Tweede Kamer der Staten Generaal


26387000.006 vao inzake elektronische overheid
Gemaakt: 17-3-2000 tijd: 11:7


26387 Actieprogramma Elektronische Overheid
nr. 6 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 15 maart 2000

De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties<1> heeft op 22 februari 2000 overleg gevoerd met minister Van Boxtel voor Grote Steden- en Integratiebeleid over:


- de brief van de minister voor Grote Steden- en Integratiebeleid d.d.
16 december 1999 bij de eerste voortgangsrapportage over het actieprogramma Elektronische overheid (26387, nr. 4);

- de brief van de minister voor Grote Steden- en Integratiebeleid d.d.
23 december 1999 over de instelling van een PKI-taskforce (26387, nr.
5);


- de brief van de minister voor Grote Steden- en Integratiebeleid d.d.
18 februari 2000 over elektronisch stemmen.
Van dit overleg brengt de commissie bijgaand beknopt verslag uit.

Vragen en opmerkingen uit de commissie

Mevrouw Augusteijn-Esser (D66) was er verheugd over dat kort na het algemeen overleg van 5 oktober 1999 opnieuw een algemeen overleg over de elektronische overheid wordt gehouden. Zij vroeg de minister of de volgende voortgangsrapportage inderdaad nog voor het einde van 2000 kan worden besproken; de ontwikkelingen gaan immers zeer snel.

Vervolgens vroeg mevrouw Augusteijn-Esser naar de uitkomsten van de verschillende onderzoeken die de minister in het vorige algemeen overleg had toegezegd. Deze zijn nodig voor een visie op de wederzijdse beïnvloeding van informatie- en communicatietechnologie (ICT) en de overheid. Zowel de tendens naar globalisering als die naar lokalisering zetten de positie van de nationale staat onder druk. Wanneer moet de overheid ingrijpen en wat moet zij faciliëren? In hoeverre kan zij met wet- en regelgeving haar rol blijven vervullen? Hoe wordt de versterking van digitale overheidsinformatie bevorderd in EU-verband en hoe worden de EU-richtlijnen op dit terrein geïmplementeerd?

Mevrouw Augusteijn-Esser sprak grote waardering uit voor het elektronische spreekuur van de minister. In mei verschijnt het eindrapport van de commissie-Franken over de digitale grondrechten. Hoe ziet de minister de invloed van ICT op de democratie?

In de brief van 16 december 1999 kondigt de minister onderzoek op drie terreinen aan. Mevrouw Augusteijn-Esser vroeg om een toelichting op de onderzoeksvoorstellen en om een tijdschema.

Het ministerie van Verkeer en Waterstaat heeft vorig jaar een notitie over trusted third parties (TTP's) aan de Tweede Kamer gezonden en doet samen met de ministeries van Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) nader onderzoek voor de implementatie van de Europese richtlijn over elektronische handtekeningen. Mevrouw Augusteijn-Esser vroeg om nadere informatie hierover. Wie hebben er zitting in de taskforce? Hoe verloopt de samenwerking tussen de departementen?

De burger moet duidelijk inzicht hebben in datgene wat er met zijn gegevens wordt gedaan en bezwaar hiertegen kunnen aantekenen. Hoe is de bescherming van persoonsgegevens en datagegevens gewaarborgd? Zijn hiermee al problemen gebleken of kunnen er op dit punt problemen ontstaan?

Mevrouw Augusteijn-Esser complimenteerde de minister met de voortvarende start van het beleid, vooral voor de toegankelijkheid van de elektronische overheid en de elektronische dienstverlening. Verloopt het project Overheidsloket 2000 (OL2000) volgens plan? Hoe denkt de minister te bereiken dat de betrokken publieke dienstverleners de genoemde generieke instrumenten toepassen?

Zaken betreffende de backoffice konden volgens mevrouw Augusteijn-Esser sneller en efficiënter verlopen. Hoe wordt er draagvlak gecreëerd bij de andere departementen, de lagere overheden en andere betrokken instanties? Kan de minister een toelichting geven op het project stroomlijning basisgegevens?

Mevrouw Augusteijn-Esser noemde de digitale trapveldjes een goed initiatief en vroeg naar de plannen van de 25 grote steden. Ook vroeg zij naar het verloop van het project public key infrastructure (PKI), waarvan zij het doel ondersteunde.

De fractie van D66 heeft in het kader van de discussie over het begrotingsoverschot voorgesteld, 100 mln. extra te besteden aan de rol van de overheid als launching costumer. Wat is de reactie van de minister op dit initiatief? Welke mogelijkheden ziet hij voor de besteding van het geld? In ieder geval zou wet- en regelgeving zo snel mogelijk op internet moeten worden gezet.

De heer Wijn (CDA) complimenteerde de minister met de website www.overheid.nl, maar wees ook op fouten in de zoekmachine, die de kern van de site vormt. Hij achtte het voor iemand die de overheidsorganisatie niet goed kent moeilijk om zijn weg op de site te vinden en vroeg naar de resultaten van onderzoek onder gebruikers.

Een van de doelstellingen van de minister is dat goede voorbeelden onder sites die via www.overheid.nl bereikbaar zijn worden nagevolgd, maar de heer Wijn zag een dergelijk vliegwieleffect nauwelijks optreden. Een groot aantal gemeenten heeft nog geen site en slechts
10% geeft informatie over raadsstukken en verordeningen. Ook met dienstverlening door gemeenten via internet is sinds het verschijnen van het actieprogramma Elektronische overheid, een jaar geleden, nauwelijks vooruitgang geboekt. De rijksoverheid moet dit soort zaken niet van bovenaf opleggen, maar moet ook geen afwachtende houding nemen. Er wordt via de helpdesk goede informatie gegeven, maar de vraag is of gemeenten actief genoeg worden gestimuleerd. Zijn er streefdoelen, streeftermijnen, richtlijnen of voorschriften voor overheidsorganisaties vastgesteld in verband met het beschikbaar stellen van informatie via internet?

De heer Wijn haalde uit het actieprogramma aan dat voor een goed resultaat van ICT-projecten bij de overheid vooral commitment van de top in de organisatie noodzakelijk is. Hoe staat het met dit commitment bij gemeenten en andere overheden? Wil de minister de Tweede Kamer regelmatig zowel kwalitatief als kwantitatief rapporteren over de stand van zaken bij medeoverheden en op andere ministeries?

Vervolgens haalde de heer Wijn uit het actieprogramma aan dat er onnodig hoge kosten worden gemaakt, veel ontwikkelingstrajecten te lang duren en desinvestering plaatsvindt door verouderde technologie of gebrek aan standaardisatie. Welke verbeteringen kan de minister inmiddels melden? Hoe vult hij zijn centrale rol voor standaardisatie ten behoeve van gemeenten en ministeries in?

Ter voorkoming van versnippering zou er in 1999 een ICT-uitvoeringsorganisatie worden opgericht, waarin bureaus zoals OL2000, ON21 en de helpdesk zouden worden samengevoegd. Wat is de stand van zaken? Zijn de schotten tussen de verschillende bureaus weggenomen?

Het actieprogramma bleek op sommige punten te ambitieus. De heer Wijn signaleerde achterstanden in het publiceren van wet- en regelgeving, aanbestedingen en de Staatsalmanak op internet. Wat zijn de oorzaken hiervan en welke conclusies trekt de minister hieruit? Ook de projecten overheidsintranet, stroomlijning van basisgegevens en digitaal archiveren lopen achter op de planning, terwijl juist de backoffice het mogelijk moet maken om in de frontoffice goede dienstverlening aan burgers te bieden. Wat zijn de oorzaken van deze achterstanden?

De heer Wijn zag in de activiteiten van SeniorWeb, dat zich richt op het gebruik van internet door ouderen een overeenkomst met de digitale trapveldjes. Hij vroeg de minister een subsidievoorstel voor uitbreiding van de activiteiten van deze organisatie te bekijken met een positieve instelling.

De heer Wijn concludeerde dat de vooruitgang in een jaar tijd mager is en drong bij de minister aan op een forse versnelling en een vernieuwd actieprogramma. Hij sloot zich aan bij het standpunt van mevrouw Augusteijn-Esser dat nog voor het einde van 2000 de volgende voortgangsrapportage moet worden besproken.

De heer Cherribi (VVD) wenste de minister geluk met het wegnemen van het millenniumprobleem en concludeerde dat de minister zich nu kan concentreren op het bereiken van een digitaal bestel. Hij herinnerde aan de grote ambities in het actieprogramma en constateerde een stagnatie in het vergroten van de toegankelijkheid van lagere overheden op internet, die van groot belang is voor de dienstverlening aan de burgers.

De VNG blijkt geen volledige lijst van gemeente- en plaatsnamen elektronisch beschikbaar te hebben waarmee zij bij de stichting Internet domeinregistratie Nederland het gebruik van die namen door anderen kan laten blokkeren. De heer Cherribi wees op de emotionele waarde van plaatsnamen voor de inwoners en vroeg de minister naar het aantal gemeenten en plaatsen dat niet de eigen naam als domeinnaam kan gebruiken. Verder vroeg hij de minister gemeenten en waterschappen te attenderen op dit probleem.

De heer Cherribi sprak er zijn teleurstelling over uit dat er voor de PKI alleen een taskforce binnen de overheid wordt ingesteld, terwijl de markt de beste encryptie levert. Hij vroeg de minister dan ook om een toelichting op de PKI-taskforce. Komt er aparte wetgeving voor de TTP's en is dit ook technisch mogelijk voor 2002?

De heer Cherribi complimenteerde de minister met de digitale trapveldjes en noemde diens website www.rogervanboxtel.nl een voorbeeld van interactiviteit. Hij vroeg om extra aandacht voor het betrekken van ouderen bij ICT-ontwikkelingen.

Ook vroeg de heer Cherribi om meer informatie over de methodologie en de bedoeling van het onderzoek van de heer Tapscott.

Ten slotte vroeg de heer Cherribi de minister in de volgende voortgangsrapportage niet alleen de vorderingen, maar ook de knelpunten te noemen. Aan de hand hiervan is immers de voortgang het beste te meten.

Mevrouw Wagenaar (PvdA) complimenteerde de minister met het tempo van zijn activiteiten, zeker wanneer het gaat om het tegengaan van een digitale tweedeling. De voortgangsrapportage is echter evenals het actieprogramma te veel top-down georiënteerd, terwijl internet juist gelijkwaardigere communicatie tussen overheid en burger mogelijk maakt.

Van de sites die via www.overheid.nl bereikbaar zijn, vond mevrouw Wagenaar die van het Koninklijk Huis het aardigste, vanwege de interactieve kinderspelletjes. Zij bepleitte meer kindersites van de overheid en vroeg om meer aandacht voor de professionaliteit, de toegankelijkheid en de interactiviteit van www.overheid.nl. Over de tekst "discussie gesloten" die zij op de meeste discussiesites tegenkwam, sprak zij haar verbazing uit. Volgens de monitor overheidssites biedt slechts 9% van de sites de mogelijkheid om over een onderwerp te discussiëren en worden vragen, zo die al per e-mail kunnen worden gesteld, vaak te laat of niet beantwoord. Op de website van Algemene Zaken (AZ) staat wel een postadres, maar geen e-mailadres. Verder wordt de actualiteit niet goed bijgehouden op www.overheid.nl. Het is onduidelijk waarom alleen het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen apart wordt genoemd bij wetgeving.

In het algemeen overleg van 5 oktober 1999 heeft de minister toegezegd Postbus 51 en www.overheid.nl zo snel mogelijk in elkaar te zullen schuiven. Inmiddels wordt Postbus 51 op de overheidssite genoemd, maar op de website van Postbus 51 worden het nummer en de service van de Postbus-51-telefoon niet genoemd. Omdat dit onduidelijk is voor burgers die een vraag aan de overheid hebben, vroeg mevrouw Wagenaar de minister op korte termijn verbetering hierin te brengen.

Mevrouw Wagenaar vroeg de minister bij de webwijzeraward meer aandacht te geven aan digitale dienstverlening en interactiviteit of hiervoor een aparte prijs in te stellen. Wanneer worden de burgerinformatiesystemen actief, waarvoor de minister 6,3 mln. beschikbaar heeft gesteld?

Deelnemers aan SeniorWeb blijken wel met elkaar te kunnen e-mailen, maar niet met de gemeente, terwijl dit juist van groot belang is voor ouderen die slecht ter been zijn.

Mevrouw Wagenaar wees op het drempelverhogende effect van hoge uurtarieven voor internetgebruik in bibliotheken. Zij vroeg om een richtlijn voor internettarieven in bibliotheken en opperde de mogelijkheid van speciale tarieven van providers voor bibliotheken. Over de toegankelijkheid van overheidsinformatie, die vaak alleen gratis toegankelijk is op cd-rom, zouden nadere afspraken moeten worden gemaakt. Wat zijn overigens de kosten voor het gebruik van de digitale trapveldjes, die helemaal drempelloos zouden moeten zijn?

De minister heeft in het vorige algemeen overleg een proef met elektronisch stemmen bij de volgende gemeenteraadsverkiezingen toegezegd. Hoe staat het hiermee? In zijn brief van 18 februari 2000 kondigt de minister onderzoek aan naar aanpassing van het GBA en van het kiesrecht. Mevrouw Wagenaar drong erop aan dat de resultaten van deze onderzoeken zo tijdig worden toegestuurd dat de Tweede Kamer nog voor het komende zomerreces het debat erover kan afronden.

Verder vroeg zij de minister nader op de auteursrechtelijke aspecten in te gaan in het licht van de komende auteursrechtrichtlijn en het voorbehoud dat Nederland hierop heeft gemaakt en van de databankrichtlijn, waarin een uitzondering wordt gemaakt voor overheidsinformatie.

In het vorige algemeen overleg heeft de minister toegezegd samen met het ministerie van AZ een notitie te zullen opstellen over nieuwe uitgangspunten van beleid voor overheidscommunicatie in het digitale tijdperk. Mevrouw Wagenaar drong aan op enige spoed hiermee.

Het antwoord van de regering

De minister wees op de snelle ICT-ontwikkelingen, zowel in de markt als bij de overheid. In de nieuwe economie die aan het ontstaan is neemt de waarde van een netwerkproduct exponentieel toe met het aantal gebruikers ervan. De overheid moet meedoen met de ontwikkelingen, met ontsluiting van overheidsinformatie en interactieve informatie-uitwisseling. Een bijzondere verantwoordelijkheid heeft de overheid voor de toegankelijkheid door burgers toe te rusten om te kunnen deelnemen aan ICT-ontwikkelingen.

De minister herhaalde zijn toezegging dat in mei 2000 een nieuw beleidsplan over ICT verschijnt. Gezien de snelheid van de ontwikkelingen wilde hij hiermee niet tot het einde van de kabinetsperiode wachten. Het gaat hierbij om het ontwikkelen van strategieën en eerder om herontdekking van werkprocessen dan om automatisering. Omdat organisaties, ook die van de overheid, dit soort ontwikkelingen vaak als bedreigend ervaren, is er extern onderzoek nodig. Hierbij moet onderscheid worden gemaakt tussen service en dienstverlening en tussen het beleidsvormende en het beleidscontrolerende proces. Zeker in de uitvoering zal de overheid hierbij moeten samenwerken met bedrijven en instellingen. Als eerste stap voor een uitvoeringsorganisatie waarnaar de heer Wijn vroeg, zijn inmiddels de verschillende bureaus samengebracht. De minister wilde in het beginstadium invloed op de organisatie kunnen hebben en haar over enige tijd op afstand van de overheid plaatsen, zodat zij gemakkelijker relaties met het bedrijfsleven kan aangaan.

De minister ontkende dat het met OL2000 niet goed loopt. Door de contentregeling, voor het ontwikkelen van inhoudelijke websites groeit het aantal gemeenten met zo'n website van 3% naar 33 %. Het budget is dan ook verhoogd van 3 mln. naar bijna 7 mln. De minister benadrukte dat de websites interactief moeten worden. Van de generieke instrumenten die ontwikkeld worden, noemde hij de digitale catalogus van overheidsproducten, waarvan snelle invoering nu mogelijk is. OL2000 is begonnen met de ministeries van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM), van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en van Economische Zaken, die zich ook gecommitteerd hebben aan vervolgstappen. De minister hield vast aan de voortrekkersrol van deze drie ministeries, maar zei te proberen ook andere ministeries over te halen om mee te doen. Tegelijkertijd met de ontsluiting van de overheidsloketten komen er vragen van gemeenten om verbeteringen. Ook moeten modificaties op lokaal niveau afhankelijk van de behoefte mogelijk zijn. Uiteindelijk gaat het erom dat de burger weet hoe hij dienstverlening van de gemeente kan bereiken en overheidszaken via internet kan afdoen.

De minister benadrukte dat de overheid het belang van de privacy en de veiligheid moet bewaken. De overheid beveiligt zichzelf zeer goed, hoewel er geen volledige garantie is te geven. De website www.overheid.nl is beproefd door een bedreven hacker en bleek zeer goed beveiligd; de site is dan ook nooit gekraakt. Investeringen in de veiligheid van websites zijn ook van belang om het vertrouwen van de burger in de nieuwe economie te behouden.

De website www.rogervanboxtel.nl trekt veel belangstelling: er discussiëren maandelijks 250 mensen met elkaar en op de chatavonden willen er 500 meedoen. Hieruit blijkt een grote behoefte om direct contact met politici te leggen. Niet alleen wordt op deze manier de participatiegraad van burgers vergroot, maar het heeft ook gevolgen voor de ambtelijke organisatie, die intensief voorzien wordt van relevante informatie. De meerwaarde wordt op dit moment geëvalueerd, vooral om na te gaan of verdere bevordering van participatie in het democratische proces mogelijk is. Als minpunt beschouwde de minister het dat de discussie niet op een chatavond kan worden afgerond, maar de deelnemers zien hierin geen reden om ermee op te houden.

De komende Europese top in Lissabon is voor een belangrijk deel gewijd aan de invloed van ICT op het Europese beleid. De minister heeft weten te bereiken dat hierbij aandacht wordt besteed aan informatie van de overheid. De richtlijn over de digitale handtekening, die in Nederland wordt geïmplementeerd, komt overeen met de voornemens van de minister. Wel moet nog goed onderzocht worden voor welke overheidstransacties een digitale handtekening nodig is en voor welke niet. Deze is alleen nodig wanneer de identiteit en de authenticiteit van de burger in het geding zijn.

De commissie-Franken zal in mei 2000 rapport uitbrengen aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, onder wiens verantwoordelijkheid de Grondwet valt. De minister zag echter ook een grote betrokkenheid voor hemzelf in verband met de mogelijkheden om internet en multimedia in het democratische proces te gebruiken.

De minister kondigde aan in maart 2000 de officiële aftrap voor de digitale trapveldjes te geven, die overigens al in vele gemeenten worden opgezet. Elke gemeente kan zelf bepalen op welke plaats het digitale trapveldje komt en voor wie het bedoeld is; dit kunnen dus ook ouderen zijn. De gemeente krijgt van de minister een startbedrag, maar moet beheer en exploitatie zelf regelen, zo mogelijk met het bedrijfsleven. Zowel landelijk opererende als lokaal opererende bedrijven blijken hiervoor belangstelling te hebben. De kosten voor de gebruikers zullen zo laag mogelijk moeten zijn om een zo groot mogelijke toegankelijkheid te waarborgen. SeniorWeb is intensief betrokken bij de ontwikkeling van het concept van het digitale trapveldje. De minister heeft zich ook ingezet voor het behoud van de subsidie van het ministerie van VWS voor SeniorWeb. Naar aanleiding van een vraag van mevrouw Van der Hoeven in het algemeen overleg van 5 oktober 1999 heeft hij de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij gevraagd de mogelijkheden voor dit soort centra op het platteland te bekijken. In verband met het huidige budget van 20 mln. wilde de minister de ondersteuning beperken tot de 30 grootste gemeenten.

De minister sprak de hoop uit voor het einde van 2000 de onderhandelingen met Kluwer over de openbaarmaking van wet- en regelgeving af te ronden. Hiervoor en ook voor elektronisch stemmen is nooit geld gereserveerd; dit zal dus nog moeten worden gevonden.

In reactie op een opmerking van de heer Wijn ontkende de minister dat het actieprogramma te ambiteus was, waardoor een deel van het budget voor 1999 niet is gebruikt. Wel leidt vertraging in enkele projecten tot uitgestelde uitgaven. Hij benadrukte dat de lopende projecten zijn voorzien van een planning van uitgaven en een tijdschema. De Staatsalmanak zal vanaf april 2000 op internet verschijnen.

De minister achtte de rapportage over de voortgang met de contentregeling voldoende en wilde op het gebied van rapportage over ICT bij medeoverheden niet zover gaan als de heer Wijn vroeg. Wel hield hij zich aanbevolen voor suggesties voor verbetering of verandering, zoals die in verband met de links tussen Postbus 51 en de website www.overheid.nl.

In 1999 heeft de minister elk ministerie om een vertegenwoordiger in de landelijke rijkscommissie stroomlijning basisgegevens gevraagd en het expertisecentrum gevraagd om begeleiding van het project. In de praktijk bleken de ministeries op grond van eigen overwegingen echter niet actief mee te denken. De minister hoopte zijn collega's te kunnen overtuigen met een rapport van het expertisecentrum dat binnenkort verschijnt en zegde toe in de volgende voortgangsrapportage hierop terug te komen.

De minister had de stichting Internet domeinregistratie Nederland gewezen op de problemen die gemeenten ondervinden bij registratie van de eigen naam. Een aantal namen is verdwenen door herindelingen; de VNG en het ministerie van BZK zijn hierop helaas niet alert geweest. Verder zijn er namen opgekocht door commerciële bedrijven. De minister zegde toe de aandacht van de VNG hiervoor te zullen vragen. Hij wilde zich niet over een definitieve oplossing uitspreken, zo deze al te vinden is. Namen van overheden veranderen in Nederland voortdurend en hij achtte het de eerste verantwoordelijkheid voor die desbetreffende overheid om actie te ondernemen.

De minister zegde verder toe de voortgangsrapportage meer bottom-up te maken, vanuit het inlevingsvermogen van de burger.

Hij zei er trots op te zijn dat uit een vergelijking van websites van ministeries bleek dat die van het ministerie van BZK het publieksvriendelijkste is. Hij constateerde dat de website www.rogervanboxtel.nl de enige discussiesite in het openbaar bestuur is en sprak de hoop uit dat dit goede voorbeeld wordt nagevolgd.

De minister herinnerde eraan dat hij in het algemeen overleg van 5 oktober 1999 niet heeft gezegd dat Postbus 51 en de website www.overheid.nl samengevoegd moeten worden, maar wel dat hij zich kon voorstellen dat zij naar elkaar toe zouden groeien. Postbus 51 verschaft informatie aan het publiek, terwijl www.overheid.nl toegang biedt tot een overheidsnetwerk. Na aanvankelijke problemen verlopen de contacten tussen de ministeries van AZ en van BZK hierover goed.

De minister sprak zijn verbazing uit over de hoge internettarieven in sommige bibliotheken en vroeg zich af hoe deze zich verhouden met de bijdrage van het rijk om internettoegang in bibliotheken mogelijk te maken. Deze blijkt overigens in een grote behoefte te voorzien. Hij zegde toe met de bibliotheken te zullen overleggen over meer uniformering van de tarieven.

De minister herhaalde de toezegging dat er bij de gemeenteraadsverkiezingen in 2003 een proef met elektronisch stemmen wordt gehouden. Inmiddels zijn er voorbereidingen in gang gezet om in
2001 een proef op een universiteit te houden. De ervaringen op dit gebied, ook in het buitenland, zijn overigens zeer klein.
De rapporten van de onderzoeken die in de brief van 18 februari 2000 worden genoemd, worden verwacht in juni. De minister wilde de kwaliteit ervan niet in gevaar brengen door te proberen ze eerder te laten verschijnen. Zodra de rapporten er zijn, zullen zij aan de Tweede Kamer worden gestuurd. Een debat erover zou dan uiterlijk direct na het zomerreces mogelijk moeten zijn.

Over de vraag over auteursrechten zegde de minister een schriftelijk antwoord toe.

In de ministerraad is een notitie over overheidsvoorlichting besproken. De minister zei de desbetreffende vraag te zullen doorspelen aan de minister van AZ, die de eerstverantwoordelijke hiervoor is.

Nadere gedachtewisseling

Mevrouw Augusteijn-Esser (D66) vond dat Nederland flinke voortgang moet maken met de digitalisering van de economie. Staatssecretaris Vermeend verklaarde in de Volkskrant van 22 februari 2000 dat Nederland op dit punt vooral volgt en niet voorloopt. Zij vroeg zich af of diens voorstel om software fiscaal aftrekbaar te maken de beste stimulans biedt. Wil de minister in de volgende voortgangsrapportage uiteenzetten hoe de problemen met de domeinnamen ontstaan zijn en hoe deze opgelost kunnen worden? Zij herhaalde haar standpunt dat een inhaalslag nodig is en dat hiervoor geld beschikbaar moet komen. Ten slotte vroeg zij de minister in de volgende voortgangsrapportage een duidelijk overzicht van de knelpunten te geven, zodat de Kamer de besluiten kan nemen die nodig zijn om zaken te bespoedigen.

De heer Wijn (CDA) bleef op het standpunt staan dat het actieprogramma te ambitieus was. Een aantal plannen is immers vertraagd en de dienstverlening via internet is nog zeer beperkt. Hij ging er echter van uit dat na de millenniumwisseling de aandacht meer hierop gericht zal worden en was blij met de aankondiging van een nieuw plan, waarmee de voortgang verbeterd kan worden. De heer Wijn kon zich vinden in het antwoord van de minister op zijn vraag om een uitgebreide rapportage. Wel vroeg hij de minister de genoemde monitor de volgende keer aan de Tweede Kamer toe te zenden. Het antwoord van de minister over de standaardisatie stelde de heer Wijn op prijs. Hij zei de oplossing van de minister voor het probleem met de domeinnamen af te wachten.

De heer Cherribi (VVD) herhaalde zijn zorgen over de PKI-taskforce. Kan de overheid dit alleen? Wat zijn de kosten? Is het niet de markt die de beste encryptie kan leveren? Bestaat er het risico dat de overheid op dit punt achterblijft? Is er nieuwe wetgeving nodig voor de TTP's? Zo ja, is deze klaar voor 2002? Hij betreurde het verlies van domeinnamen van gemeenten, vooral vanwege de emotionele waarde ervan in verband met de lokale democratie. Voordat de domeinnamen in
2001 geliberaliseerd worden, moet er een lijst met alle gemeente- en plaatsnamen in Nederland komen en moeten deze namen geblokkeerd worden. Wil de minister de gemeenten nog eens hierop attenderen? De heer Cherribi herhaalde zijn vraag over het onderzoek van Tapscott en vroeg ten slotte of het wel mogelijk is diensten met een laag risico vast te stellen in verband met de kleine optie voor 2002.
Mevrouw Wagenaar (PvdA) drong bij de minister aan op verschijning van diens nieuwe nota in het voorjaar. Zij wees op de slechte toegankelijkheid en beschikbaarheid van Europese stukken en vroeg de minister op de top in Lissabon te proberen de andere landen op dezelfde lijn te krijgen als Nederland en de Scandinavische landen. Overheidsinformatie moet goed toegankelijk zijn voor het publiek. Op de website van Postbus 51 moet dan ook een telefoonnummer staan en elk ministerie moet per e-mail bereikbaar zijn. Mevrouw Wagenaar meldde dat ook het ministerie van VROM een discussiesite heeft en herhaalde dat de term "discussie gesloten" niet past op internet.

Zij was er verheugd over dat de minister zal proberen de internettarieven van de bibliotheken te uniformeren. Op de bibliotheken zou in ieder geval de overheidsinformatie zo goedkoop mogelijk toegankelijk moeten zijn. Als deze op een cd-rom staat, moet die wel altijd geactualiseerd zijn.

De minister nuanceerde de aangehaalde opmerking van staatssecretaris Vermeend. Dat Nederland een volger is in ICT, geldt misschien wel voor de markt, maar internationaal doet Nederland het op overheidsgebied goed. Hij verklaarde hard aan de voortgang van de ontwikkelingen te blijven werken.

De minister zegde toe een brief aan de gemeenten te zullen sturen over de registratie van domeinnamen. Hij wilde echter niet de verantwoordelijkheid van de gemeenten overnemen. Bij herindeling zullen gemeenten zelf actief moeten zijn in het claimen van een eventuele nieuwe domeinnaam.

Het millenniumvraagstuk heeft inderdaad veel tijd en energie gekost, vooral in kleine gemeenten. Na de millenniumwisseling is er dus weer veel tijd en energie voor ICT-ontwikkelingen.

Bij de helpdesk wordt bijgehouden hoe het gaat met de gemeentelijke websites. De minister zegde toe deze informatie aan de volgende voortgangsrapportage te zullen toevoegen.

De PKI-taskforce, die in het actieprogramma is aangekondigd, is een initiatief van de overheid, waarin zij op onderdelen samen met het bedrijfsleven nagaat hoe zaken het beste kunnen worden aangepakt. De minister zegde toe rapportages van deze taskforce onmiddellijk aan de Kamer te zullen doorsturen.

De heer Tapscott onderzoekt op grond van uniforme uitgangspunten wat landen aan ICT doen en wat hun vorderingen zijn en betrekt hierbij beleidsinvloeden en demografische ontwikkelingen. De minister zou graag bij de overheid de omschakeling zien net zoals die onder invloed van ICT bij sommige bedrijven plaatsvindt, maar wees op de complexiteit hiervan gezien de omvang en de verscheidenheid van organisaties van de overheid.

De minister meende dat de conceptrichtlijn over de openbaarmaking van Europese stukken ver achterblijft bij de Nederlandse praktijk. Vanuit Nederland wordt de Europese Commissie dan ook aangesproken op grotere openheid. Verder maakt de Nederlandse europarlementariër Lousewies van der Laan Europese stukken openbaar via haar eigen website.

De website www.overheid.nl wordt voortdurend geactualiseerd. De minister was verheugd over het grote aantal gemeenten dat gebruik maakt van de contentregeling.

Als de onderhandelingen over de openbaarmaking van wet- en regelgeving zijn afgerond, zal de informatie ook aan de bibliotheken ter beschikking worden gesteld. Over de resultaten zal de vaste commissie tijdens een apart overleg met de minister worden geïnformeerd.

De voorzitter van de commissie,

De Cloe

De griffier van de commissie,

Coenen


1 Samenstelling:

Leden: Schutte (GPV), Te Veldhuis (VVD), ondervoorzitter, De Cloe (PvdA), voorzitter, Van de Camp (CDA), Van den Berg (SGP), Scheltema-de Nie (D66), Van der Hoeven (CDA), Van Heemst (PvdA), Oedayraj Singh Varma (GroenLinks), Rijpstra (VVD), Noorman-den Uyl (PvdA), Hoekema (D66), Dankers (CDA), Cornielje (VVD), O.P.G. Vos (VVD), Rehwinkel (PvdA), Wagenaar (PvdA), Luchtenveld (VVD), Verburg (CDA), Rietkerk (CDA), Halsema (GroenLinks), Kant (SP), Duijkers (PvdA), Balemans (VVD), De Boer (PvdA)

Plv. leden: Rouvoet (RPF), Van Beek (VVD), Zijlstra (PvdA), Van Wijmen (CDA), Ravestein (D66), Augusteijn-Esser (D66), Balkenende (CDA), Barth (PvdA), Rabbae (GroenLinks), Cherribi (VVD), Gortzak (PvdA), Dittrich (D66), Wijn (CDA), Nicolaï (VVD), Van den Doel (VVD), Van Oven (PvdA), Apostolou (PvdA), Brood (VVD), Mosterd (CDA), Eurlings (CDA), Van Gent (GroenLinks ), Poppe (SP), Belinfante (PvdA), Essers (VVD), Kuijper (PvdA)

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

Deel: ' Verslag overleg over Actieprogramma Elektronische Overheid '




Lees ook