Vluchtelingenwerk Nederland

"Op straat zetten Dublin-claimanten onrechtmatig"

Persbericht, 10 december 1999

Op maandag 20 december vragen VluchtelingenWerk en de Stichtingen voor Rechtsbijstand Asiel van Arnhem, Den Bosch en Amsterdam (SRA's) de arrondissementsrechtbank van Den Haag de regeling over het onthouden van opvang aan Dublin-claimanten buiten toepassing te stellen.

In september 1997 zijn middels de overeenkomst van Dublin criteria vastgelegd die bepalen in welk land een asielverzoek moet worden behandeld. Sindsdien leggen de landen van de Europese Unie over en weer claims bij elkaar als zij van mening zijn dat een ander land verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag van een vluchteling. Zo is er het voorbeeld van een Afrikaanse vrouw die haar land moest ontvluchten wegens politieke activiteiten. Een persoonlijk contact hielp haar aan een Duits visum waarmee zij het land kon verlaten. Omdat haar gezin al eerder was gevlucht en in Nederland terecht was gekomen, reisde zij rechtstreeks naar Nederland. Hoewel zij nooit in Duitsland is geweest, legt Nederland een Dublin-claim bij Duitsland neer.

In de regel duurt het enige weken tot maanden voor duidelijk is of dat andere land de claim honoreert. Een aantal landen is buitengewoon traag in de behandeling van claims (Spanje, Italië) of reageert helemaal niet op een claimlegging (Griekenland). Wordt de claim uiteindelijk gehonoreerd dan duurt het meestal enige tijd voor de daadwerkelijke overdracht plaatsvindt.

De Nederlandse overheid voelt zich niet verantwoordelijk voor de wijze waarop 'Dublin-claimanten' -een term waarachter mannen, vrouwen en kinderen die hun land zijn ontvlucht schuilgaan- zich tussentijds redden. Zij worden zonder geld op straat gezet en mogen niet werken. Wel moeten zij om de week reizen naar het aanmeldcentrum om aan de meldplicht te voldoen. Bovendien mogen zij Nederland niet verlaten tot duidelijk is welk land de asielaanvraag in behandeling moet nemen. Nederland is het enige land in Europa dat deze groep asielzoekers op straat zet.

Volgens VluchtelingenWerk en de SRA's is opvang voor asielzoekers die legaal in Nederland verblijven, een "kernrecht". Aangezien Dublin-claimanten asielzoekers zijn die tot het moment van de overdracht rechtmatig in Nederland verblijven, is dit recht ook op hen van toepassing. Ook verplichten internationale bepalingen Nederland daar toe. Het onthouden van opvang is in strijd met artikel 11 van IVESCR*, artikel 2 en 25 van UVRM* en artikel 22, 24, 26 en 27 van het Verdrag inzake de Rechten van het Kind. Bovendien gaat het onthouden van opvang in tegen de richtlijnen van de UNHCR.

In principe wordt wel opvang geboden aan 'schrijnende humanitaire gevallen'. Er is echter geen helder beleid dat bepaalt wanneer er spake is van een schrijnend geval. Beslissingen daarover lijken dan ook willekeurig te worden genomen. Zo zijn er voorbeelden van bejaarden, gezinnen met zieke kinderen en hoog zwangere vrouwen die op straat werden gezet. Regelmatig zien VluchtelingenWerk en de SRA's zich dan ook verplicht via de rechter opvang te eisen voor individuele personen.

In de zitting van 20 december betogen VluchtelingenWerk en de SRA's dat alle Dublin-claimanten recht hebben op opvang zolang zij in Nederland verblijven en het land niet mogen verlaten. In de wet is vastgelegd dat de Staatssecretaris van Justitie de opvang van asielzoekers nader in kan vullen. Nu gebruikt hij die bevoegdheid om bepaalde groepen uit te sluiten van opvang. VluchtelingenWerk en de SRA's stellen dat de regelgeving voor een ander doel gebruikt wordt dan waar zij voor bedoeld is.


* IVESCR: Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten

* UVRM: Universele Verklaring Voor de Rechten van de Mens

Deel: ' Vluchtelingenwerk beleid Dublin-claimanten onrechtmatig '




Lees ook