Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij

De Voorzitter van de Vaste Commissie voor Landbouw, Natuurbeheer en Visserij
Postbus 20018
2500 EA Den Haag
uw brief van

uw kenmerk

ons kenmerk
DL. 2001/2940
datum
18-07-2001

onderwerp
Verzekering bij extreme weersomstandigheden
TRC 2001/6585 doorkiesnummer

bijlagen

Geachte Voorzitter,

In uw bovengenoemde brief vraagt u om de stand van zaken aangaande de oogstschadeverzekering bij extreme weersomstandigheden. Bij deze informeer ik u terzake.

up

datum
18-07-2001

kenmerk
DL. 2001/2940

bijlage

Op 20 juni jl. is er in goede sfeer bestuurlijk overleg geweest met LTO Nederland over de oogstschadeverzekering. In dit overleg is aangegeven wat op hoofdlijnen de mogelijkheden van het Rijk zijn voor een financiële bijdrage aan een door het bedrijfsleven op te richten oogstschadeverzekering. Daarbij is met name de mogelijkheid besproken van een garantstelling door de overheid vanaf een bepaalde schade-omvang. Door een garantstelling kan de premie omlaag en kan het draagvlak voor een verzekering worden vergroot, hetgeen de slagingskans voor een verzekering vergroot. Het blijkt echter dat er een groot verschil zit tussen de mogelijkheden van het Rijk en de wensen van het landbouwbedrijfsleven.

Met als uitgangspunt de eigen verantwoordelijkheid van de sector is op basis van een kosten/batenanalyse de mogelijke overheidsbijdrage bepaald. De conclusie van deze analyse is dat een garantstelling door het Rijk van een schade-omvang vanaf een paar honderd miljoen gulden (exclusief het eigen risico van de verzekerden) redelijk is. Gezien het belang dat ik hecht aan de eigen verantwoordelijkheid van de sector, acht ik een met deze garantstelling door het Rijk overeenkomende subsidiecomponent tot ongeveer 50% acceptabel. Naar verwachting is een dergelijke subsidiecomponent ook in overeenstemming met de Brusselse regels voor staatssteun.

Tijdens het overleg van 20 juni jl. heeft LTO Nederland aangegeven een oogstschadeverzekering betaalbaar te achten bij een premie van 2 à 3 gulden per 1.000 gulden verzekerd bedrag. Om dit mogelijk te maken zou het Rijk een garantstelling moeten geven vanaf 75 miljoen gulden schade (exclusief het eigen risico van de verzekerden). In tegenstelling tot LTO Nederland acht ik een oogstschadeverzekering voor verzekerden betaalbaar bij een premie van ongeveer 8 à 9 gulden per 1.000 gulden verzekerd bedrag, hetgeen overeenkomt met een garantstelling door het Rijk vanaf een paar honderd miljoen gulden.

Ik sluit hiermee aan op de uitkomsten van het onderzoek uitgevoerd door het Institute for Risk Management in Agriculture (IRMA), waaruit blijkt dat een redelijk deel van de potentieel verzekerden bereid is 8 à 9 gulden premie te betalen. Hierbij wil ik verwijzen naar het IRMA-rapport 'Risicofinanciering van oogstschade door extreme weersomstandigheden' van juni 2000 bijgevoegd bij mijn brief van 3 april jl. (DL. 2001/726).

Er is vooralsnog geen overeenstemming tussen het landbouwbedrijfsleven en het Rijk over de financiële overheidsbijdrage. Daarom zal er op korte termijn geen oogstschadeverzekering komen. In het overleg heb ik er derhalve op gewezen dat het landbouwbedrijfsleven in principe zelf verantwoordelijk is voor eventuele toekomstige oogstschade als gevolg van extreme weersomstandigheden. Desalniettemin wacht ik nadere initiatieven en voorstellen van het bedrijfsleven, die dichter bij de mogelijkheden van het Rijk liggen, met vertrouwen af.

Ik vertrouw erop u voldoende geïnformeerd te hebben.

De minister van Landbouw, Natuurbeheer
en Visserij,

mr. L.J. Brinkhorst



Deel: ' Verzekering bij extreme weersomstandigheden '




Lees ook