SER


18 februari 2000

VERSLAG RAADSVERGADERING VRIJDAG 18 FEBRUARI

De SER heeft vandaag een unaniem advies vastgesteld over sociaal-economische beleidscoördinatie in de Europese Unie. In dit unanieme advies bepleit de raad een effectieve betrokkenheid van de sociale partners bij de beleidscoördinatie in de Europese Unie. Dat is nodig om duurzame economische groei, werkgelegenheid en sociale samenhang te bereiken. De betrokkenheid van sociale partners op zowel nationaal als Europees niveau is daarbij volgens de raad van groot belang. Op Europees niveau kan de recent ingestelde macro-economische dialoog goede diensten bewijzen. Daarnaast dient het Economisch en Sociaal Comité (ESC) als flankerend adviesorgaan te worden hervormd, aldus de raad.

Namens de ondernemersorganisaties stelde K.B. van Popta (MKB Nederland) dat het hard nodig is om naar de organisatie van de beleidsvoorbereiding in de Europese Unie te kijken. Niet alleen vanwege stapeling van beleid en verkokering van beleidsprocessen, maar ook omdat de beleidsprocessen uitbreidingsproef moeten zijn. Want met niet 15 maar zon 25 lidstaten aan tafel wordt de EU veel diverser en pluriformer van karakter. Van Popta vond het advies terecht kritisch over de voorstellen van de Europese Commissie om het ESC te hervormen. Volgens hem komen de voorstellen neer op een verwatering van het ESC: het profiel en de positie van de sociale partners worden onduidelijk, waardoor de zeggingskracht van de adviezen zal afnemen.

FNV-bestuurder H.T. van der Kolk was het daar mee eens. Hij was tevreden over de aandacht voor de Sociale Raad. Hij vond dat de SER in een volgend advies moet pleiten voor een fusie van de Sociale Raad en de Ecofin-Raad, zodat één Raad voor het sociaal-economisch beleid ontstaat. Van der Kolk benadrukte het grote belang van regulerende afspraken tussen de lidstaten over hun belastingbeleid, juist om de belastingsoevereiniteit van de lidstaten te waarborgen. Verder vond hij dat de SER ook om advies moet worden gevraagd over de inhoudelijke kant van de economische beleidscoördinatie.

President van De Nederlandsche Bank dr. A.H.E.M. Wellink was redelijk tevreden over de beleidscoördinatie zoals die thans vanuit monetaire optiek gezien bij de Europese Centrale Bank plaatsvindt. Hij vond het jammer dat de beleidscoördinatie soms wel als argument wordt gebruikt om besluitvorming uit te stellen. Het SER-advies vond hij bijzonder; zoiets zou volgens hem in andere landen niet geproduceerd kunnen worden.

De voorzitter van de commissie van voorbereiding, prof.drs. V. Halberstadt, zei dat de uitbreiding van de EU een "ongelofelijke druk" legt op de procedures en de processen. De commissie was "buitengewoon geschrokken" van de "wirwar" van processen binnen de EU, "laat staan van die binnen de lidstaten zelf".

Deel: ' Verslag vergadering Sociaal Economische Raad (SER) '




Lees ook