Gemeente Utrecht

Vleermuizen kunnen terecht in Utrechtse forten

De gemeente sluit een bruikleenovereenkomst met de Stichting Vleermuisbescherming Utrecht over het gebruik van de Utrechtse forten als winteronderkomens voor vleermuizen. Wethouder L.J. Verhulst en dhr. E. Janssen, voorzitter van de Stichting Vleermuizenbescherming Utrecht, ondertekenen deze overeenkomst vrijdagavond 7 september op Fort Blauwkapel. De ondertekening maakt onderdeel uit van een programma met onder meer rondleidingen rondom Fort Blauwkapel met als thema 'vleermuizen'. De bijeenkomst start om 20.15 uur.

De stichting vleermuisbescherming Utrecht gaat 12 groepsschuilplaatsen, mitrailleur kazematten en kruidkamers inrichten en beheren als winteronderkomens voor vleermuizen. De 12 locaties behoren alle tot de in de gemeente Utrecht gelegen forten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. In de afgelopen twee winters zijn in deze ondergrondse onderkomens al enkele overwinterende vleermuizen aangetroffen, waaronder de watervleermuis, de baardvleermuis en de gewone grootoorvleermuis. Deze onderkomens liggen voor vleermuizen ideaal, aan de rand van de stad op rustige weinig verlichte plekken met direct eromheen veel oude bomen en waterpartijen.

In de komende jaren zal het aantal locaties in Utrecht nog groeien. De samenwerking sluit aan bij de wens van gemeente, rijk en provincie om vleermuizen als beschermde diersoort een betere bescherming en onderkomen te geven. Het is voor het eerst dat over een groot verspreidingsgebied (verscheidene forten binnen de gemeente Utrecht) een dergelijke overeenkomst tot stand komt.

Vanaf september zoeken vleermuizen een winterslaapplaats, die donker, vochtig, vorstvrij en storingsvrij moet zijn. De vleermuizen kunnen uit de wijde omtrek komen, tot zo'n 30 kilometer. Vanaf het moment dat de vleermuizen hun winterverblijf opgezocht hebben moeten ze bijna zes maanden zien te overleven zonder te eten. Hun voedsel, `s nacht vliegende insekten, is in deze maanden immers niet te vinden. Vleermuizen trekken niet, zoals vogels, weg naar warmere oorden, maar hebben een bijzondere aanpassing ontwikkeld. Zij kunnen hun lichaam als het ware op een soort spaarvlam zetten. Hun lichaamstemperatuur, ademhaling en hartslag kunnen ze drastisch laten zakken. Om niet uit te drogen en geen extra energie te verliezen door wakker te moeten worden bij verstoring zoeken vleermuizen hele speciale plekken op, meestal vochtige kelders waarin `s winters (bijna) niemand komt. Vroeger waren dit soort kelders overal te vinden maar tegenwoordig zijn ze schaars, want de meeste zijn door mensen in gebruik genomen als verwarmde opslagkelder of restaurantruimte.

Utrecht, 3 september 2001

Deel: ' Vleermuizen kunnen terecht in Utrechtse forten '




Lees ook