Ministerie van Financien

Titel: Verslag Ecofin Raad 10 mei 1999



DIRECTIE BUITENLANDSE FINANCIËLE BETREKKINGEN

Aan:

De Voorzitter van de Algemene Commissie

voor Europese Zaken

van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Plein 2

2511 CR DEN HAAG

Uw brief van/kenmerk

Ons kenmerk

Den Haag

BFB/99-476m

17 mei 1999

Onderwerp

Toezending verslag van de Ecofin Raad 10 mei 1999.

Hierbij zend ik u het verslag van de vergadering van de Ecofin Raad van 10 mei 1999.

Dit verslag wordt toegezonden aan de Voorzitters van de Eerste Kamer en Tweede Kamer alsmede de Voorzitters van de Algemene Commissie voor Europese Zaken en de Vaste Commissie voor Financiën van de Tweede Kamer

DE MINISTER VAN FINANCIËN,
MINISTERIE VAN FINANCIËN

Afdeling Europese Unie

Verslag van de Euro-11 en de Ecofin-Raad van 10 mei 1999

Op 10 mei vergaderde de Ecofin-Raad in Brussel onder leiding van de Duitse minister van Financiën Eichel. Voorafgaand aan de Ecofin-Raad kwam de Euro-11 groep bijeen. Tijdens de lunch vond een bijeenkomst met de sociale partners plaats waarbij is gesproken over het Europese werkgelegenheidspact.

Euro-11

In de Euro-11 is gesproken over de ontwikkelingen van de euro, over de actuele economische situatie en over de externe vertegenwoordiging.

Euro

Vice-President van de ECB Noyer gaf een korte toelichting op het koersverloop van de euro. De eurokoers was in lijn met de conjuncturele ontwikkeling in de EU en de VS. De periode sinds 1 januari was te kort voor een evaluatie van de trendmatige ontwikkeling van de euro. Ook de Commissie toonde zich niet bezorgd over de koersontwikkeling van de euro. De lidstaten die het woord namen deelden de analyse van de ECB en de Commissie.

Economische situatie

Diverse lidstaten gaven een toelichting op hun actuele nationale economische situatie. Diverse lidstaten benadrukten hierbij het gunstige effect van de lagere rente op de begroting. De ECB gaf aan dat de besparingen op de rente gebruikt zouden moeten worden voor het opvangen van tegenvallers in plaats van lastenverlichting zodat de tekortdoelstellingen worden gehaald. Minister Ciampi lichtte zijn brief toe die hij aan zijn collegas had gestuurd. Hierin worden mogelijkheden uiteengezet om het groeipotentieel te ondersteunen waaronder versnelde structurele hervormingen, met name in de arbeidsmarkt, en lastenverlichting gecombineerd met vermindering van de overheidsuitgaven. Minister Zalm stelde hierop dat het middellangetermijnbeleid van Nederland veel elementen bevat van het beleid dat Ciampi voor ogen heeft: de overheidsuitgaven als percentage van het BBP gaan omlaag en het tekort en de fiscale druk dalen. Dat het tekort op korte termijn iets opliep kwam door de Nederlandse begrotingssystematiek waarin het uitgavenkader centraal staat. Diverse andere lidstaten ondersteunden de benadering om onderscheid te maken tussen beleidswijzigingen/intensiveringen op korte en op middellangetermijn waarbij de brief van minister Ciampi over het algemeen een positief onthaal kreeg.

Externe representatie

Voorzitter Eichel gaf een overzicht van de laatste stand van zaken. De VS zouden zich keihard opstellen. Er zou geen compromisbereidheid zijn. Diverse lidstaten maakten duidelijk dat de boodschap aan de VS moest blijven dat een vertegenwoordiger van het eurogebied zou moeten deelnemen aan G-7. Minister Zalm vroeg daarnaast nog aandacht voor de zwakke inhoudelijke voorbereiding van de G-7. Deze zou beter moeten verlopen. Enkele grote lidstaten waren van mening dat het mandaat van Wenen over de externe vertegenwoordiging was vastgelopen en er een nieuw mandaat nodig zou zijn. Dezelfde grote lidstaten gaven aan dat het verwijderen van de nationale centrale bankiers uit de G7 geen oplossing zou zijn. De Voorzitter concludeerde dat de voorbereiding voor de G-7 moest worden verbeterd en dat de Euro-11 leden direct na de G-7 geïnformeerd dienden te worden. Voorlopig zou er worden vastgehouden aan het mandaat van Wenen. De prioriteit lag bij deelname van de voorzitter van de euro-11 aan de G7. In Keulen zou een voortgangsrapport worden uitgebracht.

Ecofin-Raad

Globale richtsnoeren voor het economische beleid

Commissaris De Silguy gaf een toelichting op de aanbeveling van de Commissie voor de globale richtsnoeren voor het economische beleid van de lidstaten en van de Gemeenschap. De Commissie heeft gehoor gegeven aan de oproep van de Europese Raad om naast algemene, ook landenspecifieke richtsnoeren op te nemen. Daarnaast is relatief veel aandacht besteed aan structurele hervormingen van goederen-, diensten-, kapitaal- en arbeidsmarkt.

Minister Zalm feliciteerde de Commissie met de aanbeveling en uitte zijn tevredenheid over de opname van landenspecifieke richtsnoeren waarin diverse lidstaten worden opgeroepen hervormingen door te voeren in hun pensioen- en sociale zekerheidsstelsels met het oog op de vergrijzing. Hij benadrukte dat de bespreking in de ambtelijke comités niet moet leiden tot verwatering van de landenspecifieke richtsnoeren. Teneinde zelf het goede voorbeeld te geven gaf hij aan niet te zullen pleiten voor aanpassing van de kritische aanbeveling gericht aan Nederland over het vasthouden aan de tekortdoelstelling van 1,3% BBP hoewel dit niet geheel recht deed aan de Nederlandse begrotingssystematiek waarin een uitgavenkader centraal staat. Voorts stelde hij enkele meer specifieke punten aan de orde. De algemene richtsnoeren voor de loonvorming kwamen niet geheel overeen met die van vorig jaar. Er was hier sprake van een accentverschuiving. Het element dat buitensporige loonstijgingen schadelijke gevolgen hebben voor het concurrentievermogen en het werkgelegenheidsklimaat was ten onrechte verdwenen. Daarvoor in de plaats was opgenomen dat loonontwikkeling van belang is voor de koopkracht en consumptie. Dit suggereerde ten onrechte dat de loonontwikkeling een effectief instrument zou zijn voor stimulering van de effectieve vraag en zou dus moeten worden aangepast. Daarnaast stelde minister Zalm dat de globale richtsnoeren meer aandacht zouden moeten besteden aan verbetering van het milieu en diende de zinsnede over de wenselijkheid van toepassing van het oorsprongbeginsel bij het BTW-stelsel te worden verwijderd.

De interventies van de andere lidstaten kenmerkten zich eveneens door grote waardering voor de aanbeveling van de Commissie. Dit laat onverlet dat ook enkele specifieke opmerkingen werden gemaakt. Zo plaatste een grote lidstaat kritische kanttekeningen bij het richtsnoer waarin gepleit wordt voor vermindering van de staatssteun. Diverse lidstaten, waaronder een grote lidstaat, pleitten voor meer aandacht voor innovatie en onderzoek en het MKB en wezen hierbij op de belangrijke rol van de EIB. Een ander veelvuldig gehoord geluid was de noodzaak van consistentie tussen de globale richtsnoeren, als het centrale coördinatie-instrument, en het werkgelegenheidspact. Een lidstaat pleitte er voor om zogenoemde good practices op te nemen in de globale richtsnoeren. Dezelfde lidstaat stelde voor om de aanbeveling van vorig jaar dat op Gemeenschapsniveau eveneens sprake moet zijn van begrotingsdiscipline wederom op te nemen. Een aantal andere lidstaten benadrukte het belang van lastenverlichting, met name aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Dit zou gefinancierd moeten worden door een beperking van de lopende uitgaven. Voorzitter Eichel concludeerde dat dit oriënterend debat enkele belangrijke boodschappen had opgeleverd voor het werk in de ambtelijke comités: de landenspecifieke aanbevelingen dienden niet te worden verwaterd en er moest consistentie zijn tussen de globale richtsnoeren, als het centrale coördinatie-instrument, en het werkgelegenheidspact. De globale richtsnoeren zullen terugkomen in de Ecofin-Raad van 25 mei met het oog op de voorbereiding van de Europese Raad in Keulen op 4 juni aanstaande.

Werkgelegenheidspact

Commissaris Santer leidde de discussie over het werkgelegenheidspact in en wees onder meer op de belangrijke betrokkenheid van de EIB bij het stimuleren van de werkgelegenheid. Ook gaf hij aan dat de Commissie een resolutie van de Europese Raad zou verwelkomen. Bij voorkeur zouden de sociale partners tegelijkertijd een resolutie dienen aan te nemen over hun betrokkenheid bij het werkgelegenheidspact. EFC-voorzitter Lemierre gaf aan dat in de nieuwste versie van het pact belangrijke suggesties van het EFC, onder andere meer aandacht voor structurele hervormingen, waren overgenomen. EPC-voorzitter Bogaert bevestigde dat in de nieuwste versie een goede balans was gevonden tussen macro-economische en structurele beleidsvraagstukken. Net als de voorzitter van het EFC wees hij op het belang van een goede aansluiting bij de globale richtsnoeren. Verder merkte hij op dat een aantal EPC-leden had aangegeven dat de titel van het rapport beter gewijzigd zou kunnen worden in: employment and economic reform pact. Tot slot gaf hij aan dat het EPC van mening was dat de macro-economische dialoog verder versterkt diende te worden.

Een grote lidstaat pleitte voor het opnemen van kwantitatieve doelstellingen op het terrein van de werkgelegenheid. Minister Zalm verwelkomde het voorzitterschapsdocument en gaf aan geen voorstander te zijn van kwantitatieve doelstellingen op Europees niveau: dit deed geen recht aan de verschillen tussen lidstaten. Ook een andere lidstaat stelde dat als er al doelstellingen moesten worden geformuleerd dit zeker niet op Europees niveau zou moeten plaatsvinden, maar dat dit een nationale aangelegenheid was. Diverse lidstaten benadrukten het belang van de sociale dialoog op Europees niveau. Een lidstaat vroeg zich hierbij overigens wel af hoe representatief de Europese werkgevers en werknemersorganisaties zijn. Enkele lidstaten refereerden aan de rol van de EIB op het terrein van infrastructuur en het MKB. De voorzitter van de Ecofin-Raad besloot de discussie met de mededeling dat de bespreking van dit onderwerp tijdens de volgende Ecofin-Raad op 25 mei a.s. zou worden voortgezet met aansluitend de Jumboraad met de ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Deze besprekingen dienden ter voorbereiding van de Europese Raad van Keulen waar zowel de Europese Raad als de sociale partners resoluties zouden moeten aannemen.

Gemeenschappelijke strategie Rusland

De voorzitter van het EFC deed enkele voorstellen voor de rol van de Ecofin-Raad bij het opstellen van toekomstige Gemeenschappelijke Strategieën. Er zou een oriënterend debat in de Ecofin-Raad moeten plaatsvinden over de economische en financiële aspecten van de Gemeenschappelijke Strategie voordat concrete teksten op tafel liggen. Vervolgens zou het EFC concrete teksten hiervoor moeten opstellen waarbij procedure afspraken zouden moeten worden gemaakt over incorporatie van deze teksten in de Gemeenschappelijke Strategie. Tot slot vereiste het opstellen van een Gemeenschappelijke Strategie niet alleen goede samenwerking en coördinatie tussen de relevante Raden en comités in Brussel, maar ook tussen de verschillende departementen in de hoofdsteden. Deze voorstellen met betrekking tot het opstellen van toekomstige Gemeenschappelijke Strategieën werden zonder discussie door de Ecofin-Raad aanvaard.

Voorontwerp Begroting 2000

Commissaris Liikanen gaf een korte toelichting bij de Voorontwerp Begroting 2000 waarna drie lidstaten het woord vroegen waaronder Minister Zalm. Minister Zalm pleitte voor grotere marges onder de Financiële Perspectieven via een scherpe prioriteitstelling. De marges waren nu van bijzonder belang in verband met mogelijke extra uitgaven voor het opvangen van de gevolgen van de Kosovo-crisis. Eerste prioriteit lag hierbij bij zinvolle en tijdige aanwending van reeds beschikbare middelen. De extra uitgaven voor Kosovo zouden binnen de Financiële Perspectieven moeten plaatsvinden door herschikkingen waarbij kritisch zou moeten worden gekeken naar verlenging van bestaande hulpprogrammas. Ook vroeg minister Zalm speciale aandacht voor uitgaven voor categorie 3 intern beleid. Een groot deel van de beschikbare ruimte voor categorie 3 was inmiddels vastgelegd voor grote meerjarige programmas voor onder meer onderzoek en infrastructuur. De Commissie werd gevraagd naar nadere informatie over de ruimte binnen categorie 3. Welke bedragen vloeiden voort uit de programma-afspraken? Welke nieuwe Commissievoorstellen waren nog op komst en welke marges onder de Financiële Perspectieven heeft de Commissie voor ogen voor onvoorziene ontwikkelingen en nieuwe prioriteiten? Tot slot verzocht minister Zalm de Commissie spoedig een aanvullende begroting te presenteren waarin het overschot van 1998 is verwerkt. Deze aanvullende begroting zou los moeten worden gekoppeld van de aanvullende begroting met aanvullende extra uitgaven voor 1999. De twee andere lidstaten die bij dit agendapunt het woord vroegen uitten eveneens kritiek op de beperkte marges onder de Financiële Perspectieven. De voorziene stijging van de betalingskredieten met 4,7% stond in geen verhouding tot de restrictieve nationale begrotingen. Steun voor Kosovo zou moeten komen van herschikkingen binnen de begroting. Het pleidooi voor een separate aanvullende begroting voor verwerking van het overschot van 1998 werd gesteund.

De Commissie reageerde op de interventies met de toezegging dat men binnen enkele weken een aanvullende begroting voor verwerking van het overschot van 1998 zou presenteren. De stijging van de betalingskredieten vloeide voort uit verplichtingen uit het verleden.

Kosovo-crisis

De Commissie werd gevraagd toe te lichten hoever het staat met de financiële hulp aan Macedonië. De Commissie lichtte toe dat het besluit om steun te verlenen aan Macedonië op 7 april is genomen. Van 10 tot 17 april heeft er een missie plaatsgevonden. Het voornemen is om op 17 mei het memorandum of understanding te ondertekenen waarna de uitkering op normale wijze zou kunnen plaatsvinden. Het gaat hierbij om additionele middelen, bovenop de middelen die al zijn toegekend.


- o -

DIRECTIE BUITENLANDSE FINANCIËLE BETREKKINGEN

Aan:

De Voorzitter van de Vaste Commissie voor Financiën

van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Plein 2

2511 CR DEN HAAG

Uw brief van/kenmerk

Ons kenmerk

Den Haag

BFB/99-476m

Onderwerp

Toezending verslag van de Ecofin Raad 10 mei 1999.

Hierbij zend ik u het verslag van de vergadering van de Ecofin Raad van 10 mei 1999.

Dit verslag wordt toegezonden aan de Voorzitters van de Eerste Kamer en Tweede Kamer alsmede de Voorzitters van de Algemene Commissie voor Europese Zaken en de Vaste Commissie voor Financiën van de Tweede Kamer

DE MINISTER VAN FINANCIËN,

DIRECTIE BUITENLANDSE FINANCIËLE BETREKKINGEN

Aan:

De Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Binnenhof 22

2513 AA DEN HAAG

Uw brief van/kenmerk

Ons kenmerk

Den Haag

BFB/99-476m

Onderwerp

Toezending verslag van de Ecofin Raad 10 mei 1999.

Inlichtingen: Freek Janmaat · Telefoon: 070-342 7180 · Fax: 070-342 7901 · Postbus 20201, 2500 EE Den Haag

Bezoekadres: Korte Voorhout 7, Den Haag

Hierbij zend ik u het verslag van de vergadering van de Ecofin Raad van 10 mei 1999.

Dit verslag wordt toegezonden aan de Voorzitters van de Eerste Kamer en Tweede Kamer alsmede de Voorzitters van de Algemene Commissie voor Europese Zaken en de Vaste Commissie voor Financiën van de Tweede Kamer

DE MINISTER VAN FINANCIËN,

DIRECTIE BUITENLANDSE FINANCIËLE BETREKKINGEN

Aan:

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Plein 2

2511 CR DEN HAAG

Uw brief van/kenmerk

Ons kenmerk

Den Haag

BFB/99-476m

Onderwerp

Toezending verslag van de Ecofin Raad 10 mei 1999.

Inlichtingen: Freek Janmaat · Telefoon: 070-342 7180 · Fax: 070-342 7901 · Postbus 20201, 2500 EE Den Haag

Bezoekadres: Korte Voorhout 7, Den Haag

Hierbij zend ik u het verslag van de vergadering van de Ecofin Raad van 10 mei 1999.

Dit verslag wordt toegezonden aan de Voorzitters van de Eerste Kamer en Tweede Kamer alsmede de Voorzitters van de Algemene Commissie voor Europese Zaken en de Vaste Commissie voor Financiën van de Tweede Kamer

DE MINISTER VAN FINANCIËN,

DIRECTIE BUITENLANDSE FINANCIËLE BETREKKINGEN

Aan:

Alle Ministers

Uw brief van/kenmerk

Ons kenmerk

Den Haag

BFB/99-476m

Onderwerp

Toezending verslag van de Ecofin Raad 10 mei 1999.

Inlichtingen: Freek Janmaat · Telefoon: 070-342 7180 · Fax: 070-342 7901 · Postbus 20201, 2500 EE Den Haag

Bezoekadres: Korte Voorhout 7, Den Haag

Hierbij zend ik u het verslag van de vergadering van de Ecofin Raad van 10 mei 1999.

Dit verslag wordt toegezonden aan de Voorzitters van de Eerste Kamer en Tweede Kamer alsmede de Voorzitters van de Algemene Commissie voor Europese Zaken en de Vaste Commissie voor Financiën van de Tweede Kamer

DE MINISTER VAN FINANCIËN,

Deel: ' Verslag Ecofin Raad 10 mei 1999 '




Lees ook