HBO-Raad


Persberichten

20-01-1999
Opleidingen algemene operationele technologie: op weg naar een integrale aanpak

De vier opleidingen Algemene Operationele Technologie zijn onlangs gevisiteerd. Alle opleidingen bieden een breed curriculum aan dat qua technisch en bedrijfskundig niveau voldoende is, maar dat op het punt van niet-technische aspecten verbetering behoeft. Verbeteringen waar de opleidingen druk mee bezig zijn of bezig gaan, aldus één van de belangrijkste bevindingen van de visitatiecommissie Algemene Operationele Technologie in haar rapport ‘Naar een integrale aanpak’.
Vandaag bood de voorzitter van de commissie, dr. ing. J. Klimstra, het rapport aan de voorzitter van de HBO-raad, prof. dr. F. Leijnse aan.

Over de kwalificaties van de afgestudeerden heeft de commissie in zijn algemeenheid een positief oordeel. De technische en bedrijfskundige bagage is voldoende om als beginnend beroepsbeoefenaar in de praktijk te kunnen functioneren. Voor niet-technische aspecten, met name sociale en communicatieve vaardigheden en de beheersing van het Nederlands geldt dat echter minder. Bemoedigend is dat de opleidingen het belang van deze vakken inzien en aan verbetering werken. Werkveldvertegenwoordigers en afgestudeerden delen deze mening. De laatsten lieten weten dat ze snel aan de slag kwamen en dat de aansluiting tussen opleiding en werkkring over het algemeen goed is.

Niet alles is echter positief. Veel kritiek heeft de commissie geleverd op het buitenschoolse curriculum. Dat betreft niet alleen de praktijkgerichtheid in de eerste twee jaar, maar ook de stage in het derde jaar. De opleidingen geven naar de mening van de commissie veel te weinig sturing aan de inhoud van die stages, waardoor ze te weinig een integraal onderdeel van het totale curriculum vormen. Een belangrijk minpunt vond de commissie dat de landelijke opleidingskwalificaties in onvoldoende mate zijn omgezet in specifieke opleidingseindtermen en te weinig duidelijk een doorwerking krijgen in het curriculum, waardoor een aantal kwaliteitsproblemen ontstaat. Een andere oorzaak van dergelijke problemen ligt in het feit dat er te weinig in documenten vastgelegd is. Teveel wordt nog informeel en ad hoc geregeld. Dat geldt met name ook voor het kwaliteitszorg-en personeelsbeleid.
De commissie vindt het van groot belang dat de opleidingen zelf al een belangrijk deel van deze problemen hebben gesignaleerd en werken aan verbetering of er plannen voor hebben ontwikkeld.

De commissie heeft dan ook vier opleidingen aangetroffen die zich alle in een meer of minder ver gevorderd stadium van vernieuwing bevonden. Een vernieuwing die niet alleen onderwijsinhoud en -proces betreft, waarbij het streven naar integratie van kennis en vaardigheden een belangrijke rol speelt, maar ook organisatorische aspecten. Ze vindt dat, gezien diverse ontwikkelingen in de beroepspraktijk en het onderwijs een goede zaak. Wel zou er ook bij deze vernieuwingen bij het merendeel van de opleidingen meer sturing moeten uitgaan van het opleidingsmanagement.

Een probleem dat alle opleidingen betreft, is de sterke daling van de instroom gedurende de laatste jaren. Dat heeft te maken met de algemene daling van de instroom in technische opleidingen, maar er is ook een meer specifiek probleem en dat is, zoals alle opleidingen aangeven, de nog altijd geringe naambekendheid van de opleidingen Algemene Operationele Technologie. Die onbekendheid bestaat niet alleen de bij de potentiële studenten en dan met name bij de havisten, maar ook bij het afnemende werkveld. De commissie steunt dan ook de initiatieven van de opleidingen om hun bekendheid te vergroten.

De visitatiecommissie is als volgt samengesteld:

Voorzitter, tevens lid van de commissie:

- de heer dr. ing. J. Klimstra, hoofd afd. industriële gastoepassingen Gasunie Research te Groningen.

Leden van de commissie:

- de heer W. van der Plas, plant manager Noordgastransport BV te Uithuizen.

- de heer drs. B. Scheltens, programma-manager Hoogovens Industriële Opleidingen te IJmuiden, oud-docent HBO.

- de heer Q. Eppinga, vierdejaarsstudent AOT, Hanzehogeschool, Hogeschool van Groningen te Groningen.

Deel: ' Visitatierapport Opleidingen Alg Operationele Technologie '




Lees ook