Latijns-Amerika / Caribisch Gebied / Europese Unie: Eerste top / Verklaring van Rio De Janeiro

conneux (29-06-1999)


EUROPESE UNIE - LATIJNS-AMERIKA EN HET CARIBISCH GEBIED

INLEIDING

De eerste top van de staatshoofden en regeringsleiders van Latijns-Amerika en het Caribisch gebied en van de Europese Unie, waaraan ook de voorzitter van de Europese Commissie deelnam, werd op 28 en 29 juni 1999 in Rio de Janeiro, Brazilië, gehouden onder covoorzitterschap van de president van de Federale Republiek Brazilië, de president van de Verenigde Mexicaanse Staten en de kanselier van de Bondsrepubliek Duitsland in zijn hoedanigheid van voorzitter van de Raad van de Europese Unie. Op basis van deze eerste top en de uitvoering van zijn besluiten kan te gelegener tijd een tweede top worden georganiseerd.

Deze historische top was het resultaat van de politieke wil tot verbetering van de reeds uitstekende biregionale betrekkingen, die gebaseerd zijn op gedeelde, van een gemeenschappelijk verleden geërfde waarden. Doel van de top was de banden van politieke, economische en culturele verstandhouding tussen de twee regio's nauwer aan te halen en zo een strategisch partnerschap te ontwikkelen.

Met hun bijeenkomst aan de vooravond van de top versterkten de ministers van Buitenlandse Zaken deze vruchtbare samenwerking nog door hun aanzienlijke bijdrage aan de dialoog tussen de twee regio's.

Teneinde vooruitgang te boeken bij dit proces besloten de staatshoofden en regeringsleiders aan de in deze verklaring opgenomen verbintenissen uitvoering te geven door middel van de "Prioriteiten voor gezamenlijke acties", die deze verklaring vergezellen. Een en ander zal worden bereikt via de gevestigde fora voor politieke dialoog en samenwerking en via verdere biregionale inspanningen.

Als resultaat van de besprekingen die tijdens de top werden gevoerd, besloten de staatshoofden en regeringsleiders van Latijns-Amerika en het Caribisch gebied en van de Europese Unie de onderstaande tekst aan te nemen.

VERKLARING VAN RIO DE JANEIRO
1. Wij, staatshoofden en regeringsleiders van de Europese Unie, Latijns-Amerika en het Caribisch gebied, hebben besloten onze betrekkingen te bevorderen en te ontwikkelen in de richting van een strategisch biregionaal partnerschap, gebaseerd op de grote culturele erfenis die ons verenigt, op de rijkdom en de diversiteit van onze respectieve cultuuruitingen. waaraan wij sterke veelzijdige identiteiten te danken hebben, alsook de wil om een internationale omgeving tot stand te brengen waarin wij het welzijnsniveau van onze samenlevingen kunnen verhogen en voldoen aan het beginsel van duurzame ontwikkeling door, in een geest van gelijkheid, respect, verbondenheid en samenwerking tussen onze regio's, de kansen te benutten die door een steeds toenemende mondialisering worden geboden.

2. Het strategische partnerschap brengt twee belangrijke spelers op het huidige internationale toneel bijeen. De regio van Latijns-Amerika en het Caribisch gebied staat op het punt één van de meest bloeiende regio's van de 21e eeuw te worden als gevolg van de belangrijke vooruitgang die de laatste jaren is geboekt op politiek, economisch en sociaal gebied. Daarom is deze regio vastbesloten door te gaan met de bevordering van democratische processen, sociale gelijkheid, moderniseringsinspanningen, liberalisering van de handel en op brede leest geschoeide structurele hervormingen. De Europese Unie heeft op haar beurt vorderingen gemaakt in de richting van een historische integratie met talrijke implicaties op wereldniveau wat betreft politieke, economische, sociale, financiële en handelsaangelegenheden, die geleid heeft tot een gestage verbetering van de levensstandaard van haar samenlevingen.

3. Dit strategische partnerschap is gebaseerd op volledige inachtneming van het internationale recht en de doelstellingen en beginselen van het Handvest van de Verenigde Naties, de beginselen non-interventie, eerbiediging van soevereiniteit, gelijkheid tussen staten en zelfbeschikking vormen de grondslagen voor de betrekkingen tussen onze regio's.

4. Dit partnerschap berust op en zal bijdragen tot de bevordering van gemeenschappelijke doelstellingen, het versterken van de representatieve en participatieve democratie en de individuele vrijheid, de rechtsstaat, behoorlijk bestuur, pluralisme, internationale vrede en veiligheid, politieke stabiliteit en het kweken van vertrouwen tussen naties.

5. Wij noemen met name het universele karakter van alle mensenrechten, de noodzaak om de aantasting van het milieu om te keren en om duurzame ontwikkeling te bevorderen via het behoud en duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen; de samenwerking met het oog op het herstellen, bewaren, verspreiden en uitbreiden van het cultureel erfgoed, de doeltreffende integratie van wetenschappelijke kennis en technologische vooruitgang in de onderwijsstelsels op alle niveaus en de bestrijding van armoede en van sociale en door het geslacht bepaalde ongelijkheden.
6. Wij verwelkomen de vooruitgang die in het kader van het beginsel van open regionalisme in Europa en Latijns-Amerika en het Caribisch gebied is geboekt bij de integratie op politiek en economisch gebied.

7. In dit proces zijn wij voornemens nieuwe impulsen te geven en gelijke aandacht te besteden aan de volgende drie strategische dimensies: een vruchtbare politieke dialoog onder eerbiediging van het internationale recht, solide economische en financiële betrekkingen gebaseerd op een alomvattende en evenwichtige liberalisering van de handel en de kapitaalstromen, en een meer dynamische en creatievere samenwerking op het gebied van onderwijs, wetenschap, technologie, cultuur en menselijke en sociale aangelegenheden.

8. De door de top aangenomen actieprioriteiten zullen worden bevorderd en uitgevoerd via de huidige ministeriële besprekingen tussen de Europese Unie en de landen en groepen in Latijns-Amerika, en tussen de Europese Unie en de Caribische landen in het kader van de Overeenkomst van Lomé. Deze besprekingen zullen in hun huidige vorm en frequentie blijven plaatsvinden. Er kunnen ook ministeriële bijeenkomsten worden gehouden over bepaalde aangelegenheden van gemeenschappelijk belang, zoals onderwijs, onderzoek en wetenschap.
9. Wij besluiten eveneens een biregionale groep op het niveau van hoge ambtenaren in te stellen. Deze groep zal regelmatig bijeenkomen, toezien op de uitvoering van de actieprioriteiten en deze bevorderen, met een politieke visie en met het doel om op basis van bestaande mechanismen bij te dragen tot een mondiale dialoog waardoor het strategische biregionale partnerschap in zijn politieke, economische, sociale, milieu-, onderwijs-, culturele, technische en wetenschappelijke dimensie wordt versterkt. In dit verband verbinden wij ons ertoe:
Op politiek gebied:
10. De bestaande institutionele dialogen tussen beide regio's te versterken en rechtstreekse communicatie tussen de regeringen over aangelegenheden van regionale integratie, met name de politieke dimensie daarvan, alsmede internationale samenwerking op basis van de uitwisseling van ervaringen en informatie te bevorderen. 11. De democratie en de volledige en onbelemmerde werking van de democratische instellingen, het pluralisme en de rechtsstaat te beschermen, door het garanderen van algemene, vrije, eerlijke en open verkiezingen als fundamentele elementen voor de economische en sociale ontwikkeling en de versterking van vrede en stabiliteit.
12. Alle mensenrechten en fundamentele vrijheden, met inbegrip van het recht op ontwikkeling, te bevorderen en te beschermen, rekening houdend met het universele, onderling afhankelijke en ondeelbare karakter van die rechten, waarbij wordt erkend dat de bevordering en bescherming daarvan een verantwoordelijkheid van de staten en van alle burgers is. Wij beklemtonen dat de internationale gemeenschap bij deze taak een legitiem belang heeft, in het kader van het Handvest van de Verenigde Naties, met de nadruk op de toepassing van universele en regionale instrumenten en normen inzake mensenrechten. 13. De vredeseducatie te versterken en alle vormen van intolerantie met inbegrip van vreemdelingenhaat en racisme te verwerpen ter wille van de internationale en regionale veiligheid en de nationale ontwikkeling, en de rechten van de meest kwetsbare groepen in de samenleving, met name kinderen, jongeren, personen met een handicap, ontheemden en migranten en hun gezinnen te bevorderen en te beschermen.
14. De beginselen van een onafhankelijk en onpartijdig gerechtelijk apparaat te verdedigen en het internationale recht en het internationale humanitaire recht te bevorderen, toe te passen en te handhaven. Het belang van de geleidelijke ontwikkeling van de normen aangaande de strafrechtelijke aansprakelijkheid van het individu dat bepaalde misdrijven met internationale weerslag pleegt te erkennen. Derhalve nemen wij met belangstelling nota van de recente goedkeuring van het Statuut van Rome van het Internationaal Strafhof.
15. Volledige gendergelijkwaardigheid te bevestigen als een onvervreemdbaar, integraal en ondeelbaar element van alle mensenrechten en fundamentele vrijheden, waarbij wij ons ertoe verbinden een genderperspectief op te nemen in het overheidsbeleid van onze regeringen.
16. Bevordering en bescherming van de rechten van inheemse volken, met inbegrip van hun recht om op voet van gelijkheid deel te nemen aan en te profiteren van de kansen en voordelen van de politieke, economische en sociale ontwikkeling, te bevorderen en te beschermen, onder volledige eerbiediging van hun identiteit, cultuur en tradities.
17. De inspanningen om aan de behoeften van de huidige en toekomstige generaties te voldoen op te voeren door strategieën inzake duurzame ontwikkeling aan te nemen en toe te passen en door economische groei, milieubescherming en sociale vooruitgang met elkaar verenigbaar te maken.
18. Prioriteit verlenen aan de bestrijding van armoede, marginalisatie en sociale uitsluiting, binnen het kader van de bevordering van duurzame ontwikkeling, en aan de wijziging van productie- en consumptiepatronen, de bevordering van het behoud van de biologische diversiteit en het mondiale ecosysteem, het duurzame gebruik van natuurlijke hulpbronnen en de voorkoming en omkering van de aantasting van het milieu, met name ten gevolge van excessieve industriële concentratie en ondeugdelijke consumptiepatronen, de vernietiging van bossen en bodemerosie, alsook de afbraak van de ozonlaag en het toenemende broeikaseffect, die een bedreiging vormen voor het wereldklimaat. 19. Nationale en regionale inspanningen op deze gebieden, in combinatie met internationale samenwerking, zullen het recht van personen op een betere kwaliteit van het bestaan bevorderen en de gehele bevolking opnemen in de economische en sociale ontwikkelingsprocessen.
20. Te erkennen dat er in de meeste landen onvoldoende eigen hulpbronnen beschikbaar zijn om uitvoering te geven aan de internationaal voorgestelde acties ter bevordering van duurzame ontwikkeling. In dat verband benadrukken wij dat moet worden gewerkt aan passende niveaus voor investeringen en overdracht van technologie.
21. Het belang van de bijdrage van nieuwe actoren, partners en middelen van de civiele maatschappij te benadrukken tot consolidatie van de democratie en de sociale en economische ontwikkeling en meer eerbiediging van de mensenrechten. Internationale samenwerking waar overheidsmiddelen bij betrokken zijn vergt een dialoog waaraan zowel de regeringen als de civiele maatschappij deelnemen. Ontwikkelingssamenwerkingspartners zullen zich moeten houden aan de wetten van de betrokken landen, en aan de regels van transparantie en verantwoording van verrichtingen. Wij zullen de uitwisseling en samenwerking van de civiele maatschappij tussen Latijns-Amerika, het Caribisch gebied en de EU stimuleren.
22. Samen te werken teneinde het hoofd te bieden aan de bedreigingen voor de internationale vrede en veiligheid, en de inspanningen op te voeren om het ontwapeningsproces voort te zetten onder streng en doeltreffend internationaal toezicht, met de nadruk op de uitbanning van massavernietigingswapens, met inbegrip van nucleaire, chemische en biologische wapens. Na de inwerkingtreding van het verdrag tot verbod van chemische wapens is de sluiting en de aanneming van het verificatieprotocol bij het verdrag tot verbod van biologische wapens, waarbij deze categorie van massavernietigingswapens geëlimineerd wordt, in het kader van de ontwapeningsagenda een van de belangrijkste doelstellingen voor de korte termijn.
23. Bijzonder belang te hechten aan universele toetreding tot het Verdrag inzake de niet-verspreiding van kernwapens, en de bestrijding van de buitensporige en destabiliserende accumulatie van handvuurwapens en lichte wapens en de ongecontroleerde verspreiding daarvan, en doen een oproep tot alle staten om samen naar volledige uitbanning van anti-personeelmijnen te streven. 24. Het wereldwijde drugsprobleem aan te pakken volgens het beginsel van gemeenschappelijke en gedeelde verantwoordelijkheid op basis van een wereldwijde, alomvattende en evenwichtige benadering die volledig in overeenstemming is met de doelstellingen en beginselen van het Handvest van de Verenigde Naties en het internationaal recht. Het alomvattende actieplan van Panama met betrekking tot drugs stoelt op deze beginselen en zal de samenwerking op het gebied van drugs een nieuwe dimensie geven. Het coördinatie- en samenwerkingsmechanisme tussen de Europese Unie en Latijns-Amerika en het Caribisch gebied moet worden gebruikt om deze samenwerking te ontwikkelen. 25. Ook uiting te geven aan onze wil tot naleving en opvolging van de overeenkomsten die zijn bereikt tijdens de XXe bijzondere zitting van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, gewijd aan gemeenschappelijke actie ter bestrijding van het drugsprobleem.
26. De krachten te bundelen in de strijd tegen alle vormen van grensoverschrijdende georganiseerde criminaliteit en aanverwante activiteiten, zoals het witwassen van geld en de handel in vrouwen, kinderen en migranten, de illegale vervaardiging van en handel in vuurwapens, munitie en aanverwant materiaal. 27. De individuele en gezamenlijke acties tegen terrorisme in al zijn vormen en gedaanten te versterken, aangezien dat verschijnsel de vrede, de rechtsstaat en de democratie uitholt. 28. Individuele en gezamenlijke acties te versterken en de samenwerking tussen onze regeringen te vergroten om het hoofd te bieden aan corruptie in al haar vormen, met inachtneming van de belangrijke instrumenten die recentelijk in beide regio's zijn aangenomen, aangezien dit ernstige probleem de legitimiteit en de werking van de instellingen ondermijnt en een bedreiging vormt voor de democratie, de maatschappij, de rechtsstaat en de ontwikkeling.
29. Gezamenlijk te streven naar een intensievere dialoog, internationale samenwerking en uitwisseling van kennis bij het voorkomen van natuurrampen, daarbij gebruik makend van de ervaring die is opgedaan via het internationaal decennium van de Verenigde Naties voor de preventie van natuurrampen. Voorts moet bij initiatieven op dit gebied rekening worden gehouden met het verband tussen snelle noodhulp, rehabilitatie en wederopbouw, met inachtneming van de criteria voor duurzame ontwikkeling op lange termijn.
30. In deze context erkentelijkheid te tonen voor de inspanningen die de regeringen en de bevolking van Centraal-Amerika hebben geleverd voor de wederopbouw van en de veranderingen in hun landen na de tragedie van de orkaan "Mitch". Ook hechten wij veel belang aan de internationale samenwerking voor hulp aan en de wederopbouw van Centraal-Amerika, met name de bijdragen van Latijns-Amerika en de Caribische landen, alsook de succesvolle uitvoering van het plan van de Europese Unie voor de wederopbouw van Centraal-Amerika en aan de inspanningen van de lidstaten van de Europese Unie, die samen meer dan een miljard euro bedragen.
31. De multilaterale instellingen te versterken, met name als fora voor de beslechting van internationale geschillen en de bevordering van de ontwikkeling. In dit verband steunen wij gezamenlijk de versterking van de multilaterale betrekkingen, met inbegrip van vooruitgang bij het proces tot hervorming van het VN-stelsel, waarbij wordt gezocht naar een nieuw evenwicht tussen de voornaamste organen ervan, teneinde hun doeltreffendheid te verbeteren.
Op economisch gebied:
32. De internationale economische samenwerking te verbeteren, alomvattende en wederzijds voordelige liberalisering van de handel te bevorderen, als middel om de welvaart te vergroten en de destabiliserende effecten van vluchtige kapitaalstromen tegen te gaan. In dit verband zal met de verschillen in ontwikkelingsniveau rekening worden gehouden.
33. Onze overtuiging te herhalen dat regionale integratie een belangrijke rol speelt bij de bevordering van groei, liberalisering van de handel, economische en sociale ontwikkeling, democratische stabiliteit en een meer symmetrische opneming in het mondialiseringproces.
Wij benadrukken in het bijzonder onze bereidheid het multilaterale handelssysteem en een open regionalisme te versterken en de economische betrekkingen tussen onze regio's te intensiveren. 34. Te erkennen dat wij samen verantwoordelijk zijn voor een doeltreffende en op resultaten gerichte bijdrage op al deze gebieden.
Wij nemen ons in het bijzonder voor, via ons nieuwe interregionale partnerschap:
35. Onze krachten te bundelen om een volledige en spoedige inwerkingtreding en feitelijke toepassing van de verbintenissen van de Uruguayronde te garanderen.
36. Het belang van de Wereldhandelsorganisatie als belangrijkste forum voor de bevordering van de liberalisering van de handel en de vaststelling van grondregels en richtsnoeren voor het internationale systeem te benadrukken.
37. Gezamenlijk in de volgende ministeriële zitting van de Wereldhandelsorganisatie voor te stellen een nieuwe ronde van alomvattende handelsbesprekingen te lanceren waarbij geen enkel gebied uitgesloten wordt, met als doel het verminderen van al dan niet tarifaire belemmeringen voor de handel in goederen en diensten.
38. Onze resolute veroordeling van alle maatregelen van unilaterale aard en met extraterritoriaal effect, die indruisen tegen het internationale recht en de algemeen aanvaarde vrijhandelsregels, te herhalen. Wij zijn het erover eens dat dit soort praktijken een ernstige bedreiging van het multilateralisme vormt.
39. De verdere ontwikkeling en diversificatie van de handel te bevorderen, rekening houdend met de lopende en toekomstige multilaterale en bilaterale onderhandelingen over liberalisering van de handel, b.v. die van de Europese Unie met Mexico, Mercosur en Chili, en met toekomstige ontwikkelingen in onze regio's. 40. Te bevorderen dat er een dialoog plaatsvindt over kapitaalstromen en productieve investeringen tussen Latijns-Amerika en het Caribisch gebied enerzijds en de Europese Unie anderzijds en daarvoor een gunstig klimaat te scheppen, in het bijzonder wat de bevordering van joint ventures betreft, via de Europese Investeringsbank (EIB), alsmede andere samenwerkingsinstrumenten, zoals bilaterale overeenkomsten inzake bevordering en wederzijdse bescherming van investeringen. 41. Speciale aandacht te schenken en steun te verlenen aan landen met een kleinere economie, ook via stimuli voor productieve investeringen. Gunstige financieringsvoorwaarden en -maatregelen moeten worden onderzocht en toegepast om arme landen met hoge schuldenlasten op billijke en geschikte wijze te behandelen in de speciale ter zake bevoegde fora. In dit verband verheugen wij ons over het akkoord van de staatshoofden en regeringsleiders van de G7 over een nieuw pakket kwijtscheldingsmaatregelen voor de arme landen met hoge schuldenlasten.
42. Het contact tussen marktdeelnemers en een bredere dialoog tussen het bedrijfsleven en sectorale fora van beide partijen te bevorderen, hetgeen van belang is voor de betrekkingen tussen onze regio's, en in het bijzonder voor een duurzame economische en sociale ontwikkeling.
43. Samenwerking op het gebied van wetenschap en technologie te bevorderen, om de nationale capaciteit op deze gebieden op te voeren en bij te dragen aan inspanningen om wereldwijde problemen aan te pakken; investeringen en zakenpartnerschappen aan te moedigen die een overdracht van technologie en knowhow inhouden. 44. De versterking en naleving van intellectuele eigendomsrechten op alle gebieden te steunen als belangrijke voorwaarde voor de bevordering van de handels- en investeringsstromen. 45. In de context van mondialisering en de opmars van de informatiemaatschappij de handel in diensten te bevorderen en nieuwe vormen van samenwerking op dit gebied te ondersteunen als belangrijke factoren voor het uitbreiden van de economische banden tussen beide regio's.
46. Technologieoverdracht aan te moedigen ter verbetering van de processen en de normen van de economische banden tussen de Europese Unie en Latijns-Amerika en het Caribisch gebied inzake de productie van goederen, de buitenlandse handel, de haveninfrastructuur, en telecommunicatie en vervoer. 47. Een gunstig klimaat te scheppen voor het midden- en kleinbedrijf, dat een belangrijke rol speelt bij de ontwikkeling van stabiele markteconomieën, de bevordering van de economische betrekkingen en de totstandbrenging van joint ventures tussen de twee regio's.
48. De doorslaggevende rol te onderstrepen van een efficiënte infrastructuur, met inbegrip van het vervoer, en van administratieve procedures voor de liberalisering van de handel en de intensivering van de economische samenwerking. 49. Ons partnerschap te versterken op het gebied van ontwikkelingssamenwerking, dat een belangrijke kans biedt om de gedeelde waarden en idealen met wederzijds voordeel in de praktijk te brengen.
50. Gezien de periodieke ernstige financiële crisissen en de grote weerslag daarvan op nationaal en internationaal niveau, actief deel te nemen aan het opzetten van een nieuwe internationale financiële structuur om beide regio's in de gelegenheid te stellen ten volle te profiteren van de integratie van de kapitaalmarkten, en de risico's in verband met de volatiliteit daarvan te verminderen.
51. Door te gaan met de versterking van de financiële stelsels van onze landen en regulerings- en toezichtmechanismen te ontwikkelen met het oog op toepassing van de beste internationale normen en praktijken. Dit zal bijdragen tot de invoering van een dynamisch, stabiel, internationaal economisch en financieel stelsel. In een dergelijk stelsel zouden crisissen in de toekomst voorkomen worden, of vroegtijdig onderkend kunnen worden zodat zij snel en doelmatig op te lossen zijn en zich niet verder verspreiden. 52. Te erkennen dat de introductie van de euro bijdraagt tot de versterking van onze biregionale economische en financiële banden en het internationale monetaire en financiële stelsel, en daaraan stabiliteit en dynamiek zal geven.
53. Te bevorderen dat onze regeringen actief deelnemen aan het overleg in de Verenigde Naties over de huidige tendensen in de wereldwijde kapitaalstromen. De krachten te bundelen om het internationale financiële stelsel te hervormen, en een agenda voor de internationale financiële stabiliteit te bepalen en uit te voeren, waaronder toezicht op het wereldwijde financiële stelsel met het oog op crisispreventie.
Op het gebied van cultuur, onderwijs, wetenschap, technologie, sociale en menselijke aangelegenheden:
54. Te blijven hechten aan de totstandbrenging van een hecht partnerschap tussen Latijns-Amerika en het Caribisch gebied en de Europese Unie inzake onderwijs, cultuur en menselijke aangelegenheden, dat gebaseerd is op gemeenschappelijke waarden en op de erkenning van het belang van onderwijs voor de sociale gelijkheid en voor wetenschappelijke en technologische vooruitgang. Wij verbinden ons er tevens toe ons in onze betrekkingen te zullen laten leiden door de beginselen van gelijkheid en eerbied voor pluraliteit en diversiteit, zonder onderscheid op grond van ras, godsdienst of geslacht. Deze grondregels vormen namelijk de ideale basis om tot een open, tolerante samenleving zonder uitsluiting te komen, waar het recht van ieder individu op vrijheid en wederzijds respect wordt bepaald door billijke toegang tot productiecapaciteit, gezondheid, onderwijs en burgerbescherming.
55. Overeen te komen dat de ontwikkeling van menselijke hulpbronnen de beste investering is, omdat op die manier zowel voor sociale rechtvaardigheid als voor economische groei op lange termijn wordt geopteerd.
56. Meer middelen uit te trekken voor gerechtvaardigde en dringende sociale behoeften en om de omvang en de kwaliteit van onze sociale programma's te verbeteren.
57. Ervaringen uit te willen wisselen over de diverse sociale beleidsmaatregelen die wij toepassen teneinde de samenwerking op dit gebied te versterken in het bijzonder aangaande gezondheid, voeding, onderwijs en werkgelegenheid.
58. Tevens het belang van het creëren van voldoende goed betaalde productieve arbeidsplaatsen in onze landen te benadrukken. Daarom zijn onderwijs en beroepsopleiding van werknemers van alle leeftijden van essentieel belang.
Wij komen in het bijzonder overeen:
59. Het herstel, het behoud en een betere kennis van ons rijke culturele erfgoed - inclusief onze cultuurgoederen - en onze diversiteit te bevorderen, als een fundamentele schakel van de integratie tussen Latijns-Amerika, het Caribisch gebied en de Europese Unie die nauwere en duurzamere relaties tussen onze volkeren mogelijk maakt en de culturele creativiteit als een vorm van dialoog voor vrede en tolerantie stimuleert. 60. Acties te bevorderen in beide regio's en in multilaterale fora om de culturele diversiteit en het pluralisme in de wereld aan te moedigen.
61. Interregionale uitwisseling tussen onderwijs- en culturele actoren aan te moedigen als een van de meest doeltreffende en doelmatig middelen ter bevordering van wederzijds begrip, leren en culturele productie. De aanmoediging van nauwe contacten tussen artiesten en organisaties in alle culturele sectoren zal het respect bevorderen voor de culturele en taalkundige diversiteit ter waarborging van de menselijke waardigheid en de sociale ontwikkeling.
62. Verdere samenwerking en uitwisseling tussen culturele bedrijfstakken en in de audiovisuele sector te bevorderen als belangrijke pijlers van de culturele en economische samenwerking, om tegemoet te komen aan een toegenomen vraag naar producties van hoge kwaliteit.
63. De versterking van de samenwerking op onderwijsgebied als een bijzondere uitdaging te zien, en daarbij de nadruk vooral te leggen op basisonderwijs, beroepsonderwijs en samenwerking tussen de instellingen voor hoger onderwijs, waaronder de universiteiten, en afstandsonderwijs, rekening houdend met de specifieke behoeften van onze samenlevingen. In deze context herinneren wij aan de reeds bestaande succesvolle samenwerkingsprogramma's. 64. Te bevorderen da t onderwijs en beroepsopleiding, als factoren van doorslaggevend belang om sociale ongelijkheden weg te werken, de armoede te bestrijden en te komen tot beter betaalde arbeid, algemeen toegankelijk zijn, met de waarborg dat iedereen in de leerplichtige leeftijd volledig basisonderwijs krijgt en alle volkeren het recht hebben hun culturele en taalkundige identiteit te bewaren. Wij benadrukken het recht op onderwijs als zodanig op grond van de specifieke, interne verantwoordelijkheid van elk land om voor al zijn burgers in passend onderwijs te voorzien. 65. Het wetenschappelijk onderzoek en de technische ontwikkeling te bevorderen omdat die fundamenteel zijn voor onze betrekkingen en een essentiële voorwaarde vormen voor de succesvolle integratie van landen in een wereld waar de grenzen vervagen, hetgeen de ontwikkeling en beheersing van wetenschappelijke kennis en aanpassing aan een zich constant ontwikkelende technologie vereist.
66. Innovatie en de overdracht van technologie aan te moedigen om tot een grotere economische en technische verbondenheid tussen beide regio's te komen op het gebied van de productie van goederen, het verrichten van diensten, de buitenlandse handel, infrastructuur, telecommunicatie, vervoer enz. 67. Wij zijn ingenomen met de diverse evenementen die vóór en tijdens de top hebben plaatsgevonden, waarbij diverse sectoren van de civiele samenleving betrokken waren.
68. Deze plechtige verbintenissen vormen de leidraad voor onze huidige dialoog en onze samenwerking in interregionale en internationale fora. Tegelijk dragen zij ertoe bij dat ons strategisch partnerschap met succes tot stand wordt gebracht. 69. De deelnemers bedanken het volk en de regering van Brazilië van harte voor de gastvrijheid en de steun die zij hebben genoten om deze top tot een goed einde te brengen. De deelnemers danken het volk en de regering van Brazilië van harte voor de gastvrijheid en de steun die zij hebben genoten om deze top tot een goed einde te brengen.


* * *


/newsroom/press/c/09666.NL9.html

Deel: ' Verslag top EU - Latijns-Amerika en het Caribisch gebied '




Lees ook