Ministerie van Buitenlandse Zaken


Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer

der Staten-Generaal

Binnenhof 4

Den Haag

Ministerie van Buitenlandse Zaken

Directie Veiligheidsbeleid

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061


2500 EB Den Haag

Datum 13 april 1999
Kenmerk DVB/CV-082/99
Blad /3
Bijlage(n) 2
Betreft Speciale ministeriele NAVO-Raad over Kosovo/Brussel 12 april
1999
C.c.

Op 12 april 1999 hebben in Brussel de NAVO Ministers van Buitenlandse Zaken de situatie met betrekking tot Kosovo besproken Het communiqué van de bijeenkomst is hierbij gevoegd. De NAVO heeft een krachtig signaal van eensgezindheid aan Milosevic afgegeven. De luchtoperatie ondersteunt de doelstelling van de internationale gemeenschap om een vreedzaam en multi-etnisch Kosovo tot stand te brengen. Het militaire optreden zal worden voortgezet totdat President Milosevic tegemoet komt aan de volgende eisen:


- een verifieerbaar einde van alle militaire operaties, geweld en onderdrukking;


- het terugtrekken van alle politie-, militaire en paramilitaire eenheden uit Kosovo;


- instemming met het stationeren van een internationale militaire presentie in Kosovo;


- instemming met de onvoorwaardelijke en veilige terugkeer van alle vluchtelingen en ontheemden en ongehinderde toegang van hulporganisaties;


- een geloofwaardige verzekering van bereidheid om op basis van de Rambouillet-voorstellen tot een politieke raamwerkovereenkomst te komen over Kosovo.

Eerder al formuleerde de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, Kofi Annan, vrijwel gelijkluidende voorwaarden voor het beëindigen van de humanitaire tragedie en hervatting van onderhandelingen over een politieke regeling. Een kopie van zijn verklaring van 9 april jl. is bijgevoegd.

Het optreden van de militaire, paramilitaire en politie-eenheden van Milosevic heeft geleid tot een humanitaire catastrofe van ongekende omvang die de stabiliteit in de regio bedreigt. Honderdduizenden zijn van huis en haard verdreven door het optreden van de Joegoslavische troepen. Dit maakt eens te meer duidelijk hoezeer de NAVO-operatie gerechtvaardigd is. De Raad was unaniem in het veroordelen van dit barbaarse optreden en de politiek van etnische zuivering. Milosevic draagt hiervoor de volle verantwoordelijkheid.

De Raad sprak waardering uit voor de inspanningen van de buurlanden, met name Albanië en de FYROM, om de grote aantallen vluchtelingen op te vangen. Op verzoek van de betreffende landen en van de UNHCR verleent de NAVO steun bij de opvang van vluchtelingen door de bouw van noodaccomodaties, het vervoeren van hulpgoederen en de organisatie en het management van een luchtbrug naar Tirana en Skopje.

De NAVO-Raad heeft tevens diepe bezorgdheid uitgesproken over de grote aantallen ontheemden in Kosovo zelf, die zich buiten het bereik van de humanitaire hulp bevinden en hebben te kampen met uitputting, honger en wanhoop.

De misdaden die worden begaan tegen de onschuldige burgerbevolking van Kosovo zijn een schending van het internationaal recht. Degenen die verantwoordelijkheid dragen voor systematisch geweld, wreedheden en gedwongen deportatie van de bevolking van Kosovo zullen zich moeten verantwoorden voor het ICTY. Zonder rechtvaardigheid is duurzame vrede immers niet mogelijk.

De Raad heeft de FRJ gewaarschuwd dat bedreiging van de territoriale integriteit, politieke onafhankelijkheid of veiligheid van Albanie of de FYROM niet geaccepteerd zal worden. Ook zullen eventuele stappen tegen de democratisch gekozen regering van Montenegro, dat tienduizenden vluchtelingen opvangt, ernstige consequenties hebben.

Ten slotte bestond eensgezindheid over het feit dat de Kosovo-crisis eens te meer het belang onderstreept van een integrale benadering van de stabilisering in Zuidoost-Europa en de integratie van de betreffende landen in de Euro-Atlantische structuren. De Raad verwelkomde dan ook het EU-initiatief voor een Stabiliteitspact

voor Zuidoost-Europa onder auspiciën van de OVSE alsmede andere regionale

initiatieven. De NAVO zal plannen ontwikkelen om de veiligheidsdialoog met de landen in de regio te verdiepen.

De Minister van Buitenlandse Zaken

J.J. van Aartsen

Deel: ' Verslag ministeriele NAVO-Raad over Kosovo 12 april 1999 '




Lees ook