Ministerie van VWS

Nadere informatie over vervolgnotitie arbodienstverlening en gezondheidszorg

De Voorzitter van de Vaste Commissie
voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Postbus 20018
2500 EA Den Haag

DBO-CB-U-2029538

18 januari 2000

Naar aanleiding van onze vervolgnotitie van 24 november jl. over arbodienstverlening en reguliere gezondheidszorg heeft u verzocht om op de hoogte te worden gesteld wanneer de Vaste Commissie nadere informatie over de verdere ontwikkelingen terzake tegemoet kan zien.

Naar aanleiding van uw brief bericht ik u hierover het volgende.

Met mijn brief van 16 december jl. heb ik de voorzitter van het platform aanpak wachttijden gevraagd om op korte termijn te komen met een uitgewerkt voorstel over de verbetering van de expertise van reguliere zorgaanbieders op het terrein van arbeidsrelevante aandoeningen. In onze brief van 24 november was deze brief aangekondigd. Een afschrift van mijn brief van 16 december jl. aan de voorzitter van het platform aanpak wachttijden heb ik bijgevoegd.

In het platform is inmiddels de afspraak gemaakt dat voor eind januari as. een concrete aanpak van de werkzaamheden zal zijn vastgesteld en aan ons voorgelegd. Zodra ik de aanpak heb ontvangen zend ik u deze toe.

Met deze brief informeer ik u voorts over de uitkomsten van mijn gesprek met de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ) naar aanleiding van het algemeen overleg met u over de notitie inzake het grensvlak tussen arbo-zorg en de reguliere gezondheidszorg (26200 XVI, nr 86). Daarin had ik toegezegd op een drietal punten met de NVZ in overleg te treden.

Het betreft de volgende punten:
- het aannemen van personeel op tijdelijke basis - verlengde openingstijden
- deregulering van het WZV-huisvestingsbudget.

In het navolgende doe ik u hiervan verslag.

- Het aannemen van personeel op tijdelijke basis Over de perspubliciteit rond dit onderwerp is inmiddels gesproken tussen de NVZ en CFO. Gebleken is dat er wederzijds sprake was van een misverstand; anders dan uit de publiciteit is op te maken ging het in casu enkel om de wijze van opvangen van pieken in de belasting van de organisatie. Daarbij is maatwerk nodig. In dat verband is gesproken van het inzetten van tijdelijk personeel. Voor beide organisaties is en blijft vermindering van het verloop van personeel een uitdrukkelijke doelstelling. Een en ander is ook in het kader van de cao afgesproken.

- verlengde openingstijden

Ik heb met de NVZ afgesproken om de 50 mln. die in 1999 ten behoeve van de wachtlijsten cure incidenteel zijn gereserveerd, voor zover nog niet aangewend, in te zetten in 2000. Afgesproken is dat deze gelden worden ingezet bij die algemene en categorale ziekenhuizen en academische ziekenhuizen (en medisch specialisten) die komen met concrete plannen inzake bedrijfstijdverlenging, ofwel aan kunnen geven voldoende medisch specialisten en overig personeel beschikbaar te hebben voor zon bedrijfstijdverlenging. In het lokaal overleg moeten met de ziektekostenverzekeraars concrete extra afspraken worden gemaakt. Met een tijdelijke verlenging van de bedrijfstijden moet het naar mijn oordeel mogelijk zijn om een flinke slag te slaan in de aanpak van de lange wachttijden.

- deregulering van het WZV-huisvestingsbudget De NVZ had rond de behandeling van de bovengenoemde brief in de publiciteit het idee geopperd om niet-gebruikte huisvestingsmiddelen in te zetten voor het oplossen van wachtlijsten. Daarbij had de NVZ er evenwel geen rekening mee gehouden dat het hier niet gaat om concreet beschikbaar gesteld geld doch om trekkingsrechten in het kader van de meldingsregeling voor bouw. Inmiddels heeft de NVZ mij laten weten dat haar idee was gestoeld op een misverstand. De NVZ blijft het van belang vinden dat de gereserveerde middelen worden aangewend voor de instandhouding van het gebouwenbestand.

De Minister van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport,

dr. E. Borst-Eilers

Deel: ' Vervolgnotitie over arbodienstverlening en gezondheidszorg '




Lees ook