Ministerie van Buitenlandse Zaken


Aan de Voorzitter van de

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Binnenhof 4

DEN HAAG

Directie Europa

Afdeling Midden-Europa

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061


2500 EB Den Haag

Datum 14 april 1999
Kenmerk DEU-204/99
Blad 1
Bijlage(n) 1
Betreft Verslag werkbezoek aan Macedonië

Zeer geachte Voorzitter,

Het is mij een genoegen U namens Minister Herfkens het verslag aan te bieden van het werkbezoek dat zij op 6 en 7 april jl. bracht aan Macedonië.

De Minister voor Ontwikkelingssamenwerking a.i.

J.J. van Aartsen

Op 6 en 7 april jl. bracht ik een kort werkbezoek aan Macedonië om mij op de hoogte te stellen van de aldaar als gevolg van het conflict in Kosovo ontstane situatie.

Mij bereikten duidelijke signalen over oplopende spanningen binnen de samenleving en een sterke terugval van de economie. Ook geluiden over de wijze waarop de regering reageerde op de grote toestroom van vluchtelingen baarden mij zorgen.

Onder voorbehoud van goedkeuring door Uw Kamer plaatste ik Macedonië onlangs op de lijst van landen waarmee Nederland een langdurige structurele bilaterale ontwikkelingsrelatie wil blijven onderhouden, daar het land voldoet aan de drie gestelde criteria (armoedecriterium, goed beleid, goed bestuur). Daarnaast meen ik dat Macedonië een essentiële rol vervult in het handhaven van stabiliteit in de regio. Sinds de onafhankelijkheid in 1991 tracht in Macedonië een meerderheid van slavisch Macedoniërs in harmonie samen te leven met Albanese (23 % van de bevolking), Servische en Turkse minderheden. Macedonië is de enige voormalige Joegoslavische deelrepubliek waar interetnische spanningen niet tot een gewelddadige confrontatie aanleiding hebben gegeven.

Ervan uitgaande dat een democratisch, multi-cultureel en welvarend Macedonië bijdraagt aan stabiliteit in de regio en in Europa, is het van belang dat naast de vanzelfsprekende aandacht voor het verschrikkelijke lot van de honderdduizenden slachtoffers van de etnische schoonmaak in Kosovo (waarvoor Nederland reeds 20 miljoen gulden via internationale organisaties toezegde) ook ondersteuning wordt geboden aan Macedonië vanuit het oogmerk van conflictpreventie.

Ik voerde gesprekken met President Gligorov, Premier Georgievski, Vice-Premier Kiprijanova-Radovanovik -verantwoordelijk voor de coòrdinatie van de hulp-, Vice-Premier Ibraimi -tevens Minister van Arbeid en Sociale Zaken-, Minister Danevska van Ontwikkeling, Minister Stojmenov van Financiën, Parlementsvoorzitter Klimovski en de gouverneur van de Centrale Bank. Ook sprak ik met de leider van de Albanees-Macedonische regeringspartij DPA, Xhefierri en met vluchtelingen. Tevens bracht ik bezoeken aan het Nederlandse NAVO-detachement bij het vliegveld Petrovacen en aan het mede door Nederlandse militairen opgezette vluchtelingenkamp Jazhince. Leden van mijn delegatie bezochten de kampen Stankovic en Brazda.

Ik hecht eraan te benadrukken dat ik in al mijn gesprekken met Macedonische autoriteiten heb aangegeven dat voor de Nederlandse regering een goede en zorgvuldige opvang van vluchtelingen een wezenlijk punt van aandacht vormt.

Interne situatie Macedonië

Toen de nieuwe regering van Macedonië per november 1998 aantrad leek in Macedonië sprake te zijn van een economisch groeiperspectief. Vanaf haar onafhankelijkheid heeft de voormalige armste deelrepubliek van Joegoslavië te kampen gehad met externe problemen.

Het "land-locked" Macedonië is altijd al sterk afhankelijk geweest van export naar en via de haar omringende landen. De toch al wankele economie die de omslag moest maken van een centraal geleide economie naar een sociale markteconomie werd ernstig benadeeld door de VN-boycot van 1992-1995 tegen de FRJ (de grootste exportpartner) en de unilaterale blokkade door Griekenland (1993-1995). Dankzij de inspanningen van achtereenvolgende regeringen slaagde het land erin een goed macro-economisch stabilisatiebeleid en een op structurele hervormingen gerichte politiek te voeren. In 1998 nog toonden zowel IMF als Wereldbank zich enthousiast over de voortgang van het transformatieproces.

In de nieuwe regering van Macedonië vonden uitersten elkaar: de slavisch-Macedonische VMRO-DPME en de Albanees-Macedonische DPA vormden samen met de liberaal getinte DA een regeringscoalitie. De regering committeerde zich op drie terreinen snel succes te boeken:


- het verminderen van de interetnische spanningen;


- het realiseren van economische groei;


- de versnelling van de toetreding tot de EU.

Aanvankelijk leek de regering op deze terreinen ook daadwerkelijk vooruitgang te boeken. Een van de eerste daden van de regering was het verlenen van amnestie aan de (etnisch Albanese) burgemeesters van Gostivar en Tetovo die een straf uitzaten voor het niet verhinderen van openlijke gewelddadige conflicten tussen etnisch Albanezen en slavisch Macedoniërs over het gebruik van vlaggen (1997).

Daarnaast vond de benoeming van een etnisch Albanees in een hoge politiefunctie plaats en gaf de regering aan dat een bevredigende oplossing moest worden gevonden voor het voortslepend conflict over hoger onderwijs in het Albanees.

Op economisch terrein leek de "Taiwan-deal", de belofte van US$ 1,6 miljard aan investeringen, voor de gewenste beeldvorming te zorgen (hoewel deze belofte nog niet is geconcretiseerd). Ten slotte vroeg Macedonië om opwaardering van de betrekkingen met de EU en de NAVO; het land wil duidelijk gaan behoren tot de Westerse structuren en verwacht tegemoetkomendheid vanwege de last die het in verband met Kosovo op zich heeft genomen.

Het militair geweld ten aanzien van Kosovo en de grote toestroom van vluchtelingen uit Kosovo heeft in Macedonië geleid tot paniek bij de regering en irritatie bij de bevolking. Er is angst voor een toename van de interetnische spanningen.

Een eerste schatting van de Wereldbank becijfert het financieringstekort van deoverheid voor 1999 op ten minste US$ 120 miljoen. De export holt achteruit, investeerders kiezen het hazenpad, fabrieken dreigen te sluiten en de werkloosheid nam toe tot meer dan
35%. In dat verband is het overigens schrijnend dat thans grote hoeveelheden voedsel en hulpgoederen worden ingevlogen terwijl de lokale productie als gevolg van de verminderde afzetmogelijkheden goeddeels tot stilstand is gekomen. De Wereldbank overweegt een overbruggingskrediet van US$ 40 miljoen, doch dat zal niet voldoende zijn.

Tegen deze achtergrond, een potentieel sociaal-economisch rampscenario, heeft de Nederlandse regering een concreet gebaar willen maken naar de Macedonische autoriteiten door direct tien miljoen gulden begrotingssteun aan te bieden. Tevens werd via de Nederlandse bewindvoerder bij de Wereldbank, die ook Macedonië vertegenwoordigt, het initiatief genomen om te komen tot een speciale donoren-bijeenkomst t.b.v. Macedonië. Deze bijeenkomst zal, volgens de laatste berichten, op 5 mei plaatsvinden.

Humanitaire situatie

De tegenwerking of tenminste stroeve medewerking van Macedonië bij de toegang en opvang van de vluchtelingen heeft alles te maken met de levensgrote angst van Macedoniërs voor verstoring van het fragiele etnische evenwicht. Niettemin heb ik de regering bekritiseerd en aangesproken op het feit dat vluchtelingen niet werden toegelaten, dat hun opvang te kort schoot en dat mensenrechten altijd, overal en voor iedereen gelden. Voor de grote zorg binnen de Macedonische regering heb ik echter ook begrip getoond. Ik heb aangegeven dat de internationale gemeenschap, die dit Balkanland lange tijd verwaarloosde, de regering stante pede zou moeten ondersteunen om haar in staat te stellen haar beloftes na te komen. Hierbij rust ook een verantwoordelijkheid op Macedonische schouders; de regering zal door de internationale gemeenschap op haar daden worden beoordeeld.

Zelf bezocht ik het vluchtelingenkamp dat mede wordt opgebouwd door een Nederlands contingent militairen. Ik sprak daar met vluchtelingen die mij vertelden over de gruwelijke gebeurtenissen die hen in Kosovo waren overkomen.

Een deel van mijn delegatie bezocht op woensdagochtend 7 april de grensplaats Blace en de net opgebouwde kampen Stankovic en Brazda met een capaciteit van respectievelijk 30.000 en 8.000 vluchtelingen. Die nacht was het stuk 'niemandsland' bij Blace, waar zich dagenlang vluchtelingen uit Kosovo onder erbarmelijke omstandigheden hadden opgehouden, ontruimd. Tot dan toe hadden de autoriteiten vluchtelingen in zeer langzaam tempo binnengelaten, omdat zij naar eigen zeggen de vluchtelingen wilden registreren en bovendien, begrijpelijkerwijs, bang waren voor de instroom van Servische agitatoren. Bovendien waren de Macedonische autoriteiten, net als de internationale gemeenschap inclusief ondergetekende,'overwhelmed' door het feit dat zich een etnische schoonmaak op deze schaal voordeed.

Aan het eind van mijn bezoek zei Vice-premier Kiprijanova- Radovanovik op de persconferentie luid en duidelijk dat "...Blace nooit meer mag voorkomen, niet in Macedonië, niet in de Balkan, nergens....".

De militairen zetten nu in snel tempo tentenkampen op. De coòrdinatie en samenwerking tussen alle partijen die betrokken zijn bij de opvang van de vluchtelingen loopt daarbij niet overal soepel. Ook de samenwerking tussen UNHCR en internationale ngo's enerzijds en de Macedonische overheid anderzijds is stroef en vol wederzijds onbegrip. UNHCR maakt zich terecht zorgen over het onvoldoende overzicht dat de organisatie heeft over de verblijfplaatsen van de vluchtelingen, de ngo's zijn gefrustreerd omdat zij veel willen doen maar niet mogen of kunnen, de regering begrijpt niet goed wat van haar verwacht wordt (bijvoorbeeld het al dan niet in eigen hand nemen van de registratie van vluchtelingen), heeft te weinig overzicht over het opereren van de donorgemeenschap in Macedonië en dreigt daardoor de greep op de situatie te verliezen. Daarbij speelt tevens een rol dat Macedonië in de eerste moeilijke jaren na de onafhankelijkheid weinig belangstelling en steun van donoren heeft ondervonden en ook het thans binnenstromende leger van hulpverleners vooralsnog weinig aandacht heeft voor de penibele situatie waarin Macedonië zelf als gevolg van de vluchtelingenstroom terecht is gekomen. Ik heb geprobeerd in de gesprekken wederzijds begrip te kweken.

Ik heb grote waardering voor de inzet van de NAVO-troepenmacht bij het snel opzetten van de fysieke infrastructuur (tenten, water, sanitatie) om de vluchtelingen op te vangen. De voedseluitdeling, registratie van vluchtelingen en vermisten (inclusief opsporingsactiviteiten) en de medische zorg komen langzaam op gang. NAVO en civiele organisaties werken naar vermogen samen. Het is echter nog geenszins voldoende. Ik zal dan ook nauwlettend blijven volgen hoe de opvangcapaciteit wordt vergroot en hoe de samenwerking tussen alle betrokkenen verloopt is. UNHCR breidt zijn staf voortdurend uit om deze samenwerking te kunnen coòrdineren. Ook zal ik nauwlettend contact blijven houden met de Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen, mevrouw Ogata. De medewerking van de Macedonische regering is daarbij essentieel.

Voor de vluchtelingen zelf overheerst echter niet de zorg over de gebrekkige opvang maar de angst voor de toekomst.

In Blace kwamen woensdagochtend geen vluchtelingen meer de grens over, omdat de Servische autoriteiten de grens gesloten hadden. De situatie van de achtergeblevenen in Kosovo baart mij grote zorgen. Humanitaire hulporganisaties kunnen hen niet bereiken.

Deel: ' Verslag werkbezoek van Aartsen aan Macedonië '




Lees ook