situatie en bevestigde dat eenduidig leiderschap bij deKosovo-Albanezen nog steeds ontbreekt. Evenmin waren de Kosovo-Albanezen het onderling eens over een onderhandelingsteam. Bij de interne machtsstrijd leek het UCK, dat onverminderd naar onafhankelijkheid voor Kosovo streeft, aan politieke macht te winnen.

De Raad nam conclusies aan waarin hij o.a. zijn ontzetting uitdrukt over de slachting van burgers in Racak. Tevens wordt in de conclusies verwezen naar de brief die EU-Voorzitter Fischer namens de Unie direct na de gebeurtenissen in Racak heeft gezonden aan President Milosevic, waarin de positie van de EU is vastgelegd, tezamen met een aantal eisen waaraan de FRJ moet voldoen. Ook veroordeelde de Raad provocaties door het UCK.

De Raad onderschreef de resultaten van de Contactgroep-bijeenkomst van
22 januari jl., waaronder in het bijzonder de doelstelling om zo snel mogelijk onderhandelingen over een politieke oplossing tot stand te brengen. Daartoe was het van belang dat werd gestreefd naar een spoedige finalisering van de door VS-gezant Hill en Petritsch uitgewerkte interim-regeling, die mogelijk op 29 januari tijdens de (nog onzekere) ministeriële Contactgroep zal worden vastgesteld. De daadwerkelijke onderhandelingen zouden daarna kunnen worden gestart. Betrokken partijen zouden binnen twee tot drie weken rond de tafel moeten gaan zitten om tot een akkoord te komen over implementatie van de interim-regeling.

In dit verband benadrukte de Raad de prioriteit van het politieke proces. De mogelijkheid van luchtacties diendeechter wel open te worden gehouden als continu drukmiddel ter ondersteuning daarvan. Terugtrekken van de KVM was op dit moment niet aan de orde.

Het Nederlands pleidooi voor concrete aanscherping van de bestaande sancties, onmiddellijke instelling van visumrestricties tegen de presidenten en regeringen van de FRJ en Servië, alsmede het bestuderen van nieuwe maatregelen (sportboycot, algehele luchtvaartboycot), vond niet veel weerklank. Enkele lidstaten betuigden initiële steun, doch maakten daar uiteindelijk geen hard punt van. De Raadsconclusies gaan uiteindelijk niet verder dan nadere beschouwing in Raadskader van versterking van de sancties in

algemene zin.

Mensenrechten

In vervolg op de Verklaring die de Europese raad van Wenen heeft uitgegeven ter gelegenheid van de vijftigste verjaardag van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens sprak de Algemene Raad over een mogelijke versterking van de rol van de Europese Unie op het gebied van de mensenrechten. Er werd gesproken over de mogelijkheid om jaarlijks een EU- mensenrechtenrapport uit te brengen, waarbij rekening gehouden zou moeten worden met het reeds bestaande jaarlijkse mensenrechtenmemo van de Raad aan het Europees Parlement. Ik heb aangegeven een duidelijke relatie tussen een eventueel mensenrechtenrapport en het mensenrechtenmemo belangrijk te vinden. De Raad besloot aan de bevoegde ambtelijke organen de opdracht te geven om nadere voorstellen m.b.t. de operationalisering van de Verklaring van Wenen uit te werken.

Gedragscode voor Wapenuitvoer

Het Duitse Voorzitterschap gaf aan ernaar te streven de onder het VK-voorzitterschap aangescherpte EU-gedragscode voor wapenexporten een sterkere juridische binding te geven. Daartoe zou artikel J-2 van het Verdrag van Maastricht (gemeenschappelijk standpunt) als rechtsgrond moeten dienen. Over de controlelijst moest met verhoogde spoed overeenstemming worden bereikt.

Nederland en enkele andere lidstaten steunden het voorstel van het Voorzitterschap om een opdracht in de conclusies op te nemen om e.e.a. uit te werken. Nederland stelde voor bij de controlelijst aansluiting bij het Wassenaar-arrangement te zoeken, en in de criteria zelf deelname aan het VN-wapenregister op te nemen.

Eén lidstaat verzette zich echter tegen conclusies waarin juridische binding als doelstelling zou worden opgenomen. Verwezen werd naar de jaarlijkse rapportage over de toepassing van de gedragscode, die eerst per juni 1999 verwachtbaar is. In dat verband zouden aanpassingsvoorstellen op reguliere wijze kunnen worden besproken.

De Raadsconclusies werden daarop op het punt van de juridische binding aangepast. Deze kwestie zal in raadskader nader worden bezien.

Birma / EU-ASEAN

De Algemene Raad besprak de kwestie van deelname van Birma aan de aanstaande EU-ASEAN Ministeriële bijeenkomst die op 29 maart a.s. zal plaatsvinden te Berlijn. Ik heb me daarbij krachtig uitgesproken tegen participatie van Birma aan deze bijeenkomst. Het voorzitterschap herinnerde aan het Gemeenschappelijk Standpunt waarin staat dat de Unie ten alle tijde bereid is om met Birma een dialoog te starten over de interne situatie in dat land. Mogelijk zou Birma akkoord kunnen gaan met bespreking van de mensenrechtensituatie tijdens de ministeriële. Daarnaast zou overwogen kunnen worden om en marge van de ministeriële bijeenkomst een separate troika-bijeenkomst met Birma te houden over dit onderwerp. Het is nog onduidelijk of Birma hiermee akkoord zou gaan. Ik heb aangegeven dat een harde garantie van ASEAN verkregen zou moeten worden dat ASEAN bereid was om een serieuze dialoog over de mensenrechten in Birma aan te gaan. Slechts onder deze uitdrukkelijke voorwaarde zou er mogelijk overeenstemming bereikt kunnen worden over een vorm van Birmese aanwezigheid tijdens de Ministeriële. Birmese aanwezigheid zou echter beslist lager niveau dan van minister van Buitenlandse zaken dienen te zijn. Verschillende andere Lidstaten waren dezelfde mening toegedaan. Het Duitse voorzitterschap zal e.e.a. tijdens een voorbereidende bijeenkomst aan ASEAN doorgeven. Tijdens de Algemene Raad van februari a.s. zal opnieuw over dit onderwerp gesproken worden.

Irak

De Raad verwelkomde het feit dat de situatie in Irak wordt besproken in de Veiligheidsraad op basis van initiatieven vanleden van de Veiligheidsraad om overeenstemming te bereiken over het beleid ten opzichte van Irak, zowel met betrekking tot massavernietigingswapens als de verlichting van de hachelijke situatie waar de Irakese burgerbevolking zich in bevindt. Veiligheid en stabiliteit in de regio alsmede de levensvoorwaarden van het Irakese volk zijn de parameters voor het optreden van de Raad.

De Raad besprak de mogelijkheid van een EU-initiatief gericht op versterking van de rol van de EU bij pogingen de humanitaire situatie in Irak te verbeteren.

De Raad keek vooruit naar toekomstige herintegratie van Irak in de internationale gemeenschap en een welvarender en waardiger leven voor de Irakese bevolking.

De Raad bevestigde nogmaals dat Irak volledig moet voldoen aan zijn verplichtingen zoals bepaald in de desbetreffende resoluties van de Veiligheidsraad en riep de Irakese regering op hieraan mee te werken.

Sierra Leone

De Algemene Raad sprak haar ernstige bezorgdheid uit over de verslechterde situatie in Sierra Leone. De Raad veroordeelde daarbij in het bijzonder de wreedheden die begaan waren tegen vrouwen en kinderen. De Raad benadrukte het belang van het werk van de organisaties voor humanitaire hulp in het land en riep de strijdende partijen op om deze organisaties ongehinderd hun werk te laten doen.

Op verzoek van het Verenigd Koninkrijk werd gesproken over de bevoorrading van de ECOMOG-troepen in Sierra Leone. Nigeria levert een belangrijk aandeel in deze strijdmacht. Het huidige Gemeenschappelijk Standpunt ten opzichte van Nigeria verbiedt echter de leveranties van wapens aan dat land. De Raad benadrukte dat het onder het Gemeenschappelijk Standpunt ten opzichte van Sierra Leone wel geoorloofd was om aan Nigeriaanse troepen, die buiten het Nigeriaanse grondgebied opereren als onderdeel van de vredestroepen in Sierra Leone, militaire uitrusting te leveren. De Raad onderstreepte het belang van ECOMOG en besloot op korte termijn in Raadskader nader te bekijken op welke manier de pogingen tot vredeshandhaving verder ondersteund zouden kunnen worden.

Diversen: Mitch / Honduras

Onder diversen deed de Ierse minister van Buitenlandse Zaken Andrews verslag van zijn bezoek aan Honduras. De Hondurese autoriteiten hebben hun waardering uitgesproken voor de hulpinspanningen van de Gemeenschap en haar Lidstaten. De Hondurese autoriteiten drongen aan op spoedige technische assistentie bij reconstructie en rehabillitatie, waarmee inmiddels een aanvang gemaakt wordt. De Commissie gaf aan dat begin februari een deskundigenmissie naar de regio vertrekt ter inventarisatie van de specifieke behoeften. Op basis van deze analyse zou de Commissie half april met een voorstel komen. Besluitvorming is voorzien tijdens de Algemene Raad van mei.

Deel: ' Verslag Algemene Europese Raad 25 januari 1999 '




Lees ook