Ministerie van Buitenlandse Zaken


Aan de Voorzitter van de Algemene

Commissie voor Europese Zaken

en de Voorzitter van de Vaste Commissie

voor Buitenlandse Zaken van de

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Binnenhof 4

's Gravenhage
Directie Integratie Europa

Associatie en andere Bijzondere Betrekkingen

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061


2500 EB Den Haag

Datum 29 april 1999 Behandeld mw. drs. S.L.J.M. Filippini Kenmerk 295/99 Telefoon 070 - 348.62.12
Blad /13 Fax 070 - 348.63.81
Bijlage(n) * E-mail die-ab@die.minbuza.nl
Betreft Verslag Algemene Raad

d.d. 26/27 april 1999

Zeer geachte Voorzitter,

Conform de bestaande afspraken heb ik de eer U hierbij het verslag van de Algemene Raad d.d. 26/27 april 1999 te doen toekomen.

De Minister van Buitenlandse Zaken

Verslag van de Algemene Raad d.d. 26/27 april 1999

Follow-up ER te Berlijn

Naar aanleiding van de bijzondere Europese Raad van Berlijn heeft de Algemene Raad een bespreking gewijd aan de volgende punten:


- Zuid-Afrika

Tijdens de bespreking over de follow-up van de Europese Raad te Berlijn is eveneens het handels- en samenwerkingsakkoord van de EU met Zuid-Afrika aan de orde gekomen. Zoals bekend, is in Berlijn de lang verwachte politieke overeenstemming bereikt over het akkoord. De Algemene Raad heeft er nu bij de Commissie op aangedrongen om spoedig met een uitgewerkt voorstel te komen over de vorm van het akkoord zodat de formele ondertekening van het akkoord kan plaatsvinden. De Commissie heeft dit toegezegd.


- Interinstitutioneel akkoord

De Raad ging met unanimiteit akkoord met het compromisvoorstel betreffende een Interinstitutioneel akkoord tussen de drie instellingen (Europees Parlement, Commissie en Raad) over begrotingsdiscipline. Het akkoord wordt pas van kracht als ook het Europees Parlement hiermee heeft ingestemd. Het compromisvoorstel zal in de zitting van het Europees Parlement van 3/7 mei aanstaande ter goedkeuring voorliggen.

De voornaamste onderdelen van het compromisvoorstel zijn:

(a) een verhoging van categorie 3 -intern beleid- met % 1.5 miljard euro voor 7 jaar (2000-2006);

(b) meer bestedingsruimte in categorie 5 -administratieve uitgaven- ter waarde van 1.1 miljard euro voor zeven jaar;

(c) een flexibiliteitsreserve van 200 Meuro met de mogelijkheid om ongebruikte reserves maximaal twee jaar op te sparen. Zodoende kan de reserve vanaf 2002 maximaal 600 Meuro bedragen;

(d) voor een wijziging van de Financiële Perspectieven is tot een bedrag van 0.03% BNP (i.p.v. 0.01% BNP) een gekwalificeerde meerderheid in de Raad voldoende. Boven dit percentage geldt unanimiteit.

Statuut van de leden van het Europees Parlement

De Raad keurde met unanimiteit het statuut voor de leden van het Europees Parlement goed. Krachtens het Verdrag van Amsterdam, dat op 1 mei a.s. in werking treedt, moet het Europees Parlement tijdens zijn laatste plenaire zitting (3/7 mei a.s.) het statuut vaststellen. Het statuut, dat na de Europese verkiezingen van juni a.s. van kracht kan worden, voorziet erin dat de leden van het Europees Parlement een salaris krijgen van 5677 euro per maand. In beginsel zijn de leden van het Europees Parlement voor hun schadeloosstelling belastingplichtig aan de Europese Gemeenschap. Het statuut bevat verder een goede pensioenvoorziening, regelingen voor sociale verzekeringen en verschillende onkostenvergoedingen. De Nederlandse specifieke wensen (een publiek register voor nevenactiviteiten, de gelijkstelling van geregistreerde samen-wonenden aan gehuwden, het afschaffen van een vrijwillig pensioenfonds) zijn alle gehonoreerd.

In de Raad spitste de discussie zich toe op de wenselijkheid van de mogelijkheid voor lidstaten een aanvullende belasting over de schadeloosstelling van de parlementsleden te mogen heffen. Deze mogelijkheid is door de Raad aanvaard. De geïnde gelden moeten bij voorkeur door de nationale belastingdienst van de lidstaat die voor deze mogelijkheid heeft geopteerd, aan de Gemeenschap worden overgemaakt.

Uitvoering van het Verdrag van Amsterdam

Het Voorzitterschap gaf een korte toelichting op de maatregelen die de Raad heeft genomen ter voorbereiding op de inwerkingtreding van het Verdrag van Amsterdam op 1 mei aanstaande. Het document dat het Voorzitterschap terzake had verspreid gaf geen aanleiding tot discussie.

Door Nederland is in dit kader aandacht gevraagd voor de duur van de behandeling van prejudiciële vragen door het Hof van Justitie. Op gecommunautariseerde beleidsterreinen als asiel en immigratie maar ook in de vernieuwde derde pijler heeft het Hof rechtsmacht gekregen door het Verdrag van Amsterdam. Het Hof moet teneinde deze nieuwe taken goed te kunnen vervullen snel vragen van nationale rechters op deze en andere beleidsterreinen kunnen afdoen. Het Voorzitterschap zegde toe met het Hof contact op te zullen nemen om deze problematiek aan de orde te stellen.

Uitvoering van het Protocol van Schengen

Zoals verwacht heeft de Raad politiek akkoord bereikt over een aantal besluiten die na inwerkingtreding van het Verdrag van Amsterdam genomen dienen te worden met het oog op de opnamevan het Schengenacquis in de Europese Unie. Hierbij is het met name van belang dat een oplossing is gevonden voor de problemen die de Spaanse regering had bij het ontwerp-besluit betreffende de definitie van het Schengen-acquis en het ontwerp-besluit voor de vaststelling van de rechtsgrondslag voor het Schengen-acquis. Beide kwesties hielden verband met de positie van Gibraltar. Beide besluiten worden nu nog voor wat betreft een aantal technische aspecten bijgewerkt, waarna zij zo spoedig mogelijk ter instemming aan de Staten-Generaal zullen worden voorgelegd.

De Raad heeft voorts goede voortgang geboekt bij het opstellen van de samenwerkingsmodaliteiten met Noorwegen en IJsland op de gebieden die thans nog onder de samenwerkingsovereenkomst tussen de Schengenlidstaten enerzijds en Noorwegen en IJsland anderzijds vallen. Er is een onderhandelingsmandaat aangenomen voor het opstellen van een overeenkomst op basis van artikel 6 lid 2 van het Schengenprotocol waarin de wederzijdse rechten en verplichtingen van Ierland en het VK enerzijds en Noorwegen en IJsland anderzijds dienen te worden vastgesteld op gebieden van het Schengen-acquis die op deze staten van toepassing zijn.

Daarnaast is er politiek akkoord geconstateerd over de tekst van een overeenkomst tussen de Raad en Noorwegen en IJsland op basis van artikel 6 lid 1 van het Schengenprotocol waarin procedures voor samenwerking en verdere ontwikkeling van het Schengen-acquis zijn vastgelegd. Ondertekening van deze overeenkomst is thans voorzien voor
18 mei aanstaande.

Tenslotte is er politiek akkoord bereikt over een ontwerp- reglement van orde voor het Gemengd Comité dat door dezeovereenkomst in het leven wordt geroepen, en over een ontwerp-besluit van de Raad inzake bepaalde toepassingsbepalingen met betrekking tot deze overeenkomst.

Alle besluiten waarover thans politiek akkoord is bereikt kunnen pas door de Raad worden genomen na inwerkingtreding van het Verdrag van Amsterdam. Het Voorzitterschap gaat uit van aanname als A-punten op de (Ecofin) Raad van 10 mei aanstaande.

Gemeenschappelijke Strategie voor Rusland (GSR)

(Behandeling als vals B-punt)

Tijdens de Algemene Raad presenteerde het Duitse Voorzitterschap een voortgangsrapportage. Voorts verwees het Voorzitterschap de verdere voorbereiding van de GSR naar de daarmee belaste Raadswerkgroep, waarvan de eerstvolgende bijeenkomst plaatsheeft op 30 april aanstaande. De EcoFin Raad van 10 mei aanstaande zal zich erover uitspreken op welke wijze zijn rol bij de opstelling en implementatie van de GSR op een praktische wijze kan worden vormgegeven.

De GSR dient gereed te zijn voor vaststelling tijdens de Algemene Raad op 17 mei teneinde vervolgens te kunnen worden voorgelegd aan de Europese Raad van Keulen op 3/4 juni aanstaande.

De Raad constateerde met instemming dat er op grote lijnen overeenstemming bestaat over de inhoud en de structuur van het document. Wel heeft de Raad aangegeven nadere uitwerking te wensen van het hoofdstuk over de prioriteiten binnen de GSR.

Tenslotte onderstreepte de Raad het belang dat zij hecht aan een goede informatievoorziening aan Rusland over de verdere totstandkoming van het GSR.

Westelijke Balkan

Voor een verslag van de besprekingen in de Algemene Raad met betrekking tot de crisis rond Kosovo moge ik u verwijzen naar de brief van de minister van Defensie en mijzelf van 27 april jl., kenmerk DEU-231/99.

Betrekkingen EU/VS

De Raad besprak onder dit agendapunt opnieuw een drietal kwesties die op dit moment in meer of mindere mate een probleem vormen in de handelspolitieke betrekkingen tussen de EU en de VS, namelijk de bananenmarktordening, het invoerverbod op hormoonvlees en de "hushkit"-verordening.

Nadat Commissaris Brittan verslag had gedaan van zijn recente besprekingen in Washington over genoemde kwesties, spitste het debat zich met name toe op de bananen- en hormoonvlees-dossiers.

Nu ook de gewijzigde EG-marktordening voor bananen recentelijk door een WTO-panel is veroordeeld en de Amerikaanse retaliatie-maatregelen tegen geselecteerde Europese exportproducten officieel in werking zijn getreden, lag de vraag voor welke stappen de EU nu dient te nemen. De Commissie stelde af te zullen zien van het aantekenen van beroep tegen de paneluitspraak. Nederland heeft tevredenheid uitgesproken over de benadering van de Commissie. Voorts werd de Commissiedoor de Raad uitgenodigd om vóór eind mei a.s. een voorstel voor een aangepast bananenrégime aan de Raad voor te leggen. Gelijktijdig dienen de gesprekken met de VS, Ecuador en andere belanghebbende partijen te worden voortgezet.

Over het hormonendossier had Commissaris Brittan in Washington uitvoerig gesproken. Ofschoon de contouren van een oplossing zich nog niet aftekenden, was de sfeer nog immer constructief. Ofschoon de Raad het standpunt handhaaft het invoerverbod niet op te zullen heffen, moedigde de Raad tezelfdertijd de Commissie aan door te gaan met de gesprekken met de VS en Canada teneinde vóór 13 mei a.s. een accoord te bereiken over handelspolitieke compensatie, alsmede over mogelijke toekomstige opties voor etikettering. Deze lijn ondersteunend, merkte ik op dat etikettering op dit moment niet de voorkeur heeft van de regering, maar dat Nederland het denken erover en het onderzoeken van de mogelijkheden daartoe niet wil uitsluiten.

Met betrekking tot de hushkits-verordening werd opnieuw door de Raad benadrukt dat het van belang is een voor zowel de EU als de VS bevredigende oplossing te vinden.

Birma/Myanmar

Tegen de achtergrond van de uitermate zorgwekkende situatie in Birma besloot de Raad tot verlenging, met zes maanden, van het Gemeenschappelijk Standpunt van 28 oktober 1996 inzake Birma. Ik heb in de Raad de nog immer verslechterende situatie in Birma aan de orde gesteld, zoals onder andere blijkt uit de sombere conclusies over de mensenrechten- en politiekesituatie in Birma uit het recente rapport van de Speciale Rapporteur van de Verenigde Naties, Rajsoomer Lallah.

Ik heb daarop een krachtig pleidooi gehouden voor een verdere verscherping van het Gemeenschappelijk Standpunt. Voor een dergelijke verscherping van het Gemeenschappelijk Standpunt bleek in de Raad echter op dit moment onvoldoende draagvlak te bestaan. Op mijn aandringen concludeerde de Raad dat zij additionele restrictieve maatregelen zal overwegen indien de situatie in Birma/Myanmar verder verslechtert. Voorts herhaalde de Raad haar in het Gemeenschappelijk Standpunt vastgelegde beginselbereidheid tot een betekenisvolle politieke dialoog met het Birmese bewind, de State Peace and Development Council.

Oost-Timor

Tijdens de Algemene Raad deed de Ierse minister Andrews verslag van zijn recente reis naar Oost-Timor. Naar aanleiding van dit verslag en in het licht van de recente gebeurtenissen op Oost-Timor, bevestigde de Algemene Raad haar recente verklaring waarin wordt gesteld dat het de verantwoordelijkheid van de Indonesische regering is om de orde te handhaven, de para-militaire milities te ontwapenen en de verantwoordelijken voor de geweldadigheden te berechten. De Raad herhaalde zijn oproep dat een vorm van VN-aanwezigheid op Oost-Timor dringend gewenst is om verder geweld te voorkomen.

Vervolgens deed de Portugese minister Gama verslag van de recente onderhandelingsronde tussen Portugal en Indonesië onder auspiciën van de Verenigde Naties. Portugal gaf aangoede hoop te hebben op korte termijn tot overeenstemming te komen zodat op 5 mei a.s. een algeheel akkoord ondertekend kan worden. Indonesië had echter nog enkele reserves. Ten tijde van de Algemene Raad was er nog geen overeenstemming over de modaliteiten van raadpleging van het Oosttimorese volk en de veiligheidsvoorwaarden. De Raad verwelkomde de vooruitgang die gemaakt was en verzocht de Commissie dringend om te bezien welke maatregelen genomen zouden kunnen worden ter ondersteuning van het referendum op Oost-Timor en op welke wijze humanitaire hulp zou kunnen worden verleend aan de Oosttimorese bevolking. Daarnaast werd de Commissie opgeroepen om te bezien welke meer structurele maatregelen de EU zou kunnen nemen ter ondersteuning van de sociaal-economische ontwikkeling van Oost-Timor, inclusief de opzet van de daartoe noodzakelijke instituties.

NB

Inmiddels is op 27 april jl. bekend geworden dat Indonesië kan instemmen met alle punten van het akkoord, inclusief de modaliteiten van raadpleging alsmede de veiligheids-voorwaarden. De ondertekening van het akkoord zal plaatsvinden op 5 mei a.s. te New York.

Diversen


- Niger

Op 9 april 1999 vond in Niger een staatsgreep plaats waarbij de president Mainassara de dood vond. Aan de Raad lag een voorstel voor van de Commissie om consultaties aan te gaan met de huidige autoriteiten in Niger. Deze zullen eventueel kunnen leiden tot het opschorten van de EU hulp aan dit land. De Raadheeft dit voorstel met unanimiteit aangenomen en het Comité van Permanente Vertegenwoordigers opgedragen de betreffende teksten te finaliseren teneinde deze voor goedkeuring voor te leggen aan de (Industrie) Raad van 29 april 1999.

Associatie Raden met Roemenië, Estland en Slowakije

En marge van de Algemene Raad vonden op 27 april jl. Associatieraden plaats met Roemenië, Estland en Slowakije.

In de besprekingen stonden de voorbereidingen van deze kandidaatlidstaten op EU-toetreding centraal. Daarbij werd ingegaan op de versterkte pre-toetredingsstrategie, de Partnerschappen voor Toetreding, en de voortgang bij het overnemen en toepassen van het acquis communautaire. Voorts werd aandacht besteed aan regionale samenwerking en de bilaterale betrekkingen tussen de EU en betreffende landen onder het Europa Akkoord.

De politieke dialoog met deze landen vond plaats tijdens de lunch. Daarbij werd gesproken over de situatie in Kosovo en regionale samenwerking.

Tijdens de Associatieraad met Roemenië sprak Minister van Buitenlandse Zaken Plesu zijn dank uit voor de verklaring van de Raad met betrekking tot de gevolgen van de Kosovo-crisis voor Roemenië en Bulgarije.

In deze verklaring uit de Unie waardering voor de constructieve wijze waarop deze twee landen zich in de Kosovo-crisis hebben opgesteld. De Unie is voornemens beide landenverder te betrekken bij het opstellen van de voorziene Gemeenschappelijke Strategie voor de Westelijke Balkan en de uitwerking van een Stabiliteitspact voor Zuid-Oost-Europa. De assistentie van de Unie voor deze landen zal gericht zijn op het verlichten van de economische en sociale gevolgen van de crisis.

Minister Plesu verwachtte dat de totale kosten van de Kosovo-crisis voor zijn land dit jaar ongeveer 750 mln USD zullen bedragen. Roemenië hoopt op gedeeltelijke compensatie.

Tenslotte vroeg Roemenië om erkenning van de EU van de bijzondere situatie waarin het land zich nu bevindt, en sprak de hoop uit dat de Europese Raad van Helsinki zal besluiten om de
toetredingsonderhandelingen van start te laten gaan.

Samenwerkingsraad Oekraine

Op 26 april jl. vond de tweede Samenwerkingsraad EU-Oekraine plaats onder Voorzitterschap van de Oekrainse vice-Premier Tiguipko.

Meer dan tijdens de eerste Samenwerkingsraad in 1998 werd deze tweede bijeenkomst gekenmerkt door een inhoudelijk en vanuit Oekrainse zijde een op realistische leest geschoeid debat.

Aan de orde kwamen onder meer recente ontwikkelingen, met name het proces van structurele hervormingen in Oekraine op zowel sociaal-economisch en financieel gebied als op het terrein van de rechtsstaat en versterking van de administratieve capaciteit. Daarnaast vond een gedachtenwisseling plaats inzake de toekomstige Gemeenschappelijke Strategie voorOekraine alsmede over het uitbreidingsproces van de Unie. Beide partijen waren het erover eens dat dit proces in zijn algemeenheid een positieve uitwerking zal hebben voor Oekraine. Tenslotte werden enige uitstaande bilaterale kwesties besproken met betrekking tot de wederzijdse handelsbetrekkingen.

De politieke dialoog tijdens het diner richtte zich voornamelijk op de situatie in Kosovo.

Deel: ' Verslag Algemene Europese Raad '




Lees ook