Ministerie van Buitenlandse Zaken


Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer

der Staten-Generaal

Binnenhof 4

Den Haag

i.a.a. de Voorzitter van de Eerste Kamer

der Staten-Generaal

Directie Politieke Zaken/

Directie Integratie Europa

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061


2500 EB Den Haag

Datum 9 april 1999
Kenmerk DPZ/222/99
Blad /4
Bijlage(n) Raadsconclusies; verklaring E-mail dpz-ec@dpz.minbuza.nl Betreft Verslag van de bijzondere zitting van de Algemene Raad over Kosovo, Luxemburg, 8 april 1999, alsmede van de bijeenkomst van de EU-Ministers van Buitenlandse Zaken met hun collega's van Zuidoost-Europese landen en internationale organisaties

Zeer geachte Voorzitter,

Op 8 april jl. vond in Luxemburg een bijzondere zitting plaats van de Algemene Raad over Kosovo. Aansluitend was er een bijeenkomst over humanitaire ondersteuning van ontheemden in Kosovo, waaraan deelnamen de Ministers van Buitenlandse Zaken van de EU-lidstaten en die van Albanië, Bosnië-Hercegovina, Bulgarije, Kroatië, de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, Hongarije, Roemenië, Slovenië en Turkije, alsmede met vertegenwoordigers van UNHCR, OVSE, NAVO, Raad van Europa, WEU, IMF, IBRD, EBRD en EIB.


1. Algemene Raad

De Ministers spraken in krachtige termen hun afschuw uit over de menselijke tragedie die de bevolking van Kosovo treft ten gevolge van het criminele en barbaarse optreden door leger, politie en paramilitaire eenheden onder de verantwoordelijkheid van de autoriteiten van de Federale Republiek Joegoslavië en die van Servië.

De Raad was eensgezind van oordeel dat in het licht van dit extreme, misdadige enonverantwoorde beleid en de herhaalde schendingen van Resoluties van de Veiligheidsraad, het gebruik van militaire acties door de NAVO noodzakelijk en gerechtvaardigd ("necessary and warranted") was. In harde taal worden in de Raadsconclusies President Milosevic en zijn regiem verantwoordelijk gesteld voor het gewapende conflict. Allen die hebben meegewerkt aan de deportaties, de moordcampagnes en martelingen worden persoonlijk verantwoordelijk gesteld en dienen door het ICTY te worden berecht.

Sancties

Ik heb er sterk voor gepleit dat de druk op Belgrado verder wordt opgevoerd, mede ter ondersteuning van het militaire optreden van de NAVO, door ook niet-militaire middelen in te zetten zoals de instelling van een algeheel handelsembargo. Tevens zouden afspraken met omringende landen dienen te worden gemaakt over het afsnijden van de olietoevoer naar de FRJ. Daarnaast zouden ook de bestaande economische sancties tegen de FRJ moeten worden aangescherpt en zou moeten worden overgegaan tot de instelling van een sportboycot; de visumrestricties zouden moeten worden uitgebreid tot Milosevic en zijn familie. De algemene bereidheid van de Raad om de economische sancties te versterken werd o.m. op mijn instigatie in de conclusies bevestigd, waarbij ik er tegenover sommige collega's die de door mij bepleite verdere sancties niet zonder meer wilden steunen, nog eens op gewezen heb dat het invoeren van zwaardere sancties al in het verleden regelmatig door Nederland is bepleit.

Humanitaire situatie

De Raad sprak zijn grote zorg uit over de omstandigheden waaronder de ontheemden en vluchtelingen binnen Kosovo moeten leven, vooral na de sluiting van de grenzen met Albanië en Macedonië door de FRJ. Waardering werd uitgesproken voor de inspanningen van Macedonië, Albanië en Montenegro bij de opvang van gedeporteerden. Een kritische noot werd gericht aan de regering van Macedonië over het sluiten van de grens en de recente verplaatsing van vluchtelingen of gedeporteerden vanuit Blace. Macedonië werd opgeroepen volledig met de UNHCR samen te werken. Er was algehele steun voor de benadering van de UNHCR als leidende internationale instelling om de gedeporteerden zo dicht mogelijk bij hun plaats van herkomst in de regio onder te brengen. De Raad gaf ook aan dat het om humanitaire redenen noodzakelijk zou kunnen zijn om ontheemden op tijdelijke basis bescherming en hulp te bieden buiten hun regio van oorsprong, op basis van vrijwilligheid en met inachtneming van het beginsel van handhaving van eenheid van gezinnen.

Humanitaire hulp

De Raad gaf zijn goedkeuring aan het voornemen van de Europese Commissie voor het vrijmaken van additionele financiële middelen ten bedrage van 250 miljoen eurogericht op de buurlanden, in het bijzonder Albanië, Macedonië en Montenegro en eventueel ook Bulgarije en Roemenië. Het gaat om 150 miljoen euro voor noodhulp (ECHO) voor de slachtoffers van de crisis in Kosovo en 100 miljoen euro in de vorm van "refugee-related support", onder meer door verlening van macro-economische hulp in overleg met andere donoren en de internationale financiële instellingen. Het gaat bij dit laatste bedrag vooral om de extra kosten waarvoor regeringen in de regio staan als gevolg van de opvang van de vluchtelingen. Ik heb in het bijzonder gepleit voor een substantieel aandeel uit het bedrag van 100 miljoen euro voor Macedonië dat de gevolgen van de vluchtelingenstroom sterk ondervindt, met name ook wat betreft de effecten op de nationale economie.

De Raad sprak zijn grote waardering uit voor de bereidheid van Albanië om gedeporteerden die nu in Macedonië verblijven in Albanië toe te laten. De EU zal Albanië bij deze opvang waar mogelijk financieel ondersteunen.

Stabiliteitspact voor Zuidoost-Europa; beleid gericht op buurlanden

Het voorstel van Minister Fischer voor een stabiliteitspact voor Zuidoost-Europa werd door de Raad breed gesteund. Dit pact zal op de langere termijn de politieke en economische stabilisatie in de regio dienen te bevorderen. Het zal in de komende tijd verder worden uitgewerkt mede in het licht van reeds bestaande regionale initiatieven zoals het Royaumont-proces. Ik heb daarbij benadrukt dat het voorgestelde stabiliteitspact ook daadwerkelijk nieuwe elementen zou dienen te bevatten, en niet alleen zou moeten bestaan uit een optelsom van bestaand beleid.

De Raad vroeg de Commissie voorts om te rapporteren over de wijze waarop de contractuele banden tussen de EU en Macedonië kunnen worden versterkt, daarbij inbegrepen de optie om tot een Associatieverdrag te komen. Ook vooruitgang in stabilisering en ontwikkeling in Albanië kan ertoe bijdragen dat de contractuele banden tussen de EU en Albanië kunnen worden versterkt. Met name het belang van steun aan Macedonië is door mij in de Raad benadrukt. Het is voor de stabiliteit van dat land immers cruciaal dat de regering, die een brede multi-etnische samenstelling heeft, bijdraagt aan de vermindering van spanningen in eigen land en in de regio.

De Raad sprak ook krachtig steun uit voor de democratisch verkozen regering van President Djukanovic van Montenegro. Pogingen van Belgrado om de Montenegrijnse regering te destabiliseren zullen "the most serious consequences" hebben.


2. Bijeenkomst EU-Ministers van Buitenlandse Zaken met collega's van Zuid-Europese landen en internationale organisaties (verklaring in bijlage)

De EU sprak algehele steun uit voor de landen in de regio, m.n. Albanië en Macedonië die met Montenegro het grootste deel van de gevolgen van het onverantwoordelijke beleid van Milosevic moeten dragen. Minister Fischer bevestigde dat de Algemene Raad had besloten tot toekenning van een substantieel steunpakket van 250 miljoen euro.

De buurlanden van de FRJ spraken in deze bijeenkomst hun dank uit voor de reeds verleende en tijdens de Algemene Raad van 8 april aangekondigde EU-steun voor de opvang van ontheemden uit Kosovo in de regio. Diverse vertegenwoordigers van landen in de regio, waaronder Albanië en Macedonië, die omvangrijke groepen vluchtelingen opvangen, vroegen om additionele inspanningen van de internationale gemeenschap om hun zware last ook in macro-economisch opzicht te helpen verlichten. Het voorstel van het Duitse Voorzitterschap voor initiatieven voor een stabiliteitspact ter bevordering van regionale samenwerking en stabiliteit in Zuidoost-Europa werd door de landen in de regio met belangstelling ontvangen.

UNHCR sprak grote zorg uit over de drastische afname in de laatste dagen van vluchtelingen in Albanië en Macedonië als gevolg van het sluiten van de grens door de FRJ. De totale omvang van de geforceerde exodus bedraagt thans 470.000 mensen. UNHCR riep op tot verbetering van de internationale coòrdinatie inzake de opvang van vluchtelingen in de regio en, waar nodig, ook buiten de regio. Tot slot benadrukte de UNHCR dat de terugkeer van vluchtelingen moest plaatsvinden op basis van internationale garanties, waaronder volledige terugtrekking van Servische veiligheidstroepen e.d. uit Kosovo, instelling van een monitoring-mechanisme ten behoeve van terugkerenden en een internationale militaire "aanwezigheid".

de Minister van Buitenlandse Zaken

J.J. van Aartsen

Deel: ' Verslag algemene Europese Raad over Kosovo '




Lees ook