Vlaamse regering

PERSMEDEDELING

VAN HET MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP

29 JUNI 1999

Milieuhandhavingsrapport 1998 klaar

De Vlaamse Milieu-inspectie heeft zopas haar Milieuhandhavingsrapport 1998 gepubliceerd. Dit activiteitenrapport is reeds het zesde op rij. Het Milieuhandhavingsrapport bericht jaarlijks over de inspanningen en resultaten van de overheid bij het handhaven van de steeds complexere milieureglementering.

De Milieu-inspectie is een afdeling van de Vlaamse administratie voor Milieu-, Natuur-, Land- en Waterbeheer, kortweg AMINAL. Zij richt haar aandacht in de eerste plaats op zogenaamde klasse 1-inrichtingen. Dit zijn bedrijven die omwille van de aard van hun activiteiten de belangrijkste schade en hinder voor mens en milieu kunnen veroorzaken. Vlaanderen telt er naar schatting meer dan 100 000.

Bedrijfscontroles

De milieu-inspecteurs hebben 24 uur op 24 toegang tot bedrijfsterreinen. Zij kunnen metingen en monsternames uitvoeren of laten uitvoeren en doen vaststellingen. Bij overtredingen op de milieuwetgeving maken zij processen- verbaal. Bijzonder is dat zij niet moeten wachten op een gerechtelijke uitspraak om in actie te treden. Zij hebben immers administratieve afhandelingsbevoegdheid en maken daar terdege gebruik van. Dit houdt in dat zij aanmaningen kunnen geven, voorstellen doen om de milieuvergunning te schorsen of op te heffen en tot slot, in zeer ernstige gevallen, dwangmaatregelen kunnen nemen. Dit kan inhouden dat een bedrijf volledig of gedeeltelijk wordt stilgelegd.

In 1998 werden 12 000 bedrijfscontroles uitgevoerd, de meeste tijdens de normale diensturen, een belangrijk deel daarbuiten, zelfs op zon- en feestdagen. Samen met de meer dan 3000 bemonsteringen en metingen, had dit meer dan 1100 processen-verbaal tegen exploitanten tot gevolg. Dit betekent dat ruwweg 1 op 10 bedrijven in overtreding blijkt te zijn tijdens een controle. 46 overtreders liepen via de strafrechtelijke afhandeling van hun dossier effectief een correctionele veroordeling op. Niet veel lijkt het, doch voldoende om de meer dan 1100 raadgevingen, aanmaningen en dwangmaatregelen, die samen deel uitmaken van de administratiefrechtelijke afhandeling van de dossiers, door de exploitanten getrouw te laten opvolgen. Bedrijfsleiders vermijden immers liefst de smet op hun blazoen die uitgaat van een eventuele gerechtelijke veroordeling.

De Milieu-inspectie werkt in dit verband aan een goede verstandhouding met de gerechtelijke overheden. Zo waren in 1998 acht toekomstige magistraten te gast binnen de afdeling om er een stage te vervolmaken die specifiek gericht is op milieuhandhaving.

Huisvuilverbrandingsovens

Het voorbije jaar bleven de huisvuilverbrandingsovens in de actualiteit. Van alle 13 operationele ovens controleerde de Milieu-inspectie nauwgezet de emissies. De strenge norm voor de maximale dioxine-concentratie in rookgassen werd door 5 huisvuilverbrandingsinstallaties niet gehaald. Deze installaties werden op vraag van milieu-inspecteurs tijdelijk stilgelegd. Eén oven werd definitief uit exploitatie genomen. Drie installaties konden na aanpassingswerken vrij snel heropgestart worden en bij één oven zijn structurele aanpassingswerken nodig vooraleer een heropstart kan worden overwogen. In vergelijking met 1993 en dankzij de aanhoudende tussenkomst van de Milieu-inspectie is de totale jaarlijkse emissie van dioxines door de Vlaamse huisvuilverbrandingsovens veertig maal kleiner geworden. Deze is nu op jaarbasis beperkt tot minder dan 3 gram 'toxisch equivalent', de eenheid die gebruikt wordt om de giftigheid van dioxines uit te drukken, tegenover 112 gram in 1993.

Voorzorgsprincipe en MINA-plan 2

Daar waar de Vlaamse milieunormen ontoereikend zijn, plaatst de Milieu-inspectie het voorzorgsprincipe voorop. Dit principe stelt dat de gezondheid en de veiligheid van de burger prioritair moeten worden beschermd. In toepassing van dit principe werd bijvoorbeeld een exploitant van een belangrijke dioxine-uitstotende inrichting uit de staalsector, waarvoor nog geen specifieke Vlaamse emissienormen bestonden, aangemaand zijn installaties aan te passen. Dankzij enorme inspanningen van de exploitant zijn de dioxine-emissies gevoelig gereduceerd.

De Milieu-inspectie stemt haar acties zo veel mogelijk af op de uitvoering van het Vlaamse Milieubeleidsplan 1997- 2001, het 'MINA-plan 2'. Zo hebben bijvoorbeeld milieu- inspecteurs eind november 1998 grote distributiebedrijven van bederfbare levensmiddelen gecontroleerd op het gebruik van ozonafbrekende koelstoffen. De stratosferische ozonlaag is cruciaal omdat zij ons beschermt tegen de schadelijke ultraviolette zonnestraling. De inspecteurs stelden vast dat ongeveer één op vijf bedrijven koelmiddelen gebruikte die door het Vlaamse milieureglement verboden zijn. Daarom werd er bij de grote warenhuisketens op aangedrongen om in al hun Vlaamse vestigingen de regelgeving te respecteren. De verantwoordelijken van de ketens hebben zich onmiddellijk bereid verklaard hun installaties aan te passen aan de geldende milieuvoorschriften.

Grensoverschrijdend

Naast de grensoverschrijdende impact van milieuproblemen, moet ook de handhaving in een internationaal kader geplaatst worden. Zo maakt de Milieu-inspectie deel uit van het Europees netwerk voor de handhaving van de milieuhygiënewetgeving ('IMPEL-network'). Tijdens de veelvuldige contacten die zij in dit kader heeft, wisselt zij kennis en ervaringen uit met internationale inspectiediensten.

Het ziet er overigens naar uit dat de handhaving van de milieuwetten meer en meer naar een Europese context evolueert. De Europese Unie heeft bijvoorbeeld een richtlijn uitgevaardigd over de preventie van zware ongevallen bij bijzondere bedrijven, waar met name de gevolgen van eventuele incidenten zeer ernstig kunnen zijn voor mens en milieu. Deze Seveso-richtlijn stelt zeer specifieke en verregaande eisen in verband met inspecties. Vlaanderen telt enkele honderden van deze zogenaamde Seveso-bedrijven. Hoewel de omzetting van de richtlijn in Vlaamse regelgeving begin 1999 nog niet voltooid was, heeft de Milieu-inspectie in zijn werkingsjaar 1998 reeds 15 van deze bedrijven aan een grondige controle onderworpen.

De 12000 inspecties die de 80 Vlaamse milieu-inspecteurs jaarlijks verrichten lijken wel veel, doch dit impliceert dat een klasse 1 -bedrijf theoretisch gemiddeld slechts één maal per 8 à 9 jaar zal geïnspecteerd worden. Naar alle verwachtingen zullen de eisen vanuit de EU heel wat hoger liggen. Vlaanderen zal hier ongetwijfeld moeten op inspelen.

Het Milieuhandhavingsrapport 1998 telt 120 pagina's en is gratis te bestellen via internet op
https://www.vlaanderen.be (zie 'publicaties') of op volgend adres: Afdeling Milieu-inspectie, Emile Jacqmainlaan 156, bus 8, 1000 Brussel.
Telefoon: (02)553 81 83, fax (02)553 80 85, e-mail: milieuinspectie@lin.vlaanderen.be

Voor meer informatie : Dr. Sc. Robert Baert, afdelingshoofd Milieu-inspectie
tel. (02)553 81 83 fax (02)553 80 85 e-mail: Robert.Baert@lin.vlaanderen.be

Deel: ' Vlaams Milieuhandhavingsrapport 1998 verschenen '




Lees ook