SER


19 april 1999

VERSLAG RAADSVERGADERING VRIJDAG 16 APRIL 1999

De raad heeft in zijn vergadering het advies over het Hoger Onderwijs en Onderzoek Plan 2000 vastgesteld. Daaraan voorafgaand wisselde men van gedachten over het Centraal Economisch Plan.

Centraal Economisch Plan

FNV-voorzitter De Waal riep mede namens CNV en MHP de werkgevers op de CAO-onderhandelingen niet onnodig te laten uitmonden in prestigeslagen: "Het moet toch mogelijk zijn de aanbevelingen van de Stichting van de Arbeid van de afgelopen anderhalf, twee jaar wat ruimhartiger decentraal in te vullen." Aanleiding voor de oproep was het onlangs door het Centraal Planbureau uitgebrachte Centraal Economisch Plan (CEP). Het CEP biedt onvoldoende houvast voor het sociaal-economisch beleid, omdat de daarin gepresenteerde prijs- en loonontwikkeling achterhaald is, aldus De Waal. Beide worden te laag beoordeeld. Dat is een probleem omdat de voor 2000 al afgesloten contracten eerder in de buurt van de 3procent liggen dan van de verwachte 1,5procent. "Dat zou betekenen dat er voor andere CAO's eigenlijk geen ruimte meer is voor een loonstijging in 2000," stelde De Waal, "maar dat is niet reëel en dat zal ook niet het geval zijn." Al met al vond De Waal het niet duidelijk welke conclusies hij voor het arbeidsvoorwaardenbeleid moest trekken uit het CEP.

MKB-Nederland-voorzitter De Boer was van mening dat het Centraal Planbureau ons wakker schudt met de voorspelde scherpe groeivertraging. Hij vond het echter wel vreemd dat de ramingen uit de Macro-Economische Verkenningen (MEV) van afgelopen herfst nu al moet worden bijgesteld in het CEP. Terwijl de MEV nog uitgingen van een groei van 3procent, gaat het CEP uit van 2procent. Sociale partners en de overheid moeten daar snel en alert op reageren. Hij stelde daar tegenover dat er faseverschillen zijn tussen het internationaal georiënteerde bedrijfsleven en het bedrijfsleven dat puur op de binnenlandse consumptie gericht is. Een ander faseverschil is er tussen enerzijds de Verenigde Staten en Europa en anderzijds Azië. "Tel de zegeningen van het faseverschil. De wolken hebben lichtrandjes," aldus De Boer. Hij vond dat we niet zwartgallig moeten zijn, maar wel op ons hoede. De sociale partners staan volgens hem nu voor de opgave een kortere remweg met elkaar af te spreken ten behoeve van een adequate loonontwikkeling.

De directeur van het Centraal Planbureau Don zei dat je niet al te absoluut met zijn gegevens moest omgaan, omdat precisie in dit vak een illusie is en de trefzekerheid van de ramingen gering. Wel zijn er onmiskenbare trends te onderscheiden, namelijk een groeivertraging en een dalende inflatie. Hij vond het inderdaad riskant dat de al afgesloten CAO's voor 2000 uitgaan van een economische groei van 3procent, want dat is slecht voor de arbeidsinkomensquote en voor de werkgelegenheid.


Advies over HOOP 2000 - 2004 unaniem aanvaard

De raad aanvaardde het advies over het Hoger Onderwijs en Onderzoek Plan 2000 (HOOP 2000) unaniem. Werkgevers, werknemers en kroonleden onderschrijven ten volle de oproep in het advies aan minister Hermans om in het licht van de nieuwe eisen die aan het hoger onderwijs worden gesteld nog eens te kijken naar het macrobudget en tenminste op onderdelen extra middelen te overwegen.

Mede namens FNV en MHP wees CNV-voorzitter D. Terpstra erop dat de noodzakelijke verhoging van het onderwijspeil van de beroepsbevolking ertoe moet leiden dat de employability van werknemers een plaats krijgt op de agenda van het CAO-overleg. Volgens Terpstra laten de huidige moeizame CAO-onderhandelingen in het hoger onderwijs zien dat een attractief en op kwaliteit gericht personeels- en arbeidsvoorwaardenbeleid nog nauwelijks te realiseren is. "De bezuinigingen van afgelopen jaren zijn duidelijk zichtbaar geworden. Op nogal wat plaatsen is sprake van een structurele overbelasting van organisatie en personeel. Het imago van het beroep leraar is verslechterd", aldus Terpstra.

Mr. B.E.M. Wientjes legde namens de werkgevers de nadruk op het nut van marktwerking voor hogescholen en universiteiten. Hij wees daarbij ook op de rol van het particulier onderwijs. "Particuliere opleidingen timmeren juist op het punt van flexibiliteit en inzet van moderne technologie hard aan de weg. Zij zullen met name in het hoger beroepsonderwijs concurreren met de bekostigde opleidingen. Deze marktwerking is gezond en houdt beide sectoren van het hoger onderwijs scherp op de behoeften van de ondernemingen", zo stelde Wientjes.

"Het aloude ideaal van 'hoger onderwijs voor velen' is nog niet versleten", liet prof.dr. J.M.G. Leune weten namens de kroonleden. Naast de overheid hebben ook de sociale partners volgens Leune een zware verantwoordelijkheid voor het op- en bijscholen van werkenden en werkzoekenden. Hiervoor zouden zij in onderhandelingen over arbeidsvoorwaarden meer ruimte moeten scheppen dan nu het geval is. Leune: "Voor investeringen in menselijk kapitaal zou een groter deel van de loonruimte beschikbaar dienen te komen. Daarmee is een gemeenschappelijk belang van werkgevers en werknemers gemoeid".

CPB-directeur en kroonlid prof.dr. F.J.H. Don worstelde nog met verschillende dilemma's die in het SER-advies HOOP aan de orde komen. Zo vroeg hij zich af of voor het oplossen van de spanning tussen contractonderwijs en de primaire taken van onderzoek en onderwijs een gedragscode van de instellingen zelf wel voldoende is. Bovendien wees hij op het dilemma van het verbeteren van het rendement tegelijkertijd met het verhogen van de diploma-eisen.

Tenslotte liet kroonlid prof.dr. A.H.J. Kolnaar weten dat hij graag wat meer cijfers had willen zien over de noodzakelijke op- en bijscholing. Verder sprak Kolnaar zijn twijfels uit over het bestaan van instrumenten om studenten te sturen in meer gewenste studierichtingen.

Deel: ' Verslag raadsvergadering SER 16 april 1999 '




Lees ook