Ministerie van Binnenlandse Zaken


Raad voor het openbaar bestuur: Verzakelijking overheid bedreigt positie allochtonen

22 maart 1999
Het wordt hoog tijd dat het integratiebeleid het stadium van goede-bedoelingenbeleid ontgroeit. Op alle niveaus moet de overheid realistische en toetsbare doelstellingen formuleren. Aldus de Raad voor het Openbaar Bestuur in zijn vandaag verschenen advies Retoriek en realiteit van het integratiebeleid. De Raad wijst erop dat de verzakelijking van de uitvoering van het overheidsbeleid gemakkelijk ertoe leidt dat allochtonen te weinig aandacht krijgen. Naarmate overheidsdiensten meer worden afgerekend op 'output', wordt de verleiding groter om de bureaucratisch minder competente burgers tekort te doen. Vaak zijn dat juist allochtonen. Het afrekenen op 'output' kan overheidsdiensten ook een prikkel tot samenwerking ontnemen, terwijl samenwerking vaak juist nodig is om de complexe vraagstukken rond integratie aan te pakken.
De Raad pleit ervoor bij de financiering van diensten en organisaties beter rekening te houden met zulke onbedoelde verschijnselen van verzakelijking. Er dienen financiële prikkels te worden ingebouwd, waardoor integratievraagstukken voldoende aandacht krijgen en onderlinge samenwerking wordt gestimuleerd, bijvoorbeeld tussen instellingen en diensten die in één wijk werkzaam zijn. Daarnaast moeten deze instellingen en diensten meer informatie, personeel en deskundigheid inzake integratievragen met elkaar uitwisselen.
De Raad komt tot deze aanbevelingen op grond van een analyse van het integratiebeleid, vroeger minderhedenbeleid geheten. In feite staat dit beleid wat zijn praktische toepasbaarheid betreft nog in de kinderschoenen. Het beleid kent twee hoofddoelstellingen die niet altijd met elkaar zijn te verenigen. De ene doelstelling is het bevorderen van multiculturaliteit, de andere het bevorderen van maatschappelijke participatie. In de praktijk wordt vaak gekozen voor een veel beperkter vorm van multiculturaliteit dan de beleidsretoriek doet vermoeden. Het politiek-liberale concept van onze rechtsstaat stelt duidelijke grenzen aan de mogelijkheden van pluriformiteit, in elk geval in het publieke gedeelte van de samenleving.
Omdat cultuurverschillen in de publieke ruimte maar beperkt kunnen worden gehonoreerd, wordt het integratieproces soms vertraagd. De Raad wijst in dit verband onder meer op een dilemma rond het bevorderen van arbeidsparticipatie. Enerzijds zouden flexibilisering van de arbeidsmarkt en het verruimen van mogelijkheden voor het zelfstandig ondernemerschap van allochtonen gemakkelijker toegang kunnen geven tot arbeid. Anderzijds roepen dergelijke (generieke) maatregelen in de praktijk ook weer bezwaren op, omdat zij ten koste kunnen gaan van een andere overheidstaak, namelijk de bescherming van de beroepsbevolking. Aan exclusief op allochtonen gerichte matregelen valt niet te denken. Het gelijkheidsbeginsel wint het hier duidelijk van de multiculturaliteit.
Waar enerzijds de grondslagen van het staatsbestel niet ter discussie worden gesteld, moet anderzijds binnen Nederlandse instellingen beter en ruimhartiger worden omgegaan met verschillen in waarden- en gedragspatronen van de cliënten van zulke instellingen. Nodig is dat Nederlandse instanties - zowel in de publieke als in de private sfeer - een grotere gevoeligheid ontwikkelen voor verschillen in gedrag die voortvloeien uit verschillen in culturele achtergrond. Het in dienst nemen van meer allochtone medewerkers zou zulke instellingen kunnen helpen zich beter van die taak te kwijten. Aan de andere kant moet de allochtone bevolking van Nederland duidelijk worden gemaakt dat het politiek-liberale concept van de Nederlandse rechtsstaat niet ter discussie staat. Van hen mag worden verwacht dat zij zich meer inspannen om mee te doen aan de Nederlandse samenleving, vooral op lokaal niveau, in buurten en in wijken.
De Raad pleit voor het instellen van overlegplatforms op lokaal, buurt- en wijkniveau, waarbinnen de gehele bevolking is vertegenwoordigd. Gemeenten dienen zich uitdrukkelijk in te spannen voor het tot stand brengen van zulke platforms. De Raad meent dat de landelijke overlegfora met vertegenwoordigers van minderhedenorganisaties hun tijd voor een groot deel hebben gehad. Van dit overleg komen te weinig nieuwe impulsen. Het zijn de lokale overheden die steeds meer de spil zullen zijn waarom het draait bij het vormgeven van het integratiebeleid. Deze staan dichter bij de burgers dan de rijksoverheid, en zij kunnen ook beter rekening houden met de sterk toenemende differentiatie binnen de allochtone bevolking van Nederland en de mede hierdoor sterk variërende behoeften. Vanuit deze optiek is een medeverantwoordelijkheid van de gemeenten bij de nieuw te vormen Centra voor Werk en Inkomen zeker te verdedigen. Het advies is te verkrijgen bij het secretariaat voor de Raad voor het openbaar bestuur, Kalvermarkt 53, Den Haag.
Postbus 20011,
2500 EA, Den Haag.
Tel.: 070-3027540.
Ook te bestellen per E-mail: postbus-rob@minbzk.nl

Deel: ' 'Verzakelijking overheid bedreigt positie allochtonen' '




Lees ook