Ministerie van Financien

DE MINISTER VAN FINANCIEN, Verslag van de Ecofin Raad van 31 december 1998

Op 31 december is de Ecofin Raad bijeengekomen ter vaststelling van de omrekeningskoersen, dat wil zeggen de onherroepelijk vaste koersen tussen de euro en de munten van de aan de muntunie deelnemende landen. De omrekeningskoers voor de gulden is vastgesteld op: 1 euro is gelijk aan f 2,20371. Voor een volledig overzicht van de omrekeningskoersen zij verwezen naar bijgaand persbericht van het ministerie van Financiën van 31 december. Met ingang van 1 januari 1999 is de euro de munteenheid van de deelnemende landen. De valutas van die landen hebben formeel opgehouden te bestaan als zelfstandige valutas.

De vaststelling van de omrekeningskoersen is vlekkeloos verlopen, zonder enige onrust op de valutamarkten en, overeenkomstig de vooraankondiging van de methode, op basis van de spilkoersen van de deelnemende valutas in het EMS.

Tijdens de vergadering spraken vrijwel alle sprekers van een historische dag voor Europa. Zij drukten hun waardering uit voor de velen die aan de totstandkoming van de monetaire eenwording hebben bijgedragen, zoals de voormalige premier van Luxemburg, de heer Werner, Helmut Kohl, François Mitterrand, Jacques Delors. Minister Zalm memoreerde ook Theo Waigel en de toenmalige Ierse minister van Financiën, Ruairi Quinn, die in een cruciale fase een belangrijke bijdrage hebben geleverd aan de creatie van het wettelijk en institutioneel kader van de EMU. Verscheidene sprekers wezen erop dat de EMU het raamwerk verschaft voor een stabiele macro-economische ontwikkeling. Hiervan zal een belangrijke impuls uitgaan op de groei van welvaart en werkgelegenheid voor de burgers in Europa. In dit verband wees minister Zalm erop dat het terugdringen van de werkloosheid terecht hoog op de Europese agenda is geplaatst. Maar hiervoor is voortzetting van een gedegen structureel aanpassingsbeleid wel noodzakelijk. Ook andere sprekers wezen erop dat wil de belofte van de EMU worden waargemaakt een gedegen financieel beleid, gekoppeld aan structurele hervormingen nodig zijn. Minister Zalm sprak de hoop uit dat de nu niet deelnemende landen spoedig tot de muntunie zouden toetreden.

Voorts heeft de Raad zonder discussie een aantal besluiten aangenomen, die verband houden met de overgang naar de derde fase van de Economische en Monetaire Unie. Zo heeft de Raad de statuten van het Economisch en Financieel Comité (de opvolger van het Monetair Comité in de derde fase) vastgesteld. Verder zijn aangenomen een tweetal besluiten die Frankrijk en Italië een mandaat verschaffen om namens de Gemeenschap, met betrokkenheid van de Commissie en de ECB, te onderhandelen met Monaco resp. San Marino en Vaticaanstad over de voorwaarden waaronder deze landen de euro kunnen gebruiken als wettelijk betaalmiddel. Het onderhandelingsresultaat dient aan de Raad ter instemming te worden voorgelegd. Tenslotte is een besluit aangenomen dat Frankrijk machtigt de noodzakelijke maatregelen te nemen die het mogelijk maken dat de euro het wettelijk betaalmiddel zal zijn op de twee eilandjes Saint-Pierre-et-Miquelon en Mayotte. Deze gebieden behoren tot Frankrijk, maar maken geen deel uit van de EU.

Overigens zijn op dezelfde dag, via een afzonderlijke procedure, tevens de spilkoersen vastgesteld, waarmee de Deense kroon en de Griekse drachme deelnemen aan het nieuwe wisselkoersmechanisme ERM2 (zie bijgaand persbericht). De kroon zal een fluctuatiemarge van plus of min 2,25% rond de euro in acht nemen, terwijl voor de drachme de standaardmarge van plus of min 15% zal gelden. De spilkoersen zijn vastgesteld op basis van de vigerende spilkoersen in het oude EMS: zij impliceren noch een devaluatie, noch een revaluatie van de kroon en de drachme.

Deel: ' Verslag van de Ecofin Raad van 31 december 1998 '




Lees ook