Ministerie van Financien

DIRECTIE BUITENLANDSE FINANCIËLE BETREKKINGEN

Aan: De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Plein 2

2511 CR Den Haag

BFB/99-70m

21 januari 1999

Onderwerp

Toezending verslag Ecofin-Raad d.d. 18 januari 1999

Hierbij zend ik u het verslag van de vergadering van de Ecofin-Raad van 18 januari1999.

Dit verslag wordt toegezonden aan de Voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer alsmede aan de Voorzitters van de Algemene Commissie voor Europese-Zaken en de Vaste Commissie voor Financiën van de Tweede Kamer.

DE MINISTER VAN FINANCIEN,


MINISTERIE VAN FINANCIËN

Afdeling Europese Unie

Verslag van de Euro-11 en de Ecofin Raad van 18 januari 1999

Op 18 januari vergaderde de Ecofin-Raad in Brussel over het werkprogramma van het Duits Voorzitterschap, de voorbereiding van de derde fase EMU, over de implementatie van het stabiliteits- en groeipact en over Agenda 2000. Voorafgaand aan de Ecofin Raad kwam de Euro-11 groep bijeen.

Euro-11

Tijdens de Euro-11 is gesproken over de externe vertegenwoordiging van de EU, in het bijzonder over de stand van zaken met betrekking tot het Europese voorstel voor de vertegenwoordiging in de G7, en over de economische situatie in Europa. De discussie vond plaats in aanwezigheid van de president van de ECB.

Ten aanzien van de externe vertegenwoordiging werd aangegeven dat de voorzitter van de Europese Commissie, Santer, en de Duitse Bondskanselier, Schröder, binnenkort naar de Verenigde Staten zullen afreizen om het Europese voorstel voor de vertegenwoordiging in de G7, zoals verwoord in de conclusies van de Europese Raad van Wenen, te bepleiten bij de president van de Verenigde Staten.

Ten aanzien van de economische situatie in de EU concentreerde de discussie zich op de groeivertraging die zich thans voordoet en de wenselijke beleidsrespons. Diverse lidstaten benadrukten dat de groeivoorspellingen voor het eurogebied voor dit jaar weliswaar neerwaarts zijn bijgesteld (de Commissie gaat thans uit van 2,6%) en verdere neerwaartse aanpassingen niet moeten worden uitgesloten, maar dat niet kan worden gesproken van een recessie. Vrijwel alle lidstaten onderstreepten het belang het zorgvuldig opgebouwde vertrouwen niet te beschadigen en geen enkele twijfel te laten bestaan over respectering van het stabiliteits- en groeipact. Hierbij werd aangegeven dat in de meeste lidstaten de ruimte om de automatische stabilisatoren te laten werken beperkt was. Een grote lidstaat bestempelde vraaguitval als de voornaamste oorzaak van de huidige groeivertraging. Naast voortzetting van het begrotingsbeleid, onderstreepten diverse lidstaten het belang van verdere structurele hervormingen van de arbeids- goederen- en kapitaalmarkt. Enkele lidstaten stonden in het bijzonder stil bij de noodzaak van een gematigde, naar productiviteitsontwikkeling gedifferentieerde, loonontwikkeling.

Ecofin Raad

Openbaar debat n.a.v. het werkprogramma van het Duits Voorzitterschap

De Voorzitter van de Ecofin Raad, minister Lafontaine, lichtte het werkprogramma van het Voorzitterschap toe. Het Duitse Voorzitterschap is voornemens aandacht te besteden aan werkgelegenheid, de derde fase van de EMU en coördinatie op het gebied van fiscaliteit. Daarnaast streeft het Voorzitterschap naar politieke overeenstemming in het voorjaar over het Agenda 2000 pakket. Het accent in de werkzaamheden van de Ecofin zal in de komende maanden liggen op Agenda 2000 en op de behandeling van de stabiliteitsprogrammas. De informele Ecofin in april zal onder meer worden benut voor een discussie over het internationale financiële stelsel en over de coördinatie van belastingbeleid.

Door Voorzitter Lafontaine werd aangegeven dat Duitsland absolute voorrang geeft aan werkgelegenheid, waarbij met name aandacht besteed zal moeten worden aan langdurige- en jeugdwerkloosheid. Ook het werkgelegenheidsthema zal tijdens de informele Ecofin aan de orde komen. De betrokkenheid hierbij van de Ecofin verloopt via de opstelling van de werkgelegenheidsrichtsnoeren.

Een tweede aandachtsgebied betreft de EMU. Na de succesvolle start van de euro verdient een aantal punten aandacht. In de eerste plaats dient het streven naar prijsstabiliteit alsmede een solide begrotingsbeleid te worden voortgezet. Daarnaast wordt, nu de monetaire eenwording een feit is, de coördinatie van het economisch beleid steeds belangrijker, waaronder de versterking van de economische structuur .Ook het externe optreden van de euro-zone moet goed geregeld worden. Deze zone is immers met de introductie van de euro van mondiaal belang, hetgeen ook verantwoordelijkheden schept ten aanzien van de Internationale Financiële Instellingen.

Op belastinggebied wil het Voorzitterschap eveneens voortgang boeken, waarbij benadrukt werd dat het streven niet gericht is op harmonisatie van tarieven, maar veeleer op coördinatie en het tegengaan van schadelijke belastingconcurrentie. Concrete resultaten kunnen aldus Voorzitter Lafontaine echter nog niet tijdens dit Voorzitterschap verwacht worden; gewerkt wordt naar besluitvorming op de Europese Raad van Helsinki.

Belangrijk onderwerp is verder de afronding van Agenda 2000, waarbij beleidshervormingen overeengekomen dienen te worden om uitbreiding mogelijk te maken. Benadrukt werd dat de nieuwe Financiële Perspectieven weliswaar ruimte moeten bieden voor solidariteit, maar dat tegelijkertijd de nationale begrotingen niet te zwaar belast mogen worden. Tevens dient gezorgd te worden voor een evenwichtige lastenverdeling.

M.b.t. lopende begrotingskwesties stelde de Voorzitter dat in maart gesproken zal worden over het Rekenkamerrapport over 1997 en dat in mei gesproken zal worden over het Commissie-voorstel voor een nieuw bureau voor fraudebestrijding.

Ten slotte zal op het gebied van de interne markt en de financiële diensten een groep van persoonlijk vertegenwoordigers aan de slag gaan, hetgeen zal moeten resulteren in een rapportage aan de Europese Raad van Keulen in juni.

Commissie Voorzitter Santer onderschreef de voornemens van het Voorzitterschap en voegde daar enkele punten aan toe. De Commissie zal zeer binnenkort in het kader van de post-Cardiff-exercitie rapporten verspreiden inzake de structuur van goederen- en kapitaalmarkten. Verder zal de Commissie binnenkort (naar verwachting in februari) een richtlijn-voorstel indienen dat het mogelijk moet maken om in de lidstaten te experimenteren met een verlaagd BTW-tarief voor bepaalde arbeidsintensieve diensten. In maart zal de Commissie verder, conform de opdracht van de Europese Raad van Wenen, rapporteren over werkgelegenheidseffecten ten gevolge van het afschaffen van de belastingvrije verkopen bij intra-EU-verkeer.

Alle lidstaten verwelkomden de voornemens van het Voorzitterschap en de Commissie in algemene zin. Onderstaand worden per onderwerp de belangrijkste interventies weergegeven.

Agenda 2000 en Begroting voor het jaar 2000

Een aantal lidstaten herhaalde de noodzaak van strikte budgettaire kaders, waarbij enkele verwezen naar het principe van reële stabilisatie van Europese uitgaven. In dit verband werd door minister Zalm en enkele andere ministers de link gelegd met de komende besprekingen over de begroting voor het jaar 2000, waarin het idee van reële stabilisatie meegenomen zal moeten worden. Door minister Zalm werd voorts aandacht gevraagd voor een goede afstemming in de hoofdsteden. Daarbij werd verwezen naar discussies in de landbouwraad waar de Nederlandse minister van Landbouw veelal als enige voor reële stabilisatie van landbouwuitgaven pleit, terwijl in de Ecofin Raad aanzienlijk meer lidstaten dit principe ondersteunen.

Andere lidstaten benadrukten de noodzaak van fundamentele beleidshervormingen, zowel op het terrein van de structuurfondsen als op landbouwgebied. Een grote lidstaat wees op de noodzaak van compromisbereidheid in dit stadium van de onderhandelingen, en gaf aan dat de bijdragen van de lidstaten een redelijke afspiegeling zouden moeten zijn van de welvaartsverhoudingen.

Eén lidstaat bracht een koppeling aan tussen Agenda 2000 en belastingharmonisatie door te stellen dat harmonisatie-afspraken gemaakt zouden moeten worden over BTW, belasting op spaargelden en over energiebelasting. Van al deze belastingen zou dan een deel door de lidstaten aan de EU moeten worden afgedragen, dit ter (gedeeltelijke) vervanging van het huidige BNP-middel.

Belastingen

Enkele lidstaten waaronder Nederland gaven aan groot belang te hechten aan een akkoord over een energiebelasting; één lidstaat benadrukte dat daarbij naar alle energiesoorten gekeken zou moeten worden. Minister Zalm juichte het voornemen om te komen tot een richtlijn terzake van energiebelasting toe, als ook de wens om tot accijns op kerosine te komen. Hij herinnerde aan de afspraken van Wenen inzake de mogelijkheid van lagere BTW voor arbeidsintensieve diensten en spoorde het Voorzitterschap aan dit dossier voortvarend ter hand te nemen.

EMU/Euro

Eén lidstaat pleitte voor een eerdere invoering van de chartale euro (munten/biljetten), namelijk op 1 oktober 2001. Een andere kleine lidstaat gaf aan dat indien een dergelijk besluit genomen zou worden, dat wel snel gedaan zou moeten worden.

Voorbereiding derde fase van de EMU

Statistische vereisten

Het economische, financiële en budgettaire beleid in de derde fase van de EMU stelt eisen aan de statistische informatievoorziening binnen de Europese Unie. Een werkgroep van het Economisch en Financieel Comité heeft hierover aanbevelingen gedaan. Toepassing van deze aanbevelingen betekent een versnelling op korte termijn in de informatievoorziening over met name de overheidsfinanciën, de arbeidsmarkt, enige korte-termijnindicatoren, de betalingsbalans en de handel.

Voorzitter Lafontaine conludeerde dat de Ecofin Raad zonder discussie het rapport van het Monetair Comité (bijgevoegd) kon onderschrijven.

Implementatie van het stabiliteits- en groeipact

Onder dit agendapunt is gesproken over de stabiliteitsprogrammas van Ierland en Oostenrijk. Commissaris De Silguy gaf een toelichting op de aanbevelingen die de Commissie terzake van beide programmas had geformuleerd. Ten aanzien van Ierland sprak hij zijn zorg uit voor het risico van oververhitting van de economie. In dat verband zou het verstandig zijn de lonen te matigen. Wat Oostenrijk betreft beschouwde Commissaris de Silguy de tekortdoelstelling van 1,4% weliswaar in overeenstemming met het stabiliteits- en groeipact, in die zin dat daarmee een dreigende overschrijding van het tekortplafond van 3% bij tegenvallende economische groei niet waarschijnlijk zou zijn, maar hij beschouwde de Oostenrijkse benadering wel als een minimalistische benadering.

De Voorzitter van het Economisch Financieel Comité (EFC), Lemièrre, verwoordde ook zorg over het inflatierisico in Ierland. Ten aanzien van Oostenrijk merkte hij op dat de praktijk in dat land heeft geleerd dat op het punt van de overheidsfinanciën veelal beter wordt gepresteerd dan de vooraf aangekondigde doelstellingen.

Minister Zalm complimenteerde Ierland met het stabiliteitsprogramma. Wel vroeg hij toelichting op de veronderstelde stijging van de arbeidsproductiviteit in Ierland die ook voor de komende jaren hoog wordt ingeschat, ondanks het feit dat de Ierse economie inmiddels het niveau van het Europees gemiddelde nadert

De Ierse minister antwoordde hierop dat de gunstige groeiprestaties in de afgelopen jaren ruimte voor betere scholing van de beroepsbevolking heeft gecreëerd, hetgeen zal leiden tot een hogere productiviteit.

Ten aanzien van het Oostenrijkse programma tekende minister Zalm aan dat hij een tekortdoelstelling van 1,4% in 2002 niet beschouwt als zijnde close to balance or in surplus. Hij vroeg tevens naar een verklaring voor de relatief hoge groeicijfers waarop het Oostenrijkse programma was gebaseerd. Overigens complimenteerde hij de Oostenrijkers met de voornemens voor belastinghervorming.

De Oostenrijkse minister achtte, mede gelet op de geringe conjuncturele gevoeligheid van de overheidsfinanciën in zijn land, een tekortdoel van 1,4% als bovengrens in overeenstemming met het stabiliteits- en groeipact. Hij wees er op dat de groeiprestaties van zijn land in het verleden veelal beter zijn geweest dan gemiddeld in de geïndustrialiseerde landen. Voor de komende jaren wil Oostenrijk het programma strikt uitvoeren teneinde geleidelijk de weg van consolidatie te blijven bewandelen.

De Raad stemde vervolgens in met de bijgevoegde opinies.

Agenda 2000

Voorzitter Lafontaine gaf aan dat het Voorzitterschap voor de Ecofin Raad een belangrijke rol zag weggelegd in de onderhandelingen over het toekomstige financiële kader en de oplossing van het vraagstuk van de onevenwichtige lastenverdeling. Hij benadrukte dat de begrotingsdiscipline die op nationaal niveau werd betracht, ook op Europees niveau vertaling zou moeten vinden. Voorts zou paal en perk moeten worden gesteld aan bestaande onevenwichtigheden in de financiering van Europese uitgaven. Deze beide onderwerpen, het financiële kader en de lastenverdeling, zullen onderwerp van inhoudelijke discussie zijn in de Ecofin Raad van 8 februari aanstaande. Met het oog op het streven in maart een politiek akkoord te bereiken, riep de Voorzitter de lidstaten op zich in de komende weken te beraden over mogelijkheden van flexibiliteit in de tot nu toe ingenomen standpunten.

In een korte ronde brachten enkele lidstaten een aantal van hun reeds eerder ingenomen standpunten nog eens onder de aandacht. De Voorzitter sloot dit agendapunt af onder verwijzing naar de inhoudelijke discussie in de volgende vergadering.

Introductie euromunten en -bankbiljetten

Op initiatief van één lidstaat is gesproken over de mogelijkheid de introductie van chartale betaalmiddelen van de euro eerder te doen plaatsvinden dan op 1 januari 2002. De Commissie en een grote meerderheid van de lidstaten bleken van oordeel te zijn dat een versnelling van het proces van introductie van euromunten en -bankbiljetten op grote praktische bezwaren zou stuiten. De Commissie is gevraagd deze praktische problemen te onderzoeken en daarover zo spoedig mogelijk aan de Raad te rapporteren.

Deel: ' Verslag van de Euro-11 en de Ecofin Raad van 18 januari 1999 '




Lees ook